Wij van de media mogen ons doorgaans heel wat verbeelden, de samenleving denkt daar anders over. Op zogeheten statusladders bungelen we steevast ergens onderaan. De beloning houdt ook niet over. Op een recente ranglijst van 257 beroepen staat de journalist op de 116de plaats. Ter illustratie: gemiddeld verdienen we net iets meer dan een ‘teamleider salarisadministratie’, en evenveel als een ‘commercieel-technisch medewerker buitendienst’.
Des te opmerkelijker dat uitgerekend journalisten de zevende NTR-reeks Kijken in de ziel bevolken. In vorige seizoenen ging de eer immers naar psychiaters, politici, strafpleiters, voetbalcoaches, artsen en topondernemers – beroepen die ons in status en salaris verre overtreffen. Zou zo’n serie over journalisten, dacht ik zorgelijk, ook maar iemand buiten het eigen vakgebied interesseren?
Anders dan menig befaamd interviewer weet Coen Verbraak de neiging te onderdrukken om te etaleren hoe slim-ie zelf wel niet is
Welnu, dat blijkt alleszins mee te vallen – althans tot nog toe. De eerste drie afleveringen trokken ruim 400.000 kijkers (hoeveel belangstelling de vierde genereerde, is nu ik dit schrijf nog onbekend).
Natuurlijk is dit allereerst de verdienste van maker Coen Verbraak. Anders dan menig ander befaamd interviewer weet hij goddank de neiging te onderdrukken om te etaleren hoe slim-ie zelf wel niet is. Heilzaam werkt ook dat hij de gulden journalistieke wet gehoorzaamt: op kleine vragen krijg je grote antwoorden (en andersom). Heel verstandig lijkt me verder dat de twaalf geïnterviewden niet allemáál uit Verbraaks eigen wereldje komen.
Zo mogen ook Dominique Weesie (voorheen weblog GeenStijl, nu omroep PowNed) en Evert Santegoeds (weekblad Privé) hun zegje doen – naast bijvoorbeeld de verrassend verstandige Sven Kockelmann, de hardop denkende Clairy Polak en de verpletterend nuchtere hoofdredacteur van het blad dat u nu in handen houdt. De kittige montage (van Gerald van Leipsig) doet de rest. Net als je denkt: nu weet ik het wel, vloeien we naar de volgende spreker.
Niemand durft met zekerheid te zeggen of de geschreven media de digitale coup zullen overleven
Aldus geeft de reeks een gevarieerd beeld van het vak, van de triomfen en de missers, de worstelingen en de vreugden. En van het chagrijn, zeker in de schrijvende journalistiek. Want hoewel juist dit genre van de geïnterviewden ruimschoots het krediet krijgt dat het verdient (‘De belangrijkste nieuwsbron in Nederland’), durft niemand met zekerheid te zeggen of wij de digitale coup zullen overleven.
Valt er dan niets op deze editie van Kijken in de ziel aan te merken? Welzeker. Mij sprong nogal in het oog dat slechts drie van de twaalf geïnterviewden van het vrouwelijk geslacht zijn. Voor strafpleiters en psychiaters zou zo’n score heel netjes zijn, bij een gefeminiseerde beroepsgroep als de onze werkt zulks toch enigszins op de lachspieren.
Het is een onnodig smetje op een verder voorbeeldige reeks. Kijken, hoor.
Frits Wester en Coen Verbraak. Foto: Lilian van Rooij/NTRKijken in de ziel
Bekijk de afleveringen hier.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.