Waarom zijn er allerlei initiatieven voor vrouwen in de ICT en techniek (83 procent man), maar niet voor mannen in de verpleegkunde (87 procent vrouw)?
Met die vraag activeerde Xenia Yocarini de ondernemerslust bij drie mannelijke vrienden met wie ze verpleegkunde had gestudeerd. ‘Zij wist dat de IT-wereldeen groot vrouwennetwerk heeft,’ vertelt een van hen, Freek Blom. ‘Ze pitchte toen aan ons het idee voor een mannennetwerk in de verpleegkunde.’
Bij de notaris lieten ze eind 2022 vastleggen dat ‘Stichting Mannen Netwerk Verpleegkunde’ ophoudt te bestaan als 30 procent van de verpleegkundigen man is, vertelt voorzitter Blom. Dat is nu nog 13 procent. Om dat te bereiken gaan ze langs hbo’s en mbo’s om jongens enthousiast te maken voor het vak.
Ze waren erop voorbereid om ‘pittige discussies’ aan te gaan, vertelt Blom. ‘Gender en diversiteit zijn gevoelige thema’s.’ Maar ze krijgen alleen maar positieve reacties. Ze begonnen de voorlichtingen in Utrecht, waar ze hebben gestudeerd. Inmiddels zijn ze in meerdere provincies actief.
Blom wil met zijn collega’s het ‘stigma’ dat aan het vak hangt ‘doorbreken’: ‘Als een verpleegkundige in het nieuws komt, zijn het vaak vrouwen. Wij willen een diverser beeld schetsen. Namelijk dat je overal in de zorgsector aan de slag kunt: in het leger met een helikopter bijvoorbeeld, of bij een overheidsinstelling. In elke bedrijfstak zijn wel verpleegkundigen actief.’
Blom (28) werkt in het ziekenhuis, op een hartkatheterisatie-kamer, waar de bloedvaten van het hart in beeld worden gebracht. ‘Mijn vak bestaat voor een groot deel uit apparatuur bedienen. Dat is belangrijk om te laten zien.’ Zo kwam hij zelf ook in het vak. Hij was tijdens een open dag eigenlijk op weg naar fysiotherapie, maar stapte het verkeerde lokaal binnen. Hij bleef hangen omdat hij zag hoe technisch de verpleging eigenlijk is.
mannenproblemen
Dit is het vierde deel in deze reeks. Lees hier het eerste deel, ‘De man als probleem: op zoek naar een nieuwe definitie van mannelijkheid’, hier het tweede, ‘Helpt jongenscoaching tegen de jongenscrisis in het onderwijs?’ en hier het derde deel: ‘Waarom mannen het niet over hun problemen hebben’
genderkeurslijf
Als ik aan vrienden, familie en kennissen vertel over mijn serie over mannenemancipatie bij Vrij Nederland, kan ik, als ik de juiste woorden kies, bijna altijd op begrip rekenen. Iedereen begrijpt dat het geen goed teken is dat jongens drie keer vaker dan meisjes naar het speciaal onderwijs worden gestuurd. Dat kinderen van gescheiden ouders in slechts drie procent van de gevallen vooral worden opgevoed door hun vader.
Maar als het gaat over werk, dan zijn het de vrouwen die moeten emanciperen, is de consensus. Zij verdienen immers minder, zij bekleden nog te weinig topfuncties. Maar ook mánnen moeten emanciperen op de arbeidsmarkt.
Emancipatie is grofweg te definiëren als de route naar keuzevrijheid. Je bent volledig geëmancipeerd als je kunt kiezen hoe je wilt leven (binnen redelijke grenzen, uiteraard): als je niet wordt beperkt door verwachtingen van je omgeving, vooroordelen over jezelf of discriminerende wetten of regels. Vrouwen moesten in dat opzicht van ver komen. Tot ver in de jaren zeventig was het gebruikelijk dat vrouwen werden ontslagen als ze trouwden.
‘Jongvolwassen mannen laten zich op het gebied van werken, zorgen en leren meer leiden door genderstereotypen en genderrolopvattingen dan vrouwen.’
Maar inmiddels hebben vrouwen zich losgemaakt van hun eigen geïnternaliseerde genderkeurslijf. Vrouwen vinden dat ze alles kunnen worden. Mannen, paradoxaal genoeg, vinden dat niet. Een rapport uit mei 2022, dat voor zover ik kan zien geen enkele aandacht kreeg in de media, maakt dat duidelijk. Het is nota bene een rapport van Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, betaald door de Directie Emancipatie van het ministerie van OCW. Het heet Vrij om te kiezen? Genderstereotypen en de levensloop.
Een van de conclusies is dat mannen in elk geval op één manier minder vrij te zijn om te kiezen. ‘Jongvolwassen mannen laten zich op het gebied van werken, zorgen en leren meer leiden door genderstereotypen en genderrolopvattingen dan vrouwen,’ aldus de onderzoekers. Anders gezegd: mannen vinden dat minder beroepen bij hen passen dan vrouwen.
‘We hebben gemeten in welke mate jongvolwassenen denken dat er typisch mannelijke en typisch vrouwelijke eigenschappen zijn,’ legt Atria-onderzoeker Paula Thijs uit. Ze ondervroegen 1.300 mensen tussen de 25 en 35 jaar en hielden twee groepsinterviews met jonge ouders. ‘En vervolgens hebben we gekeken of jongvolwassenen met meer stereotype denkbeelden ook vaker typisch mannelijke of vrouwelijke beroepskeuzes maakten. Dat verband zagen we alleen bij mannen.’
mannenbolwerken van weleer
Vrouwen stomen op in de mannenbolwerken van weleer. Rond de eeuwwisseling was nog 30 procent van de advocaten vrouw, nu bijna 50 procent. Onder rechters is dat 60 procent. Van de medisch specialisten is 55 procent vrouw, in 2000 was dat nog de helft. Een enorme vooruitgang in extreem korte tijd.
Andersom gebeurt dat niet. Het percentage vrouwelijke kappers was twintig jaar geleden al hoog (zo’n 85 procent), maar kan blijkbaar nog verder toenemen (nu boven de 90 procent). Negen van de tien psychologiestudenten zijn nu vrouw. En het mannennetwerk verpleegkunde heeft het tij tegen: nieuwe verpleegkundigen zijn vooral vrouw, de uitstroom is vooral man – mannelijke verpleegkundigen zijn ouder.
Uit CBS-cijfers blijkt dat het aandeel vrouwen de laatste twintig jaar is gegroeid in de meest ‘mannelijke’ sectoren (techniek, ICT, transport en logistiek). Het omgekeerde is niet het geval. Vergeleken met 2003 is het aandeel mannen in 2023 nauwelijks gegroeid in de ‘vrouwelijke’ categorieën ‘pedagogische beroepen’ en ‘zorg-en-welzijn-beroepen’. Sterker nog, het percentage mannen in pedagogische beroepen (docenten, onderwijsassistenten, sportinstructeurs, kinderopvangmedewerkers), is met bijna 4 procentpunten gedááld.
De desegregatie van de arbeidsmarkt is dus eenrichtingsverkeer.
Het bewijst dat er een hiërarchie zit in ‘mannen’- en ‘vrouwenberoepen’, zegt Paula Thijs van Atria, die voortkomt uit de hiërarchie tussen masculiene en feminiene eigenschappen. ‘Zodra jongens vrouwelijke eigenschappen laten zien, worden ze daarop afgerekend.’ Mensen praten positiever over een ‘mannelijke’ vrouw (powervrouw!) dan over een ‘vrouwelijke’ man (gay!). ‘Daardoor denk ik dat het voor vrouwen aantrekkelijker is om in een “mannenberoep” te gaan werken dan voor mannen in een “vrouwenberoep”. Voor vrouwen is het statusverhogend en voor mannen statusverlagend.’
Geen specifiek beleid
‘Toen ik in 2017 filmpjes ging zoeken over mijn vak, vond ik alleen filmpjes over hoe je steunkousen aantrekt en spuiten zet,’ zegt Tommie Niessen (32), die al vijf jaar aandacht vraagt voor meer mannelijke verpleegkundigen en verzorgers. ‘We zijn niet zo goed in campagne voeren,’ zegt hij. ‘De minst leuke dingen worden uitvergroot.’
Mannen Netwerk Verpleegkunde wil door campagnes zo veel mogelijke mannelijke rolmodellen de wereld in sturen. ‘In de studiekeuze is beeldvorming heel belangrijk,’ zegt voorzitter Freek Blom. ‘Mannen die nu kiezen voor verpleegkunde hebben vaak een familielid die verpleegkundige is.’ Het netwerk wil daarnaast een mentorprogramma opzetten voor jonge, mannelijke verpleegkundigen, netwerkdagen en congressen organiseren en een ambassadeur aanstellen voor elke provincie.
Nu hebben ze alleen nog geld nodig, zegt Blom. Daarvoor willen ze aankloppen bij beroepsgroep V&VN. Blom heeft goede hoop dat dat lukt: ‘We zijn de enige. Wat wij doen is nog nooit gedaan.’
V&VN vindt meer mannen in de verpleegkunde ‘hoog nodig’, zegt een woordvoerder. Maar ze weet niet of ze het netwerk kunnen financieren. Wel kunnen ze het ‘faciliteren’. Zo interviewde hun vakblad de oprichters, en ze zouden aandacht kunnen geven aan het netwerk op het verenigingsplatform, stelt de woordvoerder voor.
Ook verwijst ze naar het ‘verkiezingsmanifest’ dat V&VN voor de formerende politieke partijen opstelde. Daarin pleit de beroepsgroep voor het afschaffen van collegegeld voor zorgopleidingen om meer studenten aan te trekken. De ‘achterliggende gedachte’ is dat zich dan ook meer mannen en mensen met een migratieachtergrond aanmelden, zegt de woordvoerder.
Maar het woord ‘mannen’ komt in het manifest van V&VN niet voor. In een ‘capaciteitsplan’ van V&VN staat ook niks over mannelijke verpleegkundigen. Zelfs in het Meerjarig Strategisch Beleidsplan 2022-2025 is er niks over te lezen. ‘Iederéén is welkom’, reageert de woordvoerder. Beleid ontwikkelen voor mannen in de verpleegkunde is volgens haar aan de overheid.
Het kabinet heeft ‘geen specifiek beleid’ om mannen warm te maken voor de verpleging.
‘V&VN doet niks,’ weet Tommie Niessen. ‘Of vrij weinig, in ieder geval. Dat vind ik treurig: de overheid heeft wel een belangenorganisatie nodig waaraan ze kan vragen of de achterban achter haar plannen staat.’
Naar de overheid kijkt Freek Blom nog niet. Al was het wel leuk dat een compagnon van hem met Prinsjesdag de officiële gast was van D66’er en oud-verpleegkundige Wieke Paulusma. ‘Ik denk zeker dat de overheid hier een potje voor kan maken,’ zegt Blom.
Maar het kabinet heeft ‘geen specifiek beleid’ om mannen warm te maken voor de verpleging, antwoordt het ministerie van OCW op vragen van Vrij Nederland.
Sterker
‘Wij worden toegejuicht vanuit de samenleving,’ zegt Sahar Yadegari, directeur van het ‘Landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek’ VHTO, dat de participatie van meiden en vrouwen in deze sectoren wil verhogen. Ze hebben tien mensen in dienst en bestaan al 42 jaar. ‘Onze missie is “stoer”. Andersom, de boodschap “mannen moeten meer zorgen”, vinden mensen raar.’
Hun investeringen betalen zich langzaam maar zeker uit. ‘Zeker tussen 2010 en 2020 is het aandeel meiden op havo en vwo dat een exact profiel kiest flink toegenomen, op het vwo soms zelfs groter dan jongens.’ Het vmbo loopt achter, maar ook daar is vooruitgang, blijkt uit cijfers van het Techniekpact, een samenwerkingverband tussen het onderwijs, het bedrijfsleven en de overheid. Het aantal vrouwen dat vervolgens een technische universitaire opleiding kiest, is in hetzelfde decennium verdubbeld, op het hbo is het met 50 procent toegenomen, en op het mbo een klein beetje. ‘De aanvoerlijn is goed gevuld,’ zegt Yadegari.
Maar op de arbeidsmarkt gaat het nog ‘belabberd’. Van de jonge vrouwen met een techniek-diploma werkt maar 42 procent in de techniek. Bij de mannen is dat 65 procent. Vrouwen ervaren nog steeds dat ze zich ‘twee keer zo hard moeten bewijzen’, zegt Yadegari. ‘Logisch, als we aan techniek denken, denken we allemaal aan mannen. Als een vrouw iets heeft gemaakt, vinden we het moeilijker te geloven dat het van goede kwaliteit is.’
‘Weet je hoe zwaar het is om een patiënt om te draaien in een bed? En dat vinden we prima vrouwenwerk.’
Verpleegkundigen Niessen en Blom botsen op hun beurt op patiënten die liever een vrouw aan het bed hebben staan. Niessen: ‘Soms hebben patiënten vervelende dingen meegemaakt in het verleden, maar vaak is het een kwestie van vertrouwen winnen.’
Is een klein beetje arbeidsmarktsegregatie ook niet logisch? Mannen zijn nu eenmaal sterker. Maakt dat mannen niet geschikter voor de bouw, en vrouwen voor de zorg? ‘Weet je hoe zwaar het is om een patiënt om te draaien in een bed?’ zegt Yadegari. ‘En dat vinden we prima vrouwenwerk. Op een bouwplaats heb je tegenwoordig allerlei apparatuur tot je beschikking. Het werk is in veel werkplaatsen steeds meer geautomatiseerd.’
Overmeesteren
Edwin Borger (59) heeft besloten om weer voor de klas te gaan staan. De afgelopen jaren was hij onderwijsadviseur en ondersteunde hij een schooldirecteur. Daar merkte hij steeds vaker de dagelijkse worsteling met het rondkrijgen van de roosters. Hij viel een keer in en vond dat eigenlijk wel weer leuk, vertelt hij aan de telefoon als hij het schoolplein oploopt van zijn school. Er klinken gillende kinderen op de achtergrond. ‘Kinderen die opfleuren als je er bent, dat is waarvoor ik ooit naar de pabo ben gegaan.’
In 2015 begon Borger met Robert-Jan Kooiman de stichting Meestert!, om meer mannen voor de klas te krijgen én te houden. Ze waren geïnspireerd door de kappers achter de Rotterdamse ‘haarsnijder en barbier’ Schorem en dachten: als zij het imago van het kappersvak kunnen vermannelijken, waarom wij dan niet het basisonderwijs? Van de leerkrachten op de basisschool is 17 procent man. Bovendien zijn relatief veel mannelijke leerkrachten ouder dan vijftig.
Na landelijke media-aandacht in 2017 klopten allemaal meesters aan om een lokale afdeling te beginnen. Borger en Kooiman stuurde algauw communities aan door heel het land – van Arnhem tot Amsterdam en van Rotterdam tot Groningen – waarin de meesters bij elkaar kwamen om te praten over het vak en waar ze tegenaan liepen. Ze ‘overmeesterden’ klassen, gaven colleges op de pabo.
Anno 2024 is Meestert! op sterven na dood. ‘Op een bepaald moment moet zo’n lokale community zichzelf gaan bedruipen,’ zegt Borger, ‘en dan bloedt het binnen drie maanden dood. Meesters hebben altijd iets anders te doen.’
Inmiddels zijn mannen weer ‘van elke overlegtafel gedonderd’, zegt Borger.
Het man-zijn voorleven
Op de vraag wat de overheid doet om mannen naar het basisonderwijs te trekken, wijst het ministerie van OCW op de alliantie Divers voor de klas. Dat samenwerkingsverband tussen het ministerie, pabo’s, hogescholen en basisscholen ging in 2019 van start om man-vrouw-verhoudingen in het primair onderwijs te verbeteren, maar richt zich ook op het vergroten van de culturele diversiteit voor de klas.
In de praktijk ligt de focus vooral op dat laatste, zeggen de mannen achter Meestert!, onderdeel van de alliantie. ‘Er is geen pabo die durft te zeggen: ik ga werk maken van meer mannen voor de klas,’ zegt Borger. ‘Geen enkele pabo heeft aan ons gevraagd hoe ze dat kunnen doen.’
In het onderzoek ‘Meer Meesters?’, op verzoek van de alliantie, staan desalniettemin heel wat initiatieven van pabo’s om meer mannen voor de klas te krijgen, met namen als ‘Paboys’, ‘HIJ-instroom’ en ‘Be a man, be a teacher’. Ze gaan soms wel twintig jaar terug. Er kwamen mannelijke ambassadeurs, er werd een studievereniging voor mannen opgericht, een aantal pabo’s schafte de verplichte kleuterstage af, mannelijke studenten werden gekoppeld aan mannelijke studieloopbaanbegeleiders. Oud-staatssecretaris Halbe Zijlstra is ooit in een schoolbus gestapt voor de meester, oud-minister Jet Bussemaker in een trein.
Meestert! heeft een ‘menukaart’ klaarliggen voor pabo’s met ideeën om meer mannen te trekken: een pubquiz, masterclass, survivalweekend, ‘overmeestering’ van klassen. ‘Maar we zijn als een snackbar waar geen klanten komen’, zegt Borger. ‘En de klanten die wel komen, die zeggen: zijn de snacks wel vegan?’
Borger hekelt ook de media, waarin ‘zeikverhalen’ zouden staan die het beroep reduceren tot ‘snotneuzen en kleien’, en dat het hard werken is voor weinig geld.
Wat hij daarmee bedoelt: het onderwerp ‘mannen’ heeft een ‘nare bijsmaak’, zegt Borger. ‘Alsof het over onderdrukking door vrouwen gaat. Daar wil men zich niet aan branden.’ Zijn compagnon Robert-Jan Kooiman: ‘Mannen zijn het onderwerp van #MeToo en oorlogen. Het is makkelijker om het over lhbtiq’ers te hebben, dan over mannen.’ Borger: ‘Je wil voorkomen dat je als antifeminist te boek komt te staan.’
Als voorbeeld noemt Borger een ‘innovatiemanager van een landelijke pabo-club’ die het onderwerp ‘platvloers’ noemde. Een andere manager zou hebben gezegd dat het onderwerp ‘niet van deze tijd’ is, een pabo-bestuurder dat hij het ‘er niet doorheen zou krijgen’ bij zijn team, en een gemeenteambtenaar van Rotterdam zou het een ‘lastig onderwerp’ hebben genoemd, en hebben gezegd: ‘Maar jullie zijn heel aardig.’
Borger hekelt ook de media, waarin ‘zeikverhalen’ zouden staan die het beroep reduceren tot ‘snotneuzen en kleien’, en dat het hard werken is voor weinig geld. Onzin, zegt Borger: ‘Er zijn beroepen die slechter betalen.’
Het beste wat hij nu kan doen, concludeerde Borger, is zélf voor de klas gaan staan. ‘Ik mag nog zeven, acht jaar tot mijn pensioen. Dat is misschien een mooi einde. Het is geweldig. Stressvol ook. Hard werken, maar ik kom voldaan thuis. Ik ervaar weer iedere week hoe fijn het is voor leerlingen om een man voor de klas te hebben.’ Wat hij doet, zegt hij, is het man-zijn ‘voorleven’.
Minder zorgregelingen
Het zijn de vrouwen die moeten emanciperen. Dat is al generaties lang de opvatting in Nederland. Daardoor wordt geprobeerd het tekort aan verpleegkundigen, dat komende jaren kan oplopen tot 25.000 mensen, te slechten met slechts de helft van de beroepsbevolking. Om het lerarentekort aan te pakken gaat 1,5 miljard euro per jaar naar het onderwijspersoneel, werd in 2022 afgesproken in het Onderwijsakkoord. De term ‘mannen’ (of ‘vrouwen’) komt niet voor in het akkoord.
Natuurlijk, met het geld konden de salarissen in het primair onderwijs gelijk worden getrokken met die in het voortgezet onderwijs. Daar wordt iedereen beter van. Maar dat vijf keer meer vrouwen dan mannen voor de klas staan in het basisonderwijs, was geen actiepunt. De alliantie Divers voor de klas krijgt 400.000 euro voor vijf jaar.
Nog in 2023 was een campagne te zien waarin vrouwen vertellen hoe ze met hun man en baas hadden besproken om meer te gaan werken. Dat mannen ook mínder konden werken, en meer voor de kinderen zorgen bijvoorbeeld, werd niet genoemd. De campagne werd betaald door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
‘Nu moeten we nog “vrouwelijke” dingen “vermannelijken” om ze “aan de man” te brengen. Dat is in de kern precies het probleem.’
Deeltijdwerkende vrouwen zijn niet per se een probleem. Al vanaf twintig uur per week zijn de meeste mensen economische zelfstandig, schrijft Atria. Het kennisinstituut voor emancipatie pleit daarom voor een ‘omdraaiing’ van het narratief in het emancipatiebeleid: niet het deeltijdwerken van vrouwen, maar het voltijdwerken van mannen en hun afwezigheid in zorgtaken houdt genderongelijkheid in stand. Dat rapport kwam een jaar vóór de campagne uit.
Een op de vijf mannen die fulltime werken wil wel minder werken, maar dat kan niet altijd. In ‘mannensectoren’ als de ICT of transport is voltijdwerken de norm. Onderzoeker Paula Thijs: ‘Mannen in de technische sector die we interviewden zeiden: we hadden wel meer met onze kinderen willen zijn, maar daar hadden we de flexibiliteit niet voor.’ In ‘mannensectoren’ zijn er minder zorgregelingen. Zowel mannen als vrouwen zeggen volgens het Atria-rapport dat het werk van de man het grootste obstakel vormt voor een gelijke verdeling in het huishouden.
Om de zorgtaken beter te verdelen heeft de overheid het ouderschapsverlof uitgebreid, laat het ministerie van OCW weten. Maar: ‘Er is geen specifiek beleid om mannen te stimuleren om vaker in deeltijd te werken.’
Het gaat ook over mannen
‘Bij de Rijksoverheid is er geen substantieel geld voor mannenemancipatie,’ zegt Jens van Tricht, oprichter van Emancipator, dat zich al zeker tien jaar inzet voor mannenemancipatie. Van Trichts subsidievoorstel voor een alliantie rond mannenemancipatie haalde het niet in 2017.
Emancipator zat daarna weliswaar in de alliantie Werk.en.de Toekomst (2018-2022) met Atria, de Nederlandse Vrouwen Raad en VHTO, maar het waren ‘een vermoeiende vijf jaar’, zegt Van Tricht. ‘Wij moesten steeds zeggen: het gaat ook over mannen. Zoals ik het heb beleefd, waren het drie vrouwenorganisaties die zich inzetten om meer vrouwen naar betaald werk, de techniek, en de top te stimuleren. Allemaal heel logisch. Onze rol was om jongens en mannen richting de zorg te stimuleren. Ook onbetaalde zorg, dus deeltijdwerk.’
Maar in die jaren zijn ze ‘nader tot elkaar gekomen’, zegt Van Tricht. Het rapport Vrij om te kiezen?, dat voortkwam uit de alliantie, heeft inderdaad ruim aandacht voor mannen.
Sahar Yadegari van VHTO: ‘Emancipator heeft het narratief veranderd: als je vrouwenemancipatie niet omvormt tot een win-winverhaal, waarbij mannen én vrouwen winnen, dan blijft het een achterhoedegevecht.’
Paula Thijs van Atria: ‘We kwamen erachter dat veel inzichten die wij opdeden voor ons onderzoek al door feministen werden gezien in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Dat ging ook vaak over het stimuleren van mannen om meer in het huishouden te doen, omdat dat vrouwen kan helpen om meer betaald werk te verrichten. Joke Smit had daar met haar Man-Vrouw-Maatschappij al een tienpuntenplan voor.’
Inmiddels werkt Emancipator weer in een nieuwe alliantie, Worden Wie Je Bent, aan het stimuleren van jongens richting traditioneel ‘vrouwelijke’ beroepen. In 2022 werd een nieuw alliantievoorstel van Emancipator en Atria afgewezen, waarop de organisatie weer aanschoof bij de alliantie van VHTO. Jammer, vindt Yadegari van VHTO, maar ook weer niet heel gek. ‘Het is niet een puur inhoudelijke afweging. Er moet een maatschappelijke organisatie opstaan met voldoende steun vanuit de samenleving.’ En Emancipator krijgt ‘te weinig steun’, ziet Yadegari. ‘Je moet een kritische massa kunnen verzamelen.’
‘Nu moeten we nog “vrouwelijke” dingen “vermannelijken” om ze “aan de man” te brengen,’ zegt Jens van Tricht. ‘Dat is in de kern precies het probleem. Want het onderliggende principe, dat “vrouwelijkheid” minder waard is, blijft gelden. En dan kunnen we van mannen nooit verwachten dat ze zullen emanciperen. Dan zal elk initiatief om mannen in zogenaamde vrouwenberoepen te krijgen, gedoemd zijn om te mislukken.’
Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.