Oud-vicepremier Johannes Witteveen (VVD) vindt dat Rutte en de zijnen de economie beschadigen. ‘Ze brengen ons in een vicieuze cirkel.’
 Johannes Witteveen. Foto: Lenny Oosterwijk
Johannes Witteveen. Foto: Lenny Oosterwijk

Johannes Witteveen schuift vrijwel elke keer nog aan. Samen met de andere oud-bewindslieden van het kabinet-De Jong neemt hij op de tweede dinsdag van de maand plaats aan een lunchtafeltje in het Wassenaarse Kasteel de Wittenburg.

Sinds ze eind jaren zestig de scepter over het land zwaaiden, is het groepje – ze zijn nog met zijn vijven – goed ­bevriend gebleven. De sfeer tijdens de lunch is altijd ‘heel gemoedelijk’, vertelt Witteveen, die in dat kabinet de post van minister van Financiën en vicepremier bekleedde. Eerst bespreken ze, meestal onder het genot van een glaasje wijn en een visgerecht, hun eigen fysieke ongemakken en die van bekenden. Daarna vertellen ze wat ze zoal hebben meegemaakt de afgelopen maand. Maar al snel komt hun favoriete onderwerp aan bod: hoe bestiert het huidige kabinet ons land. Ieder geeft zijn visie vanuit zijn eigen expertise. De kritiek van Witteveen is niet mals. Rutte en de zijnen beschadigen de economie, houdt hij zijn tafelgenoten stelselmatig voor. ‘Al die bezuinigingen zijn onnodig en ongewenst. Ze versterken alleen maar de negatieve spiraal waarin ons land verzeild is geraakt.’

Wat vinden de andere heren van uw stelling?
‘Ze zijn het geloof ik met me eens. Ik ontmoet in ieder geval nooit veel tegenstand.’

Hij is inmiddels tweeënnegentig jaar, maar volgt het politieke en economische nieuws nog altijd op de voet. Op de oprit voor zijn villa in Wassenaar staan twee brievenbussen, één voor de gewone post en één voor de kranten. Naast het Wassenaarse suffertje spit Witteveen dagelijks NRC Handelsblad en de International Herald Tribune door. ‘Mijn iPad-abonnementen werken nog niet goed.’ Met zijn zachte stem en tengere gestalte oogt de liberaal kwetsbaar, maar zijn mening is nog altijd glashelder en recht voor zijn raap. Hij put uit al zijn levens­ervaring en uitgebreide carrière: een hoog­leraarschap, twee ministerschappen vanuit de VVD en het directeurschap van het Internationaal Monetair Fonds staan op zijn naam. Af en toe ventileert hij zijn ideeën op het publieke ­toneel. Zo lanceerde hij deze zomer nog met een ingezonden brief in het Financieele Dagblad zijn plan voor een Maatschappelijk Investeringsfonds, waarin de overheid en pensioenfondsen gezamenlijk een impuls aan de economie geven met miljardeninvesteringen in zonne-energie en een versnelde uitvoering van het Deltaplan. Hij kreeg steunbetuigingen van zijn partijgenoten Wiegel en Weisglas, die vinden dat de VVD-top meer moet luisteren naar de ‘briljante econoom’.

Op het kleine salontafeltje in zijn werkkamer staat een foto van Hazrat Inayat Khan, de oprichter van de soefibeweging. Het kaarsje ernaast steekt Witteveen aan het begin van het gesprek aan. Sinds zijn pensioen besteedt hij veel tijd aan de spirituele religie, die stelt dat alle geloven uit één God voortkomen en harmonie nastreeft. Volgende maand geeft hij een lezing op het symposium De Kracht van Vertrouwen. Zijn verhaal zal gaan over hoe je vertrouwen uit jezelf kan halen en op welke manier dat van belang is in je eigen leven en in de maatschappij. De bijeenkomst is bedoeld voor ‘iedereen met een verantwoordelijkheid in de maatschappij’, en ook vooral voor jongeren. ‘Zodat de basis van vertrouwen zich kan voortplanten.’ Voor wie dit te zweverig vindt: Witteveen trekt een lijn naar de actualiteit en vooral naar de economie. Want die staat er volgens hem zo beroerd voor door een massaal gebrek aan vertrouwen. En dat is vooral te danken aan dit kabinet. ‘Om al die bezuinigingsmaatregelen er steeds weer door te krijgen, roept de ­regering voortdurend dat we er zo moeilijk voor staan en dat het slecht gaat met de economie. Daardoor wordt de hele stemming somber.’

Toenmalig IMF-directeur Witteveen met Thatcher. Foto: AP
Toenmalig IMF-directeur Witteveen met Thatcher. Foto: AP

Waarom zijn die bezuinigingen volgens u zo verkeerd?
‘Ze brengen ons alleen maar in een vicieuze cirkel, waarin het een het ander steeds verder omlaag brengt. Het kabinet kijkt niet naar de invloed van de conjunctuur. De inzinking van de economie zoals we die nu meemaken, heeft automatisch gevolgen voor het begrotings­tekort. Die moet je als overheid niet proberen weg te werken met bezuinigingen en lastenverzwaringen, want dan gaan de uitgaven nog verder omlaag. Ook particulieren geven daardoor minder uit, waardoor de vraag nog verder vermindert en de werkloosheid sterker stijgt. Het is dezelfde beweging die ook in de jaren dertig ontstond.’

Stempelloketten

Met eigen ogen zag Witteveen als vijftienjarige de rijen werklozen voor de stempelloketten van Rotterdam staan. ‘Overal om me heen hoorde ik dramatische verhalen. Zo raakte de man van ons dienstmeisje zijn baan bij de plantsoenendienst kwijt, waardoor ze het erg moeilijk kregen. In die tijd kon je nauwelijks leven van de werklozensteun.’ Zijn eigen vader behield zijn baan als directeur stadsontwikkeling, maar kreeg de zware taken van twee ontslagen collega’s erbij. Hij raakte meermalen overwerkt. Hoe kan het dat de economie zo enorm in elkaar kan klappen, vroeg de jonge Wit­te­veen zich af. Dat moest toch beter kunnen? Hij besloot economie te gaan studeren, op zoek naar oplossingen. Tijdens de oorlogsjaren die volgden, verdiepte hij zich in de werken van de invloedrijke econoom Keynes, die als antwoord op de Grote Depressie stelde dat de overheid in crisistijd de economie juist moet stimuleren.

Hoe staat de economie er nu voor in vergelijking met de jaren dertig?
‘De inzinking is nog niet zo diep als in de jaren dertig, maar ik vind dat we zo langzamerhand wel kunnen spreken van een depressie. Het grote verschil is dat er nu opkomende landen zijn zoals China, India en Brazilië. Daar zit een enorme groeikracht, waardoor de wereldeconomie minder is ingezakt dan in de jaren dertig. De groei daar neemt nu wel iets af en de vraag is of ze die investeringsdrift volhouden. De Chinezen hebben inmiddels zoveel infrastructuur aangelegd dat er eigenlijk niet meer nodig is.’

U heeft Rutte al vaker gewaarschuwd voor de gevaren van bezuinigingen. Frans Weisglas was erbij toen u hem er vorig jaar op een partijbijeenkomst van oud-functionarissen nog op wees. De premier serveerde u volgens Weisglas af met een bedankje en de opmerking dat het kabinet een andere koers vaart.
‘Ik heb daar kort mijn bezwaren naar voren gebracht en Rutte zei: “Het zal best meevallen en we moeten er toch mee doorgaan.” Zonder argumenten.’

Bent u daar boos over?
‘Ik vind het jammer. Maar hij is geen econoom en begrijpt het eigenlijk niet.’

Is hij de verkeerde leider op dit moment?
‘Ja, wat dat betreft zeker. Hij onderschat ook de psychologische gevolgen van conjunctuur­bewegingen. Als het slechter gaat in het economisch leven, dan gaan mensen denken dat het zo door zal gaan. En wie geen vertrouwen in de toekomst heeft, durft niet te consumeren en investeren. Dat zie je op dit moment sterk gebeuren. We hebben als land een groot overschot, dus er zijn veel meer besparingen dan investeringen. Dat is eigenlijk het cruciale element in de hele neergang van de economie. En dat psychologische element wordt nu buitengewoon versterkt door het kabinet en de somberheid waarmee het haar bezuinigingen verdedigt. Die sombere gedachten verspreiden zich als een besmettelijke ziekte.’

‘Dijsselbloem, is slechts landbouweconoom. Dat kan hij ook niet helpen’

U kunt de heer Rutte toch nauwelijks betichten van een sombere persoonlijkheid. Mensen vinden hem juist vaak te optimistisch. Zijn oproep in het voorjaar om niet meer te somberen en meer geld uit te geven, leverde hem zelfs hoon op.
Met een besmuikt lachje: ‘Ja, maar die oproep was natuurlijk ook onzinnig. Je kan moeilijk mensen oproepen meer te gaan consumeren, terwijl je ze tegelijkertijd zwaarder belast, allerlei heffingen oplegt en ook nog zegt dat ze hun hypotheken moeten gaan aflossen.’

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem zei onlangs in Vrij Nederland dat Ruttes oproep vooral zou gelden voor ouderen die de afgelopen decennia een groot vermogen konden opbouwen, onder meer in hun huis. ‘Geef het uit, ga het investeren, geef het aan je kinderen,’ riep hij ze op. (lees hier het interview met Jeroen Dijsselbloem)
‘Daar zit iets in. Mijn vrouw en ik hebben dat ook gedaan. Vele jaren geleden hebben we al een stuk van de erfenis aan onze kinderen gegeven, want zij konden dat goed gebruiken. Maar het zijn ook juist de ouderen die onverstandig worden getroffen doordat de pensioenen zo omlaag gaan. En dat is alleen maar omdat de overheid zulke strenge eisen stelt aan de fondsen. Omdat er te weinig vertrouwen is in hun beleggingen, moeten ze voor hun verplichtingen voor de komende twintig jaar met een ultralage rente werken. Terwijl hun vermogen in werkelijkheid met een veel hoger percentage zal groeien. Nogmaals, het is een beetje onredelijk van het kabinet om, terwijl het zelf een slecht beleid voert, mensen te vragen meer uit te geven. En ze het daarbij ook nog moeilijk te maken.’

Na de voorjaarsoproep van Rutte werd vol verwachting uitgekeken naar de Hendrik Jan Schoo-lezing die hij afgelopen maand hield. Wat vond u daarvan?
‘Ook daarin zat een heel merkwaardig element, vind ik. Rutte zei: “We moeten niet verwachten dat de welvaart van vroeger weer terugkomt.” Dat vind ik weer zo’n buitengewoon sombere uitspraak waar ik geen enkele reden voor zie. Waarom zouden wij niet kunnen doorgaan met productiviteitsverbetering en groei? Er zijn zo veel technologische ontwikkelingen gaande om het CO2-probleem aan te pakken. Vaak is het enige obstakel voor ­iemand die wil investeren dat de banken geen kredieten geven. Omdat ook zíj weer bang zijn dat het niet goed zal gaan.’

 ‘Rutte zei: “We moeten niet verwachten dat de welvaart van vroeger weer terugkomt.” Dat vind ik weer zo’n buitengewoon sombere uitspraak waar ik geen enkele reden voor zie’.
‘Rutte zei: “We moeten niet verwachten dat de welvaart van vroeger weer terugkomt.” Dat vind ik weer zo’n buitengewoon sombere uitspraak waar ik geen enkele reden voor zie’.

Nooit écht bang geweest

Ook in zijn eigen leven heeft vertrouwen altijd een grote rol gespeeld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Johannes Witteveen een paar angstige momenten mee. Omdat hij weigerde de loyaliteitsverklaring van de Duitsers te tekenen en geen gehoor gaf aan de oproep voor de Arbeitseinsatz, moest hij onderduiken. Samen met een vriend verborg hij zich in een afgelegen woonarkje in de Biesbosch. Eén keer kwamen de razzia’s gevaarlijk dichtbij. Witteveen: ‘We hoorden mannen Duits spreken en zijn snel via de achterkant van de boot het wilgenbos ingedoken. Na een hele tijd wachten zijn we voorzichtig gaan kijken. Toen bleken ze gelukkig weg te zijn.’ Het bombardement van Rotterdam maakte hij mee vanuit de kelder van zijn ouderlijk huis in Kralingen. ‘Ik hoorde al dat lawaai, het was vreselijk. Toen we bovenkwamen, zag ik de branden en die enorme rode gloed boven de stad. Er liepen allemaal mensen langs ons huis met wagentjes en zakken met hun laatste spullen.’ En toch, zegt Witteveen, is hij nooit écht bang geweest. ‘Het was natuurlijk allemaal wel gevaarlijk, maar ik wist: ik kom er doorheen. Dat gevoel was heel sterk.’

Was dat niet een vorm van zelfbescherming?
‘Dát is vertrouwen. Ik vertrouwde erop dat, hoewel de oorlog moeilijk was, ik er doorheen zou komen. Omdat ik later, na de oorlog, veel zou moeten doen.’

Wat dat was, wist Witteveen toen nog niet precies. ‘Maar wel dat ik mijn economische inzichten wilde gebruiken voor de wederopbouw van het land.’
Meteen na de oorlog studeerde hij af, bij de latere Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen. Onder diens leiding begon hij zijn carrière bij het Centraal Planbureau dat na de oorlog werd opgericht. De instelling hield zich bezig met de vraag hoe de economie weer op gang kon worden gebracht en welke rol de overheid daarbij moest hebben. Als ‘sociale liberaal’ was Witteveen voorstander van zo veel mogelijk vrijheid voor mensen om eigen keuzes te maken. De overheid moest alleen zorgen voor een klimaat waarin die vrije economie optimaal kon werken door werkloosheid en inflatie te beheersen. Gniffelend: ‘Met mijn liberale opvattingen kreeg ik wel wat conflicten met anderen die wilden dat de overheid meer in de hand zou houden.’

‘Dat ik van Zijlstra niets hoorde, vond ik het meest jammer’

Op zijn zevenentwintigste werd Witteveen benoemd tot hoogleraar staathuishoudkunde, conjunctuurleer en economische politiek. Eind jaren vijftig werd hij actief voor de VVD en hij nam, na Eerste Kamerlid en Tweede Kamerlid te zijn geweest, uiteindelijk deel aan twee kabinetten. Vooral in die tijd en later als directeur van het IMF knoopte hij de wijze levensles van zijn vader, die meermalen overspannen raakte, in zijn oren: hoe druk je ook bent, neem op tijd rust. Elke dag begon en eindigde Witteveen met een uitgebreide meditatiesessie. ‘Met die oefeningen werd ik telkens opgeladen met nieuwe kracht en energie. En het hielp me enorm bij het loslaten van problemen, waardoor de oplossing ineens voor me kon staan.’ Zo ontstond kort voor Kerst in 1973, de oliecrisis was in volle gang, zijn idee van de oliefaciliteit. Met de overschotten van de olielanden creëerde het IMF een leenstelsel waar de probleemlanden mee geholpen konden worden.

De bedoeling van meditatie is toch juist dat je helemaal geen gedachten hebt? Kennelijk blijft het in uw hoofd broeien.
‘Ja, en dan moet je dat dus constateren, dankbaar ontvangen en meteen opschrijven. Dan kun je het weer vergeten en verder gaan met mediteren.’

Is dat niet een goede tip voor de huidige minister van Financiën en eurogroepvoorzitter Dijsselbloem?
Hij grinnikt even. Dan: ‘Ja, als je zo veel en zulke lange vergaderingen hebt, is mediteren van belang. Maar eigenlijk geldt het voor alle bewindslieden. Als je het bijzonder druk hebt en veel verantwoordelijkheden draagt, dan is het gevaar dat je te gespannen raakt en blijft hangen in problemen. Daar worstelen ze ongetwijfeld allemaal mee. Als ze een beetje meer zouden mediteren, zou het allemaal beter gaan. Dat weet ik zeker.’

Hoe vindt u dat Dijsselbloem zijn rol als minister van Financiën uitvoert?
‘Nou, hij is een heel aardige en verstandige man, maar hij is slechts een landbouweconoom. Dat kan hij ook niet helpen.’

Ziet u dat terug in de manier waarop hij functioneert?
‘Ja. Een echte econoom zou dit beleid niet zo voeren. In de gesprekken met de Europese Com­missie over het terugbrengen van het begrotingstekort had hij moeten wijzen op ons betalingsoverschot. Dat is bij ons met ruim tien procent het hoogst in heel Europa, nog hoger dan in Duitsland! Terwijl de Europese Economische Gemeenschap zelf een bepaling heeft die stelt dat het niet hoger mag zijn dan zes procent. Daar is nooit publiciteit over. Als Dijsselbloem die regel naar voren had gebracht met de opmerking dat Nederland in het belang van Europa juist meer moet uitgeven, had hij sterk gestaan. Trouwens, dat de Europese Com­missie heeft gezegd dat een bezuiniging van zes miljard nu wel voldoende is en daarmee zelf afwijkt van de norm van drie procent tekort, is eigenlijk een teken dat ze zelf ook voelen dat ze verkeerd bezig waren. Zij zien ook dat de conjunctuur hier te veel omlaag wordt gedrukt.’

Witteveen, Prinsjesdag 1963.
Witteveen, Prinsjesdag 1963.

Blijft het wel bij die zes miljard? In uw redenatie versterken die bezuinigingen alleen maar de negatieve spiraal.
‘Ja, straks valt het weer tegen. Dat gebeurt ­iedere keer, omdat ze de invloed van die bezuinigingen op de conjunctuur onderschatten. Terwijl dit een buitengewoon gunstige tijd is om te investeren. Met de lage rente op onze staatsobligaties betaalt de overheid reëel bijna niets voor leningen die ze opnemen.’

Volgens Dijsselbloem staat de rente zo laag omdat buitenlandse investeerders vinden dat wij onze begrotingspolitiek op orde hebben. Als we meer gaan lenen, is het maar de vraag of die zo laag blijft.
‘Dat is ook zo, maar als de overheid een flink bedrag leent voor een heel productief doel, gaat de economie groeien. Daar zijn investeerders alleen maar blij mee.’

Deltaplan

Hoe die investering eruit moet zien, heeft Witteveen ook al bedacht. In zijn plan richten de staat en de pensioenfondsen samen een Maatschappelijk Investeringsfonds op, waarmee ze voor tien tot twaalf miljard euro de economie in pompen. Pensioenfondsen financieren dan een groot programma voor stimulering van zonne-energie, zoals het aanbrengen van zonnepanelen op daken van overheidsgebouwen. De staat geeft garanties aan het fonds voor de versnelde uitvoering van ons nieuwe Deltaplan. Witteveen: ‘Dat ligt al klaar, maar wordt over bijna veertig jaar uitgesmeerd. Ik vind het geen prettig idee dat het zo lang moet duren voordat we veilig zijn. We weten dat die zeespiegel aldoor omhoog gaat en dat er nog steeds stormen en rampen kunnen ontstaan. Bovendien is het een unieke kans dat we het nu met die lage rente zo goedkoop kunnen financieren.’ Met deze investeringsstoot gaat het geld volop rollen, vervolgt Witteveen zijn betoog. ‘Al die mensen die aan het werk gaan om de dijken te verbeteren, al die materialen die moeten worden vervaardigd. En ook psychologisch zijn de gevolgen groot. Als mensen zien dat de conjunctuur omhoog gaat, doorbreekt dit de somberheid van de afgelopen jaren en durven ze weer geld uit te geven.’

Met een ingezonden brief in het Financieele Dagblad publiceerde u eind juli uw plan. Rutte, Dijsselbloem en de fractieleiders Zijlstra (VVD) en Samsom (PvdA) stuurde u een persoonlijk afschrift. Heeft u een reactie van ze gekregen?
‘Nee.’ Korte stilte. ‘Niet eens een ontvangstbevestiging.’

Dat vond u vast vervelend.
‘Ik vind het eerder zonderling. Maar ook wel jammer natuurlijk, ik had er graag een rustig gesprek met ze over gevoerd. Kort daarvoor is Halbe Zijlstra nog bij me op bezoek geweest. Hij wilde zelf graag met me praten. Dat is nou aardig, dacht ik. We hebben een heel plezierig gesprek gehad. Hij is tenminste een econoom en begrijpt de materie. Ik heb hem toen al iets over dit plan verteld en dacht dat bij hem een opening zat. Dat ik van hem niets hoorde, vond ik het meest jammer.’

Vindt u dat ook niet onfatsoenlijk?
‘Nou ach. Hij had het ook niet kunnen afdoen met alleen een ontvangstbriefje, zonder er inhoudelijk op in te gaan. Maar het is moeilijk om te schrijven: dit is niet onze lijn, we gaan het niet doen.’

Witteveen met premier Marijnen (links) en minister van Sociale Zaken Veldkamp (midden).
Witteveen met premier Marijnen (links) en minister van Sociale Zaken Veldkamp (midden).

Voelt u zich nog wel thuis binnen de VVD?
‘Ik sta nog altijd achter de beginselen, hoewel ze met dit beleid te veel worden opgeofferd. Veel dingen die de VVD in gang zet, zoals de lastenverzwaringen, zijn niet liberaal. Maar ik ben niet van plan de partij in de steek te laten omdat ze nu een paar jaar verkeerde politiek voert.’

U heeft uw eigen partij en het kabinet de afgelopen jaren meermalen gewaarschuwd en ideeën aan­gereikt, zonder resultaat. Denkt u inmiddels niet: zoek het zelf maar uit?
‘Natuurlijk denk ik dat wel eens. Ik heb veel werk voor de soefibeweging en dat is me eigenlijk veel liever. Maar ons land bevindt zich in een ontzettend moeilijke situatie. Bovendien heb ik in zekere zin een unieke ervaring, omdat ik al mijn hele leven met dat probleem van de conjunctuur bezig ben geweest. Dus als ik goede ideeën heb, vind ik toch dat ik ze naar voren moet brengen. Ik blijf gefascineerd door wat ik allemaal zie gebeuren en geloof dat ik nog steeds de belangrijke verbanden zie.’

Te weinig en te laat

Zijn belangstelling geldt niet alleen Nederland, ook de economische ontwikkelingen binnen Europa en de rest van de wereld houdt Witteveen goed bij. Twee jaar geleden publiceerde hij in de Financial Times een artikel waarin hij ervoor pleitte zijn IMF-plan van de oliefaciliteit nieuw leven in te blazen. Met behulp van de grote valutareserves van opkomende landen als China en Brazilië zou het IMF leningen kunnen verstrekken aan de Europese probleemlanden. Het idee leverde hem zelfs een audiëntie op bij de huidige IMF-directeur Christine Lagarde. Maar Witteveen vermoedt dat Amerika er uiteindelijk een stokje voor heeft gestoken uit angst dat China te veel invloed zou krijgen binnen het Fonds. En dat is heel jammer, vindt hij. ‘Het had veel politieke problemen kunnen voorkomen. Nu moeten de leningen steeds grotendeels worden opgebracht door belastingbetalers en langs alle zeventien parlementen van de lidstaten. Het is altijd te weinig en te laat.’
Dat de samenwerking in Europa zo stroef verloopt, ziet Witteveen met lede ogen aan. ‘We zijn destijds gaan bouwen aan goede verhoudingen zodat we nooit meer oorlog zouden krijgen. Maar de laatste tijd helpen we elkaar alleen als het echt niet anders kan. En dat zet de verhoudingen op scherp.’

Maakt u zich daar wel eens zorgen over?

‘Ik maak me daar voortdurend zorgen over. Ik herinner me nog altijd die vreselijke oorlog en hoe moeilijk het daarna was om tot elkaar te komen. Natuurlijk is het van belang dat er structurele hervormingen plaatsvinden in landen als Spanje, Italië, Portugal en Griekenland. Maar de bezuinigingen die Griekenland kreeg opgelegd, gingen te ver. Bovendien blijkt dat het Griekse regeringsapparaat eigenlijk niet werkt en het niet goed kan uitvoeren. Je ziet nu dat bij de Grieken verbittering ontstaat tegenover Duitsland, dat ze zien als het land dat het allemaal oplegt.’

Duitsland is zijn eigen verleden vergeten, zei de Belgische topeconoom Paul De Grauwe dit voorjaar in Vrij Nederland. Na de oorlog scholden de geallieerden de Duitsers hun schuldenberg kwijt. De Grauwe vindt het nu de beurt aan Duitsland om andere landen een tweede kans te geven.
‘Nou, ik vind wel dat Duitsland wat makkelijker zou moeten zijn in het financieren van andere landen. Maar daar zou ik niet van die historische argumenten voor willen gebruiken. Ik zou liever zeggen: het is in het grootste belang van Duitsland dat die monetaire unie zich goed herstelt. Men vergeet vaak dat Duitsland en ook Nederland een groot voordeel van de Zuid-Europese landen hebben. Omdat wij veel exporteren.’

Witteveen als vice-premier met de Surinaamse minister-president J.A. Pengel op Schiphol.
Witteveen als vice-premier met de Surinaamse minister-president J.A. Pengel op Schiphol.

Ook de ‘vreselijke ervaringen’ van de eurocrisis zullen uiteindelijk een goede les voor Europa blijken te zijn, denkt Witteveen. ‘Ik denk dat we er uiteindelijk goed doorheen komen en er een sterke eurozone uitkomt. Ik zie allerlei gunstige tekenen. De concurrentiepositie van Spanje verbetert, in Italië is een hoop gebeurd en ook in Portugal schijnt het wat beter te gaan. Langzamerhand ontstaat er meer evenwicht in de economische unie. Eigenlijk ben ik wel positief.’

Behalve over de aanpak in Nederland.
‘Ik ben niet tegen hervormingen. Ook bij ons was wel wat nodig. Het is goed dat de hypotheekrenteaftrek wordt aangepakt en dat hervormd wordt in de zorg. Maar in het huidige pakket zitten allerlei onzinnige maatregelen. De lastenverzwaringen, de nullijn voor ambtenaren. Dat moet je later weer rechttrekken, dus heeft voor een gezonde begroting op de lange duur geen zin.’ Witteveen zucht even. Dan: ‘Het is toch een teken aan de wand dat wij het nu slechter doen dan de hele Europese Unie. Het gemiddelde van de eurolanden groeit, maar wij krimpen. Dat is toch kras.’

Het symposium De Kracht van Vertrouwen vindt plaats op 12 oktober in de soefitempel in de duinen van Katwijk. Zie voor meer informatie www.pulsarinspireert.nl

Verder lezen?
Klik hier voor het interview met Jeroen Dijsselbloem
Klik hier voor het interview met de Belgische topeconoom Paul De Grauwe

Kader: CV Johannes Witteveen

1921 Geboren in Zeist
1945 Souschef afdeling Globaal Plan, Centraal Planbureau
1946 Afronding studie economie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam
1947 Promotie economische wetenschappen, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam
1948 Hoogleraar staathuishoudkunde, conjunctuurleer en economische politiek, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam
1958 Lid Eerste Kamer voor de VVD
1963 Lid Tweede Kamer voor de VVD
1963 Minister van Financiën in het kabinet-
Marijnen
1967 Minister van Financiën in het kabinet-
De Jong
1973 Directeur van het IMF
1978 Managing director IMF