Politiek
Op het drukbezochte PvdA-congres in de Brabanthallen in Den Bosch was prominent VVD-Kamerlid Ton Elias afgelopen zaterdag eregast. In de pauze werd hij bemoedigend toegesproken door oud-minister Willem Vermeend van de PvdA: ‘Je krijgt van mij een kopje koffie,’ zei Vermeend: ‘Jullie hebben het zo moeilijk.’ ‘Ja bedankt,’ zei Elias, waarna ze elkaar grinnikend op de schouders sloegen.
De VVD’er kon wel een hart onder de riem gebruiken. Partijcoryfee Hans Wiegel noemde het kabinet ‘nivellerender dan Den Uyl’, woedende VVD-kiezers stuurden vele honderden scheldmailtjes naar partij en fractie. De Telegraaf trok namens de boze burger ten strijde met koppen als ‘VVD in brand’ en ‘‘Marx’ Rutte onder vuur’, de woede over de zorgpremie nam het karakter aan van een ‘uitslaande brand’.
Terwijl het er tot vorige week op leek dat vooral de PvdA het lastig zou krijgen met de verdediging van het regeerakkoord. Want: een bezuiniging van meer dan een miljard euro op ontwikkelingssamenwerking, versoepeling van het ontslagrecht, verkorting van de WW-duur, strafbaarstelling van illegaliteit, doorgaan met de JSF en een extra minister voor de VVD. In Den Bosch was er echter nauwelijks een wanklank te horen. Vrijwel unaniem werd het regeerakkoord door de sociaal-democraten gesteund. Het zijn de liberalen die de volle laag krijgen uit hun eigen achterban. Hoe kon dat gebeuren?
Aan de keukentafel in het Haagse pied-à-terre van oud-VVD-minister Loek Hermans werden Mark Rutte en Diederik Samsom het al op de dag na de verkiezingen eens over de hoofdlijnen van een regeerakkoord tussen PvdA en VVD. Ineens bleek een uitruil mogelijk van thema’s als de hypotheekrenteaftrek en het ontslagrecht die de politiek jarenlang hebben lamgelegd. Een onverwacht resultaat gezien de harde campagnetaal van beide partijen tijdens de verkiezingen.
Toch is het snelle akkoord tussen PvdA en VVD minder verrassend dan het lijkt. Want inhoudelijk zijn PvdA en VVD de afgelopen jaren al meer naar elkaar toe bewogen dan de verkiezingsretoriek deed vermoeden.
De PvdA voerde na het aantreden van Diederik Samsom als partijleider en Hans Spekman als partijvoorzitter de meest linkse campagne in decennia. Ze reikte de hand aan de SP, trok van leer tegen de marktwerking in de zorg en tegen de groeiende kloof tussen arm en rijk. Daardoor werd aan het zicht onttrokken dat de partij zich al jaren in veel ándere opzichten juist in de richting van de VVD had ontwikkeld.
Het harde veiligheidsbeleid van de VVD, gesymboliseerd door het duo Opstelten-Teeven, werd voor de verkiezingen nog beschouwd als een mogelijk struikelblok bij de formatie. Maar in de PvdA-fractie pleitte de generatie van Jeroen Dijsselbloem en Diederik Samsom al jaren voor een hardere aanpak van criminaliteit, gevoed door de ervaringen van PvdA-wethouders in de grote steden. Hans Spekman, de huidige partijvoorzitter, stond als wethouder in Utrecht bekend als ‘sociale Rambo’ omdat hij hard optrad tegen bijstandsfraude en drugsoverlast. Lodewijk Asscher, nu vicepremier, maakte naam als wethouder in Amsterdam door zijn strijd tegen de vrouwenhandel en de onderwereld op de Wallen. Niet voor niets zei crimefighter Fred Teeven op verkiezingsavond tegen Vrij Nederland: ‘Bij de PvdA zitten heel redelijke mensen zoals Lodewijk Asscher. Op het gebied van veiligheid komen we er wel uit.’
Nog zo’n onderwerp: integratie. De harde maatregelen tegen immigratie in het regeerakkoord zijn inderdaad even slikken voor de PvdA. Maar het bijbehorende harde integratiebeleid is geheel in overeenstemming met wat de generatie van Dijsselbloem en Samsom binnen de PvdA al jaren nastreeft. In 2003 werd er nog gehuild en geschreeuwd in de PvdA-fractie toen Dijsselbloem durfde te beginnen over verplichte Nederlandse les voor Marokkaanse vrouwen. Maar inmiddels is een hard integratiebeleid, mede door de bemoeienissen van lokale rouwdouwers als Ahmed Marcouch en Ahmed Aboutaleb, binnen de PvdA al lang niet meer omstreden. Zo wisten Samsom en Rutte elkaar op dit onderwerp snel te vinden.
Niet anders ging het met ontwikkelingssamenwerking. Ter verdediging van het regeerakkoord zegt Samsom overal dat de miljard euro korting op het ontwikkelingsbudget één van de pijnlijkste concessies van de PvdA zou zijn, en dat er gelukkig heel veel tegenover staat. Maar eigenlijk is ook binnen de PvdA de discussie over een zakelijker aanpak van de ontwikkelingssamenwerking al jaren gaande. Rond 2005 kreeg toenmalig VVD-Kamerlid Arend Jan Boekestijn harde kritiek – ook vanuit de PvdA – omdat hij de hulp drastisch wilde verminderen en de macht van de grote hulporganisaties wilde breken. Maar tijdens het PvdA-congres van afgelopen zaterdag vertelde Boekestijn in de wandelgangen dat hij indertijd al heimelijke steun kreeg van de jongere generatie binnen de PvdA. Wouter Bos had als partijleider nog niet het overwicht om de ontwikkelingslobby binnen de PvdA de voet dwars te zetten, al was het maar vanwege de populariteit van oud-minister Jan Pronk, kampioen van de traditionele ontwikkelingshulp. Maar voor Diederik Samsom liggen de kaarten anders nu het maatschappelijk draagvlak voor de ontwikkelingssamenwerking is verminderd en Pronk in de coulissen is verdwenen. Nu wordt er een miljard bezuinigd en zegt de kersverse minister Lilianne Ploumen dat ze ‘zin heeft’ in die ‘zware klus’.
Een soortgelijke omslag heeft zich voltrokken in de discussie over de hervorming van de arbeidsmarkt. Verkorting van de WW-duur en verlaging van de ontslagvergoeding zoals nu afgesproken, liggen gevoelig in de PvdA. Toen Piet Hein Donner in 2007 tijdens het laatste kabinet-Balkenende als minister van Sociale Zaken begon over versoepeling van het ontslagrecht, zette de PvdA de hakken in het zand. Het conflict verlamde jarenlang de discussie over de hervorming van de arbeidsmarkt. Maar het afgelopen jaar kwam de kwestie binnen de PvdA voorzichtig in beweging. Tijdens de verkiezingen voor het fractievoorzitterschap in maart pleitten de kandidaten Martijn van Dam en Nebahat Albayrak openlijk voor versoepeling van het ontslagrecht. ‘Vanaf dat moment was er ruimte binnen de PvdA om erover te praten,’ zegt Van Dam, vertrouweling van Diederik Samsom. En zie: in april zette Samsom in zijn zevenpuntenplan voor de PvdA – de basis van het latere verkiezingsprogramma – dat op de arbeidsmarkt ‘flex minder flex’ en ‘vast minder vast’ moest worden.
In het liberale kamp gebeurde iets vergelijkbaars. De VVD is de afgelopen jaren op een aantal wezenlijke punten – zonder dat het veel aandacht kreeg – opgeschoven richting de PvdA. Handen af van de hypotheekrenteaftrek was al sinds het kabinet Balkenende II een mantra voor de VVD. Maar daarmee kwam de partij in weldenkend Nederland meer en meer alleen te staan. De woningmarkt zit al jaren muurvast – ook voor de economische groei een forse domper – en steeds meer betrokkenen zagen nog maar één middel om hem weer vlot te trekken: een beperking van de aftrek van hypotheekrente. Niek Jan van Kesteren, algemeen directeur en hoofdstrateeg van de machtige werkgeversorganisatie VNO-NCW zei al in maart dit jaar in Vrij Nederland: ‘Alleen maar herhalen dat er niet wordt getornd aan de hypotheekrenteaftrek, zoals Rutte al jaren doet, is uitgewerkt. Dat gelooft niemand meer.’
Na de mislukte Catshuisonderhandelingen eerder dit jaar, maakte de VVD de eerste beweging: in het Lenteakkoord met D66, GroenLinks en ChristenUnie werd de aftrek voor nieuwe hypotheken beperkt. In hun nationaal woonakkoord pleitten makelaars en huiseigenaren in mei zélf voor de afbouw van de aftrek. Niet zo verwonderlijk dat de top van de VVD, ondanks harde verkiezingsbeloftes, al op de ochtend van de verkiezingsdag besloot de hypotheekrenteaftrek te zullen offeren in de formatieonderhandelingen die zouden komen.
Met marktwerking is het van hetzelfde laken een pak. In de verkiezingsstrijd leek het er nog op dat marktwerking in de zorg bij de formatie een groot struikelblok zou gaan vormen, maar in werkelijkheid is de VVD de laatste jaren zelf steeds kritischer geworden over de zegeningen van de markt. Onder Paars in de jaren negentig waren de liberalen haast fundamentalistische gelovigen als het ging om liberalisering en privatisering. Maar de laatste jaren heeft die houding als gevolg van slechte ervaringen met een deel van de liberalisering plaats gemaakt voor een nieuw soort realisme bij de VVD. In januari van dit jaar besloot minister Schippers onverwacht snel een einde te maken aan het experiment van vrije tarieven voor tandartsen – tot verbazing van de oppositie. Illustratief was ook de uitzending van Buitenhof in mei, waarin VVD-Kamerlid Aptroot een aanval deed op de liberalisering van het spoor, die in datzelfde programma nota bene door oud-PvdA-minister Netelenbos werd verdedigd. Op Prinsjesdag zei oud-VVD-minister Remkes tegen Vrij Nederland dat het ‘best een paar tandjes minder kon’ met de marktwerking in de zorg om de PvdA tegemoet te komen.
En zo geschiedde. Tijdens de formatieonderhandelingen verzette de VVD zich weliswaar tegen een nieuw stelsel waarin de marktwerking helemaal zou worden teruggedraaid. Maar de liberalen stemden wel in met verschillende maatregelen die de marktwerking afzwakken. Zoals de inkomensafhankelijke zorgpremie, die de stimulans om naar een andere verzekeraar over te stappen grotendeels wegneemt. Ook de mogelijkheden voor aandeelhouders en medisch specialisten om snel winst te maken in de zorg, worden beperkt.
In de aanpak van de woningcorporaties is dezelfde ontwikkeling te zien. Juist de VVD heeft de afgelopen decennia geprobeerd de corporaties de vrije markt op te jagen. Maar bij de formatie accepteerden de liberalen zonder morren dat de corporaties onder verscherpt, direct toezicht van de gemeenten worden gesteld en zich alleen nog maar mogen bezighouden met sociale woningbouw.
Het was op andere terreinen waar de VVD tijdens de onderhandelingen van geen wijken wilde weten: begrotingsdiscipline, veiligheid en immigratie. Niet toevallig de ‘kroonjuwelen’ zoals de partij ze in 2009 formuleerde, om de electorale dreiging van Geert Wilders te pareren. Het was Ivo Opstelten die als toenmalig partijvoorzitter op basis van marktonderzoek van een commercieel bureau met een klein groepje vertrouwelingen de drie kernthema’s benoemde die de VVD nooit meer mocht laten lopen. Thema’s die de partij in oranje-onderstreepte stellingen op posters en wandtegeltjes goot: ‘De overheid moet minder doen en meer presteren’, ‘Meer straf en minder begrip voor criminelen’ en ‘geen Nederlands, geen bijstand’. Die strategie bracht de VVD twee keer een grote verkiezingsoverwinning.
In dat opzicht is de formatie voor de VVD uiterst succesvol verlopen. Mark Rutte en Stef Blok hebben de kroonjuwelen in de onderhandelingen met de PvdA alle drie binnengehaald. ‘Daarover kan de partij tevreden zijn,’ zegt Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD: ‘En zo ontstond er ruimte om elders concessies te doen.’
In de onderhandelingen gunde de VVD de PvdA de verwezenlijking van de grootste ambitie van de sociaal-democraten: eerlijk delen. En dat in de vorm van een inkomensafhankelijke zorgpremie.
De top van de VVD dacht: we hebben onze kroonjuwelen binnen, nu hebben we een sterk verhaal om het regeerakkoord uit te leggen aan onze achterban. Maar de liberale onderhandelaars zagen over het hoofd dat de VVD-kiezer kennelijk één ding nog belangrijker vindt dan meer blauw op straat, dichte grenzen en het huishoudboekje van de staat: de eigen portemonnee. Kort na het uitbreken van de volkswoede onder VVD’ers over de inkomsensafhankelijke zorgpremie erkende de net aangetreden VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra in Pauw & Witteman dat de partij die reactie schromelijk heeft onderschat. Hij had niet voorzien ‘dat er zoveel commotie zou ontstaan’.
De conclusie moet zijn: de VVD heeft zich blindgestaard op de eigen strategie. De koers die door Opstelten werd ingezet was electoraal zo succesvol, dat het onderhandelingsteam die strategie onverkort als richtsnoer gebruikte bij de formatie. Met als gevolg: een opstand onder de eigen kiezers en een vrije val in de peilingen.
Op het congres van de PvdA was zaterdag nauwelijks leedvermaak over het lot van de liberalen te bespeuren. Diederik Samsom deed zijn best de coalitiepartner de hand te reiken in de onenigheid over de zorgpremie. ‘Ik constateer ook dat er bij de VVD meer onrust ontstaat dan bij onze achterban over deze maatregel. Maar ik voel me daar net zo verantwoordelijk voor. Dit regeerakkoord dragen we samen.’
Het akkoord dat jarenlange patstellingen over hypotheekrenteaftrek en arbeidsmarkt doorbreekt, is al vergeleken met de Pacificatie in 1917. Toen werden onder de laatste liberale premier vóór Mark Rutte de langdurige schoolstrijd en het gevecht om het kiesrecht beslecht. Ook toen brak er in liberale kring grote onrust uit over de concessies die waren gedaan. Misschien kunnen VVD en PvdA hoop putten uit die episode: de onrust is vergeten, de hervormingen staan in alle geschiedenisboeken.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.