Reportage / Turkse volksmuziek leeft

Het repertoire waaiert uit van Georgisch, Azerisch en Roma tot Laz, Armeens, Kazachstaans en Zaza

Even dreigt er een verbaal getouwtrek te ontstaan: volgens mijn gegevens bestaan er in Turkije achtendertig talen waarvan er twee zijn uitgestorven, maar volgens Riza Okcu zijn het er veel meer. ‘Tachtig,’ roept hij triomfantelijk, terwijl hij zijn grote armen met een weids gebaar de lucht in gooit. Riza Okcu was als gitarist aanwezig bij de oprichting van de Turkse groep Kardes Türküler in 1992. Tegenwoordig speelt hij niet mee, maar als drijvende kracht achter het label Kalan is hij nog altijd nauw betrokken bij de band.

Kardes Türküler (‘Liederen van broederschap’) is een van de groepen die optreden in het kader van het festival Turkey Now. Zoals Turkey Now wil laten zien van welke muziek de moderne Turken houden (alle jonge Turken in Istanbul zijn ervan overtuigd dat wij in West-Europa, door de verstarde leefpatronen van de immigranten, een verkeerd beeld hebben van de Turkse cultuur), zo wil Kardes Türküler het beeld van de door Atatürk ingevoerde Turkse eenheidsstaat corrigeren. Want in werkelijkheid bestaat Turkije uit een lappendeken van etnische minderheden, waarvan de Koerden, Armeniërs en Azerbeidzjanen de bekendste zijn.

Percussioniste Diler Özer ontmoet ik in het kleine, rommelige kantoortje van Riza Okcu. Overigens vertegenwoordigt deze plek juist volop het oude Turkije. Kalan is gevestigd in een grauw betonnen complex, waarin tientallen labels en muziekorganisaties kantoor houden: karakteristiek voor het ouderwetse gildesysteem dat op talloze plaatsen in Istanbul zichtbaar is. Het kantoortje van Riza Okcu staat bovendien binnen een paar minuten blauw van de rook – nog zo’n teken dat Turkije niet helemaal gelijk op gaat met de West-Europese zeden. Diler Özer is een kleine tengere vrouw die gespannen aan haar sigaret lurkt. Pas later, als ik haar zie spelen, begrijp ik dat deze nervositeit onderdeel is van haar temperament. Lenig en geconcentreerd als een kat die op jacht is, springt ze rond haar trommels. In één oogopslag begrijp je dat percussie haar verlost van een teveel aan energie.

Ze vertelt hoe Kardes Türküler in 1992 werd opgericht door een groep studenten, die geïnteresseerd was in de muziek en dans uit Anatolië, Thracië en Mesopotamië. ‘Halverwege de jaren tachtig begonnen de Koerden voor hun rechten te vechten. En je hoefde niet zelf Koerd te zijn om je die situatie aan te trekken. In feite was het een oorlog, maar de overheid noemde het een low intensified conflict. In het kielzog van het Koerdisch verzet zeiden ook andere etnische minderheden: ‘Wij willen onze cultuur vrij kunnen beleven.’ De Laz gingen bijvoorbeeld traditionele liederen zingen. Hetzelfde geldt voor de Georgiërs, Kirgiziërs en Armeniërs. Rond 1992 begonnen de Armeniërs boeken te drukken in hun eigen taal. Er werden allerlei culturele centra opgericht zoals het MKM, het Mesopotamische Centrum voor Cultuur. Veel etnische minderheden gingen op zoek naar hun wortels. Dat raakte ons.’

Dat de Turkse identiteit maar een dun laagje vormt, blijkt al snel in het contact met Turken in Istanbul. Van religie weten ze niets, zo benadrukken bijna al mijn gesprekpartners, maar van hun etnische afkomst zijn ze zich vaak zeer bewust. Mijn Turkse medepassagier in het vliegtuig, die geboren is in Nederland, beaamt ook onmiddellijk het multiculturele karakter van Turkije. Zelf stamt ze af van de Alevieten, een religieuze minderheid. Ze vertelt over de beruchte brand in Sivas in 1992 waarbij veertig à vijftig Alevieten omkwamen. ‘In dat hotel werd een cultureel festival gehouden waarbij een standbeeld voor een schrijver zou worden onthuld. In een moskee iets verderop heeft de imam dat aangegrepen om de gelovigen op te stoken: afgoderij. Daarop heeft een groep moslims het hotel in brand gezet. Dat was het begin van de discussie over wij-en-zij.’

Diler Özer en Riza Okcu bevestigen dat dit incident grote impact heeft gehad. ‘De Sivas massacre was een provocatie,’ zegt Okcu. ‘Het was geen spontaan gebeuren, maar nauwkeurig geregisseerd. Het was het begin van de zogenaamde “onopgeloste moorden”, een eufemisme voor: we weten wie het gedaan heeft, maar kunnen het niet bewijzen. Politieke moorden dus.’

Het antwoord van Kardes Tür­küler op deze spanningen bestaat uit muziek en dans. ‘Wij benadrukken juist de culturele identiteit van de liedjes die we brengen,’ zegt Diler Özer. ‘Wij zingen liederen in hun originele taal, wat zeker in het begin bepaald niet vanzelfsprekend was. Sinds de oprichting van de republiek werden Koerdische teksten consequent vertaald naar het Turks. De republikeinen kenden die liedjes dus als Turks en noemden ze “traditioneel” of “anoniem”. Hoezo anoniem? Er bestaat een liedje dat zowel een Turkse, Armeense, Koerdische als Azerische versie kent. Op ons eerste album staat dat lied in het Armeens om te herinneren aan de eigenlijke oorsprong. Natuurlijk zijn er meer groepen die in het Koerdisch of Armeens zingen, maar wij presenteren de gezamenlijkheid van al die culturen naast elkaar.’

In de praktijk betekent dit dat de zanger van Kardes, Vedat Yildirim, de een na de andere talenstoomcursus volgt, want het repertoire waaiert uit van Georgisch, Azerisch, Grieks en Roma tot Laz, Armeens, Kazachstaans en Zaza. ‘Helaas komen we weinig aan veldwerk toe,’ vertelt Özer, ‘maar we luisteren veel naar traditionele volksmuziek, doen research en leggen in Istanbul contact met muzikanten uit de regio.’

Op mijn vraag of het ook de bedoeling is de traditie te bewaren, werpt ze me een geërgerde blik toe. ‘Wat is een traditie? Is dat een moment in een ver verleden, een gouden eeuw waarin alle mensen gelukkig waren en alles goed ging? Elke cultuur is voortdurend in beweging en liederen veranderen omdat de leefgewoonten van mensen veranderen. Als je culturen kunstmatig in stand wilt houden, ontken je dat er een uitwisseling gaande is tussen verschillende culturen. Ze beïnvloeden elkaar onophoudelijk.’

Een authentieke uitvoering dan? ‘Wat is authentiek?’ kaatst ze de bal opnieuw terug. ‘Hoe ver moet je teruggaan in het verleden om de allerauthentiekste versie van een lied te vinden? Dat is niet onze ambitie. Wij baseren ons op de tradities in ons land en proberen daarbinnen een eigen stijl en een nieuwe muziek uit te vinden. Tenslotte leven we in een metropool als Istanbul. Dat is onze realiteit.’

De eigen stijl van Kardes Tür­küler blijkt vooral uit de uitbundige arrangementen. Worden volksliedjes meestal uitgevoerd door één zanger en twee instrumenten, bij Kardes, dat bestaat uit een harde kern van tien man, kan het aantal muzikanten uitdijen tot dertig, met een opvallend uitgebreide ritmesectie en een groot aantal zangers. Soms heeft de groep de allure van een swingende popband, soms de intimiteit van een klassiek ensemble. De percussie benadrukt het rituele karakter van de muziek, terwijl de zanglijnen met hun klaaglijke kwarttonen een sfeer van verlangen en heimwee oproepen.

Door de identiteit van de verschillende minderheden zo openlijk te etaleren, zaagt de groep eigenlijk aan de poten van de Turkse staat, maar in zijn vijftienjarig bestaan is Kardes nooit serieus bedreigd. Met een verwijzing naar het Ottomaanse Rijk, waarin alle nationaliteiten eeuwenlang in harmonie naast elkaar leefden, propageren de muzikanten vreedzame coëxistentie. Tegelijkertijd bestaat er consensus over het feit dat het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk juist heeft geleid tot de sterke eenheidsstaat van Atatürk.

Riza Okcu vat de situatie samen als een ‘identiteitsprobleem’. ‘Het probleem van Turkije is een verkeerd moderniseringsproces,’ zegt hij. ‘Dat gaat niet over etnische identiteit of religie, niet over oost of west, maar over een te abrupte verandering. Van de een op de andere dag werden wij, bij besluit, modern. Het alfabet werd veranderd, we kregen een andere taal, iedereen werd Turk – zonder dat de bevolking ergens naar werd gevraagd.’

Diler Özer knikt heftig: ‘De Turkse republiek is gestoeld op ontkenning.’

Kardes is te zien op 23 februari in De Doelen, Rotterdam, en 24 februari in het Tropentheater, Amsterdam