Een grijze haar, pilates, een verschrikkelijke kater. Ouder worden, wanneer begin je daar eigenlijk mee? Volgens Anne Karpfs School of Life-hulpboek Ouder worden nooit vroeg genoeg. Misschien ben ik nog op tijd, dacht Clara van de Wiel (28), en begon vol goede moed te lezen.

Het had iets te maken met twee staartjes, dat weet ik nog goed. Ik had ze en de juf niet. ‘Als je een zekere leeftijd hebt, dan kan dat niet meer,’ legde ze uit. Daar begon het dus. Ouder worden, dat was niet meer alleen leuk en spannend en eindelijk zelf kunnen bepalen hoe laat je naar bed gaat. Ouder worden was ook: geen staartjes meer.

Ik vraag me nu opeens wel eens af of ik ze nog zou maken, die staartjes. Om dan snel te denken: natuurlijk wel, want ouderdom is toch juist je niks meer aantrekken van de juf? Ik bepaal zelf wel in hoeveel stukken ik mijn haar verdeel. En trouwens: zo oud ben ik nog helemaal niet. Toch?

Misschien is het de leeftijd. ‘De sfeer was goed en het was lekker druk,’ beschreef een vriend onlangs een uitgaansavond. ‘Maar wij waren wel duidelijk de oudsten.’ Ik wist genoeg. Dit was een vreselijke avond geweest.

Als je in de Albert Heijn om je ID wordt gevraagd, tel je dan nog niet mee?

Het heeft iets ondraaglijk aanstellerigs, je bezighouden met ouderdom, je oud voelen en klagen over verval, voordat je ‘een zekere leeftijd’ hebt. Maar daar zit meteen ook het probleem. Want wanneer hoor je bij de club die zich wel mag beklagen? Ouder worden, wanneer begin je daar eigenlijk mee? En als je in de Albert Heijn om je ID wordt gevraagd, tel je dan nog niet mee? Deze maand verscheen in de reeks hulpboeken van The School of Life Ouder worden van Anne Karpf, een vertaling van haar in 2014 verschenen boek How to Age. En als we Karpf moeten geloven kun je er niet vroeg genoeg mee beginnen, met dat ouder worden. Misschien ben ik nog op tijd, dacht ik.

Korst van ouderdom

Karpf laat ons op de eerste pagina kennismaken met Gina. Gina wordt 30 en vindt net haar tweede grijze haar. Om de verjaardagskaarten met geestige teksten over hoe oud ze nu wel niet is, kan ze maar moeilijk lachen. Maar humor, legt Karpf uit, gebruiken we als middel om met angst om te gaan. ‘De verstikkende korst van ouderdom’ werpt nu al ‘een schaduw over haar leven’, aldus Karpf.

Ik moest even denken aan wat ik onlangs tegen een zes maanden jongere vriendin grapte. Toen ik zo oud was als jij deed ik dat ook nog, zei ik, en eigenlijk vond ik dat best geestig. Maar welke pijn zat daar achter? Eerst nog alleen navelstaarderige eind-twintiger viel ik plots in een nieuwe categorie: die van de oudere-jongere.

Gina’s ouders gaat het trouwens al niet veel beter af. Terwijl haar moeder zich van pilatesles naar botoxsessie haast, stort vader zich op jetskivakanties. Ook fout, weet Karpf. Alle energie gaat bij hen naar het tegengaan van de ouderdom, energie waarmee het leven juist ook verrijkt had kunnen worden.

Over hoe het dan wel moet, ouder worden, gaat de rest van Karpfs boekje. Een derde weg, noemt ze het zelf, tussen vrees en ontkenning, op weg naar een omarming van ouderdom om wat het is: een levenslang proces vol kansen om je te ontwikkelen. Daartoe probeert ze bovenal vermeende misverstanden over ouder worden de wereld uit te helpen. Een op de vijf ouderen zijn eenzaam? Dat betekent dat vier op de vijf het níet zijn! Je verliest niets, maar voegt er alleen dingen aan toe! Creativiteit komt vaak op latere leeftijd pas echt tot bloei, zie Frank Lloyd Wright die het Guggenheim pas op zijn tachtigste ontwierp. En ook vitaliteit neemt echt niet af, als je in plaats van alleen naar het lichamelijke ook naar het mentale uithoudingsvermogen kijkt!

Mentaal uithoudingsvermogen

‘Als Gina haar angst opzij schuift,’ schrijft Karpf, ‘zal ze beseffen dat het bij haar ook al begonnen is, dat ze op haar dertigste eigenlijk gelukkiger is dan op haar twintigste.’ Ik probeerde me dat te herinneren op zaterdagochtend, terwijl het soort kater opbloeide dat ik op mijn twintigste in elk geval nog niet kende. Misschien, dacht ik schuldbewust, mis ik dat mentale uithoudingsvermogen op het moment nog steeds op vrijdagavond, wanneer je je als ouder en wijzer persoon wél weet te beheersen.

Niet alleen moest ik inmiddels eigenlijk gelukkiger zijn, ik moest ook voldoening beter kunnen uitstellen.

Of misschien komt het hierdoor: ‘Steeds meer jongeren van in de twintig of dertig zijn bang om volwassen te worden,’ stelt Karpf. De generatie Gina, die zit opgezadeld met een studieschuld en blijft hangen in flexbaantjes. Ze zijn bang om verantwoordelijkheid te nemen, bang om voldoening uit te stellen. Daar had je het al. Het schuldbewustzijn groeide nog een beetje. Niet alleen moest ik inmiddels eigenlijk gelukkiger zijn, ik moest ook voldoening beter kunnen uitstellen. Stiekem kreeg ik steeds minder zin om ouder te worden, maar dat was natuurlijk een vreselijk struisvogelachtige millennial-gedachte.

Maar ik kwam er moeilijk meer vanaf. Karpfs boekje zit vol met inspirerende citaten en foto’s van schaterlachende bejaarden (van Karpf mag dit woord ongetwijfeld niet), maar tot een echte filosofie van het ouder worden komt het niet, laat staan tot een maatschappelijke visie erop. Er is nooit een betere tijd geweest om oud te worden, concludeert Karpf op de laatste pagina opgewekt. Kan goed zijn. Maar tegelijkertijd maken jongeren die ‘intergenerationele ongelijkheid’ wat betreft welvaart en sociale zekerheid aankaarten, zich volgens haar schuldig aan een ‘gevaarlijke vorm van binair denken.’

Als ouder worden zo’n feestje is, is het dan eigenlijk erg om het níet leuk te vinden?

Nordic walking

Als oud zijn zo awesome is, waarom klinkt er dan toch zoveel verongelijktheid uit Karpfs relaas? En als ouder worden zo’n feestje is, is het dan eigenlijk erg om het níet leuk te vinden? Mag je je ertegen verzetten, het proces vertragen of – god verhoede –ontkennen? Is pilates fout, maar nordic walking goed? Het paradoxale van Karpfs relaas is dat iedereen die niet lekker mindful bezig is zijn eigen leeftijd te accepteren, een wegkijker of doemdenker is. Goed oud worden is goed leven, concludeert Karpf. Daar sta je dan, met je staartjes.

Waarschijnlijk had ik iets fout gedaan, want met Gina gaat het aan het eind van Karpfs boek wel een stuk beter. ‘Gina is gaan beseffen dat oud worden een privilege is, iets waar ze op kan hopen, zonder er bang voor te zijn.’ Ik blijf er voorlopig op hopen.

Deze week in Vrij Nederland: socioloog Serge Guérin over de onmetelijke mogelijkheden van de grote groep vitale ouderen.