‘Als je iemand neersteekt in een appartement, moet je het lijk in stukken snijden. Pas dan kan je het in zakken meenemen. Ik knipte ooit een volwassen man in stukken met een botte tuinschaar.’ Aan het woord is een huurmoordenaar. Hij vertelt over de finesses van zijn onalledaagse beroep tegen een jongeman, die kort ervoor zag hoe de ik-persoon een moord pleegde. De crimineel heeft tevergeefs geprobeerd de ooggetuige het zwijgen op te leggen. Maar als die aangeeft interesse te hebben in ‘het vak’, raken ze in een geanimeerd gesprek. Dat zal echter heel anders eindigen dan de leermeester denkt. Deze novelle is even humoristisch als ongeloofwaardig, maar goed geschreven. Het is een deeltje uit de zogenoemde Wablieft-reeks voor volwassenen en tieners. Als de laatsten daardoor aan het lezen (van echte thrillers) geraken, is dat de winst. (AR)