Gerrit Hiemstra, NOS-weerpresentator, meteoroloog en mede-eigenaar van adviesbureau Weather Impact

‘Ik nomineer de gedachte dat er morgen geen fossiele brandstoffen meer zijn. Want dat is waar we naartoe moeten: een wereld zonder die brandstoffen. Die gedachte betekent dat heel veel dingen die we nu gewoon vinden, dan niet meer bestaan. Auto’s zoals we die nu kennen, doen het dan niet meer, het licht gaat uit. Dan móéten we ons wel op een andere manier gaan verhouden tot hoe we energie produceren en gebruiken.

Neem het huis dat ik vorig jaar heb gebouwd. Het is gasloos en heeft zonnepanelen en een warmtepomp. Maar de volgende vraag is: wat gebeurt er als het huis niet meer op het elektriciteitsnet aangesloten is? Dan moet je het doen met wat je hebt. Als je om je heen kijkt, zie je heel veel energie. Het waait elke dag. De zon schijnt elke dag. Maar ’s nachts schijnt de zon niet. En in de winter ook minder. In Scandinavië heb je dan een probleem, daar is ’s winters helemaal geen zon. Dus daar moeten we iets op verzinnen.

‘Het begint met het maken van die voorstelling: anders naar de werkelijkheid kijken.’

Dié oplossingen, dát is waar we naartoe moeten om de klimaatcrisis aan te pakken. De energie zelf is niet het probleem, maar de manier waarop we er constant gebruik van willen maken. Voor alles moet draagvlak zijn hoor je in de politiek, anders “kan het niet”. Maar het draagvlak is afhankelijk van de urgentie die je voelt. Als je met een groepje mensen in een auto op een afgrond afrijdt, heb je héél snel draagvlak om het stuur om te gooien. Dus hoe zorg je ervoor dat mensen die urgentie voelen?

Iedereen die beweert dat-ie voorstander is van duurzamer leven, moet beseffen dat je niet door kan gaan met leven zoals je nu leeft, anders is het alleen maar een verhaal voor de bühne. Het is een proces waar ik zelf ook doorheen ben gegaan. Een proces dat tot negatieve gevoelens kan leiden: onzekerheid, angst, boosheid. Maar dingen ver anderen altijd. Je kunt je nu bijna niet meer voorstellen dat mijn vader vroeger met paarden werkte op de boerderij, en dat ik opgroeide met een kolenkachel, maar toen was dat normaal. Daarom begint het met het maken van die voorstelling: anders naar de werkelijkheid kijken.’

Amade M’charek, Hoogleraar antropologie van de wetenschap aan de UvA en columnist van Vrij Nederland

‘Ik kom uit op Svante Pääbo, de directeur van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig en grondlegger van het “paleogenetica”-onderzoeksveld. Ik was erbij in het lab toen hij in 1997 als allereerste de DNA-sequentie van een Neanderthaler blootgelegde. De onderzoeken onder zijn leiding naar Neanderthalers en de Denisova-mens hebben het denken over ons – zelf als mens veranderd. Een groot deel van de wereldbevolking blijkt Neanderthaler-DNA te dragen. Dat laat zien dat het idee dat wij de Neanderthaler hebben vervangen omdat dat geen slimme menssoort was, niet klopt.

Ook de aanname dat we dat DNA hebben gekregen door verkrachtingen door Neanderthalers, blijkt problematisch. Want daarvoor is de verspreiding van het Neanderthaler-gen te groot. Misschien heeft de Neanderthaler ons bij de hand genomen en geleerd hoe we als mens buiten het Afrikaanse continent konden overleven.

Wat Pääbo ook zo belangrijk maakt, is dat hij onderzocht hoe menselijke bevolkingsgroepen zich tot elkaar verhouden. Zo heeft hij samen met David Serre een heel belangrijk paper gepubliceerd met daarin de conclusie dat het bespottelijk is om te spreken van afgebakende populaties – laat staan van afgebakende rassen. In deze wereld waarin genetica zo belangrijk is geworden, tonen zijn onderzoeken steeds opnieuw aan dat het denken in rassen geen wetenschappelijke basis heeft.

Al deze inzichten veranderen onze relatie tot de rest van de natuur. We zetten onszelf als mensen graag op een voetstuk, terwijl we andere soorten én de planeet waarop we leven vernietigen. Maar de paleogenetica biedt handreikingen om te denken over onszelf als soort tussen andere diersoorten, in plaats van erboven. Er is zoveel meer wisselwerking tussen soorten dan we geneigd zijn te denken. Van genen tot de bacteriën die we delen in onze lijven. Misschien helpt dit ons om ons op een andere manier te positioneren in de wereld.’

Lucas Brouwers, Chef Wetenschap bij NRC Handelsblad en host van de wetenschapspodcast ‘Onbehaarde apen’

‘Mijn antwoord is Joseph Henrich, hoogleraar menselijke evolutie aan Harvard. Waar je Copernicus kunt zien als degene waardoor de aarde niet langer het centrum van het zonnestelsel is, doet Henrich dat voor de westerse mens. Henrich doet me ook aan Darwin denken, mijn grote held uit het wetenschappelijke verleden: beiden zijn bekend om zowel hun mooie veldwerk en de experimenten als om het grote verhaal erachter.

Met zijn concept van WEIRDe mensen (Western, Educated, Industrial, Rich, Democratic) laat Henrich zien dat Europeanen en Amerikanen afwijken van wat in de menselijke geschiedenis gangbaar is: individualistisch in plaats van in clans of familiegericht. Dus als je meer wilt weten van de menselijke psychologie, moet je breder kijken dan alleen naar al die psychologische onderzoeken die op studies met westerse psychologiestudenten zijn gebaseerd.

Wat ik verder heel sterk vind, is dat hij cultuur zo centraal stelt in ons denken over de mens. We zien de mens graag als een ontzettend slimme aap, maar in zijn boek The Secret of Our Success laat hij zien dat veel apen peuters verslaan op intelligentietestjes. Onze kennis wordt cultureel overgedragen, die hebben we niet omdat onze breinen zo bijzonder zijn. Al die “software” die in je is gestopt, van tellen tot hoe je de ruimte om je heen moet beschrijven. Je profiteert van systemen die je niet zelf hebt bedacht. Soms gaat die kennisoverdracht expliciet maar vaak ook impliciet, via rituelen of tradities.

‘Onze blik op het universum zal in de komende twintig, dertig jaar verder veranderen, want de werkelijkheid vervaagt.’

Hoe hij dit afzet tegen chimpansees en gorilla’s die niet die culturele motor hebben, vind ik een hele mooie verklaring van waarom de mens een uniek wezen is. Het is een boek dat je gedachten kantelt.’

Timo Koren, Promovendus sociale geografie aan de Universiteit van Southampton

‘Ik ga voor de verzameling wetenschappers, kunstenaars en activisten die je zou kunnen scharen onder de noemer “kritische sociale theorie”: zij die maatschappelijke problemen zien als gevolg van sociale structuren en culturele aannames, in plaats van individuele of psychologische factoren. Zij stellen de “vaststaande” maatschappelijke categorieën en normen ter discussie: landsgrenzen, meritocratie, economische groei, het onderscheid tussen man en vrouw, de universele goedheid van Europa, wat een gezond lichaam is – et cetera. En ze bieden alternatieven.

Dat wordt ze door machthebbers niet in dank afgenomen. Emmanuel Macron ziet “sommige sociaalwetenschappelijke theorieën uit de VS” als bedreiging voor de Franse identiteit en republiek, Mark Rutte is niet geïnteresseerd in “sociologische verklaringen” omdat ze hem politiek niet uitkomen, het Ministerie van Onderwijs in het Verenigd Koninkrijk draagt scholen op geen materiaal van “antikapitalistische” organisaties te gebruiken, het Roemeens Constitutioneel Hof verbiedt universiteiten “gender identity theory” te bespreken en de Central European University, gespecialiseerd in sociale wetenschappen en geesteswetenschappen, verruilde Boedapest voor Wenen onder druk van de Hongaarse premier Viktor Orbán.

Kortom: machthebbers proberen het alternatieve perspectief op de werkelijkheid dat kritische theorie biedt, af te doen als illegitieme kennis.’

Diederik Jekel, Wetenschapsjournalist en natuurkundige

‘Wat Copernicus interessant maakt, is dat hij het beeld veranderde van zowel het universum als van onszelf, de mensheid. Dat de aarde in de christelijke wereld niet langer het middelpunt van het universum vormde, wordt aan hem toegeschreven, en hij heeft de zon in dat middelpunt gezet. De schepping draaide om de mens, maar daarna kwam het inzicht dat de aarde niet het centrum was en draaide om een ster die de zon wordt genoemd. Die ster bleek een deel van een heleboel sterren, en het bleek ook nog eens een hele saaie, gemiddelde ster te zijn. En alleen al in de Melkweg bleken er vijf miljard planeten te zijn die een beetje op de aarde lijken en misschien wel leven bevatten.

Al met al zie je dat de wetenschap de mens steeds minder het middelpunt laat zijn. Dit is nog steeds gaande. Ten eerste zal onze blik op het universum in de komende twintig, dertig jaar verder veranderen, want: de werkelijkheid vervaagt. Deep fake-video’s bestaan al, maar er komt een punt dat je iedereen alles kan laten zeggen wat je maar wilt. Dat mensen steeds meer twijfelen aan autoriteit, dat je verkiezingen kunt beïnvloeden en landen kapot kan maken. En als je dan ook nog de ontwikkeling van virtual reality erbij haalt? Stel je voor dat je op een gegeven moment texturen kunt voelen via bijvoorbeeld een handschoen die aan de binnenkant zacht, ruw, koud of warm kan worden. Dat als je iets aanraakt, het kan voelen als het gezicht van je geliefde. Dan zit je op het punt dat je realiteit en fictie op geen enkele manier kan onderscheiden. De mensen die dat soort dingen ontwikkelen, zorgen ervoor dat ons hele beeld van het universum en de werkelijkheid totaal verandert.

Maar waardoor Copernicus dus vooral interessant is, is dat hij een deel van de uniekheid van de mens wegnam door de mens niet meer als centrum van het universum te stellen. Het idee van wat de mens uniek maakt, schuift door de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie verder op dan ooit. De uniekheid om recht te spreken. Om de ander te helpen als arts. Om muziek te componeren. Daardoor komen we voor de vraag te staan wat de mens dan nog uniek maakt.

‘Ik denk dat het een oerdrang is van de mens om uit te zoeken hoe alles in elkaar steekt.’

Copernicus zette de zon in het midden, maar iets zeggen over onze plek in het universum is meer het werk van de geesteswetenschappen dan van de natuurkunde. Daarom zijn de geesteswetenschappen ook zo verschrikkelijk belangrijk.’

Rachida Rafiq, Internist in opleiding

‘De mRNA-vaccins die tegen covid-19 worden ingezet zijn een doorbraak van wereldformaat. Deze vaccins stonden al bekend als meest belovende therapie voor infectieziektes: van malaria tot hiv, van zika tot ebola. In 2018 zag wetenschappelijk tijdschrift Nature mRNA-vaccins als “a new era”. De voorspelling was toen dat die toekomst nog tien jaar op zich zou laten wachten.

Dat het razendsnel is gegaan, komt door alle prioriteit die hieraan is gegeven, en al dat geld natuurlijk. Honderden onderzoeksgroepen over de hele wereld hebben er aan gewerkt. Die mondiale samenwerking is het belangrijkst. Deze doorbraak komt dus niet door één nieuwe Copernicus. Nog steeds moet je voor iedere ziekte een nieuw vaccin ontwikkelen. Hoe snel dat zal gaan, hangt af van hoeveel geld erin wordt gestopt, maar in ieder geval is de hoofdtechniek nu bekend.

Deze ontwikkeling is bijna vergelijkbaar met de ontdekking van vaccins an sich, twee eeuwen terug. mRNA kan heel veel impact gaan hebben op de wereldbevolking – denk alleen al aan alle kindersterfte door malaria. Er zijn ook andere manieren om de impact van medische ontwikkelingen te bekijken. Wat werkt echt levensverlengend voor een zieke? Of wat zal mijn werk als arts het meest beïnvloeden? Voor kankerpatiënten en mensen met aangeboren genetische afwijkingen kunnen immunotherapie en doorbraken in gentherapie zoals CRISPRCas levens enorm verlengen, maar vanwege de hoge ontwikkelkosten kom je snel op de ethische vraag voor wie je dit soort dure technieken kunt inzetten.

En wat betreft mijn werk: als arts kan ik mensen veel preciezer behandelen als van iedereen een genetisch risicoprofiel gemaakt kan worden. Maar of we dat willen, daar moeten we het als maatschappij over hebben.’

Jan Looijen, Gepensioneerd ingenieur

‘De Copernicus van deze eeuw is nog niet bekend. Bovendien zal het niet één “Copernicus” zijn, maar veeleer een samenwerking van vele onderzoekers die uiteindelijk zal leiden tot een compleet model waarin alle natuurverschijnselen samen te vatten zijn. Dat wordt ook wel de unificatietheorie genoemd, de theorie van alles. Men is al een heel eind. Dat wil zeggen: we hebben een “kwantummechanicamodel” waarin een aantal krachten die we kennen uit de natuur worden beschreven en de elementaire deeltjes waaruit we denken dat de natuur is opgebouwd. Maar één kracht ontbreekt in dit “Standaardmodel”: de zwaartekracht. Newton heeft de zwaartekracht beschreven, maar zonder te kunnen vertellen wat zwaartekracht echt ís.

En toen kwam Einstein, die het effect van zwaartekracht beschreef in zijn algemene relativiteitstheorie. Ik verwacht dat we deze eeuw een unificatie zullen zien van het Standaardmodel van de deeltjesfysica enerzijds en de relativiteitstheorie anderzijds zodat we de zwaartekracht in termen van kwantummechanica kunnen beschrijven. Als ons dat lukt, dan hebben we een theorie van alles. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Het leven zoals we dat ervaren is geheel bepaald door de natuurkundige verschijnselen om ons heen. Je kunt je afvragen waarom Copernicus zich druk maakte over de vraag of de aarde om de zon draaide of andersom. Ik denk dat het een oerdrang is van de mens om uit te zoeken hoe alles in elkaar steekt. Waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe? Ik heb dat in ieder geval heel sterk.’