Tims verhaal is ook te beluisteren dankzij Blendle!

Ik ben een witte man. Een witte man die veel gesprekken met zichzelf heeft gevoerd in de weken na de dood van George Floyd. Mijn emoties buitelden over elkaar heen. Verdriet toen ik de beelden zag van de agent met zijn knie op Georges nek; woede toen het politiegeweld zich herhaalde tijdens demonstraties na zijn dood; vreugde toen ik constateerde dat vrijwel iedereen in mijn omgeving zich verenigde om een collectieve vuist te maken tegen racisme; angst toen vredige demonstranten bij het Witte Huis in Washington bruut aan de kant werden gebeukt door agenten met traangas en flitsgranaten; opnieuw verdriet toen ik meer dan ooit besefte dat racisme ook in mijzelf schuilt. Sluimerend, stil, stiekem − maar onmiskenbaar.

Pride

Naast wit ben ik homoseksueel. Toen ik voor het eerst vaststelde dat er ook binnen de LHBTQIA+-gemeenschap personen zijn die zwarte mensen als minderwaardig behandelen, werd ik bevangen door verbazing. Waarom zou iemand die zelf niet door iedereen geaccepteerd wordt een ander niet accepteren?

De Amerikaanse acteur Brandon Kyle Goodman verwoordt dit fenomeen in een aan de witte homogemeenschap gerichte videoboodschap op zijn Instagram-pagina. ‘Enkele van de meest racistische ervaringen die ik ooit heb gehad, waren met witte gay mannen. Doordat wij allen onderdrukking ervaren vanwege onze seksualiteit, denk ik dat sommigen van jullie het gevoel hebben dat (…) je geen werk hoeft te verzetten. Dat is niet zo.’ Goodman eindigt zijn bericht met een oproep om te vechten voor zwarte levens, ‘op dezelfde manier waarop onze voorouders voor dat van jullie hebben gevochten’.

Met die woorden verwijst hij naar de Stonewall-rellen, die in juni 1969 het startschot gaven voor het ontstaan van Pride. De Stonewall Inn was destijds het enige café in New York waar mannen met elkaar konden dansen. Homoseksualiteit was op één staat na in de gehele VS verboden en politieagenten konden elk moment de zaak binnenvallen. Bezoekers werden dan in rijen opgesteld en moesten zich identificeren. Mannen die dat niet konden, werden gearresteerd − evenals drag queens, want ook crossdressing was in die jaren verboden.

Er bestaan verschillende theorieën over hoe de Stonewall Riots precíés ontstonden, maar het meest gangbare verhaal is dat de zwarte drag queen Marsha P. Johnson ze ontketende.

Tijdens een nachtelijke inval in 1969 kregen de agenten te maken met onverwachte weerstand van het overwegend zwarte publiek. Toen honderden mensen zich rond de Stonewall verzamelden, dolf de politie het onderspit. Daags erna kwamen duizenden mensen samen om hun solidariteit met de LHBTQIA+-gemeenschap te tonen. Een deel van die sympathisanten richtte het Gay Liberation Front op, dat zich inzette voor het legaliseren van homoseksualiteit. In de rest van het land werd hun voorbeeld gevolgd. De spontane marsen die deze organisaties hielden, groeiden een jaar na de rellen, op 28 juni 1970, uit tot de eerste Prides in de geschiedenis.

Er bestaan verschillende theorieën over hoe de Stonewall Riots precíés ontstonden, maar het meest gangbare verhaal is dat de zwarte drag queen Marsha P. Johnson ze ontketende. Zelf heeft zij dat tot haar overlijden begin jaren negentig ontkend, maar toch werd ze het gezicht van de revolutie. Foto’s van Johnson duiken in de nasleep van de moord op George Floyd herhaaldelijk op sociale media op.

Opnieuw staat ze symbool, ditmaal voor een nadrukkelijke aansporing; een pleidooi van antiracismeactivisten aan de LHBTQIA+-community om op te staan voor de gelijke behandeling en de veiligheid van zwarte mensen. De achterliggende gedachte: quid pro quo.

Durven benoemen

Nu het Pride Month is in de VS, klinken er vanuit diverse hoeken geluiden om black queer lives deze maand centraal te stellen. Veel activisten benadrukken dat Pride er niet geweest zou zijn zonder zwarte mensen en het daarom niet aanvaardbaar is het te vieren zonder stil te staan bij de zwarte gemeenschap.

De Amerikaans rapper en performance artist Mykki Blanco verzocht haar LHBTQIA+-volgers nadrukkelijk om mensen aan te spreken op racistisch gedrag en ze vroeg media betekenisvolle verhalen te maken in plaats van luchtige Pride-artikelen. Net als Goodman zegt zij: als we verandering willen, moeten we ook binnen de eigen gemeenschap durven benoemen wat er niet goed gaat.

‘Don’t open your mouth for black dick and keep it closed on black issues.’

Hashtags als #silenceisviolence functioneren daarbij als waarschuwing: wie zijn stem niet laat horen, stemt in met de onderdrukker. Tijdens Black Lives Matter-protesten refereerden enkele aanwezigen aan de hypocrisie van degenen die zich seksueel aangetrokken voelen tot mensen van kleur maar zich niet uitspreken tegen racisme, met leuzen als: ‘Don’t open your mouth for black dick and keep it closed on black issues.’

Dat mensen van kleur regelmatig seksueel gefetisjt worden is geen geheim: homo-ontmoetingsapp Grindr heeft niet zomaar een filter voor etniciteit, waarvan het bedrijf pas tijdens de recente opleving van de strijd tegen racisme heeft aangekondigd die te zullen verwijderen.

Kruispuntdenken

Bij de demonstraties in Nederland was de niet-heteroseksuele gemeenschap in groten getale aanwezig. De bijeenkomst op de Dam, die uiteindelijk meer media-aandacht genereerde wegens het niet naleven van de coronamaatregelen dan wegens het thema erachter, werd mede-georganiseerd door de LHBTQIA+-actiegroep Black Queer & Trans Resistance. Ook andere minderheidsgroeperingen zetten zich publiekelijk in tegen racisme. Non-profitorganisatie Disability Rights Washington liet bijvoorbeeld in een verklaring weten de protesten in de VS te steunen: ‘DRW erkent de buitenproportionele impact van overheidsgeweld en politiebrutaliteit tegen de zwarte gemeenschap, onder wie zwarte mensen met beperkingen. (…) We hebben een intersectionele aanpak nodig om verandering te bewerkstelligen door de ervaringen van niet-witte mensen in onze strijd voor gelijkheid centraal te stellen.’

Het belang van intersectionaliteit wordt in de Black Lives Matter-beweging al langer beklemtoond. De term werd in 1989 geïntroduceerd door de Amerikaanse rechtsgeleerde en burgerrechtenactiviste Kimberlé Williams Crenshaw en is pas deze eeuw overgewaaid naar Nederland, waar het ook wel ‘kruispuntdenken’ wordt genoemd.

Het idee erachter is dat discriminatie vaak voortkomt uit een combinatie van sociaalpolitieke factoren: huidskleur, gender, seksualiteit, klasse, opleidingsniveau, etcetera. Dat betekent dat het pas te doorgronden en te elimineren is als je kijkt naar al deze losse elementen; een zwarte homoseksuele man die wordt buitengesloten, had daar mogelijkerwijs niet mee te maken gehad als hij alléén zwart of alléén homoseksueel was geweest.

In een interview met De Groene Amsterdammer stelde Tasniem Anwar, oprichter van studentenplatform Amsterdam United, dat de Black Lives Matter-groepering ‘heel erg voorloopt’ met het toepassen van kruispuntdenken. ‘Het is niet alleen een strijd tegen racisme, want het systeem is veel complexer dan dat. De strijd die je moet voeren moet vanzelfsprekend intersectioneel zijn, wil je dat hele systeem ontmantelen.’

Collectief

Fotografe Desiré van den Berg woonde de demonstraties in Amsterdam en Rotterdam bij. ‘In de speeches werd meerdere malen benoemd dat het ook om Black Trans Lives gaat. Black Women’s Lives. Black Queer Lives. Black Disabled Lives. Black Muslim Lives. Die teksten las je ook terug op borden, evenals de oproep om solidariteit,’ vertelt ze. ‘Op de Dam zag ik veel moslima’s, mannen met Palestijnse vlaggen, mannen met regenboogvlaggen, citaten uit de Koran. Het publiek was opvallend gemengd.’

Van den Berg zag ook meermaals leuzen als ‘It’s not people of color against whites, it’s everyone against racists’. Daaruit blijkt volgens haar de aanspraak op de samenleving als collectief: ‘Onze verantwoordelijkheid als groep in zijn geheel, waarbij iedereen een aandeel heeft in de heersende structuren.’

‘Als jouw revolutie zwarte queer-personen uitsluit, is die anti-zwart.’

Bij de demonstratie in de Bijlmer riep activist Jerry Afriyie iedereen op elkaar niet buiten te sluiten op basis van bijvoorbeeld geloof of seksualiteit: ‘We hebben elkaar zonder uitzondering nodig,’ zo drukte hij de toeschouwers op het hart.

Acteur Justice Smith deelde na een Black Lives Matter-protest in New Orleans een verwante boodschap: hij had gezien dat er demonstranten waren die frases als ‘Black Trans Lives Matter’ en ‘Black Queer Lives Matter’ weigerden te resoneren. ‘Als jouw revolutie zwarte queer-personen uitsluit, is die anti-zwart,’ zei hij in een veel gedeeld statement. Iedereen moet zich even inclusief opstellen, anders zal ongelijke behandeling niet ophouden te bestaan. 

Mensen die niet op jou lijken

Ik besefte dat ik ook de hand in eigen boezem moest steken. Voor elke discussie met familieleden over Zwarte Piet heb ik minstens tien grappen gemaakt die niet door de beugel kunnen. Voor elk artikel dat ik heb geschreven over racisme en discriminatie heb ik een groepje zwarte mensen vermeden als ik in het donker over straat liep. En voor elke keer dat ik met bekenden een discussie aanging over hun redenen om PVV te stemmen, heb ik een keer mijn hoofd weggedraaid − of op zijn best nauwelijks waarneembaar geschud − bij racistische opmerkingen die dezelfde bekenden maakten.

‘Het probleem is dat witte mensen racisme zien als bewuste haat.’

Dit alles deed ik zonder erover na te denken. Zo ingebakken zit racistisch gedrag: het drong niet eens tot me door.

‘Het probleem is dat witte mensen racisme zien als bewuste haat,’ zegt de Amerikaanse schrijver Scott Woods, ‘terwijl het veel groter is dan dat. (…) Het is zo verraderlijk dat het zich er niks van aantrekt dat je een wit iemand bent die zwarte mensen aardig vindt; het zal nog steeds een weg vinden om invloed te hebben op hoe je met mensen omgaat die niet op jou lijken.’

Sluimerend racisme hangt vaak samen met wat ‘implicit bias’ wordt genoemd: onbewuste vooroordelen die iedereen met zich meedraagt zonder zich ervan bewust te zijn. Die ontstaan door een combinatie van culturele conditionering, opvoeding, beelden uit de media en eigen ervaringen.

In De Groene Amsterdammer zei jurist en activist Berna Keskindemir: ‘Ik denk echt niet dat alle witte mannen in hun kantoor op de Zuidas zitten te denken: hoe zal ik vandaag eens gaan discrimineren? Ik denk dat de meesten geen idee hebben, want voor hen zijn bepaalde dingen altijd makkelijk gegaan.’ Daarmee zinspeelt ze op een andere veelgehoorde term: white privilege, de privileges die witte mensen onwillekeurig hebben. Ze sluiten niet uit dat een wit persoon tegen moeilijkheden op kan lopen, maar huidskleur speelt in ieder geval geen rol wanneer diegene solliciteert, over straat loopt of door de politie aangehouden wordt.

Onderscheid maken

In hoeverre is onbewust onderscheid maken en ongelijk behandelen een inherent menselijke eigenschap? Volgens de Amerikaanse psychologe Gwendolyn Keita zijn we ‘van nature geneigd om mensen en voorwerpen te categoriseren’ en komt discriminatie voort uit dit volgens haar normale cognitieve gedrag gecombineerd met historische, economische en socioculturele factoren. Ook de invloed van iemands eigen kring, zoals bepaalde overtuigingen binnen een familie, spelen een rol in waarom mensen discrimineren.

Uit neuropsychologische studies blijkt dat de hersenen razendsnel onderscheid maken tussen ‘wij’ en ‘zij’. Dat automatisme stamt nog uit de oertijd, toen het nodig was om te overleven; doordat het brein het label ‘gevaar’ toekende aan specifieke situaties, zoals vijandige stammen, konden mensen tijdig handelen. Onderzoek op dit gebied lijkt vooralsnog uit te wijzen dat dit geen aangeboren gedrag is, maar zich in de adolescentie ontwikkelt. Wetenschappers denken ook dat kinderen die in een diverse omgeving opgroeien, minder onderscheid zullen maken op basis van ras.

Met andere woorden: we kunnen iets dóén aan die menselijke neiging tot het maken van onderscheid. Maar dan moeten we wel in actie komen. Dat houdt ook in dat witte mensen zichzelf moeten onderwijzen, onder meer door te luisteren naar zwarte ervaringen. Alleen door zich open te stellen voor die verhalen kunnen zij de ‘implicit bias’ te boven komen.

Wie ben ik?

Witte mensen moeten dan wel hun terughoudendheid om over racisme te praten − en het in al zijn veelvoud te erkennen − bij zichzelf wegnemen. Voor ik aan dit artikel begon, betrapte ik mezelf op de gedachte dat ik wellicht beter bij dit onderwerp vandaan kon blijven. Want ‘wie ben ik om over racisme te praten als witte man?’ En zou ik als geprivilegieerd persoon niet het verkeerde zeggen over een strijd die me aan het hart gaat?

Maar witte mensen moeten juist níet stil blijven nu. Het is meer dan ooit het moment om te laten weten aan welke kant je staat − #silenceisviolence − maar het is ook hoog tijd dat witte mensen bij zichzelf te rade gaan en het onderwerp niet langer ontlopen. Dat gebeurt nu nog regelmatig. Zo is bijvoorbeeld te zien in Sunny Bergmans documentaire Wit is ook een kleur (2016). Als ze bij toevallige passanten informeert hoe zij denken over ‘wit als etniciteit’ bestempelt een van hen het onderwerp als ‘[potentieel] heel gevaarlijk’. ‘Vindt u het erg,’ vraagt hij, ‘als ik daar niks op zeg?’

‘Het mooie van antiracistisch zijn, is dat je niet hoeft te pretenderen vríj van racisme te zijn. Antiracisme is de verplichting aangaan racisme te bevechten waar je het tegenkomt, ook als dat in jezelf is.’

Niks zeggen wordt vaak verkozen boven mogelijk niet het juiste zeggen. Maar niks zeggen brengt ons nergens. Als ik dingen niet juist verwoord, word ik daar hopelijk door scherpe lezers op gewezen. Daarvan leer ik; een volgende keer doe ik het niet meer fout en ik kan de les doorgeven aan iemand anders.

Dit soort lessen is een essentieel onderdeel van het pad naar gelijkheid. Zoals Ijeoma Oluo, auteur van het boek So You Want To Talk About Race medio 2019 verkondigde in een tienduizend keer gedeelde tweet: ‘Het mooie van antiracistisch zijn, is dat je niet hoeft te pretenderen vríj van racisme te zijn. Antiracisme is de verplichting aangaan racisme te bevechten waar je het tegenkomt, ook als dat in jezelf is.’

‘Een eerste stap richting een rechtvaardigere wereld is wellicht eens kritisch naar onszelf kijken,’ concludeert ook Bergman in haar documentaire. Als een groot probleem als racisme wordt blootgelegd, kan het zogeheten derde-persoonseffect optreden: mensen denken dat anderen meer bijdragen aan het probleem dan zijzelf.

Cultureel antropoloog Sinan Çankaya haalt die gedachte in Bergmans documentaire onderuit: ‘Racisme is een structureel verschijnsel en snijdt dwars door klasse, door gender, door opleidingsniveau. [Het] zit in alle lagen van de samenleving.’ Het zelfbeeld van de ‘verlichte, moderne, beschaafde, progressieve, liberale elite’ botst met het idee dat die elite zelf ook een rol zou kunnen hebben in racistische praktijken. Racisme ‘clasht met dat zelfbeeld, dat produceert heel veel ongemak’.

Dat witte mensen met zichzelf in conclaaf gaan is een relevant onderdeel van het proces om ongelijkheid te verbannen, maar het is niet het einddoel, zoals publicist Rachel E. Cargle betoogde op Twitter: ‘Antiracisme is er niet om witte mensen te laten werken aan hun eigen groei.’

Mijn emoties buitelen alleen over elkaar bij expliciet racisme, wat de persoonlijke impact is van impliciet racisme zal ik nooit helemaal begrijpen. Wat ik wél begrijp, is dat ik als witte man moet luisteren naar verhalen over die impact als we racisme bij de kern willen aanpakken. En als homoseksuele man zeker. Quid pro quo.