Dit verhaal is ook te beluisteren.

24 juni 2018. In Rotterdam, Amsterdam en Deventer reden toeterende auto’s met Turkse vlaggen door de stad. Inzittenden vierden uitbundig de verkiezingsoverwinning van de AK-partij en president Recep Tayyip Erdogan. Het Turkse staatspersbureau Anadolu bracht al snel het nieuws dat in Nederland 73 procent van de stemmen voor Erdogan was. Dat percentage lag zelfs hoger dan in Turkije zelf, waar Erdogan met bijna 53 procent van de stemmen een krappe meerderheid haalde.

Hoewel slechts 46,2 procent van de stemgerechtigde Turkse Nederlanders naar de stembus ging en het merendeel dus helemaal niet stemde, is de nogal zichtbare steun voor Erdogan de afgelopen jaren een grote zorg geweest van politici en beleidsmakers. Waarom voelt een deel van de Turkse Nederlanders zich zo verbonden met een autocratisch leider die drieduizend kilometer verderop zit?

Toch is dat niet zo vreemd als er wordt gekeken naar de Turkse inspanningen. Onder leiding van de AK-partij is er via verschillende instituties een indrukwekkend apparaat uit de grond gestampt dat Turkse Nederlanders in elk opzicht bedient: religieus, politiek, praktisch, juridisch en op het gebied van integratie.

Door al die inspanningen is er een overenthousiaste groep Turkse Nederlanders die zich door Erdogan en de Turkse staat gezien en gehoord voelt. En die gretig hun loyaliteit wil bewijzen en mobiliseren, zelfs wanneer er niet eens een directe oproep is. Hun enthousiasme lijkt inmiddels zelfs over te slaan naar niet-Turkse moslims.

Win-winsituatie

Om te begrijpen hoe het zo ver heeft kunnen komen, moeten we eerst teruggegaan in de geschiedenis. Aanvankelijk had de Turkse overheid weinig bemoeienis met haar onderdanen over de grens, waarbij het grotendeels ging om wat toen gastarbeiders werd genoemd, en later hun in Europa geboren kinderen en kleinkinderen.

Hoewel in 1981 in de Turkse grondwet werd verankerd dat de Turkse staat een wettelijke verplichting heeft om de banden van in het buitenland werkende Turken met hun thuisland te bewaken, kwam daar in de praktijk weinig van terecht. Turkije werd in de jaren tachtig en negentig opgeslokt door economische en politieke hervormingen. Daardoor had het land gewoonweg niet de middelen om onderdanen in het buitenland te ondersteunen.

Daarop was in die decennia één uitzondering: Diyanet, het Turkse presidium voor Godsdienstzaken. Begin jaren tachtig hadden Turkse gemeenschappen in Nederland al aangegeven dat hun gebedsruimten te klein waren en dat er veel achterstallig onderhoud was. Omdat de Nederlandse overheid vanwege de scheiding van kerk en staat niks voor hen kon betekenen, werd er een beroep gedaan op Turkije: kon de Turkse staat de Turkse gastarbeiders niet helpen?

In 1982 werd de Nederlandse Diyanet-afdeling opgericht: Islamitische Stichting Nederland. ‘Het was op dat moment een win-winsituatie,’ vertelt Sinem Adar, onderzoeker bij het Centre for Applied Turkish Studies in Berlijn. ‘Turkse Europeanen werden in hun religieuze behoeften ondersteund doordat Diyanet hielp met het realiseren van gebedshuizen en door hen opgeleide predikers stuurde. De oprichting van Diyanet in het buitenland werd ook gedreven door inspanningen van Turkije om groepen tegen te gaan die ze als radicaal beschouwde, zoals Milli Görüs.

De islam wordt door Milli Görüs niet alleen als religie maar ook als politieke ideologie beschouwd.

En voor Europese landen zoals Nederland was het prettig dat Diyanet een islam promootte waarbij er een scheiding lag tussen staat en religie. Maar er was totaal geen visie op hoe dit zich verder zou ontwikkelen. Op dat moment ging iedereen er nog vanuit dat Turkse arbeidsmigranten op den duur weer terug naar Turkije zouden gaan.’

Ongemak

Semiha Sözeri van de Universiteit van Amsterdam deed de afgelopen jaren onder meer onderzoek naar het curriculum van Diyanet in moskeescholen. Samen met Hulya Kosar-Altinyelken beschrijft ze in het wetenschappelijke artikel ‘What are children being taught in the mosque? Turkish mosque education in the Netherlands’ hoe een lesboek begint met het Turkse volkslied en een hoofdstuk bevat over verantwoordelijkheden ten aanzien van de Turkse staat en liefde voor Turkije. ‘Het lijkt gericht op de vorming van een identiteit waarbij leerlingen niet alleen moslim zijn, maar ook Turkse staatsburgers.’

Vooropgesteld: dat Diyanet ook aan nationalistische vorming doet, is zeker niet verboden. Maar er ontstond na de eeuwwisseling toch ongemak over Diyanet, zeker na de opkomst van de AK-partij in 2001 met de huidige president Erdogan als partijvoorzitter.

De religieus gewortelde AK-partij presenteert zichzelf als sociaal-conservatieve partij, maar komt ook deels voort uit het islamistische Milli Görüs. De islam wordt door Milli Görüs niet alleen als religie maar ook als politieke ideologie beschouwd. De AK-partij definieert het Turkse volk als religieuze eenheid – verbonden door een soennitische islam.

Binnen zestien maanden groeide de AK-partij uit tot de grootste partij van Turkije en sinds 2002 heeft ze onafgebroken geregeerd zonder coalitiepartners. En met succes: in de periode 2002-2011 was de Turkse economie met een groei van 7,5 procent per jaar een van de snelst groeiende economieën ter wereld.

Lange arm Erdogan

Ideologisch instrument

Nadat de AK-partij aan de macht kwam, werd Diyanet volgens universitair docent Erdi Öztürk van London Metropolitan University omgevormd tot een gepolitiseerd en ideologisch instrument. ‘Diyanet steunt de politieke koers van Erdogan en rechtvaardigt die steun met religieuze terminologie en concepten. Daarbij presenteert ze Erdogan niet alleen als politiek leider, maar ook als religieus leider. Hiermee maakt Diyanet het moeilijk voor politieke opponenten om oppositie te voeren, want op religie gebaseerde en onbetwistbare feiten kunnen nooit ter discussie staan.’

Öztürk legde 199 publieke toespraken van de AK-partij en Erdogan naast 92 verklaringen, fatwa’s en preken van Diyanet en zag veel overlap. Nadat Erdogan zich in 2012 tegen abortus uitsprak, deed Diyanet dat ook. En na de Gezi-protesten in 2013 en het blokkeren van tientallen websites zoals Twitter, Facebook en YouTube, kwalificeerde Diyanet sociale media als een vergaarbak van leugens en roddels.

‘Op individueel niveau is Diyanet niet zo invloedrijk als vaak wordt aangenomen.’

Daarbij lijkt Diyanet direct invloed uit te oefenen op de officiële lijn van Turkse migrantenorganisaties. Zo bleek uit onderzoek van Öztürk en Sözeri dat de religieus attaché van de Turkse ambassade in Nederland (tevens tot 2019 bestuurder bij het Nederlandse Diyanet) zich er persoonlijk mee bemoeide dat een manifest tegen huiselijk geweld niet werd ondertekend door bepaalde Turkse migrantenorganisaties. Wie zou tekenen, was ‘een verrader’, want huiselijk geweld kwam volgens hem in de Turkse samenleving niet voor. Hierop trokken verschillende migrantenorganisaties hun steun aan het manifest in.

Verouderd instituut

Hoewel de Nederlandse Diyanet sinds 2016 haar vrijdagpreken zelf schrijft en deze niet meer opgestuurd krijgt vanuit Ankara, is er volgens Sözeri nog wel degelijk invloed. ‘Als er instructies zijn vanuit het hoofdkwartier in Ankara over boodschappen die moeten worden doorgegeven, dan volgen imams die instructies op. Dat zagen we heel duidelijk na de mislukte staatsgreep in 2016.’

Maar de invloed van Diyanet op individuen wordt erg overschat, vindt sociaal- en cross-cultureel psycholoog Cemil Yilmaz. ‘Ze zijn goed georganiseerd en hebben heus wel iets van invloed. Maar mijn indruk is dat ze vooral bezig zijn met hun religieuze taak en stukken minder met een culturele, politieke of maatschappelijke rol. Bovendien is Diyanet een verouderd instituut dat de taal van tweede en met name derde en vierde generatie niet spreekt. Ze mist aansluiting bij een groot aantal van hen doordat ze nauwelijks openstaat voor vernieuwing en zich onvoldoende richt op hun leef- en belevingswereld in Nederland. Daarnaast zijn er veel Turkse Nederlanders die helemaal niet door Diyanet worden bereikt. Op individueel niveau zijn ze niet zo invloedrijk als vaak wordt aangenomen.’

Voortreffelijke burgers

Hoe groot of hoe klein de invloed van Diyanet ook is, het is niet het enige instituut. Vanaf het moment dat de AK-partij in 2002 aan de macht kwam, werden er meer instituties in het leven geroepen. Die waren alle van meet af aan pro-AK-partij, zoals de in 2004 in Keulen opgerichte organisatie United European Turkish Democrats (UETD) die fungeert als lobby van de AK-partij en ook in Nederland een afdeling heeft. De UETD is met name bekend van massabijeenkomsten, waaronder die in 2008 in Keulen waarbij Erdogan ruim tweehonderdduizend Turken toesprak.

Een geïntegreerde en kiesgerechtigde gemeenschap zou de diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en andere Europese landen ten goede komen.

Ook regelt de UETD bijvoorbeeld busvervoer om stemgerechtigde Turkse Nederlanders naar de stembus te brengen, nu zij sinds 2014 vanuit Nederland hun stem bij de Turkse verkiezingen mogen uitbrengen − wederom een manier van Erdogan om hen aan zich te binden. Daarnaast zijn er in steden als Amsterdam, Berlijn en Rome culturele centra genaamd Yunus Emre gevestigd, die kennis over de Turkse geschiedenis, muziek, taal en kunst verspreiden en de Anatolische cultuur promoten.

Deze instituties borduren voort op een missie die de Turkse staat al rond 2000 had. Toen Turkije nog EU-lidmaatschap ambieerde, werden in Europa wonende Turken gezien als een potentiële lobby. Om zo goed mogelijk voor de dag te komen, was het zaak dat zij in sociaal en economisch opzicht voortreffelijke burgers zouden zijn.

Een geïntegreerde en kiesgerechtigde gemeenschap zou de diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en andere Europese landen ten goede komen. En dus kwamen er officiële programma’s voor Turkse gemeenschappen in het buitenland, die werden aangemoedigd om een dubbele nationaliteit aan te nemen, deel te nemen aan verkiezingen in Europese landen en zo goed mogelijk de taal van hun gastland te leren. Tegelijkertijd werd via Turkse staatsmedia uitgedragen: ook al woon je niet in Turkije, jij bent en blijft onze onderdaan.

Het Turkse verenigingsleven

Deze diasporapolitiek intensiveerde nog eens toen in 2010 het vlaggenschip uit de grond werd gestampt: het Turkse voorzitterschap voor Turken in het buitenland en aanverwante gemeenschappen, ook wel bekend als YTB, dat onder het ministerie van Cultuur en Toerisme valt. Doelen zijn onder meer het versterken van de band met het moederland, het beschermen van de Turkse taal en identiteit, het verbeteren van de positie van de diaspora en het versterken van het Turkse verenigingsleven over de grens.

Van 2012 tot 2016 gaf YTB een tijdschrift uit: Arti90, refererend aan de landcode van Turkije, +90. Daarin werd keer op keer benadrukt dat Erdogan het initiatief nam voor YTB en een einde maakte aan ‘vijftig jaar van verwaarlozing van onze burgers.’

Daarbij maakt YTB overigens onderscheid in wie ze helpt: ze is er vooral voor conservatief-nationalistische en soennitisch-islamitische Turken. Iedereen die daarbuiten valt, zoals Koerdische, Assyrische en alevitische Turken, kan nauwelijks op steun rekenen, zo concludeerde onderzoeker Ayca Arkilic in 2016 in haar proefschrift.

Arkilic deed onderzoek naar de rol van het YTB in Frankrijk en Duitsland en zag dat vooral organisaties werden gefinancierd die de religieuze en ideologische koers deelden.

Studiebeurzen

Waar Diyanet voorziet in een religieuze behoefte, biedt YTB steun op praktische basis. Zo zijn er veel studiebeurzen voor studenten, financiert YTB projecten die het Turkse verenigingsleven versterken en wordt er praktische hulp geboden die het leven buiten Turkije makkelijker moet maken.

Op de Facebookpagina en het YouTube-kanaal van YTB staan onder meer berichten van Turkse gemeenschappen uit verschillende landen, recepten en ouderschapstips. En er zijn ook meer zakelijke en basale adviezen die per land zijn afgestemd.

Ook wil YTB twaalf weekendscholen in Nederland opzetten, als aanvulling op de moskeeklassen van Diyanet.

Zo is er ook een video die gaat over wat de rechten en plichten van huurders in Nederland zijn, en een video over hoe de Nederlandse overheid financiële steun biedt aan ondernemers die last hebben van dalende inkomsten door corona. De video’s zijn een service voor de Turks-Nederlandse burger, al is het bereik niet enorm: beide video’s zijn enkele honderden keren bekeken.

Ook wil YTB twaalf weekendscholen in Nederland opzetten, als aanvulling op de moskeeklassen van Diyanet. Sözeri: ‘Het ziet ernaar uit dat de weekendscholen van YTB gericht zijn op seculiere Turkse families die hun kinderen niet naar moskeescholen sturen, maar die wel willen dat hun kinderen de Turkse taal leren en meer over hun cultuur te weten komen.

Van wat ik van hun eigen verklaringen begrijp, is dat deze weekendscholen zich richten op het versterken van burgerschap en banden tussen Turkije en de tweede en derde generatie migrantenkinderen.’

Scheidslijn

Door de nauwe banden tussen instituties als Diyanet (religieus), Yunus Emre (cultureel), UETD (zakelijk, lobby), YTB (praktische en juridische hulp) en Turks-Nederlandse verenigingen, is het niet zo vreemd dat Erdogan continu aanwezig is in de harten van een deel van de Turkse gemeenschap in Nederland. Daarbij helpt het niet dat de houding ten aanzien van Erdogan voortdurend wordt gebruikt als scheidslijn om Turkse Nederlanders te (dis)kwalificeren, zowel binnen de gemeenschap als daarbuiten.

Dat vertelde ook de Turks-Nederlandse schrijfster Nazmiye Oral afgelopen zomer in Zomergasten. ‘Als ik het heb over Turkije, Atatürk of Erdogan, dan gaat iedereen op het puntje van de stoel zitten en wil weten: wat voor een soort Turk is ze? Is ze pro of tegen?’

Sociaalpsycholoog Yilmaz herkent het. Als voorbeeld noemt hij onder meer kennissen die voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 bij politieke partijen op gesprek zijn geweest over een plaats op de kieslijst. ‘Van links tot rechts hebben politieke partijen Turkse kandidaten urenlang doorgezaagd over hun Turkse identiteit en hoe ze denken over Erdogan en niet of nauwelijks over hun ideeën over Nederland. Daarbij wordt loyaliteit aan Turkije gelijkgesteld aan loyaliteit aan de huidige president. Door mensen daar zo over uit te horen, geef je als signaal af dat je ze wantrouwt.’

Economische vooruitgang

En de kwestie ligt genuanceerder, zo vertelt Adar van het Centre for Applied Turkish Studies in Berlijn. Een eventuele stem op Erdogan of de AK-partij is nog niet hetzelfde als blinde loyaliteit, zo blijkt uit haar onderzoek naar Turks-Duitse Erdogan-stemmers. ‘Hun stem was vooral ingegeven door de voordelen die zij zelf ervoeren sinds de AK-partij aan de macht is: als ze in Turkije komen, voelen ze de economische vooruitgang. Ook noemen ze hele basale zaken, zoals dat ze nu makkelijker hun paspoort op het consulaat of de ambassade kunnen verlengen en dat het personeel tegenwoordig vriendelijker tegen ze doet dan vroeger. Ze zijn bang om dergelijke privileges te verliezen als de AK-partij niet meer regeert.’

Yilmaz beaamt dit. ‘Erdogan heeft een aantal zaken voor Turken in het buitenland goed geregeld. Zo zijn er naast stemrecht bijvoorbeeld duidelijke afspraken gekomen over het gebruik van mobiele telefonie als je in Turkije bent en hoe lang je in Turkije je auto mag laten staan. Ook heeft hij de dienstplicht verder ingekort en een tijdje heel goedkoop de optie aangeboden om je dienstplicht af te kopen. Mensen zagen ineens aan alle kanten vooruitgang. Maar als je Erdogan-stemmers vraagt wat hun politieke standpunten zijn, dan is het niet ineens zo dat iedereen het verkiezingsprogramma van de AK-partij goed kent.’

Verschillende identiteiten

Identiteit is volgens Yilmaz een gelaagd proces dat wordt beïnvloed door de context waarin iemand zich bevindt en diens positie in de samenleving. ‘Het stemgedrag van Turkse Nederlanders in Turkije komt overeen met de stemuitslagen in de provincies waar ze vandaan komen. In Turkije behoren stemgerechtigde Turkse Nederlanders tot de meerderheid en stemmen ze centrum-conservatief of rechts-conservatief. Hier behoren ze tot een minderheidsgroepering waardoor ze eerder links, sociaal en progressief zullen stemmen. Een mens kan verschillende identiteiten hebben, afhankelijk van de omgeving.’

‘Hoe meer mensen zich niet geaccepteerd voelen, hoe meer ze Erdogan steunen.’

Daarnaast is de ervaren loyaliteit volgens Yilmaz ook een kwestie van aantrekken en afstoten. ‘Met name de studiebeurzen en programma’s van YTB om jezelf te ontwikkelen zijn heel erg op de Europese Turkse hoogopgeleide elite gericht. Ik betwijfel of de gewone Turkse Nederlander er echt iets van merkt. Maar wat Nederlanders maar niet willen begrijpen, is dat er nu een generatie jonge Turkse Nederlanders aan het opgroeien is die nog steeds het idee heeft dat ze door de samenleving wordt gewantrouwd. Hun ouders en grootouders hebben keihard gewerkt en alsnog wordt hun aanwezigheid in Nederland voortdurend geproblematiseerd. Het probleem is niet zozeer de lange arm van Erdogan, maar eerder de te korte arm van Den Haag.’

Stap terug

Dat zag ook Adar terug in haar onderzoek. ‘Hoe meer mensen zich niet geaccepteerd voelen, hoe meer ze Erdogan steunen. Een sterke leider compenseert het gevoel er niet bij te horen in het land waar ze wonen. Europese overheden hebben weinig oog voor behoeften van mensen met een Turkse achtergrond. Dat zag je al toen ze ervoor kozen om religieuze behoeften uit te besteden aan Diyanet. En dat zie je nog steeds.’

De kwestie legt ook bloot hoe verschillend verwachtingen zijn als het om integratie gaat. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) definieerde integratie ooit als ‘een proces waarbij immigrantengroepen en de autochtone bevolking naar elkaar toegroeien en volwaardig aan de samenleving deelnemen.’

Maar opgaan in de Nederlandse samenleving, werken, belasting betalen en zelfs politiek participeren lijken niet afdoende zolang er nog steeds een sterke band met een ander land wordt gevoeld. Daarbij wordt het behoud van de Turkse taal, cultuur en islam als religie nog altijd als een stap terug beschouwd.

Gepasseerd station

Diezelfde houding wordt ook door het kamp Erdogan uitgevent om Turkse Europeanen ervan te overtuigen dat alleen Turkije hen als volwaardige burgers ziet. Zo riep toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu in 2015 bij een massabijeenkomst in Keulen tegen de aanwezigen: ‘Jullie moeten actief worden in het sociale, politieke en economische domein van het land waar jullie wonen. Wij hebben niemand nodig die ons vertelt over integratie. We bereiken integratie. Maar zoals we altijd hebben gezegd: we zullen nooit accepteren dat we moeten assimileren. Jullie moeten je cultuur, identiteit, taal en religie behouden.’

Juist omdat verwachtingen op het gebied van integratie botsen, spreekt Yilmaz liever van participatie. ‘Sociologisch gezien is integratie een wederkerig proces waarbij je je allebei aanpast. Dat betekent dat ook de Nederlandse samenleving zich zou moeten aanpassen. Maar dat gebeurt niet, dus vaak wordt er over integratie gesproken en assimilatie bedoeld, waarbij van Turkse Nederlanders wordt verwacht dat ze hun Turkse identiteit helemaal opgeven. Terwijl het een valse tegenstelling is dat je zou moeten kiezen, je kan het prima combineren. Er wordt gedaan alsof integratie een eindstation is, terwijl het voor de tweede, derde en vierde generatie een gepasseerd station is. In de huidige situatie lijkt de Turkse Nederlander een soort kind in een vechtscheiding, waarbij Nederland de strenge, afwijzende moeder is. En Turkije is de afwezige maar leuke vader die jou met open armen ontvangt, met wie je leuke dingen doet en met wie je op vakantie gaat.’

Sympathie van niet-Turkse moslims

De neiging van Erdogan en de AK-partij om het Turkse volk te definiëren als een religieuze eenheid, verbonden door een soennitische islam, heeft ertoe geleid dat er ook sympathie voor hem is ontstaan bij moslims die niet-Turks zijn. Zo liepen er in 2016 bij de demonstratie in Rotterdam na de mislukte staatsgreep ook Marokkaanse Nederlanders mee en was de demonstratie mede georganiseerd door een jongen met een Syrische achtergrond.

Het is een ontwikkeling die ook Adar ziet. ‘De Turkse staat presenteert zich al een paar jaar als patroon en verdediger van moslims wereldwijd, niet alleen van de Turkse staat.’ Ze wijst erop dat vooral na de aanslag in Noorwegen in 2011 door Anders Breivik, die Noorwegen als homogene witte natie wilde, de mensenrechtencommissie van het Turkse parlement ‘islamofobie in Europa en de VS’ ging monitoren.

In 2016 werd er zelfs een nieuwe commissie in het leven geroepen om systematisch ‘islamofobie in het Westen’ te onderzoeken. Bij Turkse consulaten zijn er inmiddels meldpunten waar Turkse en niet-Turkse moslims melding kunnen maken van verbale aanvallen, geweld en discriminatie.

Daarbij kan Erdogan ook regelmatig uithalen naar Europese politici als het moet. En na de aanslag op twee moskeeën in Christchurch op 15 maart 2019 riep Erdogan de Verenigde Naties op om 15 maart uit te roepen tot een internationale dag voor solidariteit tegen islamofobie.

Dergelijke acties leiden ertoe dat Erdogan en de AK-partij aan populariteit winnen onder niet-Turkse moslims. Om daaraan tegemoet te komen, veranderde de UETD in 2018 zelfs haar naam van Union of European Turkish Democrats in Union of International Democrats. Daarbij is het woord ‘Turks’ komen te vervallen, omdat ze een bredere doelgroep wil aanspreken dan alleen Turkse Europeanen.

Adar: ‘Het is goed dat er inspanningen zijn om islamofobie in Europa aan te kaarten, want dat is een reëel probleem. Het is alleen jammer dat de Turkse overheid dit doet en het vervolgens gebruikt voor politieke doeleinden. Daarbij lijkt het erop dat Erdogan een moslimdiaspora probeert te creëren waarbij hijzelf de religieuze leider wordt van de ummah: de wereldwijde moslimgemeenschap.’

Politicoloog Öztürk ziet een zelfde ontwikkeling. ‘Er is een strijd gaande tussen Egypte, Iran, Saoedi-Arabië, Marokko en Turkije om wie de leider van de Ummah wordt. Erdogans beleid is altijd een combinatie geweest van Turks nationalisme en islamisme, maar de laatste jaren zie je dat het islamisme belangrijker is dan het nationalisme. Bij de heropening van de Hagia Sophia als moskee in Istanbul afgelopen zomer riep Erdogan in zijn speech moslims in elke hoek van de wereld op om Turkije te volgen bij de wederopstanding van de Ummah. Hij sprak alsof er al een globale beweging is.’

Het mag klinken als een nogal ambitieus en zelfs megalomaan plan, maar vooralsnog heeft Erdogan met succes mensen voor zich gewonnen. Zo is hij erin geslaagd om een breuklijn te creëren in de Turks-Nederlandse gemeenschap (voor-of-tegen) terwijl zij al decennialang niet meer in Turkije wonen. Gezien de voortslepende discussie over wat integratie is, is het niet ondenkbaar dat Erdogan binnenkort ook in Nederland nog meer steun zal krijgen vanuit niet-Turkse moslimgemeenschappen.

Nikki Sterkenburg doet promotieonderzoek aan de Universiteit Leiden naar radicaal- en extreemrechts in Nederland. Ze werkt als analist bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dit artikel schreef ze vóór haar indiensttreding, op persoonlijke titel.