De kwaliteitsmedia zeggen ‘terughoudend’ met de peilingen om te gaan. Wat komt daar in de praktijk van terecht?

Eigenlijk had iedereen die erover had nagedacht al zo’n vermoeden, maar sinds deze zomer is het ook wetenschappelijk bewezen: kiezers stemmen graag op een winnaar.

In juni publiceerde Tom van der Meer, politicoloog aan de UvA, het eerste grootschalige onderzoek naar wat in Amerikaanse campagnetaal het ‘bandwagon-effect’ heet: de neiging van kiezers om met zijn allen achter de wagen met de muziek aan te lopen. Dat wil zeggen: te gaan stemmen op de partij of partijen die het goed doen in de peilingen. Half mei kregen de 23.000 deelnemers aan het EenVandaag Opiniepanel de laatste uitslagen van de peiling van Maurice de Hond voorgelegd, maar met verschillende begeleidende teksten over de PvdA: positief (‘groei sinds vertrek Cohen’), neutraal (‘nagenoeg onveranderd’), negatief (‘verlies sinds 2010’), of zonder commentaar. Van de groep die alleen de cijfers had gezien, zei 15,2 procent op de PvdA te zullen stemmen, van de groep die een positieve duiding had meegekregen van de zetelgroei was het 17,1 procent. De conclusie van Van der Meer: de cijfers an sich beïnvloeden het stemgedrag niet, de bijgeleverde verklaring wél.

In de praktijk blijkt NRC Handelsblad echter niet al te consequent

Andere politicologen en verschillende peilers probeerden de bevindingen van Van der Meer te relativeren, maar over één ding zijn de experts het eens: peilingen hebben wel degelijk effect op het stemgedrag, zeker als mensen strategisch gaan stemmen. En dat komt meer voor dan ooit, nu bijna veertig procent van de kiezers twee weken voor de verkiezingen nog blijkt te ‘zweven’.

Des te meer reden voor de media, vindt Van der Meer, om heel zorgvuldig met de peilingen om te gaan. ‘Maar dat gaat de hele tijd mis. De peilers rapporteren te vaak verschuivingen ten opzichte van de peilingen van een week ervoor, die niet significant zijn. En de media nemen vaak klakkeloos de interpretaties van de peilbureaus over. Of laten er zelfs eigen analyses op los, die wetenschappelijk helemaal niet hard te maken zijn. Schrijf je na een debat tussen de lijsttrekkers: ‘SP daalt fors’, of schrijf je: ‘Zetelaantal SP verdubbelt nog steeds ten opzichte van de vorige verkiezingen’? Zo kunnen peilingen een selffulfilling prophecy worden. Dat is slecht voor de democratie.’

Alle reden om op een rijtje te zetten hoe de kwaliteitsmedia in Nederland, van NRC Handelsblad tot de NOS, met de peilingen omgaan. De internationale standaard wordt gezet door The New York Times, die in 2006 een richtlijn van zes pagina’s opstelde. Harde regels zijn onder meer: bij ieder artikel moeten de onderzoeksmethode en de foutmarge worden vermeld. Peilingen direct na een debat zijn ‘zeer onbetrouwbaar’ en dus uit den boze. Ook peilingen waarvoor respondenten zichzelf kunnen aanmelden moeten worden genegeerd. Zoals die van Maurice de Hond, de peiler die sinds afgelopen maandag weer iedere dag mag aanschuiven bij De Wereld Draait Door. Welke richtlijnen hanteren de Nederlandse media? En in hoeverre houden ze zich daaraan?

Ombudsman Sjoerd de Jong van NRC Handelsblad voelt zich enigszins overvallen. ‘Ik geloof dat er wel iets over staat in ons Stijlboek,’ zegt hij. ‘En verder hebben we natuurlijk een zekere prudentieregel, maar die is informeel.’ In het Stijlboek blijkt echter niets over de peilingen te staan. We gaan dan ook te rade bij Herman Staal, chef van de politieke redactie. Hij zegt: ‘We hebben inderdaad geen richtlijnen op papier. Maar we proberen zeer terughoudend met de peilingen om te gaan. We brengen peilingen op zichzelf niet als nieuws, behalve op de website. En als we er wel over berichten, laten we verschillende peilingen over een langere periode zien, soms met vermelding van de foutmarge. We proberen er ook geen harde conclusies aan te verbinden.’ In de praktijk blijkt de krant echter niet al te consequent: in de korte berichten die NRC Handelsblad in verkiezingstijd bovenaan de actuele pagina’s brengt, wordt geregeld maar één peiling vermeld, zonder vermelding van context en uitleg. ‘Inderdaad,’ zegt Staal, ‘er slipt wel eens wat tussendoor.’

De Volkskrant heeft de naam wat losser over de peilingen te berichten dan NRC. Maar Raoul du Pré, chef van de Haagse redactie, bezweert dat de krant er ‘over het algemeen’ heel voorzichtig mee om probeert te gaan. ‘Maar het is een duivels dilemma. In verkiezingstijd bestaat er een grote gretigheid naar peilingen. Dan willen we toch graag laten zien hoe het ervoor staat. Ook omdat politieke partijen hun strategie aan de peilingen aanpassen. Je kunt als dagblad niet om de peilingen heen.’ Afgelopen week besloot Du Pré bij een eigen artikel (‘Campagne kantelt: Paars III doemt op’) niét de peiling van EenVandaag te vermelden, waarin de SP acht zetels verloor, maar die van De Politieke Barometer, waarin de Socialisten maar drie virtuele zetels moesten prijsgeven. ‘Dat is toch wat gematigder.’

‘Voor je het weet doe je mee aan het zichzelf versterkende effect’

Volgens de Nederlandse Nieuws­monitor is het dagblad Trouw van de Nederlandse kranten het meest terughoudend in de omgang met de peilingen: afgelopen jaar besteedde het dagblad er bijna twee keer minder aandacht aan dan de anderen. ‘We proberen onze berichtgeving over de peilingen tot een minimum te beperken,’ zegt Cees van der Laan, chef van de Haagse redactie. ‘Wij willen in ieder geval niet meedoen aan de wedstrijd die vooral de actualiteitenrubrieken op tv ervan proberen te maken. Bijvoorbeeld RTL Nieuws, met hun zogenaamde “Premiersdebat”. De deelnemers waren uitgezocht op grond van de laatste stand in de peilingen. Ik vind dat stuitend.’

Pieter Klein, adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws, kent de kritiek. ‘Wij zijn niet zo van de afdeling richtlijnen,’ zegt hij. ‘Maar we zijn ons zeer bewust van het bandwagon-effect dat peilingen kunnen hebben. Daarom hebben we de kandidaten voor het Premiersdebat bewust gebaseerd op de onderstroom in vier verschillende peilingen. Er is nog even overwogen om alleen Rutte en Roemer tegenover elkaar te zetten, maar ik dacht toen al: we moeten de PvdA nog niet uitvlakken.’

De grote concurrent van RTL Nieuws, de NOS, is de enige nieuwsorganisatie die sinds kort een geschreven richtlijn voor de omgang met de peilingen hanteert. Eind mei stuurde Marcel Gelauff, hoofdredacteur van NOS Nieuws, een e-mail aan alle nieuwsredacties met een aantal ‘basisafspraken’. Zoals: ‘Op www.nos.nl doen we altijd de drie grote peilingen compleet met een staatje’, ‘Neem geen duidingen van Maurice de Hond of andere bureau’s over, alleen de cijfers. Houd het feitelijk. Dus niet: “PvdA profiteert van keuze voor Samsom”. Want dat weet Maurice niet.’

Maar ook bij de NOS blijkt de praktijk weerbarstig. In de weken na de dringende opdracht van de hoofdredacteur verschenen er op de site van de NOS alweer berichten over één enkele peiling: ‘SP hoger in peiling De Hond’ en ‘Peiling: SP drie erbij, PVV drie eraf’, met verklarende teksten als: ‘De SP blijft daarmee de tweede partij van Nederland’.

Zo gaat het ook met de goede voornemens van EenVandaag, het actualiteitenprogramma dat in samenwerking met Intomart GfK wekelijks ‘De Stemming’ brengt. Hoofdredacteur Jan Kriek betoogt dat in het programma een aparte ‘duider’ voor de nuance zorgt, dat op de site een uitgebreide wetenschappelijke verantwoording te vinden is, en dat er een Raad van Toezicht is met onafhankelijke experts. Maar hoe luidt een van de laatste persberichten van EenVandaag? ‘SP ZAKT FORS. De eerste echte campagneweek heeft grote gevolgen voor de SP: de partij verliest 8 zetels en zakt van 38 naar 30 zetels. Hiermee is de VVD, die van 35 naar 33 zetels gaat, nu de grootste partij.’ Wie de nuance zoekt moet doorklikken naar de website. Ziedaar het probleem: voor je het weet gaat zo’n bericht een eigen leven leiden.

Dat weet ook Carel Kuyl, hoofdredacteur van Nieuwsuur. ‘Iedere redactievergadering zeg ik weer: denk eraan jongens, de peilingen zijn geen wedstrijd. Dan wordt er heilig geknikt. Maar even later klinkt het weer: “Samsom was de winnaar van het debat, wat gaan we daarmee doen?” Het is een lastig dilemma. Als nieuwsorganisatie kun je niet om de peilingen heen, maar voor je het weet doe je mee aan het zichzelf versterkende effect.’

De vraag is: hoe moet het dan wel? In Frankrijk geldt een peilverbod in de laatste week voor de verkiezingen, in Luxemburg zelfs voor de laatste vier weken. Cees van der Laan van Trouw pleit ervoor dat ook de media in Nederland in de laatste week geen aandacht meer aan de peilingen besteden. Raoul du Pré van de Volkskrant wil daar best over nadenken. ‘Interessant idee,’ zegt hij.

Maar volgens Carel Kuyl is zo’n verbod ‘niet meer van deze tijd’: ‘Dan word je aan alle kanten ingehaald door de andere media. Daar heeft niemand iets aan.’

Ook politicoloog Tom van der Meer meent dat je met zo’n radiostilte niets oplost. ‘We moeten zeker niet stoppen met peilen. Peilingen vervullen een belangrijke functie in de informatievoorziening. Maar een gemakzuchtige omgang met de peilingen kan perverse effecten hebben. Dat is keihard de verantwoordelijkheid van de media. Zo moeilijk is het niet: hou je bij de feiten.’