Overal waar Jane Toppan over de vloer kwam, werd er plotseling en voortijdig gestorven. En niemand die de connectie legde. De betreurden waren mensen die te zeer op haar waren gesteld. Bij wie ze het huishouden runde, die haar als familie beschouwden of als een toegewijde vriendin.

Opzet werd niet aannemelijk geacht; fatale ziektes genoeg in het Amerika van de 19de eeuw. Artsen die de doodsoorzaak moesten vaststellen, deden gissingen op basis van hun nog beperkte medische kennis, en hun autoriteit werd niet betwist. Het kwam ook door wie Jane Toppan was. Een ongetrouwde, moederlijk forse matrone met een verpleegstersdiploma en een bruisende persoonlijkheid. Zo vrolijk en praatgraag dat iedereen begreep waarom ze ‘Jolly Jane’ werd genoemd. Met haar zorgzaamheid en daadkracht een onmisbare steun voor families die kampten met een tragisch verlies. Een vrouw die zo troostrijk aanwezig was op de begrafenis van je echtgenote, dat je haar na afloop smeekte om bij jou in te trekken.

...