Op een eilandje voor de kust van Singapore zit Kim Jong-un straks aan tafel met Donald Trump. Het is de eerste keer in de geschiedenis dat een Noord-Koreaanse leider een Amerikaanse president ontmoet. De Amerikanen zien niets liever dan dat Noord-Korea haar circa zestig kernwapens inlevert: elke deal zonder het ontmantelen van het kernwapenprogramma is een ‘slechte deal’, schrijven Amerikaanse senatoren.

Maar denuclearisatie is wishful thinking. Kim Jong-un die ‘toenadering’ zoekt tot het Westen en die wapens gaat inleveren – het gaat niet gebeuren. Want zo lang de Noord-Koreanen massavernietigingswapens hebben, zullen de Amerikanen of Zuid-Koreanen Noord-Korea nooit binnenvallen uit angst dat de raketten dan op Seoul, Tokio of zelfs Amerika worden gericht. Wanneer ze de wapens wél zouden inleveren, zo wordt gedacht in Pyongyang, dan staan binnen no-time de ‘Amerikaanse fascisten’ op de stoep om het regime omver te werpen. Kijk maar naar Muammar Khadaffi in Libië en Saddam Hussein in Irak, zeggen de Noord-Koreanen. Die leverden hun wapens in, en niet veel later waren ze dood. 

Compleet gelegitimeerd

Maar waarom gaat Kim Jong-un dan toch met Donald Trump praten over denuclearisatie?

Simpel: hij heeft niks te verliezen. ‘Kim heeft al gewonnen,’ zegt hoogleraar Koreastudies Remco Breuker, auteur van het net verschenen boek De B.V. Noord Korea. ‘Als hij aan tafel zit met Donald Trump, dan kan hij daarna wel met pensioen, het is klaar. Het regime is dan compleet gelegitimeerd.’

Kim zou gedeeltelijke denuclearisatie kunnen beloven, maar of hij die belofte nakomt is een tweede.

Kim zou gedeeltelijke denuclearisatie kunnen beloven, in ruil voor een opheffing van de verlammende economische sancties, maar of hij die belofte nakomt is een tweede, aldus Breuker.

De afschuwelijke mensenrechtensituatie in Noord-Korea gaat naar alle waarschijnlijkheid niet eens besproken worden omdat de Noord-Koreaanse leider dan meteen van tafel zal lopen.

Niet serieus genomen

Kim Jong-un heeft – hoe raar het ook mag klinken – de sterkste troef in handen. Heel lang heeft de wereld dat niet willen zien. Al in 2013 kondigde Noord-Korea in een propagandastuk aan dat ze er met haar ‘nucleaire zwaard’ niet voor zou terugdeinzen ‘de macht van de onderdrukker te vermorzelen.’ Met kernwapens kon de ‘imperialistische wereldorde’ ingeruild worden ‘voor een wereldorde waarin we ons lot zelf bepalen’.

Waarom hebben we deze taal destijds niet serieus genomen, vraagt Breuker zich af. Op dat moment waren slechts enkele kleine kernproeven en rakettesten uitgevoerd. Die gekke Noord-Koreanen kunnen nauwelijks een raketje honderd meter van de grond af krijgen, was toen de reactie. Waar moesten we bang voor zijn?

In het laatste hoofdstuk van Breukers boek neemt hij het propagandastuk uit 2013 integraal over. Het beslaat maar liefst dertien pagina’s. Nodig, volgens Breuker, omdat het stuk perfect laat zien dat Noord-Korea ‘ons keer op keer verteld heeft wat het ging doen, hoe het dat ging doen en zelfs wat de gevolgen zouden zijn.’ Maar we luisterden niet.

‘En nu is het te laat,’ zegt Breuker. We konden het allemaal zien: de kernproeven en rakettesten volgden elkaar op, elke keer werd het weer gevaarlijker. Noord-Korea heeft raketten met kernkoppen die bijna het volledige Amerikaanse vasteland en de rest van de wereld kunnen raken. Het totalitaire bewind van Kim heeft zijn kernwapenprogramma voltooid verklaard, Noord-Korea is een kernmacht geworden en onderdeel van ‘de nieuwe wereldorde’ – precies zoals werd aangekondigd. ‘Het Kim-regime heeft vol ingezet op één kaart: de nucleaire. Dat blijkt de winnende kaart,’ schrijft Breuker.

De grens opzoeken

Het is trouwens niet de eerste keer dat Noord-Korea deze tactiek hanteert, zegt historicus en journalist Casper van der Veen, schrijver van het ook net verschenen boek De Kim-dynastie – Geschiedenis van Noord-Korea. Je hoeft maar even naar de geschiedenis te kijken om te zien dat het keer op keer gebeurt: provoceren met tests, de grens opzoeken, de grens overgaan, om vervolgens met een glimlach je hand uit te steken en te praten over verzoening. Amerika en Zuid-Korea namen die uitgestoken hand van Noord-Korea vaak aan, in de hoop op ‘een minder oorlogzuchtig beleid’, schrijft Van der Veen in zijn boek.

Ook hier: wishful thinking. Want deze handdrukken leidden steeds tot het tegenovergestelde resultaat.

Neem de zogenaamde ‘zonneschijnpolitiek’, een samenwerkingproject tussen de twee Korea’s waarvoor eind jaren negentig veel internationale lof bestond. Kim Dae-jung, de toenmalige Zuid-Koreaanse president, ontving in 2000 zelfs de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn rol bij de ontspanning tussen de beide Korea’s. De honderdduizenden Noord-Koreanen die lagen te creperen door de hongersnood die het land teisterde, werden ‘gered’ omdat er meer geld en voedsel naar het land ging. Maar niet alleen voor de uitgemergelde burgers was er verlichting van de situatie, ook het regime wist haar levensduur te verlengen. Zonder de hulp, zo stelt Van der Veen, was het dictatoriale bewind waarschijnlijk ingestort.

Via deze economische samenwerking streek Noord-Korea destijds zo’n 2,5 miljard euro op, die ondanks alle gemaakte afspraken grotendeels in het kernwapenprogramma werd gestoken. De bevolking bleef honger lijden.

De toenadering had het monster in leven gehouden, groter en sterker gemaakt.

In 2006 voerde het regime haar eerste kernproef uit, drie jaar later de tweede. In 2010 werd de Zonneschijn-politiek door Zuid-Korea als mislukt beschouwd: de toenadering had het monster in leven gehouden, groter en sterker gemaakt.

Ondertussen ging Noord-Korea rustig door met provoceren en zitten er tot op de dag van vandaag zo’n 120.000 mensen in concentratiekampen. Soms weet er iemand te ontsnappen. Ze vertellen de gruwelijkste verhalen over marteling, uithongering, verkrachting en kinderen die moeten toezien hoe hun ouders worden vermoord.

Het Schrikkelakkoord

Wat weinig mensen weten, is dat er in het diepste geheim al eerder is onderhandeld tussen de VS en Noord-Korea. Dat was in 2012, ten tijde van het presidentschap van Barack Obama, vlak na de dood van Kim Jong-uns vader Kim Jong-il. Die gesprekken mondden uit in het ‘Schrikkelakkoord’: Pyongyang zou al zijn rakettests, kernproeven en nucleaire activiteiten staken. In ruil daarvoor zou Washington 240.000 ton voedsel leveren. Even leek het erop dat de diplomatieke dialoog met Noord-Korea werkte. Maar de inkt was nog niet droog, schrijft Van Der Veen, of Noord-Korea lanceerde een satelliet en niet veel later een raket. En in 2013 deed Kim Jong-un een kernproef die gepaard ging met zoveel dreigementen dat internationale media speculeerden over een op handen zijnde nucleaire oorlog.

Kim heeft Machiavelli goed gelezen, zegt Van der Veen. Het gaat in de politiek om maar één ding: je macht behouden. Wreed zijn, intimideren en liegen kan daarbij in je voordeel zijn, zo stelde de zestiende-eeuwse denker. ‘De Kims hebben al vijf keer beloofd te denucleariseren.’ Maar een belofte maakt hier blijkbaar geen schuld: het is er nooit van gekomen. 

Amper te controleren

En nu is het 2018. Donald Trump zit met Kim Jong-un aan tafel. De Noord-Koreanen hebben een enorm nucleair arsenaal dat ze willen behouden, omdat het hele bestaan van hun regime er vanaf hangt, daar zijn Van der Veen en Breuker het over eens. Toch is denuclearisatie de inzet van de Amerikanen. Maar zelfs al zou Kim beloven zijn wapens in te leveren in ruil voor een verlichting van economische sancties, dan nog zal het waarschijnlijk niet lang duren voor de eerste provocaties weer beginnen. Bovendien is het in het geheimste land ter wereld amper te controleren waar kernwapens verstopt zijn.

Is er dan geen oplossing? Nee, stellen beiden experts. Kim heeft gewonnen. We moeten accepteren dat de wereld er een nieuwe kernwapenmacht bij heeft. Een leuke constatering is dat allerminst, behalve voor Kim zelf dan.

Remco Breuker, De B.V. Noord Korea, Prometheus, € 19,99.

Casper van der Veen, De Kim-dynastie – Geschiedenis van Noord-Korea, Van Oorschot, € 22,50.