Wie zich mengt in een strijd die niet de zijne of de hare is, wordt al snel gezien als een ‘gekkie’. Een mijnenveld voor de wereldverbeteraar: een overkillĀ aan do-gooden is not done.

In het huis waar ik een paar dagen logeerde, ontstond ineens ruzie. Geen klucht met slaande deuren, maar een ijzig zwijgen. De ene huisgenoot had iets ontdekt over de andere huisgenoot. Iets niet zo ergs, tot je er heel lang over liegt en dan de plotse zichtbaarheid van de waarheid als verraad ervaart, omdat je zo lang moeite hebt gedaan om die te verhullen.

De ruzie zette mij uit huis. Ik zwierf door New York City, op zoek naar een bank om te slapen, en ontmoette geweldige vreemden.

De ene huisgenoot die de ander was gaan haten belde op. Ik probeerde wat voorzichtige adviezen te formuleren, hoe ze in plaats van woedend misschien beter behulpzaam kon zijn. Zij heeft zeker last van hem, maar hij heeft vooral last van zichzelf. Anderen moedigden haar juist aan om zich terug te trekken als vriend. Ze...