Zal het economisch herstel ook de Nederlandse boekenbranche bereiken? Uitgever Joost Nijsen ging op onderzoek uit in de stad waar alles eerder gebeurt: New York. ‘Opgeruimd reis ik terug naar Nederland.’

Het kan geen lezende ziel zijn ontgaan. Sinds crisisjaar 2006 deden zich op de Nederlandse boekenmarkt dramatische taferelen voor. De markt als geheel kromp met tientallen procenten en veel ondernemingen in het boekenvak zagen hun omzetten over de laatste jaren gehalveerd, met rode cijfers onder de streep. Boekhandelsketen Polare en groothandel Scholtens gingen failliet nadat de branche er via het Centraal Boekhuis grof geld in had gepompt. Bibliotheken sloten hun deuren, de ECI kapseisde en talloze boekwinkels legden het loodje of bleven nipt overeind dankzij een beperkter assortiment, miniem inkomen en afbetaalde winkelpanden. Ook veel uitgevers overleefden dankzij vermogen uit topjaren.

De cijfers over de eerste helft van 2015 wijzen niet op een krachtig herstel. Er werd voor het eerst sinds 2009 (!) weer enkele procenten meer verkocht, maar een genre als fictie bleef sterk achter. En de rapportages van onderzoeksbureau GfK maken sindsdien weer geregeld melding van dalingen ten opzichte van rampjaar 2014.

Uitzonderingen bevestigen ook hier de regel. Zo sloten wat ijzersterke boekwinkels 2014 met bescheiden winst af, en kunnen enkele gelukkige uitgevers de crisis gul weglachen dankzij topthrillers (Het meisje in de trein van Paula Hawkins, Mooie meisjes van Karin Slaughter), erotiek (E.L. James), voetbal (Kieft, Topshow), ontroerende romans over gevoelige, familie-gerelateerde onderwerpen (Van Dis; Griet Op de Beeck) en non-fictie over prangende maatschappelijke vraagstukken uiteenlopend van het failliet van het kapitalisme (Luyendijk, Piketty) tot de darm als essentie. Maar na die handvol bestsellers, langdurig bovenin De Bestseller-60, komt er eerst een héle tijd niks, en dan pas de rest. En van die rest wordt minder verkocht dan voorheen; zelfs titels die enkele weken een plekje in de bestsellerlijst innemen, komen vaak niet uit boven enkele duizenden exemplaren, versus gemakkelijk tienduizenden in de gouden jaren.

Illegaal downloaden

Hoewel de vrije val in Nederland, wereldwijd vermaard om zijn ongekend hoge verkoopcijfers op zo weinig inwoners, het hevigst leek, zag je in elk westers land een structurele afname. Naarstig werd gezocht naar verklaringen: de economische crisis als zodanig; de opmars van het digitale lezen; de vervlakking van onderwijs en cultuur en de sterke opkomst van andere vrijetijdsbestedingen (online-entertainment, games, dvd’s, et cetera).

Met jaarlijks honderdduizenden verkochte exemplaren van schrijvers als Giphart, Luyendijk en Kluun en tienduizenden van menig andere auteur van fictie en non-fictie, was mijn uitgeverij Podium in het eerste decennium van deze eeuw illustratief voor de hoogconjunctuur – zoals we ook meegingen in de neergang die daarna plaatsvond. Van 2012 tot en met 2014 maakten we verlies, waarna een reorganisatie volgde.

Onrustig raakten mijn schrijvers en ik pas in de eerste helft van dit jaar, waarin we ondanks stabilisatie van de crisis en hernieuwd geloof in boekhandelsland, toch nog altijd veel minder verkochten dan voorheen. Met sterke nieuwe titels van onze huisauteurs en enkele debutanten beleefden we inhoudelijk gezien een hausse, bevestigd door zowel critici als lezersreacties. De auteurs waren op hun best, zowel in hun nieuwe werk als in de manier waarop ze in staat bleken media en boekverkopers op hun boek te wijzen. Ook als uitgeverij toonden we ons, en met ons vele andere zichzelf overlevende uitgeverijen, alerter dan ooit tevoren.
De meeste mensen vinden het papieren boek toch het lekkerst. Boeken bieden een sterke intellectuele ervaring. Ze stimuleren je hersens

Maar waarom leidt al die activiteit door uitgevers, voor en met de schrijvers, doorgaans toch niet meer tot die ouderwetse aantallen? Is de dood van de lezer, zoals Buwalda in Zomergasten Philip Roth liet zeggen, dan echt nakende? Waarom lijkt de levensduur van boeken tot een paar maanden teruggebracht, als ze al tot wasdom komen? Waarom resulteert een enthousiaste behandeling in een grote talkshow of een goed bekeken of beluisterd boekenprogramma niet als voorheen automatisch in herdrukken?

Slaapt men, begon ik me tegen de zomer af te vragen, misschien structureel niet meer in met een boek in de hand, maar met een smartphone vol snel verteerbare opwinding? Nestelt men zich niet meer op de bank met een boek maar ‘coma-kijkend’? Vinden lezers het nog wel belangrijk een rijke boekenkast op te bouwen? Nam het illegale downloaden een veel hogere vlucht dan we denken (en moeilijk kunnen inventariseren)? En hoe doorslaggevend is in feite die economische crisis, als je kijkt wat men zoal uitgeeft aan iPhones en MacBooks, fietsen, festivalkaartjes, biologisch voedsel, georganiseerde reizen en latte’s met een extra shot en gestoomde sojamelk?

Bezorgde vragen. Je kunt er tobbend mee aan je bureau blijven zitten, of eens bij de buren gaan praten. Over the ocean. New York. Want als men in de stad van hoop bij uitstek niet meer in de boekenindustrie gelooft, waar dan nog wel? Bovendien, wat in Amerika gebeurt, voltrekt zich hier meestal enkele jaren later. Ik kocht een ticket.

Duizenden vierkante meters

Van crisis geen spoor in het nieuwe kantoor van Eric Simonoff (48), senior agent bij de boekentak van William Morris Endeavor Agency (WME), dat vanuit New York, maar ook vanuit Beverly Hills, Miami en Londen, al decennia toptalenten vertegenwoordigt op gebied van film, tv, theater, muziek en reclame (o.a. Apple, Dior en AT&T). Ol’ Blue Eyes Sinatra zat er vroeger – dat niveau. Veel auteurs van WME bekleden langdurige hoge posities op de New York Times Bestseller List.

Simonoff, met wie ik al jaren geregeld spreek tijdens boekenbeurzen, heeft de verhuisdozen nog maar net uitgepakt als hij me ontvangt in zijn kamer op een etage van duizenden vierkante meters aan 11 Madison Avenue. Alleen al de monumentale hal beneden is met meer marmer bekleed dan het historische stadhuis van menige Europese stad. Ik lees later dat het hele gebouw van negentwintig verdiepingen, ook hoofdzetel van de Credit Suisse Group, in mei van eigenaar verwisselde voor 2,29 miljard dollar. Vastgoedtransactie van het jaar. Na die neoklassieke entree is de behuizing van WME op de achttiende verdieping een onverwachte staalkaart van modern design, met als kers op de taart een bedrijfsrestaurant dat gerund wordt door een echte ‘chef’. Crisis? What crisis?

‘Ik ben een geboren optimist,’ zegt Simonoff ontspannen. ‘Je móét ook wel. Je straalt van boek tot boek uit dat je een geweldige vondst deed, je juicht erover… en vaker wel dan niet verdwijnt het dan weer zonder een spoor achter te laten. Maar dan vind je weer een nieuwe schrijver en een nieuw boek en begint hele proces van voren af aan.’

‘Maar Eric,’ zeg ik Europees, ‘je zegt nu eigenlijk dat de meeste zorgvuldig gehypete boeken geen lezers bereiken.’

‘Bedenk, en dat geldt in elk geval voor de States: er zíjn helemaal niet zo veel lezers. De meeste Amerikanen kopen nul tot een boek per jaar. Dat zal niet ten goede veranderen, denk ik. Ik zie geen grote kansen voor groei – we zitten met boeken nu eenmaal niet in een groeisector.’

‘Maar neemt jullie resultaat niet toch geleidelijk af?’

‘Nee, wij als WME groeien elk jaar, omdat we het heel bewust gediversifieerd hebben, niet alleen met de andere takken van WME, maar ook binnen onze boekendivisie, die is nog breder samengesteld dan een grote algemene uitgeverij.’
Vooral bij heel beloftevolle nieuwe schrijvers voor een flink publiek zijn uitgevers momenteel mateloos met voorschotten

Ik stip de soms duizelingwekkende voorschotten aan die hij en zijn collega’s recentelijk bij uitgevers wisten op te halen, zoals rond The London Book Fair in april voor de vijfentwintigjarige, bij de lezer nu nog onbekende schrijfster Yaa Gyasi. Zijn uitgevers gedurende de crisisjaren dan niet terughoudender geworden in hun biedingen op rechten?

‘Blijkbaar niet! Zo’n vijf jaar geleden was er veel meer angst. Er was die paniek over e-books en het mogelijk verdwijnen van het fysieke boek. De markt van 2008 en 2009 was de slechtste ooit. En toch, gek genoeg zijn uitgevers optimistischer dan toen. Ik denk dat daarbij vooral de ontwikkeling rond royalty’s op e-books speelt. Wij agenten vochten voor onze auteurs om een hogere e-bookroyalty – en verloren. Het is toch 25 procent gebleven over de netto-opbrengst. Way too low. Maar dankzij soms grote e-booksuccessen, zoals The Girl on the Train en Gone Girl, maken uitgevers forse winsten die ze weer naar ons terugpompen via voorschotten op nieuwe boeken. Vooral bij heel beloftevolle nieuwe schrijvers voor een flink publiek zijn uitgevers momenteel mateloos met voorschotten.’

Ik vertel hem over een opmerkelijke ervaring kort voor mijn vertrek naar New York. Met drie andere uitgevers nam ik deel aan een veiling voor een bijzondere, op een waar verhaal gebaseerde debuutroman van een bekende Nederlandse actrice en scenarioschrijfster. Het ongewone van de strijd, waaruit Podium niet als winnaar tevoorschijn kwam, was dat het voorschot vooraf ondergeschikt gemaakt werd aan andere zaken (marketingbudget, basisroyalty), maar uiteindelijk door spontane biedingen vanuit concerngebonden uitgeverijen toch hevig opliep tot wat camouflerend ‘een serieus zes-cijferig bedrag’ heet. Bovenop super-royalty’s. Ongekend voor een nieuwe Nederlandse auteur, omdat je zo’n investering alleen terugverdient bij een langdurige positie bovenin de bestsellerlijsten. Dat wijst erop dat de boekenmarkt ook in Nederland radicaler dan tevoren bepaald wordt door een handvol beoogde megasellers.

Inhaalbeweging

Ik vraag Simonoff of hij niet verwacht dat juist die toptitels bij grote uitgeverijen steeds meer digitaal geëxploiteerd gaan worden, zoals in de muziekindustrie, met daarnaast dan het papieren boek in een zelfde bescheiden, retro-achtige rol als muziek op vinyl.

‘Welnee. Vijf jaar geleden zei men: over een paar jaar is het papieren boek weg. Niet gebeurd. Hooguit zie je een teruglopend aandeel in fysieke boeken bij massagenres als romance en mystery. Maar de rest, literatuur maar ook kwalitatieve non-fictie, gaat nog altijd in grote aantallen via papier. De inhaalbeweging van digitale boeken lijkt al enige tijd tot stilstand gekomen. Het maximale marktaandeel ligt kennelijk tegen de huidige 30 procent. De meeste mensen vinden het papieren boek toch het prettigst, boeken bieden een sterke, langademige intellectuele ervaring die je niet krijgt via andere dragers. Ze stimuleren je hersens.’

Hij geeft aan het einde van ons gesprek nog een nevenbewijs van de aanhoudende vitaliteit van boekenlezen. ‘Er zijn echt steeds meer goede schrijvers. Dat betekent impliciet dat er veel gelezen wordt, want om goed te schrijven, moet je veel gelezen hebben.’

Nachtelijke feestjes

De observaties van Eric Simonoff nam ik mee naar een ander lang gesprek in New York, met uitgever Morgan Entrekin van Grove Atlantic. In de dagen daaraan voorafgaand sprak ik met veel literaire agenten, kleine spelers in de schaduw van een reus als WME, maar allen eigenlijk net zo optimistisch als Eric op 11 Madison Avenue. Wel relativeert een enkeling. ‘Wat kan ik als agent anders zijn dan optimistisch?’ Een ander ziet bij de grote uitgevers ook veel ‘roekeloos optimisme’ bij de aankoop van nieuwe grote titels, met daarnaast juist behoudzucht door een overconcentratie op het uitbaten van oude toptitels. De ontwikkeling van nieuwe schrijvers zou steeds meer gaan plaatsvinden bij de vele nieuwe, kleinschaliger opererende uitgeverijen, tijdschriften en digitale platforms.

Snel opgekomen is bijvoorbeeld Literary Hub, een dagelijks ververste verzamelplaats voor het beste wat internet aan literatuur te bieden heeft. Een linnen tas met opdruk van dit platform waaraan vele uitgevers, boekverkopers en instituties meewerken, wordt me na ons gesprek bijna plechtig overhandigd door de initiatiefnemer, Morgan Entrekin.

Entrekin, ondanks zijn gevorderde leeftijd (60) een jonge vader met de uitstraling van een fit gebleven rocker, was in 1993 vanuit Atlantic Monthly Press (opgericht 1917) de architect van een fusie met het al even eerbiedwaardige Grove Press (sinds 1951). De nieuwe uitgeverij Grove Atlantic kon leunen op grote namen in de beide backlists, van Samuel Becket, William Burroughs en Harold Pinter tot Anne Enright, Jeanette Winterson en Jay Mc-Inerney. De uitgeverij grossiert in Pulitzer Prices, National en Man Booker Awards, en maar liefst acht Nobelprijzen voor literatuur.

Ik ken Entrekin als enthousiast deelnemer aan nachtelijke feestjes tijdens boekenbeurzen, maar in zijn kantoor heerst een gewijde sfeer. Iedereen lijkt er doordrongen van de bijzondere positie van deze uitgeverij: onafhankelijk, relatief klein, maar van onbetwist cultureel belang.

Houden van fysieke boeken

We praten aan zijn grote, met boeken en papier overdekte bureau.

Met zijn openingszin – ‘Dit wordt een van onze beste jaren ooit’ – zet hij meteen de toon. ‘In het algemeen is de Amerikaanse boekenmarkt stabiel. We’ve managed to navigate digital much better dan tijdschriften, kranten, tv. En zeker beter dan de muziekwereld. We doen het beter dan andere vormen van bedrukt papier omdat we nooit van abonnees of adverteerders afhankelijk zijn geweest. Daarbij: boeken zijn nooit zo winstgevend geweest als kranten en tijdschriften, maar wel altijd stabieler. De angst voor e-books is nu ook weg, want daar lijkt het plafond bereikt. Mensen, van tien tot tachtig, houden van fysieke boeken. Onderzoeken tonen dat ook aan. Ook jonge mensen vinden het lezen van boeken alleen maar praktisch, en een heerlijke afleiding van steeds maar dat scherm.’

Entrekin is, met vrienden en familieleden, zelf eigenaar van Grove Atlantic. Dat leidt tot minder omzet- en winstdwang dan bij de grote, beursgenoteerde uitgeverijen. Hij verwacht net zo min als Simonoff dat de boekenmarkt opnieuw zal groeien.

‘Het zou leuk zijn, maar onze branche is – afgezien van de bubble-jaren – in feite al decennia van een zelfde, bescheiden omvang. Vergeet niet, de grote uitgeverijen konden alleen maar groeien door ándere uitgevers te kopen. Een groei als Über, Apple, Facebook – dat gaat ons natuurlijk nooit overkomen. De Gouden Eeuw voor gedrukte media lag in de jaren tachtig en negentig. Boeken, kranten en tijdschriften werden massaproducten, zelfs bij Walmart te koop. Van een serieuze literaire roman verkochten wij in die jaren soms zo maar miljoenen exemplaren. We moeten weer met onze voeten op de grond gaan staan en ons realiseren dat die gouden jaren nooit meer terug komen.

De retail kan zulke aantallen ook niet meer opnemen, door de sterke reductie van verkooppunten. Verder zijn er zo veel alternatieven, er is altijd en overal waar je wilt een tv-serie te zien. Binge watching. Intelligente tv. Online kun je sowieso elke hobby uitleven. Voor je het weet is er anderhalf uur voorbij.’

Betekent dit, vraag ik ook hem, dat het boekenvak een boutique industry geworden is?

‘Dat zijn we altijd geweest! En er doen zich allerlei interessante nieuwe ontwikkelingen voor. Ik zie de muren tussen agenten, uitgevers en schrijvers smelten. Opwindend! Er was dat constante gepraat over de opkomst van selfpublishing bijvoorbeeld… maar ik heb dat nooit bedreigend gevonden, integendeel: het houdt dingen van ons vandaan waar we toch niks mee willen. Al die schrijvers in de populaire genres die zich niet goed behandeld voelden door traditionele uitgevers die kunnen het nu via Amazon of welk platform ook zelf exploiteren. Prima.’

Spannende zaken

Ik citeer Simonoff, die vertelde dat uitgevers zulke hoge voorschotten kunnen betalen vanuit de winsten op de digitale exploitatie van oude titels.

‘Je kunt e-book-inkomsten niet scheiden van de rest en zien als een cadeautje voor uitgevers. Je kunt dat hooguit beweren voor bepaalde delen van de backlist. Maar de voorschotten voor de grote titels zijn de laatste tijd inderdaad astronomisch! Nee, daar kunnen wij niet aan meedoen. Soms zie ik me genoodzaakt een auteur een voorschot te geven boven een miljoen dollar, maar alleen als dat klopt met de verwachte verkopen. Dat zijn dan auteurs van boeken waarvan voorheen al miljoenen exemplaren werden verkocht. Een reus als Simon & Schuster zou er 3 miljoen voor betalen waarschijnlijk. Dat komt voor.’

Leidt dit alles dan niet tot marginalisering van de zelfstandige uitgevers? ‘Ik zie juist kansen. Nu de grote huizen focussen op de potentiële verkoopkanonnen, komen de kwaliteitsboeken in de middencategorie naar ons toe. Dat is een van de redenen waarom we de laatste jaren zo goed draaien. Soms waren we de enige bieder op een roman met een voorschot gebaseerd op verkoopverwachting van nog geen 10.000 exemplaren, waarvan we vervolgens toch 100.000 exemplaren in hardcover verkochten.’

Hij rolt zijn hemdsmouwen nog eens op. Pump up the volume.

Foto: Yeb Wiersma

‘Niet alles kan altijd meteen spectaculair zijn. Je publiceert schrijvers voor de lange termijn, en om een sfeer te creëren, tradities voort te zetten… wat weer andere schrijvers aantrekt, boekhandels stimuleert, critici en leraren enthousiast maakt… En altijd gebeuren er weer wonderen. Kijk naar een kleine non-profit-uitgeverij als Archipelago. Die stapte hier in Karl Ove Knausgard toen niemand het nog zag.’

Ik leg hem mijn indruk voor dat op straat en in de subways juist jonge mensen weer vaker een boek dan een e-reader in de hand hebben.

‘Zie ik ook. Maar als uitgever moet je toch voorzichtig zijn in je verwachting en strategie. Daarbij spelen spannende zaken. Hoeveel macht houdt Amazon? En: blijft de voor boeken cruciale boekhandelsgroep Barnes & Noble gezond? Fysieke plekken zijn belangrijk, boeken moeten zichtbaar zijn en kunnen door boekverkopers geweldig opgeduwd worden. Maar zoals het nu gaat, geloof ik absoluut dat er voor het boek een prima toekomst is.’

Ik vraag hem of hij dat geloof al die jaren heeft behouden.

‘Toen het e-book begon, was ik wel even angstig. We zagen wat cd’s en tijdschriften doormaakten… Maar die paniek is er niet meer. Mensen zouden afhaken met lezen, maar ik zie toch hoe een Beckett, Burroughs of Boelgakov gewoon doorlopen. Piraterij, daar moeten we wel op blijven letten. En in extreem hoge voorschotten moet je niet mee willen gaan. Maar Joest, vergeet niet dat wij onafhankelijken bepaalde titels succesvoller kunnen maken dan de concerns. Laatst vroeg ik een agent wanneer dat boek uitkomt dat wij wilden hebben maar dat een concernuitgever met een half miljoen voorschot voor me wegkaapte. Zegt de agent: o, maar dat is al twee maanden uit! Ze hadden er geloof ik tweeduizend van verkocht. Wel, zeg ik, als je mij de rechten had verkocht, zou iedereen tenminste geweten hebben dat het verschenen was.’

In boeken verdiept

Geladen met nieuwe energie beëindig ik het gesprek en opgeruimd reis ik terug naar Nederland. Als de barometer van de Europese boekenmarkt net zo’n stijgende luchtdruk gaat aanwijzen als in Manhattan, dan zal ook hier het gedrukte boek eerder herstel beleven dan verder wegglijden.

Daar zijn al verscheidene, uiteenlopende aanwijzingen voor. Voor het eerst in jaren kreeg ik deze zomer van niet zo maar enkele vakgenoten en vrienden te horen dat ze op stranden, vliegvelden en in treinen weer veel lezers in boeken verdiept zagen. Juist aan de jongere generatie literaire opinieleiders ontsproten dit jaar veel artikelen met vurige geloofsbelijdenis inzake het ouderwetse boekenlezen. Ook vanuit de wetenschap komen steeds meer feiten naar voren die het belang en de aantrekkelijkheid van boekenlezen onderstrepen. ‘Lezen is enorm belangrijk,’ benadrukte neuropsycholoog Erik Scherder onlangs in de Volkskrant. ‘Tijdens het lezen is het brein continu bezig met visuele informatieverwerking. Dat is prachtig. Je moet de verhaallijn volgen, je fantasie wordt uitgedaagd, je moet begrijpen wat er staat en je doet een beroep op je geheugen. Lezen is een enorme rijkdom.’

De angst voor het digitale lezen, leerde ik in New York, is zowel ongegrond als contraproductief. Het is er gewoon weer een vorm bíj. E-books dragen zowel in Amerika als in het Verenigd Koninkrijk substantieel bij tot de omzet, zonder de centrale positie van het gedrukte boek aan te tasten. Wie nog bang is dat het boek weggevaagd zal worden door schermpjes: de groei van het digitale lezen is in de Angelsaksische markt tot stilstand gekomen. En omzet uit e-books is in Europa zeer marginaal. Om piraterij tegen te gaan, moeten uitgevers volgens mij juist investeren in betere beschikbaarheid ervan, in plaats van ervoor weg te duiken of op eigen houtje allerlei streamingdiensten te beginnen (abonnementslezen), die een jaar later weer opgeheven kunnen worden. Als je het goed aanpakt, kun je er als auteurs en uitgevers op verdienen.

Eroderend kapitaal

Meer hoopgevende signalen. De top van de bestsellermarkt genereert internationaal nog altijd veel omzet. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld trok de boekenmarkt in het eerste halfjaar aan met 3,9 procent (cijfers Nielsen BookScan). De grote vier, Pan Macmillan, Hachette UK, Penguin Random House UK en Harper Collins UK, verklaarden hun goede cijfers vanuit die paar megasellers (vooral commerciële fictie en populaire non-fictie als Deliciously Ella, ‘het snelst verkochte debuutkookboek ooit’), maar ook groei in luisterboeken.

Dat zie je ook in Nederland. Voor kook- en kinderboeken bestaat al enige tijd een gretig publiek. En van het alom gekraakte laatste boek van E.L. James werden in één lange zomer 150.000 exemplaren verkocht. Bij dezelfde uitgever lijkt Palmen weer een groot publiek te gaan bereiken. En de enige zorg van voetbalboekenauteur Michiel van Egmond is nog: hoe beleg je aanwassend vermogen?

Bemoedigend vind ik verder hoe juist de laatste tijd boekverkopers die zich voor een titel inspannen, bewijzen op eigen kracht enkele hónderden exemplaren te kunnen verkopen van (nog) niet-bestsellers. Een klein maar hypergemotiveerd groepje boekhandelaren speelde dat bijvoorbeeld klaar met de laatste roman van Alex Boogers. Nog een zonnestraal uit het eigen heelal: Inge Schilperoord werd met haar verontrustende romandebuut Muidhond vanuit het niets een succesvolle auteur, met nu al tienduizend verkochte exemplaren. Kijk ook naar de uitstekende verkoop van het nieuwe boek van P.F. Thomése, bij een uitgeverij (Atlas Contact) die sowieso slim, crisisbestendig opereert, zowel in fondsvorming als exploitatie. Dit doelgericht gerevitaliseerde fonds lijkt steviger grond onder de voeten gevonden te hebben dan de uitgeverijen die sterk afhankelijk zijn van eigenaren met langzaam eroderend (vastgoed)kapitaal, of van in andere branches vermogend geraakte mecenas-ondernemers als Boudewijn Poelman (Nieuw Amsterdam, Scheltema, ECI) en Cees Wessels (Overamstel, wijkplaats voor spraakmakende uitgevers als Oscar van Gelderen en Robbert Ammerlaan).

Goudgerande markt

Al dit optimisme lang, lang na donkere voorspellingen van een cultuurbeschouwer als George Steiner, die in 1972 met achteraf hilarisch pessimisme dit opschreef: ‘De boekenkasten zijn vervangen door rijen LP’s en een geluidsinstallatie’ (geciteerd uit Raster 40, 1986).

Dat het boek misschien wel nooit meer in zo’n goudgerande markt zal belanden als rond de eeuwwisseling, is eigenlijk alleen maar erg voor wie waardevolle boeken schrijft of verhandelt en daar rijk van wil worden. Dat is weer net zo zeldzaam geworden als voor die hoogtijdagen waarin legers ‘af-en-toe-lezers’ de elite volgden in gretige boekenaanschaf en auteurs als Eco, Enquist, Giphart, ’t Hart, Mak, Mulisch, Siebelink en Tartt alleen al op de Nederlandse markt voor miljoenenomzetten zorgden.

Voor die literaire auteurs, ook de minder populaire, blijft dankzij de schaarse maar ondanks stijgende kosten nog altijd krakend winstgevende bestsellers, voldoende ruimte, al zullen ook schrijvers hun verwachtingen moeten temperen en zal de marktkrimp als geheel wel tot verdere titelreductie leiden. Maar zelfs daar zit bij nadere beschouwing nog een blessing in disguise. De paradox is dat die voorgoed voorbije gouden jaren uitgevers niet alleen in staat stelden waardevolle boeken voor een klein publiek uit te geven, maar ook klakkeloos uit te geven. Dat nipt beloftevolle debuut. De zoveelste roman van een toch al nooit echt doorgebroken auteur die zich met afnemende urgentie zijn eigen oeuvre uitschrijft. Een zoveelste bloemlezing met gedichten over liefde, dood of zwangerschap. De vertaling van een niet heel indrukwekkende Amerikaanse auteur. Een kaftje om een reeks snel daterende reisverslagen. Laat de marktkrimp uitgevers dan gerust dwingen tot uiterste selectiviteit. Economisch gezond, cultureel heilzaam.

Maar spannend is wel of die onvermoeibaar boeken lezende, brede elite met veel kapitaalkrachtige babyboomers niet verder zal afhaken. Hun boekenkasten puilen al jaren uit, en het zijn al lang niet meer alleen de gadgetgevoelige, jongere consumenten die zich in hun geconcentreerde lezen laten afleiden door de onophoudelijke thrills van andere vrijetijdsbestedingen, de smartphone en tablet, met die 24/7 toegang tot WhatsApp, Facebook, Twitter, Instagram, Netflix, Spotify, et cetera.

Ik reken hier eigenlijk juist op nieuwe generaties, die misschien als eersten genoeg krijgen van het staccato online-gedrag waaraan nu ook hun ouders ten prooi zijn gevallen. Ik wens ze van harte toe dat ze hun overbelaste geesten met goede, mooie boeken geregeld vrijaf gaan geven.

Wishful thinking? Absoluut!

……..