Dit artikel is ook te beluisteren.
Het is een grauwe vooravond in Den Haag. Aan de gracht bij het Stayokay Hostel serveren keukenmedewerkers gratis maaltijden aan mannen in trainingspakken en capuchontruien. Bij de hoofdingang is een kleine bibliotheek met Poolse romans ingericht en hangen briefjes met in het Pools opgestelde leefregels: alcohol is verboden en iedereen moet om elf uur ’s avonds binnen zijn.
Tijdens de coronacrisis worden de lege stapelbedden in het hostel gebruikt om dakloze arbeidsmigranten uit Oost-Europa op te vangen. De dertigjarige Jason komt uit Letland en belandde, net zoals de meeste mannen hier, op straat nadat hij ontslagen werd. ‘Door corona is alles naar de klote gegaan. Ik werkte bij een zuivelbedrijf en kreeg van de ene dag op de andere dag te horen dat ik niet meer hoefde te komen. Omdat ik mijn kamer ook huurde via het uitzendbureau stond ik vrijwel ogenblikkelijk op straat. Ik kreeg te horen dat ik m’n spullen moest pakken en kon oprotten naar Letland.’
Jason heeft diep ingevallen ogen en draagt een vaal trainingspak. Jarenlang werkte hij als verpleger in een Engels ziekenhuis, maar vanwege brexit moest hij het land uit. ‘In Nederland kwam ik daarna terecht in een groot distributiecentrum, streepjescodes scannen, dozen inpakken en dat soort dingen,’ vertelt hij in vloeiend Engels. ‘Daarna vond ik werk als kaasmaker, maar toen stortte de vraag in en hadden ze me niet meer nodig. Bij beide bedrijven waren de meeste collega’s Oost-Europees. Allemaal waren we gechoqueerd over de slechte werkomstandigheden in Nederland.’
Krap kamertje
Sinds Polen, Hongarije, Slowakije, Tsjechië en de Baltische Staten (2004), Bulgarije en Roemenië (2007) en Kroatië (2013) stapsgewijs zijn toegetreden tot de Europese Unie, is er een gigantische migratiegolf van Oost- naar West-Europa op gang gekomen. Volgens actuele EU-cijfers werken er op dit moment 17,5 miljoen Europese staatsburgers buiten hun eigen land: een verdubbeling vergeleken met tien jaar geleden.
In 2018 telde het Centraal Bureau voor de Statistiek 532.660 arbeidsmigranten in Nederland; 327.510 van hen waren afkomstig uit nieuwe EU-lidstaten, van wie driekwart uit Polen.
Meestal werken ze in de bouwnijverheid, de voedingsindustrie, als internationaal chauffeur, in grote distributiecentra of als oogsthulp in de landbouw en zijn ze in hun thuisland gerekruteerd door een internationaal uitzendbureau. Die opereren via een netwerk van filialen in Oost-Europa. Als Nederlandse bedrijven werknemers zoeken voor een bepaalde periode, zetten de uitzenders de vacature uit in Polen of Roemenië, vaak in arme plattelandsgebieden.
‘Ze screenen die mannen namelijk niet van tevoren dus weten ook niet of er probleemgevallen of mensen met een alcoholprobleem tussen zitten.’
In Nederland zijn zo’n vijftienduizend uitzendbureaus geregistreerd. Maar omdat er geen certificeringsplicht bestaat en het toezicht te wensen overlaat, komen misstanden volgens vakbond FNV vaker voor dan gedacht. Niet zelden blijkt de beloofde vaste baan bij aankomst in Nederland niet meer te zijn dan een oproepfunctie als dagloner en de woonruimte een krap kamertje dat ook nog eens gedeeld moet worden met landgenoten.
‘Stel, een bedrijf in Nederland heeft werk voor ongeveer honderd man,’ legt FNV-voorman Bart Plaatje uit. ‘Vaak worden er dan meer dan honderdvijftig Poolse jongens hiernaartoe gehaald door zo’n uitzender. Ze screenen die mannen namelijk niet van tevoren en weten dus ook niet of er probleemgevallen of mensen met een alcoholprobleem tussen zitten. Zo proberen ze zeker te stellen dat er genoeg arbeidskrachten zijn om aan de opdrachtgever aan te bieden. Voor die jongens zelf betekent het dat ze de hele dag een beetje moeten rondhangen totdat ze opgeroepen worden voor werk.’
Huurinkomsten
Hrvoje Vuković (50) komt uit Kroatië en werkt via het Tilburgse uitzendbureau E&A als heftruckchauffeur in een groot distributiecentrum. Al anderhalf jaar woont hij in een kamercomplex middenin het Brabantse dorpje Zundert. Hij deelt een kamertje van tien vierkante meter met een Kroatische vriend. Twee krappe eenpersoonsbedden worden van elkaar gescheiden door een met plasticzeil bekleed tafeltje, de douche die de mannen moeten delen staat in de kamer zelf. Van privacy of anderhalve meter afstand kan hier geen sprake zijn, beklaagt Vuković zich. Hij pakt een map met loonbriefjes erbij. Hoe langer hij in Nederland is, hoe minder geld hij verdient. ‘In eerste instantie leek alles oké,’ vertelt hij. ‘Maar na een tijdje kreeg ik steeds minder betaald. De urenregistratie mogen we niet inzien dus we kunnen niks controleren en de huur loopt gewoon door. Van tweehonderd euro per week kan ik echt niet rondkomen.’
‘Ook als de beloofde voltijdsbaan niet blijkt te bestaan, moet een migrant wél meteen kamerhuur betalen. Zo begint voor het uitzendbureau de kassa te rinkelen voor er ook maar een minuut gewerkt is.’
E&A bestiert een netwerk van tien wervingskantoren in verschillende Poolse provinciesteden en heeft één kantoor in Kroatië. Het concern verzorgt voor zeventig procent van zijn werknemers ook de huisvesting. Het kamercomplex in Zundert is gevestigd boven een restaurant schuin tegenover het gemeentehuis. Verspreid over twee smalle gangen zijn twintig kleine kamertjes gebouwd. In de keuken op de eerste verdieping warmt een Poolse man een diepvriespizza op in de magnetron. De oven en koelkast zijn al een jaar stuk en er zijn slechts drie gasstellen beschikbaar voor de veertig mannen die in het pand wonen. Toch betaalt Vuković bijna honderd euro per week voor zijn gedeelde kamertje: zo strijkt de verhuurder maandelijks ongeveer 16.000 euro op aan huurinkomsten alleen.
Volgens de FNV is de afhankelijkheidsrelatie die ontstaat omdat internationale uitzendbedrijven ook de huisvesting regelen voor hun arbeidsmigranten in toenemende mate een probleem. Het kan zelfs leiden tot meer daklozen in Nederland. ‘De uitzendbranche ziet het als extra dienstverlening als ze ook meteen woonruimte regelen voor een uitzendkrachtuit Polen,’ vertelt Plaatje. ‘In werkelijkheid verdienen ze er behoorlijk aan. Want ook als de beloofde voltijdsbaan niet blijkt te bestaan, moet een migrant wél meteen kamerhuur betalen. Zo begint voor het uitzendbureau de kassa te rinkelen voor er ook maar een minuut gewerkt is.’
Neerwaartse spiraal
Ook daklozenorganisaties signaleren een zorgwekkende stijging van het aantal Oost-Europeanen dat in Nederland op straat leeft. Marlies Filbri is directeur van het Haagse Straat Consulaat en behartigt met die organisatie de belangen van daklozen. In Den Haag is een derde van de mensen zonder dak boven hun hoofd van Oost-Europese komaf, vertelt ze in de lege bar van het Stayokay Hostel. De coronacrisis maakt dat probleem nu opeens zichtbaar: juist als arbeidscontract en huurovereenkomst via hetzelfde uitzendbureau lopen, is het risico op dakloosheid levensgroot voor mensen die de Nederlandse regels niet kennen, de taal niet spreken en hier geen netwerk hebben.
Filbri: ‘Volgens de Nederlandse regels moet zo’n arbeidsmigrant gewoon teruggaan op het moment dat er geen werk meer is. Maar ik spreek genoeg jongens voor wie dat niet altijd een optie is. Soms hebben ze niet genoeg geld voor de reis of schamen ze zich. Ze zijn naar Nederland gekomen om geld te verdienen, maar krijgen hier te weinig om een bestaan op te bouwen, zijn vaak niet uitkeringsgerechtigd en hebben geen recht op opvang. Als je dan je huis uit moet kom je al snel in een neerwaartse spiraal terecht.’
Prijsopdrijvend
Om de problemen van Oost-Europese arbeidsmigranten in kaart te brengen, stelde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in mei 2020 een Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten samen. Dat heeft onder leiding van voormalig SP-partijleider Emile Roemer in oktober het onderzoeksrapport ‘Geen tweederangsburgers’ gepresenteerd.
Het rapport waarschuwt in niet mis te verstane bewoordingen voor de ‘niet altijd onwettige, maar wel onwenselijke’ situatie waarin uitzendbureaus hun ‘verdienmodel baseren op het vergaand maximaliseren’ van kosten voor huisvesting ‘onder gelijktijdig minimaliseren van het inkomen’. Als oplossing wil het Aanjaagteam onder meer internationaal werkende uitzendbureaus gaan certificeren, eist het toezicht door gemeentes en een boetesysteem om bedrijven die toch samenwerken met malafide uitzenders te bestraffen. Maar bovenal pleit Roemer voor een totale loskoppeling van woon- en werkcontracten.
In een reactie noemt de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) de aanbevelingen ‘sympathiek maar op korte termijn niet uitvoerbaar’ vanwege het ‘tekort van tenminste 120.000 slaapplaatsen’ en waarschuwt dat ‘één persoon per slaapkamer’ prijsopdrijvend kan gaan werken – ‘hetgeen niet in het belang is van de arbeidsmigrant’. Bovendien zijn er volgens ABU in 2012 afspraken gemaakt tussen werkgevers en de overheid over het bouwen van honderdduizend tijdelijke woonunits voor arbeidsmigranten en is die belofte nooit nagekomen.
Ook werkgeverslobby VNO-NCW laat in een reactie weten dat de overheid meer moet doen. ‘Migranten moeten worden beschermd tegen de uitholling van rechten zoals we die in Nederland wensen te handhaven. Ook wij hebben flinke zorgen over het gebrek aan huisvesting. Ondernemers willen daar graag over meedenken. Maar er moet echt meer gebouwd worden in Nederland en daarbij is hulp nodig van de overheid.’
Over landsgrenzen heen durven kijken
De uitbuiting van Oost-Europese migranten is niet uitsluitend een Nederlands probleem. In Duitsland komen steeds misstanden in de vleesverwerkende industrie bovendrijven en werden midden in de eerste coronagolf vliegtuigen vol Roemeense landarbeiders ingevlogen, op bouwwerven in heel Europa komt het regelmatig voor dat onderaannemers verdwijnen met de loonbetalingen van kwetsbare Oost-Europeanen, en internationale chauffeurs zijn vaak gedwongen wekenlang in hun vrachtwagen te overnachten.
‘De huidige verhoudingen maken migranten verdomd kwetsbaar en internationale uitzendbureaus ontlenen hun hele bestaansrecht aan ongereguleerde migratie.’
Om die problemen centraal aan te pakken, lanceerde de Europese Commissie in oktober 2019 de Europese Arbeidsautoriteit (ELA – European Labour Authority): een nieuwe instelling die moet gaan toezien op naleving van de arbeidsregels in de hele EU. Eind 2020 is de dienst van start gegaan met een internationale inspectie in België, Litouwen en Portugal. Welke sanctiemogelijkheden die ELA precies ter beschikking krijgt is echter nog onduidelijk en de eindverantwoordelijkheid voor de arbeidsinspecties blijft nog steeds bij nationale overheden liggen.
Ondanks die beperkingen is FNV-voorman Plaatje dankbaar voor elk EU-initiatief tegen arbeidsuitbuiting. ‘Voor Polen en Bulgaren is armoede thuis een belangrijke drijfveer om hier geld te komen verdienen,’ verzucht hij. ‘Ik ben dan ook helemaal niet tégen arbeidsmigratie. Maar de huidige verhoudingen maken migranten wel verdomd kwetsbaar en internationale uitzendbureaus ontlenen hun hele bestaansrecht aan ongereguleerde migratie. Om dat op te lossen moet je over landsgrenzen heen durven kijken. Dit kunnen we niet binnen Nederland alleen oplossen.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.