De rechters die oordelen over Wilders’ ‘Minder Marokkanen’-uitspraak zijn geselecteerd op hun politieke neutraliteit. Maar het blijven leden van een exclusief elitair netwerk. En dat is niet erg.

Truffels en Franse literatuur. Dat zijn zomaar twee hobby’s van de oud-Wilders-rechter Marcel van Oosten. Hij stond vorige week trots op de foto in NRC Handelsblad, poserend met een mandje vol kostbare, door zijn hond opgespoorde zwammen. Van Oosten sprak over de vorige keer dat de PVV-leider voor de rechter moest verschijnen en hij die turbulente zittingen als voorzitter had geleid. ‘Er zijn een heleboel rechters die deze zaak niet zouden hebben aangedurfd. Je zit in de limelight.’

Vandaag staan er opnieuw drie rechters in de schijnwerpers, tijdens een voorbereidende sessie in het nieuwe strafproces tegen Geert Wilders, dat overigens pas in het najaar inhoudelijk van start gaat. De president van de Haagse rechtbank, waar de recente zaak dient, heeft het wijs geacht om een politiek neutrale combinatie op te tuigen. De Wilders-rechters zijn geen van drieën lid van een politieke partij.

Toen dat nieuws vorige week bekend werd, barstte de discussie meteen los, nog voor Wilders een voet in de zittingszaal heeft gezet. Juist door rechters te kiezen op hun vermeende neutraliteit, geeft de Haagse rechtbank een verkeerd signaal af, luidden de meeste commentaren. Waarom is die toets dan niet gedaan tijdens het vorige Wilders-proces? En wat te denken van rechters die wél politiek kleur bekennen? ‘Dat is het desavoueren van rechters die wel partijlid zijn,’ zei oud-president van de Hoge Raad Geert Corstens tegen de Volkskrant.

Het besluit lijkt vooral bedoeld om Wilders’ kritiek – de Nederlandse rechters is één grote linkse D66-kliek – op voorhand te pareren. Dat laatste is onzin volgens Van Oosten. ‘Wij zijn een gemêleerd gezelschap en beïnvloeden elkaar voortdurend in de raadkamer. De een is katholiek, de ander atheïst, of flink links of flink rechts. Dat leert je om boven je eigen overtuigingen uit te stijgen. Dat is het leuke van meervoudige rechtspraak.’

Misschien geen kliek, maar wel fervent D66-stemmer. Maar liefst 29 procent van de magistraten stem op die partij. Nu is het liberale D66 al lang niet meer als links te betitelen. De kliekvorming is dan ook niet zozeer op de politieke voorkeur van toepassing, als veel meer op de exclusiviteit van het magistratelijk gezelschap. Rechters behoren zonder meer tot een intellectuele elite. Uit de Vrij Nederland-enquête onder de rechterlijke macht (2013) bleek dat 70 procent literatuur als hobby heeft, 55 procent graag naar het theater gaat en 75 procent NRC Handelsblad leest. Marcel van Oosten bewees het afgelopen weekend zelf door in juist die krant te pronken met zijn Francofiele voorliefdes. En wat zou de gemiddelde PVV-stemmer vinden van de door Geert Corstens gebezigde term ‘desavoueren’?

Daarmee bevestigen beide magistraten in alles het volkscliché: de rechterlijke macht is een select netwerk van juridisch geschoolde academici met dedain voor de gewone man. Dat is het beeld waar populisten als Wilders graag aan refereren. Dus als de Haagse rechtbank de schijn van vooringenomenheid had willen wegnemen, hadden ze misschien ook de hobby’s van de Wilders-rechters onder de loep moeten nemen en ze de volgende checklist moeten voorleggen: het Nationaal Ballet of Eftelings Droomvlucht? Een jaarabonnement op The New York Review of Books of het lidmaatschap van Postduivenvereniging De Zaterdagvliegers? Een passe-partout voor het Festival Oude Muziek of kaartjes voor de Toppers? Wie drie keer het tweede rijtje aanvinkt mag blijven.

Een zot idee natuurlijk. Net zo zot als de keus die nu is gemaakt om zogenaamde ‘apolitieke’ rechters te nemen. Het maakt namelijk niet uit of de rechterlijke macht een exclusief gezelschap is. Als zij maar bestaat uit een door ratio gedreven soort, die juist als geen ander het belang van een trias politica onderschrijft en daaraan bijdraagt. Een soort die politiek en rechtspraak weet te scheiden. Die weet dat hij zich dient terug te trekken als zijn taak – objectief rechtspreken – in conflict komt met zijn opvattingen. Daar hebben rechters hele heldere richtlijnen voor – die overigens niets zeggen over het lidmaatschap van een politieke partij. Dat ze als soort vooral D66 stemmen, zich gedesavoueerd voelen en het liefst zelfgekweekte truffel over hun pasta schaven, dat moeten we vooral op de koop toe nemen.