De kale en de blonde, worden advocaten Onno de Jong en Willem Jan Ausma ook wel genoemd. Ze staan kroongetuige en moordenaar Fred Ros bij in het grote liquidatieproces. ‘Ik geef toe, Fred is geen Jezus, maar bij Jezus gebeurde precies hetzelfde.’

‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Dat Bijbelcitaat (Jezus zegt het in Johannes 8:7) hangt prominent aan de muur in de werkkamer van Willem Jan Ausma, geschilderd op een Delftsblauw tegeltje. De Utrechtse strafpleiter heeft een zwak voor de zoon van God. Niet als gelovige, maar als raadsman. ‘Ik had hem destijds graag willen bijstaan. Als iemand geen eerlijk proces heeft gehad, is hij het geweest.’

U wilde Jezus, u kreeg Judas.
‘Dat is een term die ik niet zo gauw zou gebruiken voor een kroongetuige,’ zegt collega Onno de Jong gedecideerd.

Toch is dat het imago van de bekendste cliënt die het tweetal bijstaat. Fred Ros, een veroordeeld huurmoordenaar die in het grote liquidatieproces getuigt tegen zijn voormalige kompanen. Een verrader in de ogen van de verdachten. Ten onrechte, meent het advocatenduo. De Jong: ‘Als er zaken kunnen worden opgelost door het sluiten van een deal, wie ben ik dan om te zeggen dat het niet mag?’

Het zit er bijna op. In het megastrafproces tegen meerdere moordverdachten dat in 2009 begon, doet het Amsterdamse hof ergens begin volgend jaar een uitspraak (zie kader). Dan krijgt Fred Ros waarschijnlijk te horen dat hij een vrij man is. En dat terwijl de rechtbank hem in 2013 tot een straf van dertig jaar veroordeelde voor de moord op cafébaas Thomas van der Bijl, de opdracht om collega-crimineel George van Dijk dood te schieten en een andere mislukte uitlokking tot liquidatie. Tijdens dat eerste strafproces had de ‘moordmakelaar’ gezwegen, maar na die fikse veroordeling toonde Ros zich bereid om te praten; over zijn eigen misdaden én over de betrokkenheid van zijn medeverdachten. In ruil hiervoor eiste hij strafkorting en bescherming van de staat. Het OM hapte toe. In plaats van dertig jaar cel zou de staat slechts vijftien jaar tegen de spijtoptant eisen – en bij goed gedrag ging er nog eens een derde af. Al met al kon Ros na tien jaar weer naar buiten. Dat moment is deze zomer aangebroken, dus vroeg het OM aan de raadsheren van het hof om de kroongetuige te laten gaan. De beslissing viel afgelopen vrijdag: Ros blijft voorlopig zitten. De magistraten willen niet vooruitlopen op het uiteindelijke arrest waarin ze zich zullen moeten uitspreken over de de geldigheid van de justitiedeal en de geloofwaardigheid van Ros. ‘Balen,’ reageert advocaat De Jong na afloop. ‘Maar we geven de moed niet op. Het OM had dit ook niet verwacht en gaat nu meedenken over een oplossing.’ Maar Ros moet dus nog even wachten voor hij met een nieuwe identiteit een nieuw leven in de bovenwereld kan beginnen op een veilige, want geheime plek.

Je wordt als strafpleiter natuurlijk nooit Nederlander van het Jaar. Je bent altijd degene op wie het publiek graag inhakt.

We spreken De Jong en Ausma een paar dagen voor de beslissing in hun Utrechtse kantoor. Ze kennen Fred Ros nog niet zolang. Eigenlijk pas sinds de veroordeelde ‘moordmakelaar’ besloot om met de Nederlandse staat in zee te gaan. Tot die tijd was Peter Plasman de advocaat van Ros, maar Plasman zag de nieuwe situatie niet zitten. De bekende strafpleiter had Peter la Serpe, de andere en eerste kroongetuige, bij de rechtbank te vuur en te zwaar bestreden. Toen Ros te kennen gaf ook een deal te willen met het OM, vond Plasman het niet geloofwaardig om nog langer als zijn raadsman op te treden. Kort daarop ging de telefoon op het advocatenkantoor aan de Utrechtse Maliesingel. Of Ausma en De Jong de zaak wilden overnemen. Ze zeiden ja en vanaf dat moment staan ze een omstreden cliënt bij die samenwerkt met het OM en verklaringen aflegt tegen oud-collega’s uit de onderwereld.

Er zijn advocaten die zeggen nooit of te nimmer met een kroongetuige in zee te zullen gaan. Hebben jullie getwijfeld?
‘Voor mij was het totaal geen beletsel,’ zegt De Jong resoluut. Ausma is wat behoedzamer: ‘We hebben er wel even over nagedacht. Bijvoorbeeld of het ons klanten zou kosten. Voordeel is dat we buiten het hoofdstedelijk kringetje van strafpleiters staan en dus veel minder cliënten uit de Amsterdamse onderwereld hebben, waar de meeste verdachten in deze zaak uit voortkomen. Dus dat was geen belemmering.’

De Jong: ‘Willem Jan is daarin net wat voorzichtiger. Het kan mij geen donder schelen. Het is een interessante, eenmalige, grote en vooral heel mooie zaak. Dat waren aspecten die bij mij na het eerste telefoontje al de doorslag gaven.’

Dus stonden ze Ros bij toen hij schoon schip maakte en zijn criminele verleden opbiechtte aan justitie. Daarnaast is er nog een andere raadsman die zich ontfermt over de civiele kant van de deal met de Nederlandse staat. Daarin gaat het om de bescherming die de getuige krijgt. Dat gebeurt in het uiterste geheim; weinigen weten de naam van de advocaat en de inhoud van de afspraken. Ook Ausma en De Jong worden buiten die onderhandelingen gehouden. Zij zijn er om Ros bij te staan als verdachte, die net als de anderen wordt berecht voor moord – weliswaar met een veel lagere strafeis.

Foto: Jasper Zwartjes
Geintje

Dat is wat ze graag doen, moordverdachten verdedigen. De Jong en Ausma hebben in de loop der jaren een kleurrijk gezelschap (oud-)cliënten verzameld. Ze stonden verdachten bij in onder meer de roofmoord op de bekende Utrechtse slager Pott, de crime passionel van de directeur van het Gelredome en de Zeister brandmoord. Het duo kreeg de schijnwerpers vol op zich toen ze Sander V. verdedigden, de politieman die de twaalfjarige Milly Boele van het leven had beroofd. En nu dus Fred Ros. Dat hij wellicht hun meest omstreden klant ooit is, wil er bij de advocaten niet in. Ze zijn dan ook niet bang voor reacties van het publiek of vanuit het milieu. De Jong: ‘Natuurlijk kunnen er mensen boos zijn omdat je voor een kroongetuige optreedt. Maar ik heb geen fysieke of schriftelijke bedreigingen ontvangen. Ja, wel eens een scheldpartij en ook een anoniem mailtje met teksten als: jij vieze, vuile… Maar dat interesseert me niets.’

Ausma: ‘De wereld zit vol gekken. Je wordt als strafpleiter natuurlijk nooit Nederlander van het Jaar. Je bent altijd degene op wie het publiek graag inhakt. Toen wij politieman Sander V. bijstonden, waren de bedreigingen niet van de lucht. Daar gingen ze echt helemaal op los.’
De Jong: ‘Dat was inderdaad een stuk heftiger.’
Ausma: ‘Het grote publiek maakt zich niet druk om een kroongetuige. Ik denk dat als je een enquête houdt, iedereen het prima vindt. Het is een manier om in de onderwereld een voet tussen de deur te krijgen.’

Toch reed het duo in het najaar van 2014 met enige schroom naar de extra beveiligde rechtbank bij Schiphol, waar hun nieuwe klant zijn opwachting maakte in de zittingszaal. Ausma werd in de wandelgangen door de advocaat van een mede-verdachte begroet met: ‘Hé, NSB’er.’ Een moment later tekende een andere strafpleiter met zijn vinger diezelfde letters op het voorhoofd van De Jong: NSB. ‘“Geintje,” zei hij erbij.’

Maar het was wel een grap met een lading.
De Jong: ‘Ach, als je weet wie het deed, verbaas je je er niet over. Nee, we noemen geen namen. En er is ook geen vete met die collega. Een andere raadsman die ik op de eerste zittingsdag een hand gaf zei: “Nou oké, maar dat is wel de laatste keer.” En ik geloof niet dat dát een grapje was.’
Ausma: ‘Die collega maakt nooit grappen.’

Maar zijn het uitzonderingen, of hebben jullie afgedaan bij jullie vakbroeders?
Ausma: ‘Het is wisselend. Een goed tegenargument vind ik: stel, er zijn drie verdachten aangehouden die in eerste instantie alle drie hun mond houden. Een van hen is jouw klant en die besluit uiteindelijk toch te bekennen. Daarmee verlinkt hij de anderen. Dan is er niet één collega-advocaat die zegt: nee, dan trek ik m’n handen ervanaf. En eigenlijk komt het bij Fred zo’n beetje op hetzelfde neer. Bovendien is hij nog slimmer dan die bekennende verdachte, hij krijgt er tenminste nog wat voor terug.’

U begrijpt Ros wel?
De Jong: ‘Als je moet kiezen tussen afgeschoten worden en een leven in een beschermingsprogramma, is de keuze logisch. Dat heeft Ros zelf op de zitting gezegd: ik weet inmiddels zoveel, dat als ik straks buitenkom, ze me meteen afschieten. Of ik nu m’n mond hou of niet. Dit is m’n enige kans om uit het milieu te komen.’
Ausma: ‘En moet dat dan een reden voor jou als advocaat zijn om te zeggen: ik wil je niet? Wij hebben slechts één belang en dat is dat er zoveel mogelijk zaken voor de rechter worden gebracht. Dat er deals worden gesloten vind ik dus prima. Als moorden niet worden opgelost, hebben wij geen werk. Het is wel ons brood.’

Maar hoe betrouwbaar is de getuige die vijftien jaar krijgt in plaats van dertig? Die zal graag liegen in zijn eigen voordeel.
Ausma: ‘Als wordt aangetoond dat hij liegt, heeft Fred een gigantisch probleem. Dan gaat zijn deal onderuit.’

De verklaringen van Ros staan soms lijnrecht tegenover die van La Serpe, de eerste kroongetuige.
De Jong: ‘Hij heeft verklaringen afgelegd en naar aanleiding daarvan is een zogenaamd verificatie/falsificatie-onderzoek gedaan. Vervolgens is hij op zitting meerdere keren gehoord als getuige. Er zijn andere getuigen over hem aan het woord gekomen.’ Dan, langzaam formulerend: ‘Tot nu toe… heeft hij… zoals ik het zie, maar dat is mijn persoonlijke mening… geen enkele keer… gewankeld. Hij is consistent gebleven.’

Het cliché wil dat Fred Ros straks met een grote zak geld naar een warm land gaat. Hoe waar is dat?
‘Ik wil er niets over zeggen,’ reageert De Jong. ‘En ik kan het ook niet, want dat traject onttrekt zich aan ons oog, dat is het civiele gedeelte. We willen het niet weten, we schermen ons ervoor af. Anders lopen wij gevaar. Het is belangrijk dat mensen weten: daar hoeven we niet te zijn, want die weten het dus niet.’

Zou het niet goed zijn als er iets meer openheid komt over wat die beschermingsdeal nu precies inhoudt? Al was het maar om te voorkomen dat er wilde verhalen over exorbitante beloningen gaan rondzingen.
De Jong: ‘Zeg jij maar hoe daar meer open over te zijn, zonder de veiligheid van de getuige in gevaar te brengen.’

Een jaar geleden, toen hij een van de sprekers was op een besloten bijeenkomst van de Universiteit Utrecht, betoonde Ausma zich een stuk mededeelzamer. Tot verbazing van de toehoorders, onder wie VN, deed hij uitspraken over het veranderde uiterlijk van zijn cliënt en diens financiële regelingen. Weliswaar in heel globale termen, maar de confrontatie met die lezing leidt een jaar later tot lichte wrevel tussen de beide raadslieden. ‘Dit wil ik niet hoor. Los van het feit of het waar is of niet, het zou andere mensen in de problemen kunnen brengen. Dit soort informatie moet überhaupt niet in de pers komen,’ laat De Jong korzelig weten. Ausma haast zich te zeggen dat zijn opmerkingen indertijd ‘meer in zijn algemeenheid’ over kroongetuigen gingen. ‘Ik was uitgenodigd en ik ga daar niet staan om vervolgens te zeggen dat ik niets kan zeggen. Maar ik baseerde mij op feiten van algemene kennis. Ik heb ook wel eens een boekje over getuigenbescherming gelezen.’

Ausma praat graag over zijn vak. Tegenwoordig steeds vaker in gezelschap van magistraten, of ze nu bij het OM werken of bij de rechtelijke macht. Hij voelt zich senang in het gezelschap van mensen met wie hij vroeger op voet van oorlog leefde. ‘Binnenkort sta ik voor een groep OM’ers. Twintig jaar geleden liep ik ze te bashen, nu merk ik dat je ook leuk kunt samenwerken met bepaalde officieren van justitie.’

Zijn De Blonde en De Kale, zoals hun weinig fantasierijke bijnamen luiden, soms milder geworden? Ausma: ‘Ik denk dat wij in het verleden wat meer bravoure hadden, onszelf wat meer op de kaart wilden zetten.’ Hij koketteerde graag met dure pakken, handgemaakte schoenen en een wijnkelder. Het stereotype strafpleiter, gesoigneerd à la Moszkowicz. En daar paste ook oorlogsretoriek richting het OM bij. Ter gelegenheid van de opening van hun Utrechtse praktijk lieten de strafpleiters het boekje Maliesingel 2 schrijven door misdaadauteur Simon Vuyk. Het is een verzameling kleurrijke anekdotes waarin het advocatenduo psychiatrische patiënten, huurmoordenaars en beroepscriminelen bijstaat en bij een goede afloop de overwinning viert in hun geliefde ‘stamrestaurant’ De Librije in Zwolle. De Jong: ‘Daar zijn we lang niet meer geweest. Ook bij ons is het ontegenzeglijk schraler geworden door allerlei bezuinigingen.’ Het was indertijd ook deels spielerei, geeft Ausma toe, een manier om het kantoor op de kaart te zetten. Net als het uitdelen van visitekaartjes met het telefoonnummer ‘0800-VRIJSPRAAK’.

Onno de Jong | Foto: Jasper Zwartjes
Deel van de manipulatie

Ze begonnen samen in 1999. Eerst was er de vriendschap, toen de maatschap. De Jong is zelfs nog kort de patroon geweest van Ausma, voor ze de handen ineen sloegen. ‘We hebben een organisch, misschien wel symbiotische manier van werken,’ zegt de Jong. ‘Op een gegeven moment ben je zo met elkaar verweven dat het een soort huwelijk wordt. Ik zie hem meer dan m’n vrouw, bij wijze van spreken.’ Lachend: ‘En dan zonder de ruzies.’

Ausma geeft toe dat de scherpe kantjes er in de loop van de jaren zijn afgesleten. Of eigenlijk draait hij het liever om. Hij ziet collega’s die nog steeds veel te scherp zijn. Die te ver meegaan in de gedachtewereld van hun cliënt. Dat iemand vrijspraak eist, ondanks de berg bewijs die er tegen de verdachte ligt. ‘Dan gaat zo’n raadsman met de advocaat van een medeverdachte of met een getuige om de tafel te zitten om het bewijsmateriaal te manipuleren. Er zijn advocaten die er alles aan doen om een veroordeling te voorkomen. Ik moet eerlijk zeggen: heel vroeger, toen ik onbevangen en uiterst gedreven was, deed ik het ook. Het was een mentaliteit die je meekreeg tijdens stages, tijdens je beroepsopleiding. Ik keek bewonderend naar advocaten als Piet Doedens en Jan Boone. Geweldig! Naarmate ik ouder word, word ik genuanceerder. Ik vind dat het recht ook voor een deel z’n loop moet krijgen. Als een klant nu tegen mij zegt: “Kan je die getuige even op kantoor laten komen, want hij moet dat en dat zeggen,” dan doe ik dat niet.’

Ik geef toe, Fred is geen Jezus, maar bij Jezus gebeurde precies hetzelfde.

De Jong: ‘Als je bij zoiets betrokken raakt, word je deel van de manipulatie. Dat voelt niet lekker.’
Toch is het diezelfde De Jong die eerder in een interview met zakenblad Quote zei: ‘Ik vind het een kick om iemand vrij te krijgen die wat op zijn kerfstok heeft.’ Is het inderdaad prettig om een schuldige vrij te pleiten? De Jong: ‘Ik heb het meegemaakt dat ik wist dat iemand het had gedaan en toch niet werd veroordeeld.’

Voelt dat dan niet ongemakkelijk?
De Jong: ‘Nee. Het recht moet z’n loop hebben. Dan heeft kennelijk het recht z’n loop. Dan vindt het recht kennelijk dat zo’n verdachte niet moet worden veroordeeld.’

Maar u hebt er dan mede voor gezorgd dat het recht krom is. U krijgt er naar eigen zeggen zelfs een kick van.
De Jong: ‘Ja joh, dat was toen. Wat ik ermee wilde zeggen: ik vind het prettig om iemand bij te staan tegen wie iedereen zich heeft gekeerd. Dat geeft extra cachet aan een zaak. Terwijl zo iemand wordt verguisd door de goegemeente, sta ik daar dan anders in. Maar een kick? Nee. Ik krijg een kick van een mooie gitaar, van The Rolling Stones, van het idee dat ik Keith Richards nog eens een hand mag geven. Dat is nog niet gelukt.’ Lachend: ‘Ik ben niet verder gekomen dan Ron Wood.’
Ausma: ‘Het is de klant die bepaalt: bekennen, ontkennen. Maar als er een berg bewijs ligt en ik een veroordeling verwacht, ga ik serieus met zo iemand om de tafel zitten en zeg: je kunt wel blijven ontkennen, maar straks krijg je 25 jaar of levenslang. Misschien kun je door je verhaal te doen van een moord een veroordeling voor doodslag maken.’

Willem Jan Ausma | Foto: Jasper Zwartjes

Hun welwillender houding ten aanzien van het OM en de rechters is deels ook door pragmatisme ingegeven, bekennen de advocaten. Ze zien hoe collega’s de magistraten keer op keer tegen de haren instrijken zonder dat het iets oplevert. Waar raadslieden vroeger met succes op vormfouten hamerden, wuift de rechtbank dat soort protesten tegenwoordig weg. Voor verzoeken tot wraking waarbij de advocaat de rechters wegens vooringenomenheid naar huis probeert te sturen, geldt hetzelfde. Ausma: ‘Je schiet er geen meter mee op. Het gebeurt voor de cliënt en voor de koppen in de krant. Hou op met die onzin! Natuurlijk moet je scherp blijven, want het OM zoekt altijd de grenzen van de wet op, tegenwoordig met allerlei infiltratiemethoden. Maar het spel is veranderd. Een verdachte is niet geholpen met een advocaat die zo hard moord en brand schreeuwt dat rechters zich irriteren en denken: “Weet je wat? We geven hem er nog drie jaar bij.”’ Hun cliënt Ros heeft het eigenlijk slim gespeeld, willen ze maar zeggen.

En moordenaar of niet, ze koesteren hem. ‘Ik kan goed met m’n cliënt overweg,’ zegt De Jong. ‘Ik ga met plezier naar hem toe. Niks is me teveel in de zaak. Ik heb lol met Fred. De inhoud, de entourage, de unieke positie. Je zit afgezonderd van je collega-advocaten (de kroongetuige zit samen met zijn advocaat in een apart hok, onzichtbaar, want anders zou zijn veranderde uiterlijk bekend worden, red.) Nou, als er één ding is wat ik altijd graag heb gewild, is het dat wel.’ De raadsman, gniffelend: ‘Nee hoor, ik heb leuke, lieve collega’s.’

Ook als die collega’s zijn cliënt neerzetten als een liegende verrader? De verdediging van de medeverdachten liet maar liefst vijf getuigen opdraven die beweren dat Fred Ros een van de moordenaars is van Heineken-ontvoerder Cor van Hout, terwijl de kroongetuige zelf beweert slechts betrokken te zijn geweest bij het weghalen van de motor die bij die liquidatie werd gebruikt. Hoe kijken de advocaten van Ros naar die verklaringen? De Jong: ‘Ik vind het moeilijk om daar wat over te zeggen. Ik heb daar wel gedachten over. Maar dat is een kwestie die het hof uiteindelijk zal beoordelen als ze de betrouwbaarheid van de kroongetuige in zijn geheel toetst.’

Ausma: ‘Er kunnen wel honderd mensen zeggen dat je iets wel of niet hebt gedaan, maar daar gaat het niet om. Het gaat om de concrete wetenschap. Wat weet jij nu precies meer dan de ander? Fred heeft gezegd: ik ga alles vertellen, ik ga niet liegen, ik ga niks achterhouden. Nou ja, dan komen er dingen waar je uiteindelijk gesteggel over krijgt. Bijvoorbeeld de liquidatie van Cor van Hout. De getuigen die zijn opgetrommeld en zeggen dat Fred erbij betrokken is geweest, vind ik niet erg indrukwekkend.’

Het zijn ex-vriendinnen en vrienden van vroeger die zich nu tegen hem keren. Raakt hem dat?
De Jong: ‘Nou, er zijn wel heel moeilijke, pijnlijke momenten. Die bespreken we dan samen in het getuigenhokje. Fred heeft ook gezegd: ik heb hier zelf voor gekozen. Ik weet wat ik voor m’n kiezen ga krijgen. Desondanks blijven sommige dingen pijnlijk. Het is de gedachte dat omdat je deze stapt neemt, iedereen zegt: “Die is besmet, daar wil ik niks meer mee te maken hebben.” Dat je een outcast bent geworden.’
Ausma: ‘Ik geef toe, Fred is geen Jezus, maar bij Jezus gebeurde precies hetzelfde.’ En hij haalt nog maar eens een citaat aan van de gewilde cliënt die hij nooit had. ‘Eer de haan heeft gekraaid, zult gij mij driemaal hebben verloochend.’

Liquidatieproces Passage

In tijd, omvang en kosten is het Amsterdamse liquidatieproces ongekend in de Nederlandse strafrechtgeschiedenis. In 2006 en 2007 begon de vervolging tegen elf verdachten die volgens het OM een moordorganisatie vormen die onder meer verantwoordelijk is voor de dood van drugshandelaar Kees Houtman (2005) en kroegbaas Thomas van der Bijl (2006). Bekende namen onder de verdachten zijn Dino Soerel en Jesse R. Sinds het begin van het proces is er een verdachte bezweken aan een ziekte, werd een ander geliquideerd en overleefde een derde ternauwernood een moordaanslag. Ook de naam Holleeder komt veelvuldig voorbij, maar hij wordt in een separaat proces vervolgd voor meerdere moorden. De vervolging in het liquidatieproces is uniek omdat er sprake is van maar liefst twee kroongetuigen: Peter La Serpe en Fred Ros – medeverdachten met bloed aan hun handen. In eerste aanleg kregen meerdere verdachten levenslang, maar hoofdverdachte Dino Soerel werd vrijgesproken van de liquidaties. In het nu lopende hoger beroep hoopt het OM ook Soerel veroordeeld te krijgen. Daartoe hebben de aanklagers onder anderen Fred Ros in stelling gebracht. Het arrest van het Amsterdamse hof wordt begin volgend jaar verwacht – dan zal blijken hoe betrouwbaar de raadsheren het verhaal van Fred Ros vinden.