Twee jaar geleden verscheen Fifty Shades of Feminism, vijftig essays van vijftig Britse vrouwen over het hedendaagse vrouwenbestaan. De bundeling leed onder de wisselvalligheid waaronder zulke bundelingen dikwijls lijden. Mooie, scherp geschreven stukken (bijvoorbeeld van Jeanette Winterson) stonden er zij aan zij met volstrekt oninteressante.

Het concept inspireerde Anja Meulenbelt en Renée Römkens, directeur van kennisinstituut Atria, tot Het F-boek. Feminisme van nu in woord en beeld (uitgeverij Spectrum). Ruim vijftig Nederlandse auteurs werkten eraan mee, en niet alleen vrouwen. Want, aldus de samenstelsters: ‘Als mannelijkheid een deel van het probleem is, dan zijn mannen ook deel van de oplossing, met hun eigen thema’s die weer een kritisch en solidair gesprek op gang kunnen brengen tussen mannen en vrouwen.’
Misschien begrijpt u wat hier staat, ik doe dat niet. En Het F-boek grossiert in dit soort bloedeloos proza. ‘De kritische theorie dat Nederlandse en Europese identiteiten zijn geworteld in de constructie van de Ander als lager op de ladder van beschaving, kon ik zo toepassen op het feminisme’ (hoogleraar genderstudies Philomena Essed). ‘Feministisch handelen gaat voor mij gepaard met aandacht voor het publieke domein en solidariteit die verder reikt dan de eigen peergroup, en dat impliceert per definitie een kritiek op het neoliberalisme’ (filosofe Cris van der Hoek).
Drie bijdragen springen er in gunstige zin uit. De jeugdige antropologe Lauren Smits schrijft aanstekelijk over haar bekering (‘Ik heb het zelf aan den lijve ondervonden: blootstelling aan feminisme maakt je feminist’). En ook de stukken van columniste Simone van Saarloos en van journalist Rob Vreeken zijn alleszins lezenswaardig. Pijnlijk: het eerste stond al eens in dit weekblad, het tweede in Opzij.
In de inleiding schrijven Meulenbelt en Römkens te hopen dat hun boek een blik werpt op de ‘veelstemmigheid en veelkleurigheid’ binnen het moderne feminisme. Dat is niet gelukt. Het F-boek ademt juist een verstikkende, politiek-correcte eenzijdigheid.

Hoeveel inspirerender zijn de essays van Roxane Gay, Amerikaanse schrijfster van Haïtiaanse komaf. In haar bundel Bad Feminist (een selectie eruit verscheen onlangs in vertaling als e-book bij Uitgeverij Cargo) schuwt ze zware thema’s als seksisme, seksueel geweld en racisme niet. Toch blijft haar proza licht, geestig en vooral: oprecht. Roze is haar lievelingskleur, ze houdt van jurken en van mannen, en als haar auto het begeeft, belt ze haar vader. ‘Net als de meeste mensen,’ schrijft ze, ‘ben ik een vat vol tegenstrijdigheden, maar ik laat me ook niet als oud vuil behandelen omdat ik een vrouw ben.’ En: ‘Ik ben een slechte feministe. Maar liever een slechte feministe dan helemaal geen feministe.’

Alleen al vanwege zulke zinnetjes kun je het complete F-boek ongelezen laten. n