Regiedebuut Sarah Polley

Als regisseuse weet de negenentwintigjarige Polley precies wat ze wil. Die zelfverzekerdheid is er bij het acteren niet altijd geweest. De Canadese begon al op vierjarige leeftijd te acteren, en bewaart weinig goede herinneringen aan die prille jaren. ‘Opgroeien in de schijnwerpers is hard, erg hard,’ vertelt Polley. ‘Ik had het moeilijk als tiener en ik denk dat het zeker niet ideaal is om al op zo’n jonge leeftijd te beginnen. Het verbaast me niet dat zoveel mensen die opgroeien in de entertainmentindustrie problemen hebben – ik heb zelf ook woelige periodes gekend. Het is puur geluk geweest dat mijn leven intact is gebleven.’

Een van haar meest traumatische ervaringen waren de opnamen van Terry Gilliams chaotische avonturenspektakel The Adventures of Baron Munchausen, uit 1988, waarin ze als negenjarige een leidende – of liever: lijdende – rol speelde. Het betekende het startschot van haar carrière, maar voor Polley waren de opnamen een hel. Toen ze zeventien jaar later hoorde dat Gilliam opnieuw een negenjarige actrice in een hoofdrol castte, trok ze aan de bel.

In een open brief aan hem in de Toronto Star herleefde ze de angstige momenten: ‘Ik herinner me dat ik vooral erg bang was en me ongelofelijk onveilig voelde. Ik herinner me een aantal ritjes naar het ziekenhuis nadat ik lange tijd in ijskoud water had gelegen en dagenlang gehoorverlies door de explosies. (…) Ik herinner me dat ik door een gang moest rennen, terwijl om me heen explosieven afgingen en dingen in brand stonden. Hysterisch heb ik bij mijn vader op schoot liggen huilen en hem gesmeekt ervoor te zorgen dat ik het niet nog een keer hoefde te doen – wat wel gebeurde.’

Schadeclaim

Natuurlijk, gaf Polley toe, waren het allereerst haar ouders die haar hadden moeten beschermen. Maar volgens haar heeft Gilliams sterrenstatus de situatie bemoeilijkt. ‘Ik denk dat ze zo opgewonden waren dat hun dochter in een Terry Gilliam-film speelde dat ze daar niet omheen konden kijken.’

Polley eindigde de brief met wat ‘ongevraagd advies’ aan de regisseur: ‘Als er waterscènes in de film voorkomen – zorg dan dat het warm is!!! Als er explosies in zitten – schiet dan haar reactie apart. Ik duik nog steeds weg wanneer een autodeur hard dichtslaat.’

Toch ging Polley door met acteren. Een hoofdrol in de succesvolle tv-serie Road to Avonlea maakte haar vanaf haar veertiende financieel zelfstandig. Echt gepassioneerd over het vak raakte ze pas in 1997, met haar rol in The Sweet Hereafter van Atom Egoyan. Op die regisseur, en tevens landgenoot, had ze drie jaar eerder zo’n grote indruk gemaakt met een kleine rol in zijn Exotica – als babysitter die nog steeds wordt gevraagd op te passen op een meisje dat is overleden – dat Egoyan voor de centrale rol van Nicole in The Sweet Hereafter alleen haar in gedachte had.

Polley speelt een scholiere die als enige een tragisch ongeluk met een schoolbus overleeft, maar wel verlamd raakt. Desondanks saboteert ze de pogingen van een advocaat om voor haar en de nabestaanden een fikse schadeclaim af te dwingen.

Terugkijkend zou je het een typisch Polley-personage kunnen noemen: de intelligente, maar emotioneel gebutste jonge vrouw, beschadigd, maar tegelijkertijd onbreekbaar. Het doet denken aan haar karakter in Isabel Coixets My Life without Me (2003). Polley won een Genie-Award (een soort Canadese Oscar) voor haar vertolking van de 23-jarige Ann, die, wanneer ze hoort dat ze nog maar drie maanden te leven heeft, besluit dat nieuws uit nobele overwegingen voor zich te houden.

Coixet maakte optimaal gebruik van de subtiele mimiek van de actrice. Haar gezicht toont nauwelijks heftige emoties, maar suggereert wel de emotionele maalstroom net onder de oppervlakte. Alleen een weemoedige glimlach verraadt haar verlangen naar een verloren jeugd en onschuld. Na het lezen van haar open brief vraag je je automatisch af of Polley op die momenten ook terugdenkt aan haar eigen verloren kinderjaren.

zombie

The Sweet Hereafter betekende Polley’s doorbraak als volwassen actrice. En het had nog een ander bijeffect: het succes gaf haar de mogelijkheid selectief te zijn. Geen Baronnen von Munchausen of Wegen naar Avonlea meer, maar voornamelijk onafhankelijke Canadese producties en kleine rollen in films van door haar bewonderde regisseurs, zoals een flitsoptreden in David Cronenbergs eXistenZ.

Soms gaat haar kieskeurigheid wel erg ver. Zo trok ze zich op het allerlaatste moment teruguit Cameron Crowes prachtig bitterzoete drama Almost Famous (1999), omdat ze zich niet gemakkelijk voelde in de rol van groupie Penny Lane – waarvoor Kate Hudson later een Oscarnominatie kreeg. Uit een voorliefde voor zombiefilms accepteerde ze wél de hoofdrol in de bloederige remake Dawn of the Dead (2004) – een van haar schaarse uitstapjes naar Hollywood. ‘Iedere film zou tenminste een zombie moeten hebben,’ grapte ze tijdens een interview op de set. Met zichtbaar genoegen vertelde ze in een talkshow hoe ze in de film een zombie uitschakelt door deze een pook door het oog te duwen.?In de tijd die vrijkwam doordat ze niet in Almost Famous speelde, begon Polley voor het eerst met regisseren. ‘De behoefte te regisseren kwam op toen ik twintig was,’ vertelt ze. ‘Toen zag ik Terrence Malicks The Thin Red Line. Die film voerde me even weg uit alle ellende. Opeens was ik me bewust van de kracht van film en van de vele onverwachte manieren waarop het de mens kan beïnvloeden.’

Zelf aan het roer zitten, zegt Polley, was een volstrekt andere ervaring: ‘Acteren draait om de totale overgave aan de visie van iemand anders. Regisseren betekent weer precies het tegenovergestelde – een opwindende verantwoordelijkheid. Ik hou van allebei, omdat ze twee totaal verschillende delen van mezelf aanspreken.’

Alzheimer

Haar eerste twee korte films maakte ze in 1999. Met de derde, I Shout Love, won ze in 2003 nóg een Genie-Award. Opvallend is daarin haar nuchtere, volwassen blik op relaties en de liefde. Een homevideocamera volgt de jonge Tessa (Kristen Thomson) die haar ex overhaalt nog een nacht te blijven. Ze heeft een lijstje gemaakt met de speciale momenten die ze nog een keer wil herbeleven. Daarna zal ze hem met rust laten en mag hij terug naar zijn nieuwe vriendin. De dynamiek tussen de ex-geliefden verandert voortdurend, maar uiteindelijk is het Tessa die een helder beeld heeft van de relatie. Voor haar was dit geen wanhopige poging hem terug te krijgen, maar juist een noodzakelijke handeling om hem los te kunnen laten. Na die avond gaat ieder zijn eigen weg. Hij met meer tegenzin dan zij.

Dezelfde heldere blik richt Polley op de relatie in Away from Her, gebaseerd op het korte verhaal ‘The Bear Came over the Mountain’ van landgenote Alice Munro. Opnieuw draait het om de acceptatie degene die je liefhebt los te laten – al verliest Grant (Gordon Pinsent) zijn vrouw Fiona (Julie Christie) niet aan een ander, maar aan alzheimer.

De film mag dan over een nare ziekte gaan, het eindresultaat is allesbehalve een standaard melodrama. Ook de aanvankelijk weifelende Julie Christie gaf op de commentaartrack van de dvd – als importversie al te vinden in de meer gespecialiseerde videotheken – aan eerst bang geweest te zijn dat de film een sentimenteel gedrocht zou worden, waarin acteurs hun kunstje mogen doen. ‘Dergelijke films zijn toch vaak een broedplaats voor sentimentaliteit,’ zegt ze. Maar voor Polley draait de film uiteindelijk niet om alzheimer. ‘Ik zie Munro’s verhaal als een diepgaand, ontroerend en gevoelig portret van de liefde en het huwelijk,’ schrijft ze. ‘Ik sta zelf aan het begin van een huwelijk (eind 2003 trouwde ze met filmeditor David Wharnsby) en ik vond het fascinerend om vooruit te kijken en me af te vragen hoe onze acties van nu onze relatie over veertig jaar kunnen beïnvloeden.’ Fiona’s ziekte speelt niet de hoofdrol, maar is veeleer een katalysator. Het geeft Grant – een docent die in de vroege jaren van hun huwelijk affaires met zijn studentes had – de kans nu eens iets onzelfzuchtigs voor zijn vrouw te doen. Zoals een van de karakters in de film zegt: ‘Het is nooit te laat te worden wie je had kunnen zijn.’

Voor Julie Christie was het vooruitzicht om opnieuw – na No Such Thing (2001) en The Secret Life of Words – met Polley te kunnen werken, reden genoeg haar twijfels overboord te zetten. Achteraf gezien waren die zorgen voorbarig, geeft ze toe: ‘De film is ontroerend, maar onsentimenteel, gespeend van de gebruikelijke rommel en gebakken lucht.’

Over Polley als regisseuse heeft ze enkel lovende woorden: ‘Ze is geweldig goed. Ze weet wat ze wil en is daarin heel volhardend. Ze doet alles op een uiterst charmante en humoristisch manier, maar eigenlijk pusht ze heel hard om iets precies zo te krijgen als ze het hebben wil.’ En dat lukt, zegt Christie. Want: ‘Hoe kan iemand in hemelsnaam de verleiding van Sarah Polley weerstaan?’

Polley zelf blijft bescheiden: ‘Vanaf het moment dat ik ruim zes jaar geleden Alice Munro’s korte verhaal las, kreeg ik het niet meer uit mijn hoofd en kon ik niet stoppen het als een film te zien. Ik wilde recht doen aan de toon en gratie van het origineel.’ Dat is haar met dit ontroerende speelfilmdebuut zeker gelukt.

‘Away from Her’ gaat op 10 januari in première