Soms wil ik verdwijnen. Mijn telefoon uit het raam gooien en me terugtrekken op een plek waar niemand komt. Waar geen intelligente lockdown, slimme corona-apps of nieuwsupdates zijn. Wie wordt niet soms overvallen door het verlangen om weg te gaan? Naar een plaats waar niets hoeft. Buiten bereik van bewakingscamera’s, online trackers of de GPS van je smartphone. Into the wild, gewoon verdwijnen.

In de documentaire Drømmeland (2019, te zien op de site van 2doc) van Joost van der Wiel, vertelt de zestigjarige Noorse Nils dat hij er niet meer aan meedoet. Hij heeft genoeg van een samenleving waarin mensen ‘zinloos voortrazen als marmotten in een tredmolen’. Nils voegt de daad bij het woord, verbrandt zijn paspoort en BSN-nummer en vertrekt uit ‘het systeem’. Hij trekt zich terug op de Noorse hoogvlakte. Daar leeft hij in een zelfgebouwde hut met houtkachel, drinkt water uit een bron van smeltend ijswater en jaagt in z’n blote bast op rendieren. Eindelijk heeft hij rust.

Naar de Veluwe

Zou je in Nederland kunnen verdwijnen, even niet meer meedoen aan alles wat moet? Vorig jaar werd duidelijk dat het mogelijk is om onopgemerkt afgezonderd van de maatschappij te leven. In een afgelegen boerderij in Ruinerwold bleken jarenlang zeven mensen te wonen, zonder dat de rest van het dorp het wist. Ze waren niet bekend bij de instanties, de kinderen waren nooit ingeschreven bij de burgerlijke stand.

Als je nooit geregistreerd bent geweest, is het dus mogelijk om te verdwijnen. Maar kan het omgekeerd ook: als staatsburger in Nederland verdwijnen?

Ga naar de Veluwe, stellen mensen voor.

Soms fantaseer ik: wat zou een goede plek zijn? Misschien de uitgestrekte duinen van de Waddeneilanden, waar de minste mensen van het land wonen. Op Schiermonnikoog leven 24 mensen per vierkante kilometer, volgens het CBS. (Ter vergelijking: in Den Haag, de dichtstbevolkte gemeente, wonen meer dan 6000 mensen per vierkante kilometer). Op de Wadden is er nog rust – als je het toeristenseizoen even vergeet, tenminste. Ga naar de Veluwe, stellen mensen voor. Dat is volgens Natuurmonumenten een van de stilste gebieden van het land, ver van snelwegen en bebouwing.

Zelf eten verzamelen

Mark Burg moet lachen als ik hem de vraag stel. Als wildernisinstructeur slaapt hij de helft van het jaar buiten in een slaapzak. Zelf eten verzamelen, water vinden, onderdak bouwen, dat soort dingen. Hij ziet de drang om te verdwijnen terug bij zijn cursisten. Sinds hij dertien jaar geleden Wildernisschool Outback oprichtte, komen er steeds vaker kantoorwerkers. ‘Ik merk dat mensen die dagelijks tussen vier muren achter de computer zitten de behoefte hebben om even de maatschappij te ontvluchten.’

Op de Veluwe zou je best kunnen overleven, schat hij in. Er zijn genoeg waterbronnen waar je direct uit kunt drinken. Maar of je er daadwerkelijk kunt verdwijnen? ‘Als je los wilt staan van de maatschappij, heb je een plek nodig voor een onderkomen, een zelfgebouwd hutje of een huis. In Noorwegen kan dat, daar heb je nog echte wildernis. Hier mag je niet eens wildkamperen.’

ls je wel ergens een hutje mag bouwen, valt de realiteit van het verdwijnen tegen, zegt Burg. ‘Je bent de hele dag bezig met primaire behoeften: je warm houden, eten en drinken.’

In Nederland zal het moeilijk zijn om legaal aan eten of drinken te komen. Om te mogen jagen of vissen, heb je een vergunning nodig of toestemming van de landeigenaar. ‘Mensen die meegaan op survival redden het fysiek meestal wel. Opgeven doen ze eerder omdat ze het mentaal niet aankunnen. Het doet wat met je om geen comfort of afleiding te hebben. Je kunt niet meer vluchten naar je telefoon, sociale media of muziek. Niet iedereen kan daar tegen.’

Nils, uit de documentaire, leeft dan ook niet helemaal alleen op zijn hoogvlakte. Hij neemt zijn smartphone mee, zijn contactmiddel met de buitenwereld. ‘Echt verdwijnen, dat gaat natuurlijk niet meer, vandaag de dag,’ zegt Burg.

Eruit stappen

Me terugtrekken in een hutje op de hei of in de wildernis zal niet snel lukken. Toch is het in Nederland mogelijk om onder de radar te verdwijnen, blijkt als ik David spreek (geen achternaam, omdat niet alles wat hij heeft gedaan per se legaal is). Hij verdween zo’n tien jaar geleden. Eerst op papier, toen naar het buitenland, en daarna echt, toen hij terugkeerde naar Nederland en anderhalf jaar onder de radar bleef.

David heeft stoppelige wangen en draagt een dun, rond brilmontuur. Hij houdt niet van gezeur. Gezeur, dat is als andere mensen zich met zijn leven bemoeien. In zijn tas heeft hij alles wat hij nodig heeft, klaar om te vertrekken. Hij heeft het niet over verdwijnen, maar over ‘eruit stappen’. En het is makkelijk om eruit te stappen, zegt hij.

‘Je nationaliteit kwijtraken is het stomste wat je kunt doen. Je hebt dan geen rechten meer.’

Zijn paspoort verbranden, zoals Nils in de documentaire Drømmeland deed, daar piekert hij niet over. ‘Je nationaliteit kwijtraken is het stomste wat je kunt doen. Je hebt dan geen rechten meer.’ Volgens de Rijksoverheid is het niet eens mogelijk je Nederlandse paspoort op te zeggen, tenzij je een tweede nationaliteit bezit. Mensen mogen volgens de wet niet staatloos worden. Ook je BSN-nummer teruggeven, zoals in de documentaire gebeurt, kan niet. Het nummer wordt eenmalig verstrekt en kan niet worden vernietigd, staat in een publicatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Spookburgers

De dag waarop David verdween, stapte hij het gemeentehuis in en meldde aan het loket dat hij zich wilde uitschrijven uit de BRP, de Basisregistratie Personen. ‘Waarheen?’ vroeg de dame achter het loket hem. Iedereen moet zich, na een uitschrijving vanwege bijvoorbeeld een verhuizing, weer inschrijven bij de nieuwe gemeente. David zei: ‘Een bankje in het park.’ Hij werd uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen met de code VOW – Vertrokken Onbekend Waarheen.

Begin 2019 waren er 514.000 mensen net als David ‘Vertrokken Onbekend Waarheen’. Ze staan ook wel bekend als spookburgers. Veel van hen zijn arbeidsmigranten die teruggaan naar hun land van herkomst zonder dat te melden, waarna de gemeente hen uitschrijft. Of het zijn mensen die vergeten hun verhuizing door te geven, of langer dan twee jaar op wereldreis zijn. Meer dan de helft van hen staat binnen twee jaar weer geregistreerd, bleek uit een onderzoek naar spookburgers van het ministerie van Binnenlandse Zaken in 2011.

Een deel van hen wordt echter uitgeschreven of schrijft zich – zoals David – bewust uit, waarna ze in Nederland verdwijnen. David vertrok. Niet naar een bankje in het park, maar naar een kraakpand ergens in Nederland, naar een huis waar niemand hem zou vinden.

Hij was, naar eigen zeggen, niet zo handig met geld. Hij kon zijn zorgverzekering niet betalen en raakte in de schulden. ‘Elke keer als de bel ging, dacht ik: dat is de deurwaarder. Ik was het zat. Toen dacht ik: ik schrijf me uit.’ Eindelijk rust. Geen deurwaarders meer. ‘Als je slim bent,’ vervolgt hij, ‘pleur je gelijk je smartphone weg en wissel je die in voor een oude Nokia met een prepaid simkaart.’

Je telefoon uit het raam gooien

Als je wilt verdwijnen, is het inderdaad slim om je telefoon in te wisselen, denkt Gerard Ritsema van Eck. Hij onderzoekt welke impact surveillance-technologieën hebben op mensen in de publieke ruimte, voor zijn proefschrift aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Voor wie wil je verdwijnen? Als je helemaal geen digitale sporen wilt achterlaten, dan moet je je telefoon uit het raam gooien. Zolang je die blijft gebruiken, weet je mobiele telefoonprovider waar je bent aan de hand van zendmasten. Zelfs als je geen internet gebruikt, zelfs als er geen simkaart in je telefoon zit.’

Ritsema van Eck schetst een scenario voor als je ongezien in Nederland wilt verblijven. ‘Zodra je ergens met pinpas betaalt, kan de bank zien waar je bent. En als je binnen Nederland wilt reizen, weet iemand waar je bent, of kan daarachter komen. Boven snelwegen, provinciale wegen en in de bebouwde kom hangen camera’s, van Rijkswaterstaat tot de Belastingdienst en de politie. In het openbaar vervoer kun je met een anonieme ov-chipkaart reizen, maar ook in de meeste bussen en treinstations hangen camera’s. Ook veel bedrijven en winkels hebben camera’s. Zelfs als je een kleine supermarkt in loopt, sta je op de camera. Ook particulieren hebben steeds vaker deurbelcamera’s hangen om te zien wie er voor de deur staat: zodra iemand binnen vijf meter van de bewegingssensor is, springt de camera aan.’

Die camera’s, zendmasten en bankgegeven zijn losse puzzelstukjes. En de politie is de enige macht die van die puzzelstukjes één beeld kan maken.’

De politie schat dat er in totaal zo’n 1,5 miljoen camera’s hangen in Nederland. Het is niet zo dat iemand live alle camera’s in de gaten houdt, al kan de politie achteraf camerabeelden opvragen. ‘Die camera’s, zendmasten, bankgegevens enzovoort betekenen niet dat we in een panopticum leven waarin iedereen overal wordt geobserveerd,’ zegt Ritsema van Eck, ‘of in George Orwells boek 1984, waarin Big Brother alles ziet. Dat is in Nederland niet het geval; het zijn losse puzzelstukjes. En de politie is de enige macht die van de losse puzzelstukjes één beeld kan maken.’

De boel de boel

David gebruikte een oude telefoon, maar om bewakingscamera’s maakte hij zich verder niet zo druk. ‘Het is niet alsof ik een gezochte crimineel was. En met een Hollandse kop als de mijne val je niet echt op.’

Niet lang nadat David op papier verdween, vertrok hij naar het buitenland. ‘Ik heb alle bruggen achter me verbrand. De boel de boel gelaten, ik ben verdwenen.’

Na zes jaar kwam hij weer terug in Nederland. Hij wist: nu komen de deurwaarders weer. Zijn schulden waren in zijn afwezigheid doorgegroeid. Hij was van plan om tijdelijk in Nederland te blijven, snel geld te verdienen en weer te vertrekken. Tegen de wettelijke verplichting in schreef hij zich niet opnieuw in.

Hij besloot in Nederland te blijven, onder de radar. Daardoor kon hij veel dingen niet. Pinnen, bijvoorbeeld. Of digitaal geld overmaken. Hij had geen bankrekening meer: zijn bankpas had hij jaren eerder in de prullenbak gegooid, hij stond toch rood. En wie niet ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen kan geen nieuwe bankrekening aanvragen. Dat heeft grotere gevolgen dan geen geld kunnen overmaken – dat probleem loste David op door aan zijn moeder of vrienden te vragen of zij het geld voor hem konden overmaken – of niet kunnen pinnen. Nee, het moeilijke komt met alle vanzelfsprekende dingen die niet meer vanzelfsprekend zijn zonder bankrekening.

‘De contante samenleving verdwijnt. Iedereen die buiten het systeem probeert te leven, is de sjaak,’ zegt hij. ‘Als je in een huis wilt wonen, moet je huur betalen. Er zijn weinig huurbazen aan wie je contant geld mag betalen, en de meeste huurbazen bij wie dat kan, zijn louche. Je kunt misschien ergens op een camping staan, in een caravannetje.’ Ook salarissen worden vrijwel alleen digitaal overgemaakt. ‘Je belandt snel in de criminaliteit als je geen bankrekening hebt.’ Zijn oplossing: zwart werken. ‘Het is moeilijk, maar het kan. In het centrum van Amsterdam kun je afwassen in restaurantjes. Maar je verdient dan ook drie keer niks. En als je eenmaal een naam hebt, kun je in de bouw via via best wat zwart werk doen.’

Onverzekerd

David had geen zorgverzekering in de anderhalf jaar dat hij in Nederland onder de radar leefde. Hij had geen brieven ontvangen dat hij niet meer verzekerd was – een postadres had hij immers al jaren niet meer – maar om opheldering vragen wilde hij ook niet: dan werd bekend dat hij weer in Nederland was en stonden de deurwaarders op de stoep.

Tijdens de zes jaar dat hij op reis was, hakte hij eens in zijn been met een mes en werd hij gebeten door een spin. Hij was gewend om zijn eigen boontjes te doppen.

Er zijn meer mensen die zo leven. Eind 2018 waren ruim 36.000 mensen niet verzekerd voor medische zorg. Ongeveer een derde van hen vanwege ‘gemoedsbezwaar’: zij zijn principieel tegen het verzekeren van mensen of eigendommen en betalen een vervangende belasting. Ziekenhuiskosten moeten ze zelf betalen. De rest van de mensen is onverzekerd en mijdt zorg.

David wist wat het was om onverzekerd door het leven te gaan: tijdens de zes jaar dat hij – ook onverzekerd – op reis was, hakte hij eens per ongeluk in zijn been met een mes en werd hij gebeten door een giftige spin. Hij was gewend om zijn eigen boontjes te doppen. Toch brak het hem in Nederland op. ‘Omdat iedereen hier wél meedoet. Het is alsof het winter is en iedereen om je heen draagt een jas, behalve jij.’

Aan de zijlijn

Het keerpunt kwam toen hij op de fiets een steegje uitreed, onderuitgleed en met zijn kin op de stoep klapte. Hij kreeg zijn kaak niet meer open of dicht, maar naar een huisartsenpost of het ziekenhuis ging hij niet, bang om geconfronteerd te worden met zijn openstaande zorgschuld. ‘Ik heb een paar weken aangeklooid, kon wat geld in de bouw verdienen met een vrijwilligersovereenkomst. Een maatje haalde het geld uit de pinautomaat en gaf het aan mij. Op die bouwplaats heb ik bijna de pees in mijn pink kapotgeslagen – een buurvrouw die verpleegster was, kon mijn hand spalken. Toen dacht ik: het is klaar, ik ga alle schulden betalen, ik wil weer meedoen.’

Echt niet meedoen is problematisch, zegt David. ‘Dan sta je aan de zijlijn. Je vraag was: kun je verdwijnen in Nederland? Als je bereid bent zonder zorgverzekering, zonder bankrekening, zonder íéts te leven, dan wel. Er zijn genoeg mensen die aan de achterkant van een geluidswal plankjes tegen elkaar spijkeren, er een zeiltje overheen spannen en daar wonen. Dat heet dakloos zijn. Dus in die zin kan het wel.’

Afhankelijk

David mist zijn oude leven elke dag: de rust, geen gezeur. Niet elke maand verplichtingen. Zomaar weg kunnen. Maar hij kent de keerzijde: het vergt een netwerk, mensen die je aan zwart werk helpen, geld voor je overmaken, een kapotte pink zetten. Het is een tegenstrijdigheid waar hij tegenaan loopt: niet willen meedoen aan het systeem, maar afhankelijk zijn van mensen die dat wél doen. ‘Je kunt eruit stappen, maar je wordt er niet beter van. Je vlucht omdat je vrij wilt zijn, en uiteindelijk ben je gevangen omdat je vrij wilt zijn. Dan kun je beter gewoon meedoen in het systeem en níét vrij zijn, waardoor je jezelf kunt bevrijden van al het gezeik. Waardoor je weer kunt doen en laten wat je wilt.’

Eruit stappen is makkelijk, zegt David. Terugkomen, dát is moeilijk.

Eruit stappen is makkelijk, zegt David. Terugkomen, dát is moeilijk. ‘Zodra ik officieel weer geregistreerd was, wist ik: nu weten ze dat ik er ben. En ja, de ene na de andere schuldeiser belde. Ik heb met iedereen afspraken gemaakt, regelingen getroffen.’

Zijn zorgschuld werd gereduceerd van 19.000 euro tot de oorspronkelijk openstaande hoofdsom: 3000 euro.

‘Ik leef nu volgens de letter van de wet: ik sta netjes met mijn klusbedrijf ingeschreven bij de KvK, ben verzekerd, betaal belasting. Ik leef goedkoop, kan rondkomen van 300 euro in de maand. Ik hoef niet elke dag te werken, werk niet om te leven. Dat geeft mij meer vrijheid dan wat dan ook. Uiteindelijk vind ik het makkelijker om mee te doen met het systeem. Zolang mensen niets te zeiken hebben, ben ik vrij. Misschien trek ik er deze zomer met een bootje op uit. Je kunt alle kanten uit en het kost bijna niets. Nederland en Thailand zijn buurlanden, als je het vanaf het water bekijkt.’