Alleen de Spaanse minister Luis de Guindos kan Jeroen Dijsselbloem nog afhouden van een tweede termijn als voorzitter van de Eurogroep. Maar diens kansen zijn eigenlijk al verkeken.

In een laatste wanhopige poging om voorzitter van de Eurogroep te worden, reisde de Spaanse minister van Financiën Luis de Guindos deze week naar Malta. Maar veel zal zijn bezoek aan het Mediterrane eiland waarschijnlijk niet uithalen. Zijn grote concurrent, huidig voorzitter Jeroen Dijsselbloem, ligt al een straatlengte voor. Vandaar ook het zelfvertrouwen waarmee de Nederlandse minister van Financiën laatst zijn hernieuwde kandidatuur officieel bekend maakte.

Volgens Europese diplomaten hoef je alleen maar de vergadertafel van de Eurogroep rond te kijken om te weten dat de Nederlander al lange tijd de grootste kanshebber is. De ministers van Financiën van de kleinste landen, zoals Slowakije en Litouwen, hebben te weinig kennis van zaken of spreken te slecht Engels. De Oostenrijker Hans Jörg Schelling is al een paar keer zo hard tegen de Grieken uitgevaren dat hij onmogelijk meer als bovenpartijdige voorzitter kan functioneren. Ook Duitsland en Frankrijk vielen af: het zou grote weerstand wekken als zij als machtigste landen van de Eurogroep het voorzitterschap voor zichzelf zouden opeisen. Italië beschikt weliswaar over een goede kandidaat – Pier Carlo Padoan – maar heeft al twee andere Europese topposities: Mario Draghi bij de ECB en Federica Mogherini als buitenlandcoördinator. De Portugezen hadden op het laatste moment nog Maria Luís Albuquerque in stelling kunnen brengen, maar zij heeft weer als nadeel dat ze uit een ‘programmaland’ komt dat met Europese steun overeind moest worden gehouden: dat zou het voorzitterschap onnodig kunnen belasten.

En dan is er dus nog De Guindos, die eind 2012 ook al tevergeefs probeerde Eurogroepvoorzitter te worden. De Spanjaarden vinden dat ze recht hebben op het voorzitterschap, omdat Europese topposities al jaren aan hun neus voorbij gaan. Maar De Guindos heeft als nadeel dat ook Spanje een ‘programmaland’ is. Daarnaast hoort hij bij de christendemocraten, die met Jean-Claude Juncker en Donald Tusk al de twee machtigste posten in Europese Unie bezetten. Bovendien is er een grote kans dat de Partido Popular van De Guindos na de Spaanse parlementsverkiezingen in november in de oppositie belandt. Er staat nergens geschreven dat de voorzitter van de Eurogroep ook minister van Financiën moet zijn, maar in Brussel wordt een voorzitter zonder enig mandaat in eigen land niet als wenselijk gezien.

De woordvoerder van Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van Financiën, liet vandaag weten dat de Duitsers bij hun steun voor De Guindos blijven, zoals Angela Merkel vorige zomer al heeft toegezegd toen ze de Spanjaarden nodig had om mede-christendemocraat Jean Claude Juncker benoemd te krijgen tot Commissievoorzitter.

Maar het is de vraag wat die toezegging waard is, nu zich onder de andere landen een meerderheid voor Dijsselbloem aftekent. In de Brusselse wandelgangen wordt erover gespeculeerd dat de oppermachtige Duitsers in dit geval graag zouden ‘verliezen’ omdat ze eigenlijk heel tevreden zijn over Dijsselbloem. Het is dezelfde Wolfgang Schäuble die Dijsselbloem eind 2012 naar voren schoof als voorzitter van de Eurogroep, en die het uitstekend met hem kan vinden.

Als de Duitsers vasthouden aan het adagium ‘keine Experimente’ blijft het bij lippendienst aan De Guindos en heeft Dijsselbloem volgende maand bij de stemming over het voorzitterschap weinig te vrezen.