Ze kregen levenslange straffen voor zware delicten. Ten onrechte. Hoe vergaat het Lucia de Berk en Kees Borsboom in vrijheid?
‘Vanochtend was hier een monteur voor de verwarming,’ vertelt de hoogblonde vrouw in de doorzonwoning. ‘Die vroeg het meteen aan me, zo pats-boem: “Bent u dé Lucia de B.?” Dan kun je moeilijk gaan doen, maar waarom zou ik? Ik ben vrijgesproken. Het is niet zo erg als mensen me herkennen. Maar ik hoop wel dat het uiteindelijk slijt. Ik wil weer terug in de anonimiteit. Ik wil niet achteruitkijken. Ik wil vooruit.’
Ze wijst op de grote ramen aan de achterzijde van het huis waar ze sinds enkele weken woont. De verderop gelegen sportvelden versterken de weidsheid van het uitzicht. Ze zegt dat ze dolgelukkig is met haar nieuwe onderkomen. ‘Ik wil naar buiten kijken. Ik heb lang genoeg alleen de muren van mijn cel gezien.’
Lucia de Berk, de verpleegkundige die in de media werd aangeduid als ‘de engel des doods’, kreeg in 2003 levenslang voor zeven moorden en drie pogingen tot moord. Volgens haar aanklagers en rechters waren haar slachtoffers bejaarden en baby’s in het Haagse ziekenhuis waar ze werkte. Vanaf het begin ontkende ze elke schuld. Pas nadat enkele sceptische academici zich voor De Berk hadden ingezet en vraagtekens plaatsten bij haar veroordeling, volgde er een omslag in de publieke opinie. De Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) oordeelde dat De Berks zaak over zou moeten. Dat gebeurde uiteindelijk begin dit jaar. Ze werd vrijgesproken. Rechters, het Openbaar Ministerie en de minister van Justitie gingen voor haar door het stof.
Tunnelvisie
Het overkwam Kees Borsboom zes jaar eerder. ‘Ik zat die dag, 9 december 2004, in mijn cel. Justitie kondigde aan dat ik binnen vierentwintig uur de gevangenis zou verlaten. Mijn advocaten haalden me op en reden me naar hun kantoor. Pas op dat moment voelde ik me vrij.’
In 2000 was hij als Kees B. veroordeeld tot achttien jaar cel en tbs-behandeling voor de Schiedammer Parkmoord. Hij bleek echter het slachtoffer van een justitiële misser zonder precedent. Tunnelvisie, nalatigheid en blunders van het OM, rechters en het Nederlands Forensisch Instituut leidden tot Borsbooms doem. Hij werd gezien als dader van de moord op Nienke Kleiss, wier lichaam werd gevonden in het Schiedamse Beatrixpark. In de strafzaak werd Borsboom neergezet als een pedofiel met bloed aan zijn handen. Volgens zijn rechters had hij zich aan kinderen vergrepen en had hij bovenal de dood van het meisje op zijn geweten. Net als Lucia de Berk ontkende Borsboom in alle toonaarden. Het mocht niet baten. Hij verdween voor lange tijd in de cel. Pas vier jaar later, toen de werkelijke dader werd achterhaald, mocht de onterecht veroordeelde weer naar huis.
‘Kees zegt elke dag dat hij zelfmoord wil plegen,’ zegt Anja Borsboom. ‘En als ik zelf niet zou moeten vechten om mijn uit huis geplaatste kinderen terug te krijgen, volgde ik hem meteen in de dood. Ik weet niet hoe ik dit vol moet houden.’
Anja – grote bruine ogen, kort donker haar – heeft besloten dat zij en haar man na zes jaar zwijgen voor één keer hun verhaal zullen doen. De Borsbooms houden zich al jaren min of meer schuil. Ze hebben te vrezen van de buitenwereld. Anja net zo hard als Kees, zegt ze. Zij hoort immers nu bij hem, ‘die viezerik’, in de ogen van de mensen. Sinds een jaar wonen ze in een middelgrote stad, ergens in Nederland. Het is hun zoveelste adres. De huurwoning is non-descript en inwisselbaar voor elk ander rijtjeshuis in een jarenvijftigbuurt. Op de bovenverdieping zijn de rolluiken voor de ramen gesloten. Het ‘Hier waak ik’-bordje met hond en een bewakingscamera boven de deur geven aan dat de bewoners op hun hoede zijn. Drie kleine keffertjes springen op naar de gasten. Een blaffende labrador wordt naar boven afgevoerd. De Borsbooms houden van dieren. In de woonkamer staan kooien met parkieten en een papegaai. Vissen zwemmen in een aquarium waarin een schedel ligt. Op de vensterbank staan speeldozen en daartussen liggen rails voor treintjes. Het is de verzameling van Kees.
Borsboom zit met zijn rug naar het raam. Anja: ‘Kees heeft een trauma opgelopen door zijn opsluiting. Hij heeft ook suiker. Daardoor is hij erg moe. Pas sinds kort mag ik beneden de gordijnen open hebben. Wel moest er folie op het glas. Boven zit alles potdicht.’
Kees: ‘Ik kan niet tegen grote ruimten. Het liefst ben ik boven in mijn kamer bij de computer.’
Van alle blaam gezuiverd
Twee rechterlijke dwalingen, twee vrijgesproken veroordeelden. Maar er is een wezenlijk verschil. Het proces tegen Lucia de Berk werd opnieuw gevoerd, waarbij ze uiteindelijk van alle blaam werd gezuiverd. Kees Borsboom kon gewoon naar huis nadat de dader van de moord op Nienke Kleiss was gevonden. Maar tijdens zijn proces was Borsboom wel beschuldigd van pedofiele activiteiten. Hij was ten tijde van de moord in het park geweest. Hij was degene die de politie via zijn gsm over de kinderen had gealarmeerd. ‘Daardoor blijf ik voor veel mensen een pedofiel,’ stelt Borsboom. ‘Ik weet zeker dat ik dat niet ben, maar mensen geloven dat pas als het zwart op wit staat.’
De consequenties zijn navrant voor Borsboom en zijn omgeving. ‘Mijn moeder had een leuke baan, maar ze werd ontslagen. Haar baas wilde “de moeder van Kees B.” niet in dienst hebben. Ook niet toen ik werd vrijgesproken. Je kunt zo’n vrouw daar toch niet op aanspreken, vind ik. Maar ja, mijn naam lag op straat.’
Anja: ‘Nadat hij was vrijgekomen, moest hij zelfs onderduiken bij een ver familielid. Hij werd met de dood bedreigd.’
Bij de Borsbooms hangen de portretten van een klein meisje en een jongen van tien jaar aan de muur. Ze zijn uit huis geplaatst, net als hun twee oudere zusjes. Het zijn de kinderen van Anja. Ze vertelt hoe het zover is gekomen. Ze ontmoette Borsboom na zijn vrijspraak en trok bij hem in toen ze na de zoveelste mishandeling van haar toenmalige echtgenoot was gevlucht. ‘We zijn op onze slippertjes bij Kees gekomen. Hij heeft voor de kinderen schoenen en kleren gekocht. Omdat ik bij hem introk, heb ik mijn uitkering van 760 euro aan hem gegeven. Ik wilde ook bijdragen in de kosten. Hij wilde dat in eerste instantie niet.’ Nadat Anja een nieuw onderdak had gevonden, ging ze naar de politie om aangifte te doen tegen haar ex. ‘En wat gebeurt er? Een van die agenten zei tegen me: “Weet u wel dat u bij een pedofiel bent ingetrokken?” Het was alsof ze me een klap in het gezicht gaven. Ik kwam daar voor mijn ex die mijn dochter had misbruikt! Kees had me juist geholpen. Daarna werd ik op dat bureau direct uit de ouderlijke macht gezet en werden de kinderen me afgenomen. Het kleine meisje werd uit mijn armen gerukt. Ze huilden allemaal. Ik wist maandenlang niet waar ze waren.’
Kees: ‘We hoorden niets. We konden de kinderen niet opzoeken. Achteraf begrepen we dat ze van het ene adres naar het andere hebben gezworven. Van pleeggezin naar pleeggezin. Van opvangtehuis naar opvangtehuis.’
De Borsbooms doen uitvoerig verslag van hun strijd tegen Jeugdzorg. Anja praat fel over de vele voogden die zich met de opvoeding van haar kinderen bemoeiden. Ze noemt naam en toenaam. Kees komt met stukken en beschikkingen om hun gelijk te ondersteunen.
Anja: ‘De oudste meisjes zitten nu op het woonwagenkamp bij de moeder van mijn ex. Ik kom niet van het kamp. Oma had een wietplantage. De kinderen moesten wiet knippen. Die voogd heeft er twee jaar over gedaan om ze naar school te sturen. Dat moet ik proberen! Een kind thuishouden! Dan heb ik al na twee dagen een leerplichtambtenaar achter me aan.’
De oudste dochters redden het wel, denkt Anja. Haar ex is enkele jaren geleden vermoord en met zijn familie heeft ze ruzie. ‘Ze nemen me kwalijk dat ik niet naar de begrafenis van hun zoon ben gekomen. Hij heeft het aan zichzelf te danken dat hij dood is. Hij had het aangelegd met het vriendinnetje van een jongen van zestien. Die heeft hem doodgestoken. Ik ben niet vergeten wat hij ons heeft aangedaan, ik ga niet lopen huichelen achter de kist.’
Kees knikt en kijkt bewonderend naar Anja. Haar jongste dochter is ondertussen in een goed pleeggezin terechtgekomen, zegt ze lachend. ‘Ze wordt bijna een kakker.’ Het gevecht met Jeugdzorg gaat vooral over haar zoon van elf. ‘Dat is net Remi uit Alleen op de wereld. Hij heeft zo veel meegemaakt. Hij was doodsbang voor zijn vader die hem sloeg. In het tehuis waar hij nu zit is hij een stuk van zijn duim kwijtgeraakt. Hij is ook seksueel misbruikt door een jongen in zijn groep.’
Kees: ‘Jeugdzorg en dat tehuis wilden niet dat wij daarvan aangifte deden. Maar dat hebben we toch gedaan. Je hebt er alleen geen bewijs van. Dus doet de politie er ook niets mee.’ Op dit moment gaat de ruzie met Jeugdzorg vooral over de bezoekregeling. Kees: ‘Haar zoon wil in de weekends naar ons kunnen komen.’
Anja: ‘Ik knok ervoor dat hij thuis mag wonen. De rechter zei tegen me: “Bent u niet bang dat uw man aan hem zal zitten?” Nee, dat ben ik niet, antwoordde ik. De rechter vindt nu dat de bezoekregeling moet worden uitgebreid. Maar dat gebeurt maar steeds niet.’
Kees: ‘Binnen een jaar kijkt de rechter opnieuw naar de beschikking. Daar stond nog een fout in. Jeugdzorg stelt dat ik “terecht” ben veroordeeld voor pedofilie. Maar de rechter heeft dat nu gecorrigeerd en het woord “terecht” weggehaald. (Als bewijs laat hij de beschikking zien.) Ik ben naar de GGZ geweest. Daar moeten ze onderzoeken of er kansen zijn op recidive. Maar ik heb al drie maanden niets gehoord. We gaan nu naar de huisarts en de psycholoog. Ik wil ervoor zorgen dat Jeugdzorg mijn aanwezigheid in huis niet langer kan gebruiken als argument om Anja’s zoon niet naar ons toe te laten gaan.’
Voorrangsbehandeling
In het nog niet geheel ingerichte huis van Lucia de Berk ligt op de grond een deken en kinderspeeltjes. Ze heeft sinds zeven maanden een kleinkind op wie ze veel past. Het kindje is net naar bed. Ze zet de televisie uit, maar dat geeft geen rust. Ze luistert of ze nog wat hoort. Voor ze het bezoek te woord staat, gaat ze opnieuw naar boven om een blik op de baby te werpen.
De Berk, die tijdens haar detentie een beroerte kreeg, is moe. Ze is de afgelopen weken vreselijk onthand geraakt. Letterlijk. Ze is gevallen en heeft haar handen gekneusd en haar pols op diverse plaatsen gebroken. Ze heeft het er moeilijk mee. Ook psychisch: ‘Ik voelde me weer afhankelijk van anderen. Dat gevoel uit de gevangenis – dat je niet zelf kan beslissen – kwam weer terug. Ik slaap daar slecht door.’
Na haar val belandde ze op de Eerste Hulp van een ziekenhuis, een omgeving die haar herinnerde aan alle ellende die ze heeft moeten doorstaan. ‘De eerste keer na mijn vrijlating dat ik naar een specialist moest, was ik doodsbang. Ik ben in Delft naar het ziekenhuis gegaan en niet in Den Haag waar ik woon. Ik had mijn dochter bij me. Ik heb haar hand stevig vastgehouden. Toen ik met die pols opnieuw naar het ziekenhuis moest, was ik zenuwachtig, al gingen we opnieuw naar een andere stad. Maar wat bleek? De mensen die er werkten herkenden me. Ik kreeg zelfs een voorrangsbehandeling. Een verpleegster stond klaar met een pijnstiller en ik hoefde nergens op te wachten. Ik had het idee dat ze iets wilden goedmaken. Ik liet het maar over me heen gaan. Ik vond het best.’
Door de impact van haar zaak is De Berk tegen wil en dank een Bekende Nederlander geworden. Maar ze kan zich niet voorstellen dat iemand haar iets kwalijk zal nemen of te na zal komen, zoals Kees Borsboom is overkomen. ‘Hoe moet ik me dat voorstellen? Dat iemand rare geluiden gaat maken tegen me? Nou, als dat ooit zou gebeuren, dan denk ik: doei!’
Toen ze zich weer De Berk kon noemen, schreef Lucia een boek over haar verblijf in de gevangenis. ‘Mijn verhaal had ik al af toen ik in 2008 werd geschorst en na zes jaar uit detentie kwam. Ik had het al zo vaak gerepeteerd in mijn hoofd. Ik wilde duidelijk maken hoe het is om machteloos te staan tegenover justitie en in de gevangenis afhankelijk te zijn van mensen die me verachten. Maar een schorsing is nog geen vrijspraak,’ klinkt het zacht. ‘Je hebt dan nog altijd het gevoel dat je bungelt. Ik had levenslang. De toekenning van de schorsing was veelzeggend, maar de onzekerheid bleef. Ik durfde het niet te geloven. Ik dacht dat ze me elk moment weer terug konden sturen.’
Uiteindelijk kwam er een nieuw proces en volgde een ondubbelzinnige vrijspraak op 14 april 2010. ‘Ik voelde euforie en tegelijkertijd was het moeilijk te geloven. De rechters gaven zelf toe dat ze fout hadden gezeten. Ik kreeg een nog beter gevoel toen daarna Harm Brouwer als de hoogste baas van het OM en minister Hirsch Ballin hun excuses maakten. Dat deden ze tegenover mij persoonlijk! Zo hé, dat voelde goed, dat wil je niet weten.’
Justitie zei bij die gelegenheid bovendien dat ze zich niet druk hoefde te maken over het aanvragen van een schadevergoeding. ‘Dat zouden zij voor mij regelen. Voor de zekerheid hebben Stijn Franken, mijn advocaat, en ik ook zelf nog de schadeprocedure bij de rechtbank in gang gezet. Uiteindelijk is het goed gekomen. Ik heb ook nog een extra vergoeding gekregen. Dat is belangrijk, omdat ik niet meer kan werken. In elk geval niet in de verpleging. Iedereen weet immers wie ik ben.’
Afgelopen maand volgde een financiële genoegdoening van de overheid. ‘Nee, ik krijg daar geen naheffing van de belasting over. Dat kan niet. De staat gaat mij niet eerst iets geven en dan weer terugvragen. Nee, daag! Hahaha.’
Advocatenkosten
Bij Kees Borsboom ging het minder vlotjes. Na zijn vrijlating trok hij in bij zijn ouders. ‘Ik hoorde niets meer van justitie. Ik moest het allemaal zelf regelen. Mijn advocaten hebben een schadeclaim ingediend, maar voordat je daarvan iets verneemt gaan er weer maanden overheen. In de tussentijd was ik volledig afhankelijk van mijn familie.’
Nadat zijn advocaat Jacq Taekema een schadeclaim had ingediend bij justitie kreeg Borsboom een vergoeding van ruim zeshonderdduizend euro. Vijf ton voor materiële schade, één ton voor immateriële schade en 835 euro onkostenvergoeding voor de reiskosten die zijn ouders hadden gemaakt om hem in de gevangenis te bezoeken. Het geld was snel op. Borsboom somt op: ‘Als eerste waren er de advocatenkosten. Naast Taekema had ik ook Gerard Spong om bijstand gevraagd. Daarnaast was de huur van mijn flat doorgelopen. Ik wilde ook dat de mensen die mij dit hebben aangedaan voor hun fouten worden gestraft. Die procedures kosten geld. Als je geen inkomen hebt, staat er al snel niets meer op je rekening.’
Anja vult aan: ‘Kees heeft voor zijn stiefvader en zijn moeder een auto gekocht omdat ze bijna elke week bij hem op bezoek waren geweest. Hij gaf ze ook een wasmachine en een droger. Zijn moeder is helemaal niet hebberig. Zij heeft erg geleden onder wat haar zoon overkwam. En ze is haar baan kwijtgeraakt. Zijn stiefvader vond daarom dat zij dus ook in aanmerking zou moeten komen voor een schadevergoeding.’
Kees Borsboom heeft weliswaar zijn achternaam terug, maar daarmee zeker niet zijn leven, vindt hij. Anja, verontwaardigd: ‘Mijn man heeft onschuldig vastgezeten, kreeg vrijspraak, maar hij blijft gestraft. Dan zegt zo’n bedrijf waar hij solliciteert: “O, ben jij Kees B.? Nou dan hebben we geen werk voor je.”‘
Kees, berustend: ‘Ze schrijven me keurig in bij de uitzendbureaus. Maar daarna hoor je nooit meer iets. Eigenlijk zou je in je nieuwe leven een nieuwe naam moeten krijgen.’
Anja: ‘Maar we hebben geen geld om dat voor elkaar te krijgen.’
Kees heeft het er ook nog altijd moeilijk mee dat hij geen nieuw proces heeft gehad. Daardoor zijn niet alle beschuldigingen over pedofilie weggenomen. En hij had graag gezien dat de verantwoordelijken voor de dwaling zouden worden aangepakt. Kees: ‘De aanklaagster die mij probeerde veroordeeld te krijgen is nu rechter geworden. Ik kan dat niet begrijpen. Ik heb daar nachtmerries van.’
Oud vuil
Ook Lucia de Berk maakt zich zorgen over de rechtspleging in Nederland. Af en toe treedt ze op aan de zijde van haar advocaat Stijn Franken die tevens hoogleraar is. Op zijn verzoek vertelt ze haar verhaal aan eerstejaarsstudenten recht in Utrecht. ‘Ik wil toekomstige rechters, officieren van justitie en advocaten er van doordringen dat rechtspraak over mensen gaat en niet over nummers. Ik wil hen ook duidelijk maken dat het niet alleen de gedetineerde treft, maar ook familie en vrienden. Wat verdachten overkomt, gaat die juristen straks aan. Daar moeten ze rekening mee houden. Mensen doen misschien slechte dingen, maar daarom hoef je ze nog niet als oud vuil te behandelen. Ik ben ervan overtuigd dat als je mensen in detentie rot behandeld, dat doorwerkt als ze weer buiten zijn. Ik zat samen met vrouwen vast van wie sommigen kinderen hadden. Anderen zullen ze misschien nog krijgen. Ook die kinderen zullen last hebben van wat hun moeder is overkomen. Ik ben er niet tegen dat mensen worden gestraft als ze iets slechts hebben gedaan, maar op dit moment is de recidive na een straf veel te hoog.’
De Berk en haar vriend Peter raakten na Lucia’s veroordeling hun huis kwijt. Peter vond nadien een kleine huurflat in Den Haag. Na haar vrijlating trok ze bij hem in. ‘Erg klein was dat.’ In 2009 hoorden ze via vrienden over een volkstuintje. Dat was precies wat De Berk nodig had om tot zichzelf te komen. ‘Buiten zijn. Heerlijk was dat. Het is zo’n lief huisje, zo’n fijn plekje. De mensen op de tuin wisten niet wie ik was. Ik heb alleen een vrouw in vertrouwen genomen, die heeft het ook stilgehouden. Ik ben nu met haar bevriend.’
Met de mensen die voor haar vrijlating hebben gestreden, heeft ze nog wel leuk contact. ‘Maar het herinnert je toch aan een rottijd. Ik merk dat ik vooruit moet, dat er andere dingen zijn waarmee ik me bezig wil houden.’ Echte toekomstplannen maken vindt De Berk echter moeilijk. ‘Tot aan mijn vrijspraak kon ik ook niet goed vooruitdenken, en eigenlijk nog steeds niet. Ik ben hartstikke blij met mijn nieuwe huis en toch denk ik elke dag: ik kan het van het ene op het andere moment weer kwijt zijn. Ik weet niet of dat gevoel zal slijten. Het gevoel van zekerheid dat ik ooit bezat is weg.’
Mensen vertrouwen is ook lastig, vertelt ze. ‘Vroeger was dat anders. Ik ben nu zeer op mezelf. Soms heb ik zin om in mijn schulp te kruipen. Ik ontloop mijn vrienden en laat niets van me horen. Ik weet dat ik daardoor mensen kwets, maar ik kan niet anders. Ik heb het ook reuze druk. Met mijn kleindochter. Heerlijk is dat. Ik moet nog lampen halen, gordijnen kopen. Ik kom tijd tekort. Ik besef dat dat een luxeprobleem is. Haha!’
Afrekening
De Borsbooms leven ook bij de dag en bij de strijd met Jeugdzorg. Ooit moet dat toch goed kunnen komen, hopen ze, al hebben ze er nu een hard hoofd in. Hun motto onder hun mails luidt: ‘Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd.’ Ze hebben toekomstwensen. Ze willen graag verhuizen naar een flatje: ‘Dat is veiliger en goedkoper.’ Kees hoopt op een leuk baantje via de sociale werkplaats. ‘Wat zekerheid. Dat geld kunnen we goed gebruiken. Eigenlijk had ik als genoegdoening liever een levenslange uitkering gehad dan zo’n bedrag ineens. En natuurlijk een andere achternaam om echt een nieuw leven te beginnen. Ik kom niet meer van het stempel Kees B. af. Ik had geen strafblad, ik had alleen een veroordeling voor het bezit van een clandestiene radiozender.’
Kees en Anja zijn twee jaar geleden getrouwd. Borsboom: ‘Dat is een van de leuke dingen die me is overkomen. Dat had ik nooit verwacht.’ Hij vroeg haar ten huwelijk via de Veronicagids. De pagina is ingelijst. Het is een kiekje van Anja’s dochter met daaronder zijn aanzoek. De foto is gemaakt tijdens een uitje naar de Efteling. Anja: ‘We mochten haar één dagje meenemen van haar pleegouders. Dat ging buiten Jeugdzorg om. Het was een fantastische dag. Natuurlijk heb ik “ja” gezegd tegen Kees. Het is een lieve man. En met Moederdag heeft hij een foto in de Veronicagids laten afdrukken van mijn zoon met een wens.’
Borsboom: ‘Toen we op onze trouwdag thuiskwamen, lag er een brief van de Rotterdamse politie in de bus. Of ik me wilde melden. Ik had geen idee waarvoor, maar de paniek sloeg me meteen om het hart. Ik wist niet wat me te wachten stond. De vorige keer dat het gebeurde, werd ik opgepakt.’
Anja: ‘Hij was aan het huilen. We hebben meteen de advocaat gebeld.’
Borsboom: ‘We hoorden van hem dat ik in het Kralingse bos in Rotterdam zou zijn gesignaleerd. Ik had een zonnebril op en een rood rugzakje om.’
Anja: ‘Maar wij waren die bewuste dag in ondertrouw gegaan en daarna samen naar de voedselbank. Kees was daar dus helemaal niet geweest. We hadden getuigen die dat konden bevestigen.’
Borsboom: ‘Die politiemensen hadden me zien lopen, zeiden ze. Ik zou weer achter kinderen aan zijn geweest. Maar als dat zo was, dan houd je toch iemand aan en vraag je zijn identiteitsbewijs? Uiteindelijk kwam mijn advocaat er achter dat de politieman die mij daar zogenaamd had zien lopen, ook betrokken is geweest bij het onderzoek naar de Schiedammer Parkmoord. Het leek op een soort afrekening vanuit de politie. Alsnog wrok om de vrijspraak. Gelukkig dat we die getuigen hadden. Sinds die keer hebben we niets meer gehoord. Afkloppen.’
Justitiële missers
Gerechtelijke dwalingen in Nederland zijn nog altijd op één hand te tellen. Althans de missers die na jaren – vaak door toedoen van de buitenwereld – door justitie werden toegegeven. Het gaat om vier moord- en doodslagzaken. Behalve Kees B. en Lucia de B. trof dit lot de ‘Twee van Putten’. De zwagers Wilco Viets en Herman du Bois werden in 1995 veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor de moord op stewardess Christel Ambrosius. Na een herzieningsprocedure werden ze in 2002 alsnog vrijgesproken. In 2008 werd er een nieuwe verdachte voor de moord aangehouden en veroordeeld. Zijn hoger beroep loopt op dit moment bij het gerechtshof in Arnhem.
Herman du Bois en zijn vrouw Anja, die hem in alles steunde, kunnen ook wel ‘een boek vol’ vertellen over hun leven na de vrijspraak. Alleen voorlopig nog niet. De Puttenaren kregen een schadeloosstelling, maar tot op de dag van vandaag wachten ze nog op excuses van de overheid, meldt hun trouwste supporter Peter R. de Vries op zijn website.
Ina Post die in 1986 werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens diefstal van cheques en doodslag van een bejaarde vrouw in Den Haag, moest tot nu toe het langst op rehabilitatie wachten. Afgelopen oktober volgde na een afgedwongen nieuw proces uiteindelijk vrijspraak. Ze wacht nu op een financiële genoegdoening van de overheid. Het geld wil ze storten in een fonds waar nieuwe vermeende slachtoffers van justitiële dwalingen een beroep op kunnen doen. Voor haar is het leven na de vrijspraak nog maar net begonnen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.