Op 9 juli 2000, midden in de nacht, zou de 21-jarige winkelier Susan wakker zijn geschrokken van een plotselinge klap in haar nek: ze had een zwaar bloedende snijwond. Naast haar lag haar man Constantino Sseremba, rochelend en in doodsnood. Hun huishoudster Patience getuigde later dat ze twee mannen de flat uit had zien rennen.

Drie dagen later werden Susan en Patience gearresteerd. Herbert, het zoontje uit een eerdere relatie van Constantino, had een belastende verklaring afgelegd. Susan zelf stelt dat haar schoonfamilie, met wie zij geen goede relatie had, daarbij een duistere rol heeft gespeeld.

Ze werd berecht, maar zonder advocaat: die kon ze zich niet veroorloven.

Drie jaar oud was de kroongetuige ten tijde van de moord. Twee jaar later, in de rechtszaal in de Oegandese hoofdstad Kampala, verklaarde de inmiddels vijfjarige kleuter dat zijn stiefmoeder Susan de keel van haar echtgenoot had doorkliefd met een kapmes terwijl huishoudster Patience diens benen omklemde.