Premier Rutte bezocht deze week de New Yorkse wijk Williamsburg voor inspiratie. Dat is mooi, want daar kon hij meteen leren hoe gentrificatie kan ontsporen.

De munitie was dit keer cornflakes. In de Londense wijk Shoreditch stortte afgelopen weekend een woedende menigte zich op een ontbijtcafé. Een mars tegen gentrificatie was er geëindigd. Varkensmaskers op hun hoofd, fakkels in de hand. De deuren van het café hielden het nauwelijks, en behalve verf gingen er ontbijtgranen tegen de ruiten.

Het Cereal Killer Café – inderdaad een naam waarvan je spontaan naar de ontbijtgranaten grijpt – was bewust gekozen. De misstand in dit verband: het vragen van maar liefst zes pond voor een bakje muesli. En dat terwijl er in de omgeving mensen tot de voedselbank zijn veroordeeld, zo verdedigde een belager zich in the Guardian. Dit kleine vandalisme tegen het café zou verbleken bij de brutaliteit van de gentrificatie die de levens van zoveel kwetsbare Londenaren verwoest.

Onze eigen minister-president besteeg deze week een boot in New York, om de overzijde van de Hudson-rivier te bezoeken. Wellicht geïnspireerd door de bruisende metropool, waagde hij zich aan een vlog. Met wapperend haar en nauwelijks verstaanbaar vertelt hij daarin over zijn bestemming Williamsburg. ‘Een wijk die heel slecht was en waar nu kunstenaars en andere mensen zijn komen wonen, die de wijk vooruithelpen,’ aldus de premier. Daar kon Nederland ongetwijfeld iets van leren. Op Facebook verscheen later nog een foto van Rutte op hardloopschoenen in de brouwerij van het wereldwijd populaire Brooklyn bier. Hij had ze gevonden hoor, de ondernemende kunstenaars!

De laatste serieuze protesten tegen gentrificatie dateren in Williamsburg al van vijf jaar geleden. In de L-train, die Manhattan met de wijk verbindt, zie je al haast alleen nog witte boorden en aktentassen. De frontlinie ligt inmiddels bij Bushwick, waar door demonstranten al dezelfde oorlogstaal als in Shoreditch wordt uitgeslagen.

Wie de protesten analyseert ziet meteen het ongemak eraan. In de praktijk zie je er namelijk alleen, tja – hipsters. Het is wat columnist Dan Hancox in the Guardian het Shaggy-mechanisme noemt. Je doet eraan mee, maar roept tegelijkertijd: it wasn’t me! Is dat zelfhaat? Deels misschien. Maar het is bovenal het ongemak dat ook de vrolijke cornflakescafés en bierbrouwerijtjes uiteindelijk vooral de projectontwikkelaars en vastgoedeigenaren in de kaart spelen. Hipsters zijn voor hen de honing, een soort verkenningsleger om de wijk te ontginnen. Pas daarna kunnen de prijzen pas echt gaan stijgen.

In die zin had Rutte een perfect voorbeeld uitgekozen. In Williamsburg zie je hoe gentrificatie kan ontsporen. Dat er kunstenaars en quinoa kwamen is het probleem niet; dat de volledige geliberaliseerde huizenmarkt de oorspronkelijke bewoners én problemen verplaatste naar nog verder buiten het centrum wel.

Benieuwd wat Rutte er geleerd heeft. Misschien dat het Nederlandse systeem met veel sociale woningbouw onze steden van oudsher relatief gemengd heeft gehouden. Dat we nog moeten uitkijken, voor we het kind met het badwater weggooien. Dat onbetaalbare wijken uiteindelijk zelfs New Yorkers doet vrezen voor een stagnatie van de creatieve en diverse stad. Laten we dat maar hopen. Voordat de muesli hier ook door de straten vliegt.