Liever luisteren dan lezen? Sjors heeft zijn reportage ook ingesproken.

Diep verscholen in de bergen van Baskenland ligt een wereldberoemd geheim. De meeste mensen zullen er nooit van hebben gehoord, maar wereldwijd wordt het bewonderd als een antikapitalistisch eldorado. Het heet Mondragón. En zoals het een eldorado betaamt, zijn er hobbitgroene valleien, kolkende rivieren en diepe bossen. Maar in tegenstelling tot andere eldorado’s gaat het hier niet om utopische vergezichten. Mondragón is een bestaand alternatief voor kapitalisme. Iets wat niet alleen al decennia weet te overleven, maar zelfs floreert.

Mondragón is een federatie van coöperaties waarvan het kloppend hart aan de rand van het gelijknamige stadje ligt. Het is een systeem van elkaar steunende, hightech ondernemingen die in de wereldtop van hun sectoren meedraaien. Mondragón is zo beroemd door wie er de touwtjes in handen hebben. Dat zijn geen externe aandeelhouders in New York, Londen of Bermuda. Nee, bij Mondragón hebben de medewerkers het voor het zeggen. Samen zijn de 80.000 werknemers eigenaar van het bedrijf en zij bepalen wat er met de jaarlijkse omzet van elf miljard euro gebeurt. Is dat echt zo geweldig? Of is de roem eerder het resultaat van rooskleurige projecties? Ik ga er kijken.

Bedrijf van vrienden

Daar loop ik dan, op een druilerige maandagochtend. Met haarspeldbochten mee klauter ik tussen groene velden de helling op. Door de strakke gebouwen met grote glazen wanden die half in de berg en half eroverheen hangend zijn gebouwd, heb ik het gevoel dat ik op een soort Thunderbirds eiland loop. Futuristisch. Visionair. Maar dat komt misschien ook door de hoge ligging, waardoor ik een weids uitzicht heb over de stad, de moderne gebouwen aan de overkant van de vallei en de majestueuze berg Udalatx daarachter.

Het hoofdkantoor van Mondragón moet toen het werd gebouwd in de jaren tachtig een chic architectonisch hoogstandje zijn geweest. Bruine ramen, donkerrode trapleuningen, veel chroom, hoogpolig tapijt, leren wanden, glimmende granieten vloeren. Onder de ramen jarenoude lekkageschade. Ik zou het als metafoor voor vergane glorie kunnen gebruiken. Maar dat zou niet kloppen, want Mondragón is pas echt aan een groeispurt begonnen vanaf de jaren tachtig, vertelt Ander Etxeberria. Hij is hoofd voorlichting bij Mondragón, werknemerslid van de onderneming en daarmee mede-eigenaar. Hij werkt op het hoofdkantoor met ongeveer zestig collega’s. Als kantoorklerken zijn ze in de minderheid: Mondragón is de grootste industriële coöperatie ter wereld. Elk jaar ontvangen ze duizenden bezoekers, onder wie ster-economen als Mariana Mazzucato en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, die willen ontdekken wat nu precies het geheim is van Mondragón.

Voordat ik mijn vragen mag afvuren, eerst een introductievideo. ‘Het duurt maar vijftien minuten,’ stelt Etxeberria me gerust. In mijn eentje ga ik op een van de brede stoelen in de bioscoopzaal zitten. Braaf pak ik mijn notitieblok erbij. In gelikte beelden krijg ik te zien welke producten en diensten Mondragón verkoopt en waar ze wereldwijd handel drijven. Een corporate video zoals een gemiddelde multinational ze maakt.

‘We zijn geen missionarissen,’ zegt Etxberria na de video. In tegenstelling tot de bewonderaars van Mondragón hebben ze hier niet het doel om het coöperatieve gedachtegoed actief over de wereld te verspreiden. Bij Mondragón hechten ze namelijk grote waarde aan hun onafhankelijkheid, van politiek, religie of wat voor groepen dan ook. Waarschijnlijk een overblijfsel van het Franco-tijdperk, toen er zware repressie heerste in Baskenland. ‘De oprichter, priester José María Arizmendiarrieta, zei altijd: “Als we het over politiek hebben, raken we verdeeld. Als we over behoeften praten, zullen we eensgezind zijn.” En we hebben altijd behoeften.’

In 1943 stichtte Arizmendiarrieta in Mondragón een dorpsschool. Daaruit ontstond in 1956 de eerste coöperatie, opgericht door vijf leerlingen. Inmiddels is Mondragón een groep van 95 autonome coöperaties. Sommige zijn door de groep zelf opgericht, andere hebben zich door de jaren heen aangesloten. Het zijn voornamelijk industriële ondernemingen, maar er zijn ook coöperaties werkzaam in financiën, retail, onderwijs, onderzoek of consultancy. ‘We zijn een soort bedrijf van vrienden,’ vertelt Etxeberria. ‘We zijn samen omdat we dat willen. Maar coöperaties mogen ook vertrekken wanneer ze willen.’

Coöperaties hebben over het algemeen een langetermijnvisie. Ze kijken niet kwartaalcijfers vooruit, maar generaties.

Sommige hebben dat ook gedaan, zoals Irizar, de op een na grootste producent van touringcars van Europa. Nog steeds een Baskische werknemerscoöperatie, alleen geen onderdeel meer van Mondragón. Waarom? ‘Als je het hun vraagt, zullen ze zeggen dat Mondragón erg groot is en veel regels heeft en het voor hen niet makkelijk is om hun coöperatieve identiteit uit te drukken. Als je het mij vraagt, waren het botsende persoonlijkheden.’

Wat Mondragón zo anders maakt, is waar de macht zit. Bij een conventioneel kapitalistisch bedrijf, zoals voedselgigant Danone, hebben de aandeelhouders uiteindelijk de controle over de koers van het bedrijf. Als de strategie van de bestuurders ze niet zint, kunnen ze die wegsturen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met Emmanuel Faber, voormalig CEO van Danone. Hij werd de hemel in geprezen voor zijn duurzaamheidsbeleid. De slogan van het miljardenbedrijf werd ‘One planet, one health’. Maar toen hij zeven jaar aan het roer had gestaan, waren opstandige aandeelhouders klaar met de achterblijvende winst. Het is niet dat ze verlies leden, concurrenten als Nestlé verdienden alleen net wat meer. En in de aandeelhoudersdemocratie geldt over het algemeen: hoe meer geld je in het concern hebt zitten, hoe meer inspraak je hebt.

Een persoon, een stem

Bij Mondragón zijn geen externe aandeelhouders die over de koers van het bedrijf beslissen. De werknemers zijn samen eigenaar van de onderneming. Bij aanvang van hun werklidmaatschap leggen ze, anno 2022, rond de 16.000 euro in. Deze inleg krijgen ze bij pensioen of een ander einde van het dienstverband terug, vermeerderd met de opgebouwde rendementen. Verder geldt hier hetzelfde principe als in politieke democratieën: één persoon, één stem. En vooral dat maakt Mondragón zo bijzonder. Zoals in elke andere onderneming zijn het de werknemers die de producten en diensten produceren. Maar in Mondragón bepalen zij ook met zijn allen hoe de zaken worden geregeld: waar, wanneer, hoe en wat er wordt geproduceerd, en bovenal: wat er wordt gedaan met de winst van hun arbeid.

Bij Mondragón gaat 10 procent naar goede doelen in de regio, zoals sportverenigingen, milieuclubs, culturele centra; 30 procent wordt gelijk onder de medewerkers verdeeld; en 60 procent van de winst wordt geïnvesteerd in research & development. Innovatie is namelijk cruciaal voor het voortbestaan van de ondernemingen, denken ze bij Mondragón.

Nu klinkt dat voor velen als een nachtmerrie, democratie in de bedrijfsvoering.

‘The trouble with socialism is that it takes up too many evenings,’ schreef Oscar Wilde. Onzin, zegt Etxeberria. ‘De belangrijkste besluiten nemen we één tot twee keer per jaar in een algemene vergadering. Maar dagelijkse beslissingen worden genomen door supervisors, managers, directeuren. Niet door ons allemaal.’

En de tijd die je wél met democratische procedures bezig bent, valt onder je werktijd. Eigenlijk heeft deze economische democratie wel iets weg van onze politieke democratie. Bij Mondragón stemmen werknemersleden op vertegenwoordigers: collega’s die eens per maand samenkomen en het management controleren. ‘Het verschil is,’ zegt Etxeberria, ‘dat we niet eens in de vier jaar, maar elk jaar kunnen stemmen.’

Nooit ontslagen

Dat werknemers samen eigenaar zijn van de onderneming heeft grote gevolgen voor de koers van het bedrijf. Werknemers hebben namelijk andere belangen dan winstmaximalisatie op korte termijn. De onderneming verkast niet zomaar naar landen met lagere lonen, want dan zouden de werknemers hun eigen gemeenschappen ontwrichten.

Coöperaties hebben over het algemeen een langeretermijnvisie. Ze kijken niet kwartaalcijfers vooruit, maar generaties. Etxberria vertelt dat ze elke dag aanbiedingen krijgen om coöperaties te verkopen. ‘Maar hoe zit het met de volgende generatie als de coöperatie is verdwenen? Sommige mensen zijn dan misschien rijk, maar hoe zit het met het leven in deze stad?’

Door het gevoel van eigenaarschap zijn medewerkers meer betrokken bij de onderneming. Er wordt bij Mondragón eigenlijk ook nooit iemand ontslagen. Zonodig worden werknemers in overleg overgeplaatst naar andere coöperaties, of ze kunnen zich intern laten omscholen. Lukt dat niet, dan krijgen ze twee jaar een werkloosheidsuitkering van Mondragón zelf. Niemand heeft ooit het einde van die looptijd gehaald – men vond altijd eerder wel weer een baan.

Volgens onderzoek zijn werknemers bij coöperaties gezonder en gelukkiger, overleven ze crises beter, en hebben startende coöperaties een hogere overlevingskans dan conventionele, kapitalistische startups.

Onderzoek laat zien dat werknemers bij coöperaties gezonder en gelukkiger zijn, dat coöperaties crises beter overleven, en dat startende coöperaties een hogere overlevingskans hebben dan conventionele, kapitalistische startups. Coöperaties waar het minder gaat, worden binnen Mondragón bijgestaan door coöperaties waar het beter gaat, zowel financieel als met kennis.

De langeretermijnvisie verklaart misschien ook waarom coöperaties volgens studies duurzamer zijn dan kapitalistische ondernemingen. Het coöperatieve model speelt dan ook een belangrijke rol in toonaangevende boeken over de transformatie naar een duurzame economie, zoals Doughnut Economics van Kate Raworth, Out of the Wreckage van George Monbiot en PostCapitalism van Paul Mason.

Lees ookHoe technologische vooruitgang het kapitalisme op de knieën zal krijgen18 juni 2019
Hypermarkt

Ik sta in de miezer op een betonnen vlakte die dienstdoet als parkeerplaats van supermarkt Eroski. Het doet me denken aan de parkeerplaatsen van Walmarts in Amerika. Gure, vervreemdende plekken. Eroski is een werknemer-consument coöperatie en onderdeel van Mondragón. Zowel klanten als medewerkers kunnen er lid van zijn. Het is een van de grootste supermarktketens van Spanje, met ruim duizend eigen vestigingen, en nog eens 1500 franchises, variërend van kleine buurtwinkeltjes tot hypermarkten. Er werken ongeveer 50.000 mensen.

Binnen zet mijn Amerikaanse déjà vu zich voort: een immense hal met oneindige rijen kassa’s en schappen. Midden in het gangpad bij de ingang zijn grote dozen met stapels afgeprijsde teflonpannen neergeplempt, zoals je dat bij de Aldi ziet. Rechts daarvan rijen flatscreen-tv’s. Een van 55 inch (energielabel G) afgeprijsd: van 1449 voor 999 euro! Een paar gangpaden verder rijen goedkope kleding. Een synthetisch wandelshirt: van 15,99 voor 7 euro! Een paar sneakers: van 21,99 voor 13 euro! Ik loop door naar het voedsel. Ingeklemd tussen de groente- en de vleesafdeling is één gangpad gewijd aan ecologische en vegetarische producten. De vleesafdeling van Eroski is groter dan een gemiddelde Albert Heijn: een stuk of tien gangpaden met Spaanse hammen, biefstukken en chorizo’s.

Je kan bij Eroski ook de tank van je auto volgooien. En ze hebben een reisbureau: all-inclusive vijf nachten naar de Seychellen voor 1629 euro!

Die supermarktketen van Mondragón is nou niet bepaald dat duurzame, antikapitalistische eldorado dat me werd voorgespiegeld door die wereldwijde bewonderaars. Wat is hier aan de hand?

Gekke marxisten

Gorka Espiau is directeur van het Agirre Lehendakaria Center for Social and Political Studies, een samenwerking van de Universiteit van Baskenland en Columbia University in New York. Espiau doet al jaren onderzoek naar sociale innovatie in Baskenland. ‘De coöperaties waren dertig, veertig jaar geleden echt toonaangevend,’ zegt hij. ‘Toen waren ze er om de samenleving te transformeren. Om een alternatief model te genereren.’

Maar de idealen van Mondragón lijken te bezwijken onder het eigen succes. Omdat het zo groot is geworden, opereert het in de mondiale mainstream. Om te kunnen concurreren in een door kapitalisme gedomineerde wereldeconomie heeft het veel van de logica en het gedrag van die mainstream overgenomen. ‘Maar het meest zorgwekkend is de conservatieve houding die bij Mondragón overheerst. Het idee dat de coöperatie de belangen van de leden dient,’ zegt Espiau. In die zin opereren ze volgens dezelfde logica als elk ander bedrijf dat zegt: ons bedrijfsdoel is het behartigen van de belangen van onze aandeelhouders.

Beeldvorming speelt ook een grote rol. ‘Mensen denken onterecht dat ze bij Mondragón gekke marxisten zijn. Daarom doet Mondragón veel moeite om te laten zien dat ze juist niet links en ideologisch zijn.’

Mondragón heeft net als kapitalistische multinationals verschillende fabrieken in lagelonenlanden als Algerije, Bulgarije en Mexico.

Hoofd voorlichting van Mondragón Ander Etxeberria had ook al zoiets gezegd. ‘Je hoeft niet supergepassioneerd en ideologisch te zijn om hier te werken,’ zei hij. ‘Helemaal niet. Het belangrijkste doel voor Mondragón is werk en financiële stabiliteit creëren, de rest is bijzaak.’ Gevraagd naar het duurzaamheidsbeleid zei Etxeberria dat alle coöperaties zo snel mogelijk proberen te voldoen aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Dat klinkt goed, maar de SDG’s zijn volgens critici redelijk conservatief. En hoe kunnen de verschillende ecologische crises worden opgelost door vast te houden aan het neoliberale ideaal van oneindige economische groei dat ons juist in deze crises heeft gestort?

Ook Espiau is kritisch. Als je kijkt naar de toekomstige ecologische transitie lopen de meeste coöperaties van Mondragón niet voorop, vertelt hij. ‘Ze gedragen zich als elk ander bedrijf en proberen het minimale te doen om aan de wet te voldoen. Maar ze denken niet na over hoe ze echt innovatief en disruptive kunnen zijn voor de volgende generatie.’

Het pijnlijkste van alles is misschien wel dit: het onderscheidende kenmerk van Mondragón, dat alle medewerkers samen eigenaar zijn van de miljardenonderneming, klopt eigenlijk helemaal niet. Van de 80.000 medewerkers is 20 procent géén lid van de coöperatie. In fabrieken in Baskenland werken veel mensen met een tijdelijk dienstverband. Ook de werknemers bij de 138 dochterondernemingen buiten Baskenland, die allemaal géén coöperatie zijn, zijn geen mede-eigenaars. Zo heeft Mondragón net als kapitalistische multinationals verschillende fabrieken in lagelonenlanden als Algerije, Bulgarije en Mexico.

Duizenden medewerkers maken dus helemaal geen deel uit van die zo vooruitstrevende economische democratie.

Geen wondermiddel

Toch moet ook de kritiek op Mondragón weer in perspectief worden geplaatst. Mondragón is geen wondermiddel, maar wat ze hebben bereikt, is ronduit verbluffend.

Kijk naar de toestand van Baskenland in de jaren tachtig. Veertig jaar Franco-dictatuur kwam ten einde; er was openlijk geweld, elke week waren er moorden in Bilbao, vertelt Espiau, zelf opgegroeid in die stad. Daarnaast was er een totale ineenstorting van het economische hart van Baskenland: de zware industrie, scheepsbouw, staalproductie. Alle externe investeringen en traditionele bedrijven vertrokken. ‘Dus er was geen alternatief, behalve onszelf opnieuw uit te vinden.’

De meeste ondernemingen die bleven, waren coöperaties. Tegelijkertijd konden de Basken na het einde van de Franco-dictatuur eindelijk een deelregering vormen, met lokale macht om belastingen te innen en naar eigen inzicht te investeren in de economie. Ze hielpen coöperaties met grote investeringen in technologie en apparatuur. Logisch, zegt Espiau. ‘Coöperaties nemen het geld niet weg uit de regio. Als ik geld steek in een conventioneel, kapitalistisch bedrijf, belandt het waarschijnlijk in de zakken van externe aandeelhouders in New York of Londen.’

Deze doorslaggevende hulp van publieke instituties lijkt Mondragón trouwens niet graag te erkennen, zegt Espiau. ‘Maar er is geen manier om de schaal die Mondragón tegenwoordig heeft te begrijpen zonder publieke investeringen.’

Mythe van innovatie

Er is nog een dieper niveau waarop het coöperatieve model doorslaggevend is gebleken voor het grote succes van Baskenland. ‘Het heeft te maken met de innovatieve kracht van coöperaties,’ zegt Espiau. Er heerst een hardnekkige mythe over innovatie, legt hij uit. Het zouden vooral heel speciale individuen zijn die innovatie genereren. Vooruitgang zouden we te danken hebben aan uitverkorenen als Steve Jobs, Elon Musk, Jeff Bezos. Espiau noemt dat het Silicon Valley-model van innovatie. Robbert Dijkgraaf, beroemd natuurkundige en inmiddels onderwijsminister, zei het in de context van de klimaatcrisis nog tegen Matthijs van Nieuwkerk tijdens het Wetenschappelijk Jaaroverzicht in december 2021: ‘We hebben meer Elon Musks nodig.’

Lees ookRobbert Dijkgraaf en Pia de Jong samen aan de keukentafel: ‘We spraken zoveel met elkaar dat we eigenlijk vergaten te leven’13 september 2021

Onzin, zegt Espiau. ‘Er is geen enkel bewijs dat innovatie zo plaatsvindt. Sterker nog: we hebben steeds meer bewijs van het tegenovergestelde.’ Echte innovatie wordt altijd door een collectief voortgebracht. En het reële risico wordt ook bijna altijd door publieke instellingen genomen, zoals econoom Mariana Mazzucato met haar baanbrekende boek De ondernemende staat heeft laten zien. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid kwam in een rapport uit 2013 met dezelfde boodschap: ‘Innoveren is niet langer een kortdurende activiteit van enkele uitvinders, maar een permanent proces van schaven en bijstellen waarbij iedereen betrokken is: werknemers van hoog tot laag, toeleveranciers, en zelfs klanten.’

Grootschalige innovatie vindt pas plaats als mensen het gevoel hebben dat iedereen kan innoveren. De mythe van innovatie wordt ook ontkracht als je naar de vele coöperaties van Mondragón kijkt.

Espiau en zijn team komen tot soortgelijke conclusies. Grootschalige innovatie vindt pas plaats als mensen het gevoel hebben dat iedereen kan innoveren. De mythe van innovatie wordt ook ontkracht als je naar de vele coöperaties van Mondragón kijkt. Orbea, de grootste fietsenfabrikant van Spanje, levert racefietsen in het topsegment van de Tour de France en de Vuelta. Andere coöperaties maken hightech-componenten voor autofabrikanten als BMW en Jaguar. Weer een andere coöperatie heeft de interne constructie van het wereldberoemde Guggenheim Museum in Bilbao gebouwd.

Mondragóns Basque Culinary Center leidt koks op in San Sebastián, een stad met de hoogste dichtheid van Michelinsterren per hoofd van de bevolking in Europa. Ze worden bijgestaan door de beste chef-koks ter wereld, onder wie Ferran Adrià van El Bulli, jarenlang beschouwd als het beste restaurant ter wereld.

Asterix en Obelix

Vanuit een situatie van hoge werkloosheid, hoge criminaliteitscijfers en lage sociaaleconomische welvaart heeft Baskenland een verbluffende transformatie doorgemaakt. Veertig jaar later is het per hoofd van de bevolking de op een na rijkste regio van Spanje en is de armoede-index een van de laagste van Europa. Tegelijkertijd is de grote welvaart er op een van de meest egalitaire manieren verdeeld, vergelijkbaar met Zweden en IJsland – en dan niet achteraf met belastingen, zoals in Scandinavië, maar vooraf, door de eerlijke verdeling van welvaart in de coöperaties. Op de Human Development Index – volksgezondheid, kennis en levensstandaard – scoort Baskenland als een van de beste van Europa. De levensverwachting van vrouwen behoort er zelfs tot de hoogste ter wereld, vertelt Espiau.

De prestatie van Baskenland is extra verbluffend als je beseft dat het niet de enige plek is waar het veertig jaar geleden snel bergafwaarts ging. Het was het grote mondialiseringsfeestje: liberalisering, deregulering, schaalvergroting. De grenzen voor kapitaal werden opengegooid. Kapitalistische bedrijven verplaatsten hun productie massaal naar vooral Azië, op zoek naar lagere lonen. Wat ze achterlieten, waren verwoeste gemeenschappen. Het industriële Heartland van de Verenigde Staten stortte in, steden als Detroit en Pittsburgh raakten in verval. De industrie vertrok uit Noord-Engeland, bakermat van de Industriële Revolutie.

Maar als een Gallisch dorpje bleef Mondragón vasthouden aan die industrie. De fabriek sluiten? Geef hier die sleutels, zeiden de arbeiders. We doen het zelf wel. Als Asterix en Obelix omringd door het Romeinse Rijk zag het coöperatieve Mondragón zich omringd door kapitalisme. En tegen alle verwachtingen in wist het niet alleen stand te houden, maar zelfs uit te groeien tot de grootste industriële coöperatie ter wereld.

Volgende mijlpaal

Door alle ruimtevaartcapriolen van multimiljardairs als Jeff Bezos, Richard Branson en Elon Musk zou je bijna denken dat de toekomst van de mensheid bij het hyperkapitalisme ligt. Dat het de allerrijksten zijn die de aarde zullen verlaten en een ruimtekolonie beginnen. Maar stel je eens voor dat de toekomst van de interplanetaire mensheid niet kapitalistisch is. Dat het economisch systeem van het zonnestelsel gebaseerd is op het model van Mondragón. Dat is wat sciencefictionschrijver Kim Stanley Robinson beschrijft in zijn roman 2312.

Een wereld waarin werknemer en werkgever in één persoon geïntegreerd zijn, en arbeiders zo samen bepalen wat er met de winst van hun arbeid gedaan wordt, zou het feitelijke einde van het kapitalisme betekenen.

Het is misschien sciencefiction, maar niet eens zo’n gek idee, een economie waarbij de eigenlijke macht bij de arbeiders ligt. Ligt die daar niet nu eigenlijk al? Profits are the unpaid wages of workers: het leek even of multimiljardair Jeff Bezos dat bij terugkomst uit de ruimte ineens besefte toen hij vooral alle Amazon-medewerkers bedankte voor zijn raketten. Het waren immers die medewerkers die hem zo exorbitant rijk hadden gemaakt dat hij voor de lol een uitstapje naar de ruimte kon maken. Wie had gedacht dat dit diep marxistische idee ooit uit de mond van de rijkste man op aarde zou klinken?

Een wereld waarin werknemer en werkgever in één persoon geïntegreerd zijn, en arbeiders zo samen bepalen wat er met de winst van hun arbeid gedaan wordt, zou het feitelijke einde van het kapitalisme betekenen, stelt de Amerikaanse econoom Richard Wolff in Democracy at Work (2012). Het zou volgens Wolff ook een volgende mijlpaal in de geschiedenis van de mensheid zijn. Na de afschaffing van het feodalisme en de slavernij – voorgaande hegemoniale productiemodellen – zou er nu volgens Wolff een einde moeten komen aan de uitbuitingsrelatie tussen kapitalisten en arbeiders.

Ondersteun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek
Met de hulp van onze abonnees kunnen wij ons elke dag inzetten voor het maken van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek.
Met de hulp van onze abonnees kunnen wij ons elke dag inzetten voor het maken van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek.
Je steunt ons al vanaf 4,99 per maand.
Reeks van veranderingen

Werknemerscoöperaties zijn geen wondermiddel. Het is misschien ook wel wat naïef om te denken dat er een silver bullet zou zijn waarmee het kapitalisme vervangen zou kunnen worden. Kapitalisme is immers zelf ook niet één ding, maar een complex, uitgestrekt web van structuren, mechanismen en verhoudingen. Een dynamisch en ongrijpbaar geheel dat zich constant aanpast aan een veranderende wereld. Zo beloofde het internet in de jaren tachtig en negentig een ultieme vrijplaats te zijn, weg van alle commercie. Enkele decennia later heeft de kolonisering van het internet door techreuzen het juist tot hét centrum van hedendaags kapitalisme gemaakt.

Misschien kijken we dan ook verkeerd. Misschien moeten we kijken naar een dynamische reeks van veranderingen, in een zoektocht naar alternatieven voor het kapitalisme. Als innovatie en vrij ondernemerschap – volgens voorstanders de belangrijkste argumenten voor kapitalisme – met werknemerscoöperaties beter, rechtvaardiger en democratischer geregeld kunnen worden, waarom dan nog halsstarrig vasthouden aan een autoritair economisch systeem waarbij eigendom geconcentreerd is in handen van slechts een fractie van de mensheid?

Mondragón is niet de gedroomde revolutie. Maar het coöperatieve productiemodel zou één stapje kunnen zijn in het stukje bij beetje vervangen van het kapitalistische productiemodel. Het zal de wereld niet omtoveren in een eldorado, maar het helpt misschien wel om dingen net wat duurzamer en eerlijker te regelen.