01-03-2008
Door Pieter van Os

De heilsverwachting bij Ajax is nagenoeg absoluut nu het fenomeen Johan Cruijff als adviseur ‘de structuren’ van de club gaat ‘neerzetten’. Maar ieder voordeel heb z’n nadeel, dus bij deze een paar schaduwkanten van de aanstelling. Al was het maar om geestelijk te zijn voorbereid op een mogelijke mislukking.

‘Ik stond bij hem in de lift!’ Een medewerker van het NOS Journaal gooit zijn gebalde vuisten in de lucht en gilt van opwinding. Een volwassen man. In deze donkere dagen van het Nederlandse voetbal is alleen de nabijheid van de messias al genoeg voor opwinding.

Even later zal Johan Cruijff in hetzelfde gebouw in een interview met Jack van Gelder zeggen dat hij als adviseur de ‘structuren’ van de club zal neerzetten. En, belangrijker, dat wij hem ‘mogen aanspreken’ op het resultaat. ‘Ik ben verantwoordelijk voor de keuzes.’ Dat is even geleden.

De jubel over zijn terugkeer is begrijpelijk. Tegelijk blijkt dezer dagen dat Cruijff, die
jarenlang langs de zijlijn is gebleven, maar met zijn apostelen op belangrijke posities in de media en zijn reputatiebeheer ondergebracht in een heuse foundation, is uitgegroeid tot een onbetwist fenomeen. Toen hij nog beslissingen nam met consequenties voor spelers, clubs en prestaties, was hij natuurlijk ook een fenomeen. Maar onbetwist was hij nog nooit.

Crack op krukken
Een voordeel van de nieuwe verantwoordelijkheid van Cruijff is dat het nu een kwestie van weken is dat Nederland ook de wedergeboorte van de Cruijff-hater zal meemaken. Gelukkig, want alleen met enige tegenstand behoudt de Cruijff-verering haar glans.

Momenteel is het nog behelpen. Alleen Ron Jans, trainer van FC Groningen, zei het ‘allemaal onzin’ te vinden. En binnenkort komt onvermijdelijk ook een teken uit Eindhoven, waar de oude Cruijff-vijand Gerald Vanenburg laatst zijn langverwachte, eerste overwinning haalde met een club uit de bodem van het betaalde voetbal. Ook Leo Beenhakker, momenteel bondscoach van Polen, liet voorzichtig doorschemeren niet zo van de laatste ontwikkelingen te genieten als de meeste Ajax-liefhebbers. Don Leo, nog niet zo lang geleden technisch directeur van Ajax, in een reactie: ‘Laat mij lekker met rust.’

Niet toevallig was juist Beenhakker betrokken bij het moment waarop Cruijff voor zijn fans de status verkreeg van ultieme wizard van de voetbalconsultancy. Het was 1980, enkele maanden voordat Cruijff na jaren afwezigheid zijn rentree maakte op de Nederlandse velden. Officieel was hij in dienst van de Washington Diplomats, een team in Amerika. Maar omdat het seizoen daar stillag, adviseerde Cruijff de Ajax-selectie. Heel Nederland zag die avond op Studio Sport hoe, eerder op de dag tijdens een thuiswedstrijd tegen FC Twente, een suppoost hem op het veld liet om naast Beenhakker plaats te nemen in de dug-out. Het stond 1-3 voor FC Twente. Met de destijds onafscheidelijke Camel-filter en met veel handgebaren dirigeerde Cruijff het team naar een 5-3 overwinning. Na de wedstrijd verklaarde hij ‘een gat tussen de linies’ te hebben gezien, ‘zo groot dat ze er een autotentoonstelling in hadden kunnen houden’.

Voor de autoriteit van trainer Beenhakker was het geen geweldige actie. Later zou die zeggen: ‘Ik had hem toen voor de camera’s een linkse hoek moeten geven.’

Toen Cruijff bijna een jaar later terugkeerde in het shirt van Ajax was de schare Cruijff-haters gegroeid. Frits Barend en Henk van Dorp schreven in Vrij Nederland dat de helft van Nederland hoopte op een mislukking. De meerderheid van de sportpers had zelfs partij tegen Cruijff gekozen. Een ‘crack op krukken’ werd hij genoemd, een onverbeterlijke ruziemaker.

Daar waren redenen voor. Cruijff had geweigerd mee te gaan naar het WK in Argen­tinië, wat Oranje volgens sommigen de overwinning had gekost. Ook de reputatie een geldwolf te zijn, die hij samen met zijn schoonvader voortvarend had gevestigd, deed hem geen goed. In die jaren, kort na het linkse kabinet-Den Uyl, werd zijn naam in menig dagblad als Cruijff gespeld, met twee inmiddels bijna vergeten florijntekens op het einde van zijn naam.

Ook daarna heeft Cruijff nog veel beslissingen genomen die zijn tegenstanders in de kaart hebben gespeeld. Zo zou hij als trainer van Ajax zo lang inpraten op de speler Frank Rijkaard dat die verontwaardigd een training verliet, om nooit meer terug te komen. Laatste woorden: ‘Ga toch weg met je eeuwige gezeik!’ Ook worden Cruijffs mis­kopen als trainer van Ajax in kleine kring nog fluisterend in herinnering gebracht: Frank Stapleton (die alleen zonder Cruijff wist te presteren), Jan Sorensen (idem) en Allistair Dick (die het na Cruijff nergens meer bleek te kunnen).

Nepotisme
Bij Ajax zal Cruijff, zo heeft hij beloofd, zich ook met ‘technisch’ beleid bemoeien. Voor niet-voetbalkenners: dat betekent de in- en verkoop van spelers. Het is reden voor veel hoop en opwinding, ook bij schrijver dezes, maar het kan ook teleurstellingen opleveren, want door Cruijffs eigenzinnige kijk op de kwaliteiten van spelers worden nogal eens suboptimale keuzes gemaakt.

Zo vond Cruijff de Feyenoorder Mario Been een waardige opvolger bij Feyenoord. Hij vindt de internationale topspits Ruud van Nistelrooy te matig voor het Nederlands elftal. (‘Een afmaker’ was het aardigste dat hij ooit over Van Nistelrooy over zijn lippen kreeg.) Hij meende dat de Portugese middenvelder Dani ‘altijd moet worden opgesteld’. (Misschien omdat hij zijn naam uitsprak als die van zijn vrouw. Toenmalig NOS-medewerker Annette van Trigt: ‘Je bedoelt Daa-ni?’ Cruijff: ‘Ja, dat zeg ik, Dan-ni.’) Hij dichtte Tarik Oulida, verpieterd op de bank in Spanje en vervolgens in het veld in Japan, een aanzienlijk grotere toekomst toe dan generatiegenoten Edgar Davids (74 interlands) en Clarence Seedorf (de enige speler die met drie verschillende clubs de Champions League won). Zlatan Ibrahimovic noemde Cruijff in een van zijn talrijke wedstrijdanalyses meer dan eens ‘een technisch beperkte voetballer’. Later nuanceerde hij dat met de sofistische uitspraak: ‘Voor een slechte voetballer heeft hij een goede techniek. Voor een goede speler een slechte techniek’.

Over het spelsysteem dat tegenwoordig de meeste navolging krijgt en waarmee talloze landen WK’s wonnen en clubteams de Champions League, zei Cruijff niet lang geleden: ‘Je kunt niet met twee spitsen spelen, want dan krijg je oneven getallen en dan kan een elftal niet functioneren.’ Ook zijn nepotisme maakte hem kwetsbaar. In Barcelona stelde hij niet alleen veelvuldig zijn toen nog jonge zoon op, maar zorgde hij er ook voor dat zijn schoonzoon een contract kreeg bij de club als keeper. Nooit is gebleken dat de man boven een matig amateurniveau is gekomen. Uiteindelijk werd hij ‘kicker’ in de Amerikaanse variant van het spel, American football.

Gelijk krijgen
Cruijff als adviseur. Hij is het eerder geweest, gevraagd en ongevraagd. Sterker, volgens Jack van Gelder, televisiepresentator en kennis van Cruijff, heeft de voetballer bij operaties zelfs chirurgen geadviseerd. Die durfden hem niet weg te sturen. Een topgolfer uit Amerika voelde niet dezelfde schroom toen Cruijff hem ongevraagd uitleg gaf over golfclubs.

Uit Amerika stamt nog een andere veelzeggende anekdote. Tijdens een trainingskamp in Florida bleek de chauffeur van de spelersbus de weg kwijt te zijn. Cruijff voelde zich ogenblikkelijk geroepen en dicteerde op dwingende toon de vermoedelijke route. ‘Het was werkelijk bizar,’ concludeerde de oud-speler Marcantonio toen hij vorig jaar zijn getuigenverklaring gaf. ‘De man was nog nooit in Florida geweest!’ Maar geen van de aanwezigen blijkt zich te herinneren of Cruijff ook gelijk had, wat toch eigenlijk het enige is dat telt voor de man die Ajax gaat redden.

Want gelijk hebben is een, gelijk krijgen het belangrijkste. Dat is een ander gevaar dat dreigt: dat Ajax wel naar hem wil luisteren, maar niemand hem begrijpt. De Ameri­kaanse advocaat Steve Danzanksy verwoordde het mooi toen hij herinneringen ophaalde aan het eerste, onsuccesvolle jaar dat Cruijff onder contract stond van de Washington Diplomats. Destijds was Danzansky manager van het team. ‘Voor mij werd langzaamaan duidelijk wat het probleem was met die kleine, luidruchtige speler. De man was als een geweldige musicus, met een perfect gehoor, die gedwongen was in een orkest te spelen waarin hij overal om zich heen valse noten hoorde. Hij werd knettergek! En het leidde allemaal nergens toe.’ De Washington Diplomats zouden in de eerste ronde van de play-offs worden uitgeschakeld.