Op het eerste gezicht zijn de verschillen tussen Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin niet onoverbrugbaar. De een wordt The Don genoemd, vanwege het rapnummer tegen drugs dat hij begin 2006 gekleed in driedelig pak opnam (‘Hier spreekt Donner van Justitie / Ik doe het samen met politie’). De ander werd op de Nederlandse Antillen vanwege zijn eigenaardige loopje de Tiptoe King gedoopt. Hij danst graag op Caribische muziek en bezocht met zijn staatssecretaris Nebahat Albayrak concerten van Coldplay en Bruce Springsteen. Als zijn mobiele telefoon gaat, klinkt er een daverende rocktune. Beiden zijn afkomstig uit een familie van intellectuele zwaargewichten. Piet Heins grootvader, mr. dr. Jan Donner, was president van de Hoge Raad, zijn vader André hoogleraar staatsrecht aan de VU en rechter bij het Europees Hof van Justitie. Terwijl de vader van Hirsch Ballin de leerstoel auteursrecht bekleedde aan de Universiteit van Amsterdam.

Geen wonder dat zowel Ernst als Piet Hein rechten ging studeren. Hirsch Ballin werd hoogleraar staats- en bestuursrecht in Tilburg, Donner voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In bijbelvastheid doen ze niet voor elkaar onder. De protestant Donner citeert graag de apostel Paulus, de rooms-katholiek Hirsch Ballin kent het werk van Thomas van Aquino uit zijn hoofd. Ze komen elkaar al bijna twintig jaar in verschillende gremia tegen. Beiden maakten deel uit van het Strategisch Beraad dat het CDA (in 1994 voor het eerst naar de oppositie verbannen) weer op het goede spoor moest brengen. Samen zaten ze in de Raad van State.

Donner was minister van Justitie in het eerste en tweede kabinet-Balkenende, Hirsch Ballin in Lubbers III en daarna weer in Balkenendes derde en vierde kabinet. Beiden wierpen ze zich op als hoeder van de democratische rechtsstaat en de vrijheid van godsdienst – ook voor religieuze minderheden. Bij talloze gelegenheden spraken ze hun afschuw uit over de toenemende vijandige bejegening van moslims.

Donner uit den haag

Hoe kan het dan toch dat Ernst Hirsch Ballin en Piet Hein Donner op het CDA-congres over de vorming van het kabinet met gedoogsteun van Wilders recht tegenover elkaar kwamen te staan?

Advertentie

Advertentie

In de stampvolle Rijnhal in Arnhem begaf eerst Hirsch Ballin zich met zijn karakteristieke tred naar de interruptiemicrofoon. Het CDA hoorde niet thuis in een politiek verbond met de PVV, zei hij terwijl de camera’s flitsten. Het gedoogkabinet zou bijdragen aan ‘verdere verdeeldheid van ons land, aan gewenning aan een manier van omgaan met medeburgers waaraan we niet moeten willen wennen’. Met een stem vol emotie: ‘Doe dit onze partij niet aan, doe dit ons land niet aan.’

Nog geen kwartier later kreeg ‘Donner uit Den Haag’ het woord. Hij kon zich de gevoelens van de tegenstanders van in zee gaan met Geert Wilders goed voorstellen, zei hij. ‘We zijn het eens over het doel: de ideeën van Wilders over de islam, over allochtonen, over mensen tegen elkaar opzetten moeten bestreden worden.’ Maar dat moest je niet doen door de anderhalf miljoen kiezers die op de PVV hadden gestemd aan de kant te laten staan. Dan zouden de tegenstellingen in Nederland zich alleen maar verharden. Dus moest er worden geregeerd. Donner: ‘Ik heb er vertrouwen in dat we ons als CDA niet besmeuren door steun van Wilders te aanvaarden.’

Beiden viel een ovationeel applaus ten deel.

Nieuwe wegen, vaste waarden

Vijftien jaar na hun gezamenlijke werkstuk ‘Nieuwe wegen, vaste waarden’ heeft Donner zich in het kamp geschaard van Maxime Verhagen die liever met de PVV dan met de PvdA regeert. Terwijl Hirsch Ballin in korte tijd is uitgegroeid tot boegbeeld van het verzet tegen de samenwerking met Wilders.

Fricties tussen de beide rechtsgeleerden waren er al langer, weten insiders. Niet over de islam, de allochtonen en de dreigende polarisatie. Moslims moesten in Nederland in alle vrijheid hun geloof kunnen belijden, daarover waren ze het roerend eens. Donner zorgde in 2006 voor commotie met zijn uitspraak in Vrij Nederland: ‘Als tweederde van alle Nederlanders morgen de sharia zou willen invoeren, dan moet die mogelijkheid toch bestaan. Zoiets kun je wettelijk niet tegenhouden. Het zou ook een schande zijn om te zeggen: dat mag niet!’ Hirsch Ballin is in zijn vrije tijd al jaren actief betrokken bij de interreligieuze dialoog tussen christenen, joden en mohammedanen. Hij was moderator bij symposia als ‘In de voetsporen van Abraham’ en gaf twee jaar geleden tegenover dit weekblad hoog op van ‘de meerwaarde van de kennismaking met andere culturen en identiteiten. Dat is voor mij existentieel’.

De fricties gingen over heel andere dingen. Donner – die als minister van Justitie in het derde kabinet-Balkenende moest aftreden vanwege de Schipholbrand – had gehoopt na de verkiezingen op zijn oude departement terug te komen. Helaas dachten de nieuwe coalitiepartners PvdA en ChristenUnie daar anders over. Op hun aandringen werd het ministerschap van tijdelijk plaatsvervanger Hirsch Ballin op Justitie geprolongeerd. Als doekje voor het bloeden kreeg Donner Sociale Zaken. Niet tot zijn plezier.

Al snel raakte hij in een loopgravenoorlog verwikkeld met Mariëtte Hamer (PvdA) en Agnes Jongerius (FNV) over de versoepeling van het ontslagrecht die niet mocht doorgaan, de duur van de WW die niet mocht worden verkort en de Wajong die moest blijven. Terwijl Hirsch Ballin, begin jaren negentig door de PvdA nog voor een conservatieve dogmaticus uitgemaakt, het stralende middelpunt werd van het nieuwe kabinet. Ernst kon bruggen bouwen. Ernst kon goed overweg met Ella Vogelaar, Guusje ter Horst en niet te vergeten Nebahat Albayrak. Ernst groeide uit tot het staatsrechtelijk geweten van Balkenende IV.

Tot groeiende wrevel van Piet Hein Donner, die het staatsrechtelijk geweten van de kabinetten-Balkenende I tot en met III was geweest.

Deze slag heeft Donner gewonnen, maar de titanenstrijd is nog niet ten einde

Meestal konden de collega’s in de ministerraad er wel om lachen als Donner tijdens de wekelijkse vergadering in de Trêveszaal ongevraagd zijn licht liet schijnen over kwesties die vielen onder de minister van Justitie. Soms liep de rivaliteit tussen de twee CDA’ers uit de hand. Zoals bij de bespreking van het voorstel van Femke Halsema om rechters de bevoegdheid te geven wetten die door de Kamer waren aangenomen aan de Grondwet te toetsen. Hirsch Ballin was vóór. Donner tegen. Als de een A zei, zei de ander automatisch B.

Totaal verschillend reageerden de twee kemphanen ook op de val van het kabinet met de PvdA over de missie in Uruzgan. In het holst van de nacht richtte Hirsch Ballin een emotionele afscheidsrede tot de sociaal-democraten met wie hij het zo goed kon vinden. Donner stond pal achter de harde opstelling van Jan Peter Balkenende en minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen. In zijn ogen had de PvdA het volledig verbruid.

Eind juli maakten Rutte, Verhagen en Wilders bekend dat ze koers zetten op een kabinet met gedoogsteun van de PPV. Ze verklaarden ‘elkaars verschil van inzicht’ over de islam voortaan te accepteren. Hirsch Ballin, die op het punt stond een bezoek te brengen aan zijn collega-minister Frikrat Mammadov van het overwegend islamitische Azerbeidzjan, was volstrekt ontdaan: hoe kon Verhagen zijn eerdere bezwaren tegen een pact met de PVV zo makkelijk inslikken? Donner, net terug van vakantie in Zwitserland, reageerde anders. De PVV echt mee laten regeren leek hem een brug te ver. Maar als het CDA een gedoogakkoord met Wilders sloot, konden de anderhalf miljoen boze kiezers zien dat ze serieus werden genomen. De christen-democraten moesten binnen de nieuwe coalitie dan wel flink hun tanden laten zien.

Als Wilders daarin na verloop van tijd een reden zag te breken, deed hij dat maar. De boze burger zou dan begrijpen dat het de CDA’ers niet aan goede wil had ontbroken. Het leek hem een geweldige strategie.

een opstand

Toen binnen de fractie de opstand van de dissidenten Klink, Ferrier en Koppejan uitbrak, was Donner gaarne bereid te bemiddelen. Maar wel op basis van het standpunt van Verhagen: als het CDA-congres met het gedoogkabinet instemde, moesten de dissidenten zich daarbij neerleggen. Anders konden ze vertrekken. Het geweten van het laatste kabinet-Balkenende, Hirsch Ballin, werd geen bemiddelende rol gegund. Hij hield zich naar buiten toe lange tijd stil, maar zat ondertussen driftig te mailen, bellen en sms’en met andere vooraanstaande partijgenoten die tegen de samenwerking met Wilders waren. V

lak voor het congres in Arnhem beleefde hij zijn coming-out: hij riep zijn partij met hart en ziel op niet met Wilders door te gaan. Een bewindspersoon uit het vierde kabinet-Balkenende die Donner en Hirsch Ballin beide goed kent: ‘Piet Hein is er echt van overtuigd dat deze coalitie de beste manier is om het CDA te redden én Wilders de pas af te snijden. Ernst wijst die redenering principieel af. Hij zegt: we mogen er niet aan meewerken dat er gewenning ontstaat aan de denkbeelden van de PVV, dat die langzaam onze politieke orde en instituties binnensijpelen. Dat proces heeft Ernst willen stoppen.’

Piet Hein Donner lijkt deze slag gewonnen te hebben: hij wordt weer minister. Maar daarmee is de titanenstrijd tussen The Don en de Tiptoe King nog niet ten einde. In 2012 moet Herman Tjeenk Willink vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd afscheid nemen als vicepresident van de Raad van State. Mogelijke kandidaten voor zijn opvolging: Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin.