Vandaag ontvangt koning Willem-Alexander de Rwandese president Kagama. Ondertussen werd dit weekend de persvrijheid in Nederland door Rwandese veiligheidsdiensten grof geschonden.

Je gaat er in Nederland vanuit dat de persvrijheid is gegarandeerd. Dat je als journalist, ook al ben je kritisch, bij bijeenkomsten wordt toegelaten om verslag te doen. Maar zo werkt het niet als de president van Rwanda, Paul Kagame op bezoek komt. Ter ere van zijn komst organiseerde de Rwandese ambassade in Nederland gisteren een groots opgezette Rwanda Day in de RAI in Amsterdam.

Voor de ingang stonden honderden tegenstanders van de president te demonstreren. Want Kagame mag in Nederland een welkome gast zijn – hij wordt vandaag zelfs ontvangen door koning Willem Alexander  – hij is óók een omstreden figuur. Zo blijkt uit jarenlang onderzoek van de Verenigde Naties dat tijdens zijn presidentschap duizenden burgers zijn gedood in Congo en Rwanda. Dat zogenaamde mapping-report is precies vijf jaar geleden verschenen, zonder dat er ooit consequenties aan zijn verbonden. Het kan niet langer worden genegeerd, vindt Human Rights Watch.

Journalisten die gisteren de Rwanda-dag wilde bijwonen, mochten de zaal niet in. Onder hen was ook Peter Verlinden, verslaggever van het Belgische VRT-journaal. Hij maakte een verslag van de bijeenkomst, maar moest buiten blijven. ‘We werden bedreigd en uitvoerig gefotografeerd door de Rwandese veiligheidsdiensten,’ schrijft Verlinden op zijn Facebookpagina. ‘Tegenover de Nederlandse politie werden we door de organisatoren bestempeld als “tegenstanders”. Daarop heb ik heb mij moeten verantwoorden bij de politie en heb ik uitgelegd dat wij werken voor de Belgische openbare omroep. (…) Het is de eerste keer dat ik in Europa zo’n soort situatie meemaak. In Rwanda heb ik dat al wel meegemaakt. Vandaar de eindeloze angst van de meeste Rwandezen: je weet nooit of je vroeg of laat opgepakt wordt en wat dan …’

Verlinden krijgt al sinds 2008 geen visum meer voor Rwanda. Hij berichtte al in 1998 over de moordpartijen die Kagame’s troepen hadden aangericht tijdens hun opmars in 1994.

Ook de Nederlandse freelance journalist Anneke Verbraeken, die regelmatig voor Vrij Nederland over Rwanda schrijft, raakte gisteren in de problemen, schrijft ze in een brief die vanochtend is verstuurd aan minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken. Verbraeken wilde foto’s nemen van pro-Kagame demonstranten die buiten op straat met blauwwitte petjes op stonden te demonstreren. Ze bevond zich op dat moment op de openbare weg. Desondanks kwamen leden van de Rwandese ordedienst op haar af die naar haar eigen zeggen ‘begonnen te trekken en te duwen’, waarna ze struikelde en op de grond viel. Een van de mannen sloeg haar mobiele telefoon uit haar hand, rende er mee weg en verschool zich tussen de pro-Kagame aanhangers.

Verbraeken riep daarop de op straat aanwezige politie, maar haar telefoon kreeg ze niet terug. Ze diende een klacht in tegen de Rwandese ambassade. ‘Zij maakten van Amsterdam een onvrije stad waar de persvrijheid werd geschonden, door mores te hanteren die in ons land niet gebruikelijk zijn,’ aldus Verbraeken. In de brief aan de minister benadrukt Verbraeken dat in de afgenomen telefoon informatie kan zitten die mensen in Rwanda in gevaar kan brengen. ‘Daarom wil ik u vragen op een of andere manier te bezien hoe deze mensen beschermd kunnen worden. Een lijstje met namen kan ik u doen toekomen. Ik hoef u niet uit te leggen hoe het regime omgaat met tegenstanders.’

Ook van de Rwandese journalist Serge Ndayizeye van Radio Itahuka werd overigens apparatuur en telefoon afgepakt. Hij kreeg naar eigen zeggen flinke klappen.

Directeur Tanja Bergen van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten laat weten het relaas van Verbraeken ‘met verontwaardiging’ te hebben gelezen en de oproep aan Koenders ‘volledig te steunen’.

NVJ-secretaris Thomas Bruning noemt het ‘schokkend’ wat Verbraeken is overkomen. ‘Het vraagt om een snelle actie vanuit Buitenlandse Zaken zodat fysiek geweld tegen journalisten niet onbestraft blijft. Wij steunen Anneke dan ook in haar brief richting Buitenlandse Zaken en zullen ook zelf aandringen op actie bij de minister op dit punt.’

Het ministerie heeft nog niet gereageerd op de gebeurtenissen.