Dit verhaal is dankzij Blendle ook te beluisteren.
Datadiefstal, misinformatie, monopolievorming, massasurveillance, algoritmische polarisatie, cyberoorlogen: dat het internet niet de gelijkheid, verbondenheid en democratie heeft gebracht waar digitale pioniers van droomden, was al langer duidelijk. Maar niet eerder werd de noodklok zo hard geluid door de mensen die zelf aan het roer stonden van deze ontwikkelingen.
Chris Wetherell – oud-medewerker van Twitter – heeft tot de dag van vandaag spijt van de retweet-knop: ‘We hebben een vierjarige een geladen pistool gegeven. Sociale media zijn stuk en dat komt door de retweet-knop.’
Zijn excuses passen in een beweging van verschillende ontwikkelaars die in het afgelopen jaar spijt betuigden over wat ze hebben gemaakt. Maar hoe serieus moeten we deze tech-excuses nemen? Wat kopen we voor deze geïnstitutionaliseerde boetedoening? En kondigen ze een nieuw tijdperk aan?
‘Het geweten van Silicon Valley’
In 2019 maakten verschillende ex-werknemers van Google, Facebook en Twitter hun wroeging wereldkundig.
In april lanceerde voormalig Google-engineer Tristan Harris een plan dat een einde moet maken aan de uitgekookte tactieken waarmee ontwikkelaars ons vastlijmen aan hun sociale-mediaplatformen en online diensten. Samen met het door hem opgerichte Center for Humane Technology trekt hij ten strijde tegen de aandachtseconomie die onze autonomie, sociale verbondenheid en concentratie ernstig zou aantasten. Harris werd in de media gebombardeerd tot ‘het morele geweten van Silicon Valley’ en is allang niet meer de enige bekeerling die ons wil behoeden voor de kwade geesten uit de vallei.
Voor zowel de tech-industrie als de influencers geldt: de inkomsten nemen niet af als de kritiek groeit.
In mei verklaarde Facebook-medeoprichter Chris Hughes, die in 2007 het bedrijf verliet, dat Facebook te machtig is geworden en opgesplitst moet worden door de Federal Trade Commission. Over de invloed van Mark Zuckerberg zei hij: ‘De invloed van Mark is ronduit schokkend en veel groter dan die van welke persoon dan ook in de private of overheidssector.’
Ook voormalig presidentskandidaat Elizabeth Warren wil Facebook opbreken. Het bedrijf zou te veel macht hebben over de Amerikaanse economie, maatschappij en democratie.
Pr-offensief
Deze gebeurtenissen staan niet op zichzelf: het tech-debat wordt scherper gevoerd dan tien jaar geleden. Regelmatig verschijnen kritische stukken over data-schandalen en de ongebreidelde macht van big tech.
Maar we zijn er nog lang niet. Oud-Twitter-medewerker Chris Wetherell verwijst in zijn spijtbetuiging namelijk ook terloops naar zijn nieuwe tech-startup. Daarmee krijgen zijn excuses een wrange bijsmaak. Is hij oprecht of is dit een pr-offensief om zijn nieuwe startup te positioneren in een veranderde markt?
Bovendien zijn excuses snel gemaakt. Het nummer ‘Sorry seems to be the hardest word’ mag dan talloze keren gecoverd zijn, anno 2020 kwelen artiesten hun sorry’s makkelijker dan ooit. De apology-video waarin vloggers, YouTubers en influencers tranentrekkende excuses maken over misstappen, onhandige uitspraken of tweets is tegenwoordig een succesvol genre. Het levert niet alleen compilaties, parodieën en memes op, maar ook talloze reactievideo’s waarin vloggers de gemaakte excuses nauwkeurig analyseren en op hun authenticiteit beoordelen. Worden de excuses niet geaccepteerd, dan is de conclusie duidelijk: deze YouTuber is cancelled.
Voor zowel de tech-industrie als de influencers geldt: de inkomsten nemen niet af als de kritiek groeit. Apology-video’s leveren door het hoge aantal views flinke inkomsten op. Daarmee zijn zowel de tech-excuses als de excuusvideo’s een stijlvorm geworden: een ritueel om de ontstane ophef te verzachten in de vorm van een commercieel afgewogen reactie. Zodra de excuses zijn doorontwikkeld en geoptimaliseerd, is het tijd om likes te oogsten.
Sorry-ritueel
De institutionalisering van tech-excuses zien we ook terug in de manier waarop overheden en bedrijven omgaan met de meldplicht voor datalekken. Die meldplicht zou moeten leiden tot zorgvuldiger gebruik van data, maar het onbedoelde gevolg is dat bedrijven zoeken naar gestroomlijnde manieren om reputatieschade te beperken. De gemeente Etten-Leur, Universiteit Utrecht, Jeugdzorg en het Donorregister: allemaal zeiden ze in het afgelopen jaar: ‘Sorry voor onze nalatigheid, uw data liggen op straat, het was niet onze bedoeling.’ Of een variatie op deze geritualiseerde boetedoening.
In april van dit jaar zagen we nog een sorry-ritueel voorbij komen tijdens de befaamde corona-appathon van het ministerie van VWS. Bij het online zetten van de broncode van de Covid-19 Alert-app waren onbedoeld tweehonderd namen, e-mailadressen en versleutelde wachtwoorden van gebruikers van een andere app meegekomen. De ontwikkelaars verklaarden dat de fout was ontstaan door de hoge tijdsdruk.
Een week later ging het mis bij de NL-Alert app. Door een datalek waren locatiegegevens terechtgekomen bij een externe partij waarvoor de data niet bedoeld waren. Ditmaal kwamen er geen excuses of een verklaring, alleen een melding van het datalek.
Spijtindustrie
Het sorry-ritueel blijft anno 2020 nog altijd steken in een verantwoording voor de gemaakte fouten, terwijl verantwoordelijkheid nemen uitblijft. De Amerikaanse journalist Audrey Watters bedacht hier een term voor: de spijtindustrie. Bedrijven zeggen makkelijk sorry, maar nemen geen verantwoordelijkheid voor de structurele factoren waardoor dingen verkeerd gaan. Door fouten te presenteren als losstaande incidenten en de focus te verleggen naar individuele factoren, blijven de belangrijkste oorzaken buiten beschouwing.
Een voorbeeld is het publiekelijke excuus van Uber aan de nabestaanden van de 22-jarige Mare Welkers, die in 2017 werd doodgereden door een Uber-chauffeur. Het bedrijf bood excuses aan voor hun trage reactie richting de nabestaanden en presenteerde maatregelen die het individuele rijgedrag van hun chauffeurs moesten verbeteren. Zo ging de minimum chauffeursleeftijd omhoog en werden aanvullende rijcursussen aangeboden.
‘Welk bedrijf moet in godsnaam het publiek eraan herinneren dat ze zich aan de regels houden?’
Volgens Jip Welkers, de zus van de overleden Mare, moet de focus niet liggen bij de individuele chauffeurs, maar bij het uitbuitende businessmodel dat onveilige verkeerssituaties veroorzaakt in steden waar veel Uber-taxi’s rijden. ‘Uber-chauffeurs werken onder slechte arbeidsvoorwaarden en moeten wel 60 tot 70 uur rijden om een normaal inkomen te kunnen verdienen. Ze worden opgejaagd om zoveel mogelijk klanten goedkope ritjes aan te bieden, en moeten doorlopend actief blijven op de app om klanten te werven.’
De chauffeur van het dodelijke verkeersongeluk is volgens Welkers medeslachtoffer van de werkwijze van Uber. Zolang het bedrijf daar niks aan verandert, hebben de publiekelijke excuses voor de familie weinig waarde. ‘Het was vooral een symbolisch sorry om de imagoschade voor het bedrijf te beperken. De Uber-app en het businessmodel werken verkeersonveiligheid in de hand. In plaats van daar iets aan te doen, komen ze met grote billboards om het publiek te vertellen dat al hun chauffeurs aan de wettelijke regels voldoen. Maar welk bedrijf moet in godsnaam het publiek eraan herinneren dat ze zich aan de regels houden?’
In een excuusbrief die anderhalf jaar na het ongeval werd verzonden, werd de familie uitgenodigd voor een toelichting op Uber en verkeersveiligheid. De familie bedankte daarvoor. ‘Anderhalf jaar later reageren nadat we de media hadden opgezocht is niet oprecht. De uitnodiging voelde heel scheef, wetende dat de Uber-chauffeur zo slecht werd ondersteund in zijn trauma en geen hulp kreeg bij de rechtszaak. We wilden Uber geen munitie geven om te kunnen claimen dat ze het probleem hebben opgelost, omdat ze dat niet hebben gedaan. De verkeersveiligheid in steden staat nog steeds op het spel. Er is een toename in ongevallen met letsel en schade door taxi’s. Ze moeten niet in gesprek met ons, maar met de gemeente en hun eigen zzp’ers over verkeersveiligheid en betere arbeidsvoorwaarden.’
Springplank
Het voorbeeld van Uber toont dat de focus op individuele factoren – in dit geval het rijgedrag van de chauffeur – ervoor zorgt dat structurele, politieke en economische factoren niet worden aangepakt. Het sorry-ritueel waarbij de ontwikkelaar, de platformgebruiker of de ‘verslaafde’ consument als schuldige naar voren wordt geschoven, houdt de machtspositie van grote techbedrijven in stand. Het kritische technologiedebat heeft daardoor meer weg van incident-gedreven journalistiek dan dat het een hefboom is voor structurele verandering.
Het .sorry domein heeft als missie om sorry niet het einde, maar het begin van het gesprek te laten zijn.
Maar de spijtindustrie, die momenteel onderdeel is van het probleem, kan ook onderdeel worden van de oplossing. De betekenisloze sorry’s maken bij velen een gevoel van cynisme en onverschilligheid los. Maar ze kunnen ook een springplank zijn om de stap te maken van verantwoording afleggen over de gevolgen van technologie naar verantwoordelijkheid nemen voor de impact van technologie. Daarvoor is een plek nodig waar mensen met elkaar in gesprek kunnen gaan over tech-excuses en het nemen van verantwoordelijkheid. Een digitale plek waar bedrijven en overheden worden uitgedaagd om verder te komen dan een geritualiseerde boetedoening, en waar burgers op hun beurt kunnen leren hoe zij bedrijven kunnen vergeven.
Topleveldomein met een missie
Een nieuw topleveldomein moet deze stap mogelijk maken. Een topleveldomein is het laatste gedeelte van een website, het deel dat na de punt komt, zoals de .com of de .net, en wordt toegekend door de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN). Deze organisatie bepaalt wie een topleveldomein mogen uitgeven en onder welke voorwaarden.
Stichting SETUP stapt het komende jaar naar de ICANN om een .sorry topleveldomein te registreren. SETUP is een non-profitorganisatie die digitale ontwikkelingen tastbaar probeert te maken voor een breed publiek om zo meer mensen inspraak te geven in het ontwerp van digitale technologie. Het .sorry domein heeft als missie om sorry niet het einde, maar het begin van het gesprek te laten zijn. ‘Claimen dat dit nieuwe topleveldomein er komt, is stap één,’ zegt Jelle van der Ster, algemeen directeur van de stichting. ‘Vervolgens kunnen we samen met internetpioniers, ontwerpers, mediakunstenaars en andere scherpe geesten achter het internet bedenken hoe dit domein eruit moet zien. Als je mij in 2000 had gevraagd wat een online encyclopedie zou zijn, was ik ook niet op Wikipedia gekomen.’
Behalve een online plek waar bedrijven, overheden en burgers gezamenlijk de tech-excuses naar een hoger plan kunnen tillen en verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de impact van technologie, is het doel van het .sorry domein ook om inzichtelijk te maken wat er gebeurt binnen de technische infrastructuur van het internet, de wereld van ICANN: ‘Bij het registreren van een nieuw topleveldomein krijg je als organisatie te maken met de machts- en gezagsstructuur van de ICANN, we willen inzichtelijk maken hoe dat eruit ziet en hoe je daar als organisatie invloed op hebt,’ legt Van der Ster uit.
Hoe die machtsstructuren precies werken, is niet altijd even duidelijk. Vorig jaar won Amazon-oprichter Jeff Bezos een strijd van maar liefst zeven jaar met een aantal landen in het Amazonegebied om het .amazon topleveldomein. Brazilië, Bolivia, Peru, Ecuador, Colombia, Venezuela, Guyana en Suriname wilden het domein naar hun geografische Amazone-regio laten verwijzen, maar in 2019 kende het bestuur van de ICANN het domein aan Bezos toe. Het besluit was het resultaat van zeven jaar beraadslaging en bureaucratische procedures, waarbij regeringen beweerden dat een bedrijf de naam van een geografische regio niet mag dragen, en Amazon beweerde dat het aan alle vereiste procedures had voldaan.

De sorry-taxonomie
Of het .sorry domein er komt, hangt niet alleen af van de ICANN, maar ook van de vraag of je een geldbedrag van twee ton bij elkaar kunt brengen, en of je kunt aantonen dat er draagvlak is voor jouw topleveldomein en het in de lucht kunt houden. ‘SETUP is in gesprek met Stichting Internet Domein Registratie Nederland (SIDN) om te kijken of het .sorry- topleveldomein aan de eisen van ICANN kan voldoen. Of het uiteindelijk gaat lukken om .sorry te registreren, weten we niet, maar de weg ernaartoe is minstens zo belangrijk,’ legt Van der Ster uit.
‘Onderweg doen we belangrijke inzichten op. Niet alleen over de machts- en gezagsstructuur achter het internet, maar ook over het thema van ons topleveldomein: de wereld van de sorry’s. We doen samen met kunstenaars en wetenschappers uit verschillende kennisgebieden artistiek ontwerpend onderzoek naar technologiegerelateerde sorry’s.’
Waar wetenschappelijk onderzoek werkt volgens gereguleerde methoden en stappenplannen, biedt artistiek onderzoek ruimte om te exploreren.
Artistiek ontwerpend onderzoek maakt gebruik van de houding en werkwijze van kunstenaars en ontwerpers. Waar wetenschappelijk onderzoek werkt volgens gereguleerde methoden en stappenplannen, biedt artistiek onderzoek ruimte om te exploreren, verbeelden, provoceren en inzichten te uiten in andere vormen dan tekst. De installaties, beelden en ontwerpen die bij SETUP worden gemaakt, zijn toegankelijk voor een breed publiek en fungeren als gereedschap waarmee burgers nieuwe technologieën kunnen vieren, maar zich ook kunnen wapenen tegen risico’s ervan.
Zoals het feminisme het probleem van genderongelijkheid niet kon oplossen met één emancipatiegolf, blijkt ook voor het internet een tweede emancipatiegolf nodig.
Zo ontwierpen studenten van de Hogeschool voor de Kunsten een sorry-taxonomie om mensen wegwijs te maken in de sorry-jungle. In onze excuses-maatschappij, waar te pas en te onpas en met verschillende bijbedoelingen sorry wordt gezegd, raken mensen snel verdwaald. De sorry-taxonomie werkt met een overzichtelijk scoresysteem dat met dode mussen uitdrukt hoe goed of slecht een sorry is. Hoe slechter de excuses, hoe meer de ontvanger blij wordt gemaakt met een dode mus.
Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de sorry geen inzicht biedt in de gemaakte fouten, of geen blijk geeft van oprechtheid en het nemen van verantwoordelijkheid. In dat geval kan de sorry gewaardeerd worden met maximaal vijf dode mussen. Wanneer de excuses wél oprecht zijn en inzicht geven in de gemaakte fout en het nemen van verantwoordelijkheid, dan kan deze tot wel vijf levende mussen verdienen.

Met het mussen-scoresysteem kunnen slachtoffers van tech-schandalen uitdrukken hoe waardevol zij de gemaakte excuses vinden. In navolging op de Big Brother Awards die elk jaar door Bits of Freedom wordt georganiseerd, zullen de excuses van voormalig award-ontvangers dit najaar door SETUP langs de mussenmeetlat worden gelegd. In hoeverre hebben de Kamer van Koophandel, het Centraal Justitieel Incasso Bureau en andere winnaars van de Big Brother Award hun gedrag aangepast en kunnen we deze partijen nog het voordeel van de twijfel geven? Als we het recht om vergeten te worden serieus nemen, moeten ook voormalig privacyschenders een tweede kans krijgen. Al is het maar om te leren dat het probleem van privacyschending groter is dan een aantal losse incidenten of een enkele woordvoerder.
Uitbuitend verdienmodel
Kritisch navigeren in de sorry-jungle en het realiseren van een .sorry topleveldomein passen in een bredere ontwikkeling van organisaties en pioniers die het internet willen terugveroveren. Zoals het feminisme het probleem van genderongelijkheid niet kon oplossen met één emancipatiegolf, blijkt ook het internet een tweede emancipatiegolf nodig te hebben om een gelijkwaardige, veilige en rechtvaardige toegang tot het digitale domein te realiseren.
De eerste emancipatiegolf moest ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen toegang konden krijgen tot het wereldwijde web. Maar toen het internet veranderde in een ondemocratische plek waar een handjevol techbedrijven de dienst uitmaken, werd duidelijk dat niet alleen de toegang tot het internet beter geregeld moet worden, maar ook de manier waarop we het internet inrichten.
Datahongerige tech-giganten als Google en Facebook opereren in een juridisch vacuüm en hebben zich de digitale wereld volledig kunnen toe-eigenen. Onze democratie en digitale soevereiniteit zijn daardoor ernstig aangetast. Wat wij doen, waar we dat doen en met wie, wordt doorlopend afgeleid uit onze telefoons, auto’s, straten, plattegronden, huizen, winkels, lichamen, bomen, gebouwen, luchthavens en steden.
Aan de hand van deze gegevens verkopen techbedrijven winstgevende gedragsvoorspellingen aan bedrijven. En zo gaat er achter het internet een uitbuitend verdienmodel van surveillance-kapitalisme schuil, waar menselijk gedrag door techbedrijven wordt omgezet in data, en toegeëigend als gratis grondstof voor gedragsvoorspelling.
Herdenkingsplek
Het antwoord op deze ontwikkeling is een tweede emancipatiegolf waarbij een nieuwe generatie internetpioniers alternatieve verdienmodellen en internet-infrastructuren bedenkt. Zo lanceerde Tim Berners-Lee, oprichter van het wereldwijde web, zijn ‘contract for the web’ met tien richtlijnen voor regeringen, bedrijven en burgers om het internet te redden.
Een van de richtlijnen is dat burgers zowel vormgevers als samenwerkingspartners moeten zijn op het web, zodat het een relevante inhoud heeft voor iedereen en er sterke gemeenschappen kunnen ontstaan. Een ander voorbeeld is het Nederlandse Freedom Internet, dat vorige maand zijn eerste klanten aansloot op een meekijkvrije internetverbinding die garandeert dat gebruikersdata nooit zullen worden verkocht aan derden.
In het boek Het internet is stuk, waarin Marleen Stikker uitlegt hoe we onze digitale soevereiniteit kunnen terugwinnen door de mens in plaats van het verdienmodel centraal te stellen, staan nog meer voorbeelden van hoe een nieuwe generatie internetpioniers aan de weg timmert.
Om deze tweede emancipatiegolf verder te brengen, moet het oude internet met al zijn miskleunen en bijbehorende tech-excuses een herdenkingsplek krijgen. Niet zozeer om terug te kijken, maar vooral om vooruit te kunnen kijken op basis van lessen uit het verleden. Van daaruit kan het internet op een weloverwogen manier opnieuw vorm krijgen. Excuses zijn voor iedereen een herkenbaar moment in een relatie: moeilijk, maar met kans op verbetering. Bedrijven en overheden die tot nu toe niet verder zijn gekomen dan een geïnstitutionaliseerde boetedoening verdienen een oprechte tweede kans. Wat als zij de mogelijkheid krijgen om de stap te maken van verantwoording afleggen over gemaakte fouten naar verantwoordelijkheid nemen voor de impact van hun technologieën, hoe zou dat er in de praktijk uitzien?
Jip Welkers heeft daar als ervaringsdeskundige op het gebied van tech-excuses een duidelijk beeld bij. Allereerst zouden bedrijven in plaats van reactief excuses te maken, meer proactief moeten worden: ‘Maak fouten tijdig openbaar en wacht niet totdat dit via de media wordt afgedwongen. Uber had bijvoorbeeld in een sociaal contract met de gemeente aangegeven dat zij actief zou gaan deelnemen aan de verkeersveiligheidscoalitie, maar deze afspraak zijn ze nog niet nagekomen. In plaats van te wachten tot journalisten of families van nabestaanden de media opzoeken, kunnen ze ook proactief op hun website zetten dat ze de afspraak nog niet zijn nagekomen maar eraan werken.’
Ten tweede betekent verantwoordelijkheid nemen een bijdrage leveren aan de samenleving door eerlijk belasting te betalen, iets wat veel techbedrijven nog altijd niet doen. Daarnaast zijn directe communicatiemogelijkheden, transparantie en een collectief verantwoordelijkheidsgevoel belangrijk. ‘Rapporteer bijvoorbeeld het aantal verkeersongelukken met Uber-taxi’s en laat zien wat je aan verkeersveiligheid doet. Communiceer direct met je chauffeurs in plaats van een communicatiefunctie in je app te bouwen die chauffeurs doorverbindt met een callcentermedewerker in Oost-Europa. Zorg dat door het hele bedrijf heen een verantwoordelijkheidsgevoel wordt gecreëerd voor de zzp’ers die jouw platform gebruiken.’
Welkers zou wel raad weten met een uber.sorry domein. Behalve een overzicht met plekken en manieren waarop het bedrijf sorry heeft gezegd, zou ze graag een database willen zien die transparant maakt hoeveel geregistreerde taxi-ongelukken er zijn en hoeveel procent daarvan Uber-taxi’s waren.
‘Dat onderscheid wordt op dit moment niet gemaakt, maar is wel relevant. Verder zou ik het goed vinden als de sorry website bijhoudt welke stappen het bedrijf wel of juist niet zet binnen de verkeersveiligheidscoalitie, en hoe ze gehoor geven aan de FNV-eisen voor een gelijk speelveld in de taximarkt. En misschien moet er een overzicht komen met valse claims. Zo zouden dankzij Uber minder vrouwen last hebben van seksuele intimidatie en zouden de taxi’s bijdragen aan het oplossen van het fileprobleem, terwijl de cijfers daar niet op wijzen.’
Sorry als basis om vooruit te komen
Ook techbedrijven die willen meeliften op de tweede internet-emancipatiegolf om hun gedrag te verbeteren kunnen op hun eigen manier invulling geven aan het domein.
Voorlopig kunnen we alleen maar speculeren over hoe Mark Zuckerberg of Christopher Wylie – de klokkenluider van het Facebook-Cambridge Analytica schandaal – de www.facebook.sorry website zouden invullen.
Een topleveldomein-registratie is namelijk een proces van de lange adem. Zo opende de ICANN in 2012 een inschrijfronde voor nieuwe topleveldomeinen, waarbij een paar honderd domeinen werden toegelaten die pas twee jaar later werden goedgekeurd om live te gaan.
Desondanks is 2020 het uitgelezen jaar om werk te maken van een wereldwijde .sorry. In oktober opent de ICANN voor het eerst sinds acht jaar een inschrijfronde voor nieuwe topleveldomeinen. Om het .sorry domein te realiseren, hebben we niet alleen een lange adem nodig, maar ook een aantoonbare gemeenschap waar maatschappelijk draagvlak uit blijkt. Op die manier wisten de Friezen al de .frl te bemachtigen en de singles de .singles.
De kracht van een topleveldomein is dat het kan bijdragen aan de profilering en emancipatie van lokale en globale gemeenschappen. Maar we vergeten dat dit alleen mogelijk is wanneer het internet een transparante en democratische plek is voor iedereen; een plek waar mensen zelf vorm aan kunnen geven zonder buiten hun weten om gereduceerd te worden tot grondstof voor de datamarkt. We moeten dus niet alleen topleveldomeinen bouwen voor de emancipatie van Friezen, singles en andere gemeenschappen, maar ook voor de emancipatie van het internet zelf.
Om het internet daadwerkelijk die mooie plek te laten zijn waar de eerste internetpioniers van droomden, hebben we een domein nodig waar tech-excuses over misstappen uit het verleden een basis kunnen vormen om vooruit te kijken en vooruit te komen.
Excuses moeten geen molensteen zijn waardoor techbedrijven nooit meer uit hun jeugdzondes kunnen groeien, maar ze moeten ook geen magische pr-formule zijn waarmee alles eenvoudig kan worden weggetoverd. Excuses zouden een handleiding moeten worden om fouten uit het verleden een plek te geven en vervolgens niet opnieuw te maken. Alleen dan kunnen we de stap maken van verantwoording afleggen over de gevolgen van technologie naar verantwoordelijkheid nemen voor de impact van technologie.
Meer informatie over het .sorry topleveldomein kun je vinden op www.setup.nl/sorry

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.