Voor D66 is het cruciaal dat GroenLinks meedoet in de regering. Want in een rechts of christelijk-conservatief kabinet blijft D66 een buitenbeentje. En dat is de partij in het verleden slecht bevallen.

Langs de afgrond, is de toepasselijke titel die de Leidse politicoloog Menno van der Land zijn boek over de geschiedenis van D66 tussen 2003 en 2012 gaf. Het was een tijd van dramatische verkiezingsnederlagen en machtsconflicten binnen de top van de partij.

Voor een deel werden die veroorzaakt door de deelname van D66 aan een centrumrechts kabinet: Balkenende-II. Dat voerde sociaaleconomische hervormingen door die op de steun van de Democraten konden rekenen maar sloeg ook harde taal uit aan het adres van asielzoekers en migranten die niet hun best deden om in te burgeren. Vooral VVD-minister Rita Verdonk liet haar spierballen graag rollen. De linkse liberalen die het electoraat van D66 uitmaakten, begrepen niet goed wat de partij in het gezelschap van Balkenende en Verdonk te zoeken had. Van de zes zetels die de Democraten bij de verkiezingen van 2003 in de wacht sleepten, bleef in de peilingen weinig tot niets over.

De partijtop hield haar ontevreden aanhangers voor dat in het regeerakkoord wel bevredigende afspraken waren gemaakt over staatsrechtelijke hervormingen als de gekozen burgemeester en het districtenstelsel. Maar voorjaar 2005 zag D66-minister voor bestuurlijke vernieuwing Thom de Graaf zijn voorstel om de benoeming van de burgemeester uit de Grondwet te halen sneuvelen in de Eerste Kamer. De Graaf trad af. D66 bleef in het kabinet.

Vervolgens brak binnen de partijtop ruzie uit over het sturen van soldaten naar Afghanistan, verdween fractieleider Boris Dittrich van het toneel en forceerde zijn opvolger Lousewies van der Laan een kabinetscrisis over het besluit van Rita Verdonk om het Nederlandse paspoort van het van oorsprong Somalische VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali in te trekken. De kiezers beloonden dat vertoon van rebellie niet. Met Alexander Pechtold als nieuwe lijsttrekker haalde D66 bij de verkiezingen van 2006 nog maar drie zetels. In de peilingen had de partij er nog slechter voor gestaan. Na drie jaar regeren over rechts was D66 bijna van de aardbodem verdwenen.

Regeren is halveren

Het trauma dat de Democraten opliepen in het kabinet-Balkenende, is nooit helemaal genezen. ‘Regeren is halveren’, luidt een oud Haags gezegde. Als één partij daarover mee kan praten, is het D66. Hans van Mierlo steunde in de jaren zeventig het kabinet-Den Uyl maar werd daar niet voor beloond. Jan Terlouw trad in 1981 toe tot het tweede kabinet-Van Agt en bleef zijn premier trouw toen de sociaaldemocratische ministers voortijdig opstapten. Zijn kiezers verweten hem dat hij naar rechts was overgelopen en straften hem af. Het boek dat hij over die periode schreef heet: Naar zeventien zetels en terug.

In de jaren negentig maakte D66 zich sterk voor een kabinet zonder het CDA. Dankzij hun vasthoudendheid kwam Paars tot stand maar de enige regeringspartij die niet van het sociaalliberale avontuur profiteerde was D66. Van de vierentwintig zetels die de teruggekeerde Van Mierlo in 1994 in de wacht sleepte, was in 2002 minder dan een derde over. Maar niets was zo schadelijk voor het imago van D66 als progressieve middenpartij als de deelname aan het rechtse kabinet-Balkenende.

In een VVD/CDA/D66-GroenLinks-coalitie is D66 niet het progressieve buitenbeentjeDe bijna-doodervaring uit 2006 verklaart waarom Pechtold nu zo’n uitgesproken voorkeur aan de dag legt voor een kabinet waaraan GroenLinks deelneemt. De Democraten willen niet nog een keer het verwijt krijgen dat ze de bijwagen van rechts zijn geworden. Het kabinet Rutte-III waarover op dit moment in de Stadhouderskamer wordt gepraat is voor D66 verreweg het meest ideaal: met GroenLinks valt goed te praten over vergroening van de economie en een humaan vluchtelingenbeleid, met VVD en CDA over versoepeling van het ontslagrecht en versterking van de positie van ZZP’ers op de arbeidsmarkt. Het strategische argument is minstens zo belangrijk: in een VVD/CDA/D66-GroenLinks-coalitie is D66 niet het progressieve buitenbeentje en hoeft de partij niet bang te zijn voor het verwijt dat ze zich als vijgenblad voor conservatief beleid laat gebruiken. Met Klaver en de zijnen erbij zit D66 comfortabel in het midden en dat maakt de partij electoraal minder kwetsbaar. Pechtold heeft namelijk geen zin de auteur te worden van het boek: Naar negentien zetels en terug.

Lastig wordt het voor D66 als GroenLinks afhaakt en Gert Jan Segers de plaats van Klaver aan tafel inneemt. De ChristenUnie heeft over duurzaamheid en vluchtelingenbeleid standpunten die vergelijkbaar zijn met die van GroenLinks maar Pechtold en Segers zullen het snel met elkaar aan de stok krijgen over de wietwet, de donorwet en de wet op het voltooid leven. Tijdens de verkiezingscampagne pleitte de D66-leider ervoor van de wet op het voltooid leven een vrije kwestie te maken maar de ChristenUnie liet meteen weten daar niets voor te voelen. In het regeerakkoord moest worden vastgelegd dat die wet er niet kwam. Nog los daarvan zal een kabinet-Rutte III met de ChristenUnie een conservatief-christelijk imago krijgen en leg dan nog maar eens uit dat D66 een progressieve middenpartij is.

Daarom is het voor Pechtold zo belangrijk dat Klaver niet van tafel wegloopt.