In de herfst van 2009 liep ik samen met mijn zussen uit het notariskantoor in het Brabantse dorp waar we zijn opgegroeid. Ik was de tel kwijtgeraakt van hoeveel handtekeningen we al hadden moeten zetten onder documenten waarvan ik nauwelijks iets begreep.

Na mijn vader was ook mijn moeder gestorven. Daarmee was ik op mijn 23ste niet alleen plotseling wees, maar ook voor een derde eigenaar van ons ouderlijk huis.

Toen we naar onze fiets liepen, kwam de moeder van een vroegere vriend van de middelbare school ons tegemoet gelopen. Ik had haar al jaren niet meer gezien, maar vroeger kwam ik meerdere keren per week bij haar over de vloer. Ik was zelfs ooit met het gezin mee geweest op een vakantie naar een zonnig oord.

Onze blikken kruisten elkaar. Ik zag hoe ze even vastgenageld aan de grond bleef staan, in haar ogen een zichtbaar ongemak. Toen herpakte ze zich en liep verder, langs mij heen, haar blik onwrikbaar naar voren gericht. Ze gaf nog geen knikje.