Het genoegen, lezer, was geheel aan mijn zijde. Vier jaar lang mocht ik u lastigvallen met wat me zoal opviel in de media. Nu deze rubriek ophoudt, wordt het tijd voor een bescheiden terugblik.

1. In 2010 zaten de anchors van het Achtuurjournaal nog op een stoel, achter een desk. En Radio 1 was een nieuwszender die je op de hoogte bracht van het laatste nieuws. Goeie concepten, zou je zeggen. Niks meer aan doen. Maar nee. Nu maken de anchors pointeloze wandelingetjes door een immens decor waardoor je aandacht permanent afdwaalt. En Radio 1, pardon NPO Radio 1, is verworden tot een babbelzender met niks-aan-de-handmuziek waarnaar je niet zonder ernstig humeurverlies kunt luisteren. Draai die onzin ’ns terug, Hilversum. Doe gewoon waartoe je op aarde bent. Is echt al moeilijk genoeg.

De Blendelaars. Robin van Lonkhuijsen / ANP
De Blendelaars. Robin van Lonkhuijsen / ANP

2. Hoewel zelf hardnekkig liefhebber van papier, was ik blij met alle digitale journalistieke initiatieven. Maar niet elke nieuwe titel groeide uit tot een nieuwe huisvriend. Deze maand precies een jaar geleden ging De Correspondent van start, na een spraakmakende crowdfundingsactie. Net als bij print betaal je vooraf abonnementsgeld waarna de artikelen tot je beschikking staan. Kleine bekentenis: na de wittebroodsweken bezocht ik de site zelden meer. Was het dat aanstellerige gedoe met die ‘tuinen’? Het pedante jorisluyendijktoontje van wij-snappen-wél-hoe-de-wereld-in-elkaar-steekt? Het gestrooi met holle termen als Big Data, narratief en vooral: framing? Of de volstrekte, maar dan ook volstrekte humorloosheid? Uit sympathie voor de moed van de oprichter zal ik mijn abonnement niet opzeggen. Maar eerlijk gezegd beleef ik veel meer plezier aan Blendle, dat andere spraakmakende initiatief. Geheel gratis ‘bladeren’ door kranten en tijdschriften, en als een stuk je aanstaat een luttel bedrag neertellen – het voelt inmiddels als een mensenrecht. En ik ben geloof ik niet de enige. Volgens de statistieken van Alexa.com staat Blendle (nu ik dit schrijf) op de 812de plaats in de ranking van Nederlandse sites, De Correspondent op de 1191ste.

Naar de g-plek van Facebook ben ik nog steeds op zoek. Maar Twitter begreep ik direct

3. U heeft vast al jaren ervaring met de sociale media. Als gepatenteerd late adopter had ik dat niet toen ik aan deze rubriek begon, maar ambtshalve moest ik er toch aan geloven. Naar de g-plek van Facebook ben ik nog steeds op zoek. Wat moet ik met al die continu zielsgelukkige ‘vrienden’? Met lieden die me nauwkeurig op de hoogte houden van hun agenda? Met al die uitnodigingen voor evenementen waar ik nog niet dood gevonden wil worden? De aantrekkingskracht van het virtuele kakelhok dat Twitter heet, begreep ik daarentegen direct. Tussen de (talrijke) onzintweets tref je genoeg gevatte observaties, fraaie foto’s, links naar stukken die je waren ontgaan. Natuurlijk, het medium biedt tevens een ongevraagde blik in het brein van smalltimers die er behagen in scheppen om je uit te schelden en te belasteren. Vroeger legde je de hoorn ernaast als zo’n sneu ventje (het zijn altijd ventjes) naar de redactie belde en liet je hem raaskallen. Z’n brieven gingen ongelezen de prullenmand in. Is ook in de virtuele wereld, vrees ik, het enige wat erop zit.

4. Verbeeld ik het me? Of is het ergste gesomber over de toekomst van de geschreven journalistiek achter de rug? Jaren deden wij niets liever dan elkaar het graf in praten. Je kon bijna wekelijks symposia bijwonen waarop de nakende ondergang van de kwaliteitsjournalistiek werd voorspeld. Maar zie. Tegen veler verwachting in hebben alle grote titels – kranten én weekbladen – zich gehandhaafd. Tot op heden, zeg ik er voorzichtigheidshalve bij. Natuurlijk, de oplages staan onder druk. De advertentie-inkomsten ook. Dat er daardoor soms wel erg luchthartig wordt omgesprongen met de scheiding tussen commercie en redactie kan helaas niemand meer ontkennen. Dat er tegelijkertijd ook weer fris elan valt te bespeuren gelukkig evenmin. Zie de vernieuwing die dit weekblad vanaf het volgend nummer doorvoert.

Deze rubriek zult u daar niet meer in vinden, mij nog wel. Het zal me onverminderd een eer zijn.