Wordt 2017 een rampjaar? Niet in de cinema. Het is pas januari en Kees Driessen kan nu al een toptien van 2017 samenstellen die zelfs als eindejaarslijst geen slecht figuur zou slaan. Dit is een heel goed begin.
Alle eindejaarslijstjes van 2016 zijn binnen. Tijd om de blik vooruit te richten met een beginjaarslijstje. En dan niet een ‘bent u ook zo nieuwsgierig naar?’-lijstje, nee, een lijst van tien uitstekende films die ik daadwerkelijk al heb gezien.
Vijf daarvan draaien vanaf morgen op het International Film Festival Rotterdam (IFFR). Dat zijn titels die hun sporen reeds hebben verdiend op festivals als Cannes, Berlijn en Venetië. Zoals de magistrale nummer één van deze eerste toptien van 2017 – The Woman Who Left van Lav Diaz – en Moonlight, Jackie, American Honey en Sieranevada. Films die daarna gewoon een bioscooprelease krijgen.
We zitten natuurlijk ook nog in de aanloop naar de Oscars, waar Engelstalige filmproducties hopen op een paar nominaties [intussen zijn deze bekend, red.] of beeldjes voordat ze kunnen beginnen aan hun internationale triomftocht. Zie opnieuw Moonlight, Jackie en American Honey, plus Manchester by the Sea.
Het zijn films over gebroken mannen die wegkwijnen onder onderdrukte emoties en trauma’s, tegenover zwaar getroffen maar onverzettelijke vrouwen die, met moeite en soms met geweld, hun plek bevechten in een mannenwereld.
10 Brimstone van Martin Koolhoven
Het is hem gelukt. Na jaren van inspanningen maakte Martin Koolhoven (die voor Vrij Nederland werd geïnterviewd in Schaap vangt Botje) een internationale, Engelstalige western rond een negentiende-eeuwse religieuze Nederlandse kolonistengemeenschap in Amerika met een vrouwelijke hoofdrolspeelster – zeldzaam in het genre. Actrice Dakota Fanning draagt de film overtuigend en alles wordt net genoeg (en dus niet te veel) uitvergroot (inclusief het geweld, waarover overdreven veel gedoe is geweest), met sterk camerawerk van Rogier Stoffers en vooral: een mooi ingetogen, episch ademend tempo.
9. Manchester by the Sea van Kenneth Lonergan
Uiteindelijk is het, denk ik, vooral te danken aan Casey Affleck (de minder bekende, maar beter acterende jongere broer van Ben) en zijn zwijgen, als man die iets gruwelijks heeft meegemaakt. Het verhaal gaat over zwijgen – over dingen die te moeilijk zijn om te zeggen. En ook al zijn sommige personages eendimensionaal en dreigt de film soms af te drijven naar een voorspelbare Amerikaanse issue-film, toch werd de klem om mijn hartstreek steeds strakker aangedraaid.
8. Sieranevada van Cristi Puiu
De Nieuwe Roemeense Cinema (in 2005 gelanceerd met Puiu’s eigen The Death of Mr. Lazarescu) blijft maar leveren. Ook Sieranevada heeft weer extreem naturalistisch acteren, geen filmmuziek, en een intelligent hedendaags verhaal over gewone mensen dat grotere maatschappelijke ontwikkelingen spiegelt – dit keer de rol van wantrouwen (van vreemdgaan tot politieke samenzweringstheorieën). De mise-en-scène is meesterlijk: zie hoe de vele gasten die de overleden pater familias komen herdenken ruziënd heen en weer lopen door het appartement van de weduwe. En zie hoe we dat vooral bekijken vanaf het centrale halletje, met een camera die nieuwsgierig meedraait, mensen volgt, alsof die camera iemand is. En die iemand moet wel de geest van pater familias zijn – wat de film een bijzondere extra laag verschaft.
7. The Happiest Day in the Life of Olli Mäki van Juho Kuosmanen
Olli Mäki vertegenwoordigt de milde humor in deze lijst en is tegelijkertijd realistisch en ontroerend. Dit Finse speelfilmdebuut (in zwart-wit) gaat over een stugge bokser die in de jaren zestig kans maakt op een titel, maar zich op ontwapenende manier laat afleiden door verliefdheid. Fijn geacteerde winnaar van het Un Certain Regard-programma in Cannes en Ontdekking van het Jaar bij de European Film Awards.
6. A Monster Calls van J.A. Bayona
Elke toptien leeft op van een vreemde eend in de bijt. Dat is ditmaal deze tienerfilm over een existentieel verdrietig jongetje (de uitstekende Lewis MacDougall) dat hulp krijgt van een boommonster (een kruising tussen de GVR van Roald Dahl en die dingen uit The Lord of the Rings). A Monster Calls lijkt in eerste instantie een bekend stramien te gaan volgen met voorspelbare visuele effecten. Maar de geanimeerde waterverftekeningen verrassen, en gaandeweg wordt het verhaal steeds meer gelaagd, moreel verwarrend en soms zelfs oprecht beangstigend. De effecten krijgen inhoud. Ongetwijfeld met dank aan de (door mij niet gelezen) gelijknamige jeugdroman van scenarist Patrick Ness.
5. American Honey van Andrea Arnold
De reeds eerder hier besproken eerste Amerikaanse film van de Britse Andrea Arnold (die eveneens op het IFFR een masterclass geeft). En wat voor een Amerika! Het is On the Road, maar Through the Looking-Glass: 21ste-eeuwse vrijheid is voor deze jongeren geen lust maar een last. Dromen doen ze van een huisje in het bos. Maar dat maakt hun energie niet minder rauw, fysiek en uitgelaten. Winnaar van de Juryprijs in Cannes, met toffe songs op de soundtrack.
– Te zien op het IFFR; bioscooprelease 9 maart 2017.
4. Jackie van Pablo Larraín
De Chileense Pablo Larraín is al jaren een grootheid in het arthousecircuit en Jackie wordt zonder twijfel zijn doorbraak naar een groter publiek. Het lijkt een gewone Hollywood-film: moderne Amerikaanse geschiedschrijving (over Jackie Kennedy in de dagen na de moord op JFK) met beroemde acteurs en fraaie locaties. Maar Larraín zette het script naar zijn hand door rigoureus alle scènes te schrappen waar Jackie niet in zat. Het werd een intensief psychologisch portret, stilistisch soms bedwelmend mooi, dat rust op de schouders van de terecht bejubelde Natalie Portman.
3. Moonlight van Barry Jenkins
Het lijkt wel alsof er elk jaar één grote Amerikaanse ontdekking is. 2017 biedt het fraai gestileerde Moonlight van Barry Jenkins (die op het IFFR, dat ook eerder werk (klik hier, hier, hier, hier óf hier) van hem vertoont, een masterclass geeft). Een levenslange zoektocht naar liefde en identiteit in drie fasen – kind, jong-volwassene en volwassene – dat helemaal wel én helemaal niet draait om ras. IMDb telt op het moment van schrijven reeds 141 gewonnen prijzen, waaronder een Golden Globe voor beste drama.
2. Poesía sin fin van Alejandro Jodorowsky
Nog een Chileen op de lijst! De 87-jarige alchemist-filmmaker van grootse cultklassiekers als The Holy Mountain (1973) en vooral El Topo (1970) viert de cinema met dit sprankelende tweede deel (na La danza de la realidad, 2013) van zijn vijfdelige autobiografie. Hierin wordt hij gespeeld door zijn zoon Adan en af en toe door zichzelf, ouder en wijzer geworden – in zijn eigen verleden tussenbeide komend. Poesía sin fin is kleurrijk, lyrisch en speels, zo wellustig en overdadig als Fellini, met een eindeloze rijkdom aan ideeën en wendingen.
1. The Woman Who Left van Lav Diaz
De Filipijnse meester Lav Diaz kan me volledig meenemen in het lome tempo van een nachtelijk gesprekje onder een lantaarnpaal: twee wachtende mensen op een verder lege straat, in contrastrijk zwart-wit, zonder cuts, met het geluid van krekels op de achtergrond. Zo’n scène laat hij minutenlang doorgaan. Het voelt alsof ik op een warme avond in een bootje wordt meegevoerd door een kalme, eindeloze rivier. Dan is vier uur niet lang (en voor Diaz is het zelfs kort: hij heeft ook films gemaakt die tien uur duurden). Goed, je moet ervan houden. Maar ik ben de enige niet: Diaz (die in 2014 een Prins Claus Prijs kreeg) won met The Woman Who Left vorig jaar de Gouden Leeuw in Venetië. Dus: probeer het eens, deze minimalistische thriller van een ongebroken vrouw die na dertig jaar onterechte gevangenschap op zoek gaat, in alle kalmte, naar wraak.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.