02-02-2008
Door Pieter van Os

Kan Wouter Bos zijn vinger in de dijk steken, of moet Nederland lijdzaam toezien hoe zijn vooralsnog gezonde economie wordt meegezogen in de mondiale malaise? ‘Denk niet dat het ook maar iets uithaalt wat de Nederlandse minister van Financiën besluit.’

Begin januari kregen alle oud-werknemers wier oudedagsvoorziening is uitbesteed aan pensioenfonds Solvay Pharmaceuticals een brief. ‘Door de kredietcrisis in de USA’ wordt over het afgelopen jaar geen toeslag op hun pensioen uitbetaald. ‘Ondanks de inspanningen van onze vermogensbeheerders’ was het in de afgelopen maanden niet gelukt om vier procent rendement te halen, het minimum voor een toeslag.

Dezelfde dag verzekerden zowel ex-minister Zalm als de huidige minister van Financiën Wouter Bos dat er vooralsnog geen reden was tot zorg. Twee weken later klonk de president van De Nederlandsche Bank al somberder. In het televisieprogramma Buitenhof zei hij dat ook de Nederlandse economie niet helemaal kan ontsnappen aan de financiële crisis in Amerika. Aan het einde van maand zijn economen, beleggingsspecialisten en bankiers uitgesproken pessimistisch, zo blijkt uit een rondgang van Vrij Nederland. Enkele van hen, onder wie hoogleraar internationale economie Arjen van Witteloostuijn en oud-bestuursvoorzitter van ABN-Amro Jan Kalff, zeggen nu dat een crisis was te verwachten, ook in Nederland.

Lacherig
Politici zijn minder snel. VVD-fractievoorzitter Mark Rutte denkt dat het tij nog is te keren en verduidelijkt in de gang van het Tweede Kamergebouw hoe hij Bos wil ‘helpen’ met ‘enkele concrete ideeën’. Ten eerste moet de belastingverhoging die begin dit jaar is ingegaan, worden geschrapt. Stop de verhoging van het budget voor ontwikkelingssamenwerking, geef schoolboeken niet gratis weg en kom nu ‘eindelijk met die versoepeling van de arbeidswetgeving’. Ook wil Rutte de koopkracht stimuleren door mensen die een bedrijf willen beginnen een belastingvakantie te geven.

De economische wereld reageert lacherig op Ruttes voorstellen. Niet omdat ze onzinnig zouden zijn, maar door de pretentie dat ze een komende recessie kunnen tegenhouden. Rutte trok zijn verzoek tot een spoed­debat weer snel in. Oud-bankier Jan Kalff vat de consensus onder economen samen: ‘De crisis in de markt voor goedkope hypotheken in Amerika is zich nog altijd als een olievlek aan het uitspreiden. Nu zijn de beurzen aan de beurt. Daar ontkomen wij niet aan.’
De vraag is wat Nederland kan doen. Het monetaire beleid is uitbesteed aan Europa. Hoog­leraar economie aan de Erasmus Uni­ver­siteit Bas Jacobs ziet daar wel mogelijkheden: ‘Als de bestedingen teruglopen, kan de Euro­pese Cen­tra­le Bank de rente verlagen om de economie een slinger te geven, zoals de FED (de Ame­ri­kaan­se centrale bank) afgelopen week deed. Maar die kans is niet groot, omdat de Euro­pese inflatie daarvoor momenteel te hoog is. Europa loopt eerder tegen de grenzen van het aanbod aan, dan dat er te weinig vraag is. Dat geldt ook voor Nederland.’

Jacobs wijst erop dat de groei van het arbeidsaanbod te laag is, waardoor de loonkosten dreigen te stijgen. Bovendien blijven de grondstofprijzen hoog en zullen risico’s beter worden geprijsd. Jacobs: ‘Jarenlang leek geld gratis – met geavanceerde financiële constructies werden de risico’s weggemoffeld. De kredietcrisis heeft daar een einde aan gemaakt. Daardoor stijgen de kapitaalkosten van bedrijven.’

Jacobs: ‘Bos moet voorzichtig opereren, want het is niet duidelijk hoe belangrijk de structurele en conjuncturele problemen zijn. Het beste is daarom structurele maatregelen te nemen zodat de gezondheid van de overheidsfinanciën op lange termijn verbetert. Tegelijk mag het financierings­tekort enigszins oplopen om een eventu­ele vraaguitval niet erger te maken.’

Beleggingsadviseur Rienk Kamer moet lachen als hem wordt gevraagd naar de rol van de Neder­landse overheid in het afwenden van een recessie. ‘Laat mij u als belegger verzekeren: het maakt geen bal uit wie er in Neder­land in de regering zit. En denk niet dat het ook maar iets uithaalt wat de Neder­landse minister van Financiën besluit.’

Net als de anderen benadrukt Kamer de gegroeide afhankelijkheden in de wereldeconomie en de vervlechting van de banken onderling. Door de liberalisatie van het kapitaal zitten banken in elkaars producten. Bovendien zijn Nederlanders, of ze willen of niet, via de pensioenfondsen grote beleggers in het buitenland. Rienk Kamer: ‘De vraag is iedere dag weer: welke kaart valt er nu uit het kaartenhuis? Toen onlangs bleek dat ook Chinese banken in van die slechte Amerikaanse leningen zitten, reageerden de Aziatische beurzen ogenblikkelijk.’

Onethische leningen
Al werkt Maarten Leen als economisch analist bij ING, een instelling die belang heeft bij vertrouwen en hoop, ook hij ziet de toekomst donker in. ‘De mondiale malaise wordt nog groter als de crisis ook de Ame­ri­kaanse obligatieverzekeraars in gevaar brengt. Afgelopen week vond ik vooral onrustbarend dat de renteverlaging van de FED eigenlijk weinig uithaalde. Ook de andere plannen die de Ame­ri­kaanse autoriteiten in de afgelopen maanden op de financiële wereld hebben losgelaten, liggen nu allemaal in de berm van de weg. Het is te laat: het haalt allemaal niets meer uit. Probleem is dat er geen toverformule bestaat voor het gezond maken van slechte leningen. En de omvang van die categorie blijkt met de dag groter.’

Dat de crisis ook Nederland zal bereiken, betekent niet dat niemand een schuldige wil aanwijzen. Oud-bankier Jan Kalff wijst naar Ame­rika, waar de banken hem ‘danig hebben teleurgesteld’. Kalff: ‘Jarenlang zijn erin Ame­ri­ka volstrekt onethische leningen verstrekt. En iedereen liep achter elkaar aan, ook typisch Ame­ri­kaans. Het komt er op neer dat door de onprofessionaliteit van de Ameri­kaan­se banken alle investeringsbanken van de wereld momenteel in de penarie zitten.’ Kalff benadrukt dat Nederlandse banken nooit hebben meegedaan aan het aansmeren van ogenschijnlijk goedkope hypotheken, waarvan de rentes binnen enkele jaren exponentieel toenemen. Tegelijk erkent Kalff dat Nederlandse banken zo verknoopt zijn met andere banken, dat ze er wel ‘in zitten’. Onduidelijk is tot hoe ver. Daarvoor zijn de financiële pakketten die banken samenstellen en verhandelen, te complex geworden. Kalff: “De sophistication van de financiële producten is deel van het probleem. Binnen de bankwereld werd met een veel te groot respect naar nieuwe en onnavolgbare wiskundige modellen gekeken. Die werden
bovendien gebouwd op aannamen van groei. Nu die in Amerika uitblijft, blijken die systemen kaartenhuizen te zijn.’

Gebroeders Wright
Van dat respect voor de nieuwe, samengestelde financiële producten getuigde Wellink nog maar een paar weken geleden, voor het blad Zout, een uitgave van accountancygigant KPMG. ‘Er is wereldwijd een fascinerend innovatieproces in de financiële sector aan de gang, uitgelokt door het wegvallen van grenzen, door technologie en versoepelde regelgeving.’ Wel­link benadrukte: ‘De prachtigste dingen worden gedaan. Risico’s zijn daarbij onvermijdelijk. Die moet je niet allemaal doodslaan.’ En hij geeft zijn favoriete vergelijking met de gebroeders Wright, die in 1903 het eerste vliegtuig de lucht in kregen. Wel­link: ‘Stel dat die twee eerst een vergunning hadden moeten aanvragen om de lucht in te gaan. Ik zie al hoe dat was verlopen: een regelgever had de risico’s ingecalculeerd en de mannen vervolgens voor gek verklaard. Het vliegtuig was er dan nooit gekomen.’

Wellink is er eerlijk over: de toezichthouder heeft de greep op de banken allang verloren en vindt dat niet zo erg. Hij wilde de banken in hun onnavolgbare, ofwel innovatieve handelen niet beknotten. Rienk Kamer wijst erop dat de Amerikaanse centrale bankier Ben Bernanke zich onlangs een cursus nieuwe financiën liet aanmeten door enkele leiders van de grootste hedge-funds van Amerika. Kamer: ‘Hij had geen flauw idee wat die jongens aan het doen waren! Veel van de huidige paniekerige beslissingen hebben met die onwetendheid te maken.’
Ook Jan Kalff zegt: ‘Een hoop ingewikkeld gedoe zal worden teruggedraaid en dat is maar goed ook.’

Kees Vendrik, Tweede Kamerlid voor Groen­Links, maakt de vergelijking met 1929. Ook toen vertrouwden banken elkaar niet meer. ‘Destijds was de crisis voor Franklin D. Roose­velt aanleiding om alle financiële instellingen van elkaar te scheiden. Elke instelling kon nog maar één bepaalde dienst verlenen: óf je was een handelsbank, óf een investeringsbank, óf een verzekeraar. Het argument: als er fik uitbreekt in de ene sector, slaat die niet over naar de andere. Nederland volgde met een soortgelijk, zogenaamd “structuurbeleid”. Maar in de jaren tachtig van Reagan en Thatcher werd het losgelaten. In Nederland brak Onno Ruding de schotten af, waarna je al die grote fusies hebt gekregen. Denk maar aan ING en Nationale Nederlanden. Door de enorme interbancaire wereld die sindsdien is ontstaan, is het uitgesloten dat de brand zich nu beperkt tot een deelsector. Iedereen raakt besmet, een verschijnsel dat we vijftig jaar niet hebben gezien.’
Witteloostuijn: ‘Die analyse klopt wel, want in het verlengde daarvan ligt de vrijheid die de financiële instellingen kregen in het nagenoeg gratis genereren van liquiditeit. Van geld.

Regelgeving om er iets aan te doen, druiste tegen de tijdgeest in. Dus ontstonden er steeds ondoorzichtiger ingewikkelde financiële producten, en manieren om het risico van de balans van een bank te halen. En het controleverlies groeide. De fraude van die Fransman bij de Société Générale staat niet op zichzelf. Het is een extreme illus­tratie van een probleem dat de hele financiële wereld teistert.

De ellende die we nu gaan meemaken, was onvermijdelijk. Er zitten weeffouten in de structuur en die moeten eruit. Aan symptoombestrijding hebben we niets. Het zou goed zijn als er nu een flinke recessie komt. En niet een kleintje, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden.’

Met medewerking van Thijs Broer en Thijs Niemantsverdriet