Afgelopen voorjaar vond in Tallinn een congres plaats van internationale literaire critici. Dat was georganiseerd door ‘Schwob’, het onderdeel van ons Letterenfonds dat zich beijvert voor de vertaling van vrijwel vergeten klassiekers. Omdat critici toch veel lezen en gelezen hebben en ze – anders dan uitgevers of vertalers – belangeloos moeten zijn in hun voorkeuren, kregen ze de kans een dringend te herontdekken klassieker uit hun eigen taalgebied te pitchen én een buitenlandse evenknie. Zo’n vraag krijgen is niet alleen weldadig, maar ook logisch gezien de veranderde taak van een literair criticus. Door de vloed aan vertaalde klassiekers, de slow literature die de ware wereldliteratuur vormt, is hij niet alleen voorproever, poortwachter en gids, maar nu ook curator.

Zo zat ik daar in Tallinn te midden van collega’s en hield m’n twee favoriete romans op: eerst J.J. Slauerhoffs Het verboden rijk (allang niet meer leverbaar) en daarna Cormac McCarthy’s Blood Meridian, or the Evening Redness in the West. Niemand daar had van Slauerhoff gehoord, bij de Amerikaan McCarthy (1933) lag dat anders. Zijn laatste roman The Road had iedereen gelezen.

Ik las en recenseerde de moderne klassieker Blood Meridian (1985) pas twaalf jaar na verschijnen, in de Nederlandse vertaling. Veel ‘deed’ die uitgave toen niet bij het publiek, maar sinds (de verfilmde) The Road ligt dat anders. De Arbeiderspers waagt zich nu aan de heruitgave van zijn oeuvre in een uniforme editie, hulde. Toch zal er een en ander te overwinnen zijn, leid ik af uit de reacties op mijn Estse pitch. Want ja, kreeg ik te horen, de post-apocalyptische dystopie The Road was natuurlijk schitterend, maar zó deprimerend. Dat is waar, maar The Road is dan ook een eindpunt, dat de indruk maakt McCarthy’s oeuvre af te ronden. Een eschatologisch eindpunt in de zin van het eindspel van een schaakgrootmeester: minimaal aantal stukken op het bord, waarbij het gaat om die laatste paar briljante zetten, om de besluiten en hun onvermijdelijke consequenties.

Grimmige visie

Daarmee vergeleken scheen de zon nog in Meridiaan van bloed. Die roman betekende een keerpunt in zijn oeuvre. Daarvoor schreef hij Faulkneriaanse romans, met de hem van meet af aan kenmerkende geweldsobsessie, in een lyrische stijl. Vanaf de revisionary western Meridiaan van bloed, een postmoderne variant van de historische avonturenroman waarin korte metten wordt gemaakt met de romantische mythen die het cowboytijdperk aankleven, pasticheert hij in zijn oeuvre romangenres om zijn grimmige visie op de mens voor het voetlicht te brengen. Vanaf die roman verschuift ook de plaats van handeling naar grensstreken. In Meridiaan van bloed is dat de zuidwestelijke grens tussen de Verenigde Staten en Mexico. Juist dat diffuse grensgebied, waarin verschillende culturen naar hegemonie streven, heeft McCarthy nodig om de vaak even diffuse scheidslijn tussen goed en kwaad te tonen. Zo’n streek in de grenszone, in de marge van de samenleving, nodigt in zijn optiek uit tot wetteloze praktijken. Een gebied als het zuidwestelijk landschap, de beschavingsgrens tussen Amerika en Mexico als laatste frontier, biedt de juiste setting om een cultureel en moreel conflict uit te laten komen.

Dat blijkt al op het niveau van de taal: de dialogen zijn regelmatig in onvertaald (door de Amerikaanse personages zelden begrepen) elementair Spaans gesteld. Meridiaan van bloed, de evocatie van een gruwelexpeditie zonder moreel kompas met slechts antihelden als personages, over een bende negentiende-eeuwse scalpjagers die moordend en plunderend huishouden in die uithoek van de menselijke beschaving, belichaamde McCarthy’s streven het schemergebied tussen goed en kwaad te verkennen het heftigst. De legendarische literatuurcriticus Harold Bloom doopte het in zijn boek How to Read and Why (2000) ‘de authentieke Amerikaanse apocalyptische roman’, een ‘universele bloedtragedie’, een waardige opvolger van Herman Melvilles Moby Dick. Ware woorden.

Hoofdpersoon in de roman is ‘de jongen’, die we leren kennen in 1833 in een haveloze hut in Tennessee, en van wie we afscheid nemen met zijn gewelddadige dood in 1878, in Fort Griffin, Texas. Hij is de enige die nog voor een sprankje goedheid staat in de (historische) ‘Glanton Gang’ met wie hij uit moorden gaat. Maar misschien is het gruwelijkste, nog erger dan de verschrikkelijke misdaden die in Meridiaan van bloed beschreven zijn, wel dat juist de duivel zelf, de bovenmenselijk begaafde, ondoorgrondelijke ‘rechter’ Holden, die zich niets aantrekt van plichten, regels, wetten en moraal, het meest tot de verbeelding spreekt.

De honderdvijftig kilo wegende volstrekt haarloze albino rechter Holden beschikt over een metafysica van het geweld, in zijn denkbeelden toont hij zich zowel een proto-nietzscheaan als een Verlichtingsfilosoof als een darwiniaan. Intellectueel bestiert deze bovennatuurlijk aandoende, transgressieve verschijning de bende moordenaars. Hij is de laatste overlevende, die nooit ouder wordt, die zich innig vermaakt en zich tot in de eeuwigheid lijkt te zullen verlustigen op een knekelveld. Nooit gaf McCarthy het kwaad een verleidelijker stem dan in zijn intrigerende creatie rechter Holden. Dat is wonderlijk, want jonge kinderen in zijn gezelschap eindigen altijd vermoord; de man is puur slecht. Tegelijkertijd spreekt hij vele talen, houdt hij intelligente betogen, maakt hij in niemandsland als een alchemist buskruit, is hij kortom zo veel meer dan de primitieve havelozen in zijn omgeving.

Mensmieren

Later, in zijn negende roman No Country for Old Men, zal McCarthy de uitgangspunten van Meridiaan van bloed hernemen; hij herdefinieert daarin het Kwaad door de romantische mythe van de duivelse übermoordenaar Holden tot de laatste vezel af te breken. Geen pardon dus voor het laatste restje romantiek in zijn toch al zo harde, rauwe oeuvre.

Herlezen in dit internettijdperk verrijkt de lectuur, doordat esoterische en klassieke verwijzingen zich makkelijker prijsgeven. Pas nu begreep ik wat de haat van Holden tegen ‘de jongen’ drijft. Die trekt op zeker moment een Tarotkaart, die je kunt duiden als verscheurd hart, waarmee de mogelijkheid genade te betonen geïmpliceerd is. Die menselijke neiging vergeeft Holden hem niet. Tegelijkertijd is de roman nóg ontluisterender dan ik mij kon herinneren. Constant zet McCarthy een Saenredam-achtig perspectief in, dat de nietigheid van de mens benadrukt. Saenredams hoge kerken, als metafoor voor God, in scherp contrast met de gelovige mensmieren onderin, is bij McCarthy het (planetaire) universum, de alles en iedereen vermalende natuur. Niemand zal weet hebben van verdwenen beschavingen en tijdelijke levens, van óns, houdt hij ons voor in wonderschoon, bijbels proza.

Meridiaan van bloed, Cormac McCarthy, De Arbeiderspers, € 19,99