Vanaf het dak van het Rijksdaggebouw in Berlijn, zetel van de Bondsdag, lijkt Duitsland het centrum van de wereld. Reusachtige Duitse vlaggen klapperen naast de hoge glazen koepel. In de verte, op de Potsdamer Platz, verrijst de hoogbouw van het Sony Center en Deutsche Bank. Aan de andere zijde van de Rijksdag staat het Bundeskanzleramt, waar de machtigste vrouw ter wereld kantoor houdt. Hiervandaan dirigeert Angela Merkel de Bondsrepubliek en wat het ‘nieuwe Duitse Wirtschaftswunder’ wordt genoemd.
Europa is de afgelopen jaren hard getroffen door de economische crisis, maar in Duitsland bloeit de economie als nooit tevoren. De export – vooral naar Azië – is fors gegroeid. Bedrijven als BMW en Siemens boeken recordwinsten. Volgens recente peilingen zijn de Duitsers nog nooit zo tevreden geweest over zichzelf.
Maar onder de oppervlakte broeit het.
De sluimerende onvrede werd zichtbaar toen in de laatste maanden van het afgelopen jaar de protestbeweging Pegida, Patriotische Europäer gegen die Islamisierung des Abendlandes, in Dresden de straat op ging om te demonstreren tegen de islam, het immigratiebeleid, de miljardensteun aan Griekenland en de politiek in het algemeen. Op het hoogtepunt van de beweging in januari werden op het plein voor de Frauenkirche ruim 25.000 demonstranten geteld.
Maar voor het imago van de beweging hielp het niet dat naast gewone boze burgers ook neonazi’s zich bij de demonstraties aansloten. Toen in januari een Facebook-foto opdook van Pegida-oprichter Lutz Bachman waarop hij poseert als Adolf Hitler zag hij zich gedwongen af te treden als voorzitter: zulke geintjes worden in Duitsland ook zeventig jaar na de oorlog niet gewaardeerd. Nadat in dezelfde week Pegida-woordvoerster Kathrin Oertel uit de organisatie was gestapt, kondigden de Duitse media massaal het einde van de rechts-populistische beweging aan, met koppen als ‘Pegida schafft sich ab’.
Niet voor niets werd in de Duitse politiek van links tot rechts met een ongekende felheid op Pegida gereageerd
Die conclusie leek echter wat voorbarig. Ook na de deconfiture van Bachmann gaan elke maandag nog steeds duizenden Wutbürger in Dresden de straat op. En niet alleen in Dresden: de beweging heeft navolging gekregen in Leipzig en Berlijn, en in West-Duitse steden als München, Kassel en Keulen. Ook als de organisatie de komende maanden uiteen zou vallen, is de Duitse politiek nog niet verlost van het probleem. Pegida heeft een latent ongenoegen in Duitsland zichtbaar gemaakt dat door een rechts-populistische politieke partij kan worden gemobiliseerd: de nachtmerrie van het politieke establishment.
Niet voor niets werd in de Duitse politiek van links tot rechts met een ongekende felheid op Pegida gereageerd. Minister van Justitie Heiko Maas (SPD) noemde het nieuwe fenomeen een ‘schande voor Duitsland’, de Beierse minister-president Horst Seehofer (CSU) sprak over ‘rattenvangers’, Angela Merkel riep persoonlijk op tot verzet tegen Pegida: ‘Rechts-extremisme, xenofobie en antisemitisme hebben geen plaats in onze maatschappij.’ SPD-leider en vicekanselier Sigmar Gabriel ging wel met Pegida-aanhangers in gesprek – zij het als ‘Privatmann’ – maar onmiddellijk regende het verwijten: hij zou vreemdelingenhaat salonfähig maken.
Ook in de Duitse media werd Pegida vrijwel unaniem veroordeeld, van het deftige links-liberale weekblad Die Zeit en de conservatieve Frankfurter Allgemeine tot het boulevardblad Bild, dat al maanden van leer trekt tegen de ‘Pegida-idioten’.
Moreel ijkpunt
Grootste kanshebber om te profiteren van het Pegida-sentiment is Alternative für Deutschland (AfD), de nationalistische partij die in 2013 werd opgericht en sindsdien doordrong tot de parlementen van de deelstaten Saksen, Brandenburg, Thüringen en Hamburg, en tot het Europees Parlement. Oprichter Bernd Lucke is een briljante econoom uit Hamburg, voorheen van de CDU, die de juiste woorden weet te vinden voor het onbehagen. Belangrijkste speerpunten: opheffing van de Eurozone, geen geld meer naar de Grieken, geen taboe op de terugkeer van de D-Mark, herstel van conservatieve waarden. Officieel houdt de AfD zorgvuldig afstand van de Pegida-organisatie, maar kopstukken van de partij flirtten de afgelopen maanden opzichtig met de boze aanhangers van Pegida. Bij de Bondsdagverkiezingen in 2013 haalde de AfD net niet de kiesdrempel van vijf procent, maar dat zou bij de komende stembusgang heel anders kunnen lopen.

De toorn van de Duitse politiek en de Duitse media die nu Pegida treft, was vijf jaar geleden nog gericht tegen de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders. Zo noemde toenmalig SPD-lijsttrekker Frank-Walter Steinmeier het succes van de PVV ‘beschamend’. Ten oosten van Winterswijk werd de opmars van de Nederlandse populisten alom met verbijstering gadegeslagen.
Kort daarop onderzocht Vrij Nederland in Berlijn waarom er in Duitsland geen beweging zoals die van Geert Wilders bestond. De gesprekspartners van Vrij Nederland waren het er roerend over eens dat een partij als de PVV in Duitsland nooit vaste voet aan de grond zou krijgen. ‘Daarvoor is de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog nog te levendig,’ zei Evelyn Roll, chef van de parlementaire redactie van de Süddeutsche Zeitung. ‘Bij onze politieke en intellectuele elite bestaat er consensus over dat sommige onderwerpen niet moeten worden gepolitiseerd, zoals de angst voor de islam,’ zei Tobias Dürr, hoofdredacteur van het sociaal-democratische magazine Berliner Republik. ‘Wie vanuit Duitsland naar Nederland kijkt, zegt: zo moeten wij het dus níét doen.’ Ook Matthias Geis, gezaghebbend politiek commentator van Die Zeit, meende dat een figuur als Wilders niet in Duitsland kon landen. ‘Zijn ideeën worden als een vorm van vreemdelingenhaat beschouwd en vreemdelingenhaat is taboe.’
De vraag is: wat is er sindsdien veranderd in Duitsland, nu Pegida tienduizenden mensen de straat op weet te krijgen tegen de ‘islamisering van het Avondland’ en de rechts-populistische Alternative für Deutschland lijkt door te dringen in het hart van de Duitse politiek? Verliest de oorlog aan kracht als moreel ijkpunt? Is de consensus waar Duitsland zo trots op was aan het afkalven? Is het taboe op vreemdelingenhaat en islamkritiek sleets geraakt? Of zijn er andere verklaringen voor de doorbraak van het populisme?
‘De verwerking van het naziverleden blijft een vanzelfsprekend onderdeel van de Duitse Bildung. Dat bleek ook weer uit de massale verontwaardiging over Pegida’
Op het gazon voor de Rijksdag drommen op een dinsdag eind februari grote groepen scholieren samen voor een rondleiding door het neoclassicistische gebouw. Bedeesd wandelen ze even later langs het Archiv der Deutschen Abgeordneten in de kelder, waar zwarte rouwbanden zijn aangebracht bij de namen van door de nazi’s vermoorde afgevaardigden. Langs de plenaire vergaderzaal onder de glazen koepel. En langs de lounge voor lobbyisten en politici die tevens is ingericht als ‘Gedenkstätte für die verfolgten, verfemten und ermordeten Mitglieder des Reichstages’. Zo worden in de Rijksdag vijfhonderd bezoekers per uur rondgeleid, bijna een miljoen mensen per jaar, om hen te herinneren aan de gruwelen van het naziverleden en de waarden van de democratie.
Ook bij het nabijgelegen Holocaust-Mahnmal worden deze dinsdagmorgen groepen schoolkinderen door leraren en gidsen toegesproken over de schanddaden van de nazi’s, net als in het gloednieuwe gebouw van de Topographie des Terrors even verderop, op de plek waar ooit de hoofdkwartieren van de Gestapo en de SS waren gevestigd. Nog steeds brengen ZDF en ARD vrijwel dagelijks documentaires over de holocaust of het naziregime. Duitse kranten staan vol grondige artikelen over de Vergangenheitsbewältigung en op de Berlinale gingen dit jaar weer verschillende speelfilms over de oorlog in première. In Duitsland wordt de herinnering aan de oorlog met grote toewijding in leven gehouden.
Vijf jaar geleden werd Vrij Nederland in de Rijksdag rondgeleid door SPD-Bondsdaglid Petra Merkel, samen met een groep burgers uit haar kiesdistrict. Sinds haar vertrek uit de politiek na de laatste verkiezingen is Merkel voorzitter van de Internationale Bund, een van de grootste jeugd- en vormingswerkorganisaties in Duitsland. De Internationale Bund werd – ironisch genoeg – kort na de oorlog opgericht door een voormalige Hauptsturmbannführer van de Hitlerjugend om oorlogsvluchtelingen in Duitsland op te vangen.
Nazi-vocabulaire
‘Ik merk er helemaal niets van dat de lessen uit de nazitijd de laatste jaren zouden vervagen,’ zegt Petra Merkel in een café vlakbij haar huis in Wedding, West-Berlijn. ‘Een grote meerderheid van de Duitsers is zich nog steeds zeer bewust van het naziverleden. Dat geldt ook voor de jongeren. Er is grote belangstelling voor vrijwilligerswerk in de joodse gemeenschap, voor bezoeken aan concentratiekampen, voor mensenrechtenorganisaties. De verwerking van het naziverleden blijft een vanzelfsprekend onderdeel van de Duitse Bildung. Dat bleek ook weer uit de massale verontwaardiging over Pegida. We moeten ook niet toegeven aan vreemdelingenhaat. De mensen die meelopen met die demonstraties spelen met vuur. Laten ze een keer iets gaan dóén voor de samenleving in plaats van alleen maar te klagen, verdammt noch mal!’
In het Nederlandse politieke debat zijn pogingen om Geert Wilders of zijn aanhangers met extreem rechts te vergelijken al jaren taboe. In de eerste plaats omdat de vergelijking mank gaat: de PVV-leider is een vriend van Israël, en een deel van zijn politieke standpunten is eerder links dan rechts. De gangbare opvatting is dat vergelijkingen met de nazi’s passé zijn, en alleen maar contraproductief werken. Daar komt nog eens bij dat de gevestigde partijen in Nederland al sinds de moord op Pim Fortuyn bang zijn te politiek correct gevonden te worden door de boze kiezer. In Duitsland werkt dat heel anders. De kritiek op Pegida in het Duitse debat staat bol van de verwijzingen naar het naziverleden, en niet alleen vanuit de hoek van de Antifa’s die massale tegendemonstraties tegen Pegida organiseren. In vrijwel elk artikel over Pegida zijn wel vergelijkingen met het nazisme, de Republiek van Weimar of de DDR-dictatuur te vinden.
Politici, journalisten en wetenschappers: ze doen er allemaal aan mee. Typerend is de opstelling van het Gesellschaft für deutsche Sprache. In Nederland houdt het Genootschap Onze Taal zich bezig met onschuldige zaken als het Groot Dictee, maar de GfdS fileerde in december het woordgebruik van de Pegida-demonstranten. Het oordeel: op straat in Dresden waren verdacht vaak kreten als Volksverräter en Lügenpresse te horen, woorden die onmiskenbaar afkomstig zijn uit het ‘nationaalsocialistisch vocabulaire’. In het maatschappelijk debat in Duitsland is de oorlog nog steeds de maat waar alles mee gemeten wordt.
‘Pegida en de AfD zijn de grootste bedreiging voor de Duitse politiek sinds de oorlog’
Ook Matthias Geis, inmiddels chef van de politieke redactie van Die Zeit, meent dat de oorlog als moreel ijkpunt nog absoluut niet aan betekenis heeft ingeboet. ‘Sterker nog: de consensus over het gevaar van het rechts-extremisme is de afgelopen jaren alleen maar sterker geworden,’ zegt hij in Café Einstein, de favoriete hangout van politici en journalisten aan Unter den Linden. ‘Dat zie je ook aan Pegida en Alternative für Deutschland zelf. Ze mobiliseren de vreemdelingenhaat en het nationalisme, maar officieel roepen ze om het hardst dat ze niks met het rechts-extremisme te maken hebben. Het is bijna grotesk. Zelfs degenen die zeggen een hekel aan politieke correctheid te hebben, censureren hun eigen ressentiment. Zo sterk is het taboe in Duitsland. Maar tegelijkertijd – en dat is nieuw – is er de afgelopen jaren wel ruimte ontstaan voor het rechts-populisme. Het sentiment van Pegida en de opkomst van Alternative für Deutschland zijn de grootste bedreiging voor de Duitse politiek sinds de oorlog. Dat is de paradox. De doorbraak van het populisme is juist een reactie op de consensus.’
Die consensus uit zich niet alleen in een grote aversie tegen alles wat naar extremisme riekt, maar ook in een welwillende houding ten opzichte van vluchtelingen en immigranten. Duitsland vangt niet alleen meer asielzoekers op dan bijna alle andere Europese landen (vorig jaar alleen al werden er 200.000 asielaanvragen gedaan), de Duitse regering wil ook nadrukkelijk de grenzen openstellen voor arbeidsmigranten. In 2001 pleitte een commissie onder leiding van oud-parlementsvoorzitter Rita Süssmuth ervoor dat Duitsland zich moest ontwikkelen als immigratieland, omdat er de komende decennia miljoenen immigranten nodig zijn als arbeidskrachten om de vergrijzing tegen te gaan, vooral in de Duitse industrie. Sindsdien financiert het grote bedrijfsleven campagnes voor een laagdrempelig immigratiebeleid, via organisaties als de Bertelsmann Stiftung en de Stiftung Mercator. Onlangs nog betaalde de Stiftung Mercator mee aan een groot congres in Berlijn van migrantenorganisaties. Gemeenschappelijke oproep: Duitsland moet niet alleen een immigratieland maar ook een immigratiesamenleving zijn.
‘Aanvankelijk was er in de politiek nog wel kritiek op een soepeler immigratiebeleid,’ zegt Geis. ‘Maar de laatste jaren is er nauwelijks meer discussie over. De stemming in de politiek is: Duitsland is een immigratieland, en wie daar iets van zegt, is een nazi. Dat werkt als een rode lap voor mensen die wél moeite hebben met immigratie. Die krijgen het gevoel dat ze niets meer mogen zeggen, en dat de politiek niet naar ze luistert.’

Tot enige jaren geleden werd ook binnen de CDU veel heviger gedebatteerd over immigratie. In 1999 voerde Roland Koch, minister-president van Hessen, fel campagne tegen het plan van de Grünen en de SPD om de dubbele nationaliteit voor immigranten in te voeren. Hij haalde vijf miljoen handtekeningen op. En in 2000 ageerde Jürgen Rüttgers, minister-president van Noordrijn-Westfalen, tegen het voorstel van de SPD om meer IT’ers uit India naar Duitsland te halen onder het motto ‘Kinder statt Inder’.
‘Maar sinds Angela Merkel aan de macht is, zijn zulke conservatieve types langzamerhand uit de partij verdwenen,’ zegt Geis, ‘of houden ze hun mond.’
Kenmerkend is het lot van het Andenpakt: een geheim verbond van conservatieve CDU-politici die in 1979 tijdens een vlucht boven de Andes afspraken elkaar in hun politieke carrière altijd te zullen steunen. Verschillenden van hen, onder wie Roland Koch en Christian Wulff, golden als geduchte rivalen van Angela Merkel. Maar in 2010 stapte Koch onverwacht uit de politiek, en Wulff moest in 2012 als bondspresident aftreden vanwege hardnekkige verhalen over corruptie. Ook zusterpartij CSU, vanouds de conservatieve smaakmaker in de Duitse politiek, is de afgelopen jaren onder de impopulaire Horst Seehofer haar invloed kwijtgeraakt. Van het beroemde adagium van CSU-coryfee Franz Josef Strauss, ‘Rechts van ons mag geen ruimte zijn voor een democratische partij’, komt weinig meer terecht.
Alleen Merkel zelf is er nog, pragmatisch, bescheiden, zacht van stem maar spijkerhard voor mogelijke rivalen, en machtiger dan ooit. Tot woede van de gedecimeerde rechtervleugel van haar partij sloot ze een Grote Coalitie met erfvijand SPD, werkte ze samen met de Grünen bij het beëindigen van de kernenergie, schafte ze de dienstplicht af, zette ze zich in voor vrouwen- en homorechten en voor de invoering van de dubbele nationaliteit. En in januari zei ze ook nog in reactie op Pegida dat ‘de islam bij Duitsland hoort’.
Aanval op Merkel
‘Wat Merkel doet, is heel verstandig, ze voelt de mainstream goed aan,’ zegt Matthias Geis. ‘Duitsland ís de afgelopen jaren ook liberalen en socialer geworden. Maar de keerzijde van het Merkelisme is dat de rechtervleugel van haar partij niet meer wordt gehoord. Ze heeft haar beleid bij herhaling alternativlos genoemd, waarmee het debat werd gesmoord. Persoonlijk heeft ze vanuit haar DDR-verleden ook weinig gevoel voor de conservatieve waarden die vooral katholieke partijgenoten koesteren. Doordat de hele politiek onder haar leiding naar het midden is geschoven, hebben Pegida en Alternative für Deutschland de kans gekregen zich te ontwikkelen.’
Een van de weinige partijgenoten van Merkel die haar openlijk durven te bekritiseren, is Veronika Bellman, lid van de conservatieve Berliner Kreis van christendemocraten en CDU-afgevaardigde uit Saksen, waar Pegida ontstond. Toen de bondskanselier in januari haar uitspraak over de islam had gedaan, zei Bellmann in een interview met Handelsblatt Online dat de islam helemaal niet bij Duitsland hoort: de Duitse waarden en de Duitse grondwet zijn gebaseerd op de ‘christelijk-joodse traditie, niet op de islamitische’. Ze waarschuwde dat de voortschrijdende islamisering ‘alleen al door de demografische ontwikkeling en de geboortecijfers’ een feit is, en dat er in Duitsland door een verkeerde immigratiepolitiek ‘parallelle samenlevingen’ zijn ontstaan. Fijntjes noteerde het Handelsblatt dat de katholieke politica bij het interview een crucifix op haar revers droeg.
Veronika Bellmann heeft geen spijt van haar aanval op haar partijleider, laat ze vanuit Saksen per e-mail weten. ‘De opvatting van Angela Merkel over de islam deel ik nadrukkelijk niet. Maar er wordt in de partij vrijwel niet over de islam gedebatteerd. Men is bang om door de maatschappelijke en journalistieke censuur als islamofoob te worden beoordeeld.’
Op de vraag of Pegida en Alternative für Deutschland de kans hebben gekregen vanwege Merkels progressieve koers, antwoordt Bellmann allereerst dat ze haar kanselier en partijvoorzitter zeer bewondert om de ‘enorme energie, ijver en doelgerichtheid’ waarmee ze haar leven als machtigste vrouw van de wereld vormgeeft. ‘Maar haar stijl van politiek bedrijven is niet vrij van kritiek. Als zich aan de rechterkant van het politieke spectrum een nieuwe partij als de AfD manifesteert, is dat in het bijzonder voor de CDU een uitdaging. De partij moet niet denken dat ze zich niet om de conservatieve kiezers hoeft te bekommeren omdat die toch wel CDU of CSU stemmen. Die tijden zijn voorbij. De CDU heeft bij de laatste verkiezingen ingezet op kernthema’s van de SPD en de Grünen, zoals de afschaffing van kernenergie en de invoering van de dubbele nationaliteit. Dat is op korte termijn succesvol, maar kost ons vroeg of laat de kern van ons electoraat. Vroeger hadden we sterke vleugels in de partij die hevig met elkaar worstelden. Dat discours hielp de partij vooruit, gaf ons profiel en bracht bekende, sterke politieke persoonlijkheden voort. Tegenwoordig hebben we Merkel.’
‘We rijden op reserve. De kansen voor een populistische partij in Duitsland worden steeds groter’
Achter het imposante negentiende-eeuwse gebouw van de voormalige Reichsversicherungsbank aan de Reichpietschufer, waar tegenwoordig het Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung gevestigd is, gaat een nieuwe vleugel schuil. Daar huist de afdeling ‘Migratie, integratie, transnationalisering’, waarvan de Nederlander Ruud Koopmans directeur is. Al een paar decennia doet hij onderzoek naar migratie in Europa. In zijn werkkamer wijst Koopmans erop dat het potentieel van een rechts-populistische partij in Duitsland volgens peilingen al jaren net zo groot is als in andere Europese lidstaten: tussen de vijftien en de twintig procent van het electoraat. Het sentiment verschilt ook weinig van dat in andere landen: weerzin tegen immigranten, woede over de ‘zakkenvullers’ in de politiek en de ‘technocraten’ in Brussel, angst voor de onttakeling van de verzorgingsstaat. ‘Pegida is niet het eerste teken. In de jaren tachtig had je al de Republikaner. Ruim tien jaar geleden was er de law and order-partij van oud-rechter Ronald Schill in Hamburg. En in Keulen verzet Pro Köln zich al jaren tegen de bouw van moskeeën. Alleen zijn ze in de landelijke politiek nooit doorgebroken omdat de afkeer van het extremisme in Duitsland zo groot is en omdat de grote partijen – vooral de CDU – de rijen gesloten hielden: die lieten zelf ook een stevig geluid tegen immigratie horen.’
Bovendien, zegt Koopmans, is de wetgeving voor immigranten in Duitsland jarenlang veel restrictiever geweest dan bijvoorbeeld in Nederland. Dat is pas de laatste tijd aan het veranderen. In verschillende deelstaten zijn hoofddoekjes voor ambtenaren nog steeds verboden. Migranten hebben in Duitsland geen lokaal kiesrecht en worden pas na acht jaar genaturaliseerd. Maar bijvoorbeeld het hebben van een dubbele nationaliteit is onlangs bij wet mogelijk gemaakt. ‘Onder Merkel is die ontwikkeling ingezet. Mede daardoor is er nu ruimte voor een Wilders-achtige beweging. Als Alternative für Deutschland de komende verkiezingen de kiesdrempel haalt, en dat zou heel goed kunnen, is dat van grote symbolische betekenis. Dan zit er voor het eerst in de geschiedenis van de Bondsrepubliek een rechts-populistische partij in het parlement.’
Electoraal heeft vooral de CDU te vrezen van het opkomende rechts-populisme, maar ook binnen de SPD, de tweede partij van Duitsland, groeit het ongemak. Het was voormalig SPD-senator Thilo Sarrazin, toenmalig bestuurslid van de Bundesbank, die in 2010 het boek Deutschland schafft sich ab publiceerde. De strekking: door de ongehinderde massa-immigratie van moslims uit arme landen wordt Duitsland steeds dommer. In de media werd hij prompt van onversneden racisme beschuldigd. Vooral zijn uitspraken in latere interviews over het verband tussen ras en intelligentie deden de gemoederen hoog oplopen: daar doemden de demonen van het naziverleden weer op. Sarrazin werd door de Bundesbank ontslagen, maar van zijn boek werden in drie maanden tijd meer dan een miljoen exemplaren verkocht.

‘Als Sarrazin de politiek in was gegaan, had hij toen al voor een grote verrassing kunnen zorgen,’ zegt Tobias Dürr van de Berliner Republik. ‘De vervreemding van de oude partijen is sindsdien alleen maar verder voortgeschreden. De SPD is sinds het eind van de jaren negentig de helft van haar kiezers kwijtgeraakt. We rijden op reserve. De kansen voor een populistische partij in Duitsland worden steeds groter. De vraag is: wanneer komt het tipping point? Stel je voor dat er in Duitsland een aanslag plaatsvindt, zoals de moord op Pim Fortuyn of de aanslagen in Madrid of Parijs. Het is een onwaarschijnlijk toeval dat wij nog steeds niet zo’n existentiële shock hebben meegemaakt.’
Hoe lastig het in Duitsland nog steeds is om de zorgen van burger over de immigratie en de islam alleen al te benoemen, bleek in januari, toen Ernst Hillebrand van de sociaaldemocratische Friedrich-Ebert Stiftung kort na de aanslag op Charlie Hebdo pleitte tegen de politieke correctheid van de afgelopen jaren en voor een open en kritisch debat over de islam. Meteen werd hij bedolven onder de verwijten, vooral van partijgenoten: hij zou de xenofobie aanwakkeren. Tot een inhoudelijke discussie over de islam kwam het niet. ‘We zitten in Duitsland nog maar in de eerste fase van de omgang met het rechts-populisme,’ zegt Hillebrand in een restaurant aan de Kurfürstenstrasse. ‘We denken hier nog steeds: als we maar hard genoeg roepen dat het populisme Scheiße is, dan houdt het vanzelf op te bestaan. Maar het is een reëel en hardnekkig probleem. Heel veel burgers voelen zich niet meer vertegenwoordigd door de politiek. Er is een groot potentieel voor populistische partijen. Het is crisis in Europa, maar dat besef is in Duitsland nog maar nauwelijks doorgedrongen. We leven hier in een bedreigd paradijs.’
Wie zich van Unter den Linden naar het westen van Berlijn begeeft, ziet over de straten een eindeloze stroom gloednieuwe Audi’s en BMW’s gaan: symbolen van de nieuwe welvaart. Aan de Friedrichstraße glanzen de puien van de flagshipstores van Gucci en Prada, rond de Potsdamer Platz hangen reusachtige billboards van l’Oreal en de nieuwe Audi Roadster. ‘De nieuwe welvaart is precies het probleem,’ zegt Ulrike Guérot aan het eind van de middag in het Parkcafé aan de Hohenzollerndamm in het westen van de stad. Guérot is veelgevraagd adviseur over Europese integratie en geeft leiding aan het European Democracy Lab, dat mede gefinancierd wordt door het Open Society Initiative for Europe. ‘Het hele continent is in crisis, maar doordat het zo goed gaat met de Duitse export is de stemming: wij hebben BMW, niemand kan ons iets maken. Er is de afgelopen jaren een zelfvoldaanheid in geslopen die ik niet eerder in dit land heb gezien. De gevoelswereld komt niet overeen met de werkelijkheid in Europa. Het lijkt alsof Duitsland als enige een duikpak van neopreen aanheeft, en tegen de andere Europese landen roept: het kan wel zijn dat jullie het koud hebben, maar wij hebben gelijk. In Duitsland is langzamerhand de wijdverbreide stemming: waarom zouden wij overal voor betalen als we door die luie Grieken worden bedrogen? We kunnen het wel alleen! Dat sentiment wordt uitgebuit door Alternative für Deutschland van Bernd Lucke.’
Explosieve combinatie
Guérot kent de AfD-leider uit haar studietijd, toen ze samen in een studentenparlement zaten. ‘Lucke is zeer conservatief, van zichzelf overtuigd en superintelligent. Hij weet heel goed dat hij afstand moet houden van extreem-rechts. Daarom zit hij in het Europees Parlement in de fractie van de conservatieven, en niet in die van Marine Le Pen. Maar intussen bespeelt hij wel het rechtse, nationaal-conservatieve sentiment in Duitsland. Hij weet de brug te slaan tussen boze burgers in de voormalige DDR en de rijke burgerij in het zuiden van Duitsland die Merkel niet conservatief genoeg vindt. Dat is een explosieve combinatie.’
Als het straks ook nog tegenzit met de economie, zal de populistische beweging in de Duitse politiek worden opgestuwd, denkt Guérot. ‘En dat moment zou wel eens dichtbij kunnen zijn. Niemand durft het te zeggen, maar eigenlijk weten we: de vette jaren zijn voorbij.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.