
Vrijwel elke dag ziet Frans Timmermans kans een paar berichtjes te plaatsen op zijn drukbezochte Facebook-pagina. Niemand in het kabinet is zo actief op de sociale media als de minister van Buitenlandse Zaken. Van moment tot moment documenteert hij hoogstpersoonlijk zijn hectische leven. Om veiligheidsredenen is de agenda van de minister grotendeels geheim, maar via Facebook duikt hij nu weer op in Mali, dan weer in de Emiraten, in Kiev of de Palestijnse gebieden. Grimmige reacties van Facebook-volgers, zoals na de foto van Hennis over de militaire missie (‘Binnenkort de eerste lijkkisten, betaald van Nederlands belastinggeld!’) neemt hij voor lief. Wie het te bont maakt, wordt door de minister zelf vermaand. ‘Dan zeg ik na twee of drie keer: dit is off topic, als je zo doorgaat moet ik je van mijn pagina verwijderen.’ De foto’s maakt hij ook liefst zelf, met zijn fonkelnieuwe, knalgele Nokia 800, die hij glimmend van trots laat zien: ‘Gaaf hè?’
Waar de minister de energie vandaan haalt om dagelijks te facebooken, is een raadsel: in het eerste jaar van zijn ambtsperiode maakte hij al bijna zestig buitenlandse reizen en legde hij ruim driehonderdduizend kilometer af. Pas met de Kerst kan hij een aantal dagen met zijn gezin doorbrengen: Messiah aan, kerstverhaal vertellen. Zelf beschouwt Frans Timmermans zijn Facebook-activiteiten allerminst als ijdel tijdverdrijf. ‘Als leider van een organisatie moet je ook een voorbeeld willen zijn,’ zegt hij als we hem een dag na zijn bezoek aan Mali spreken in zijn werkkamer op het ministerie. ‘Toen ik hier vorig jaar begon, heb ik tegen mijn ambtenaren gezegd: jullie moeten de publiciteit zoeken. Ik wil dat jullie interviews geven, dat jullie actief zijn op de sociale media. Ik wil dat de wereld weet wat wij in huis hebben. Daar ga ik zelf in voorop.’
Het offensief in de sociale media is onderdeel van de poging Nederland ‘weer een hoofdrol te laten spelen op het internationale toneel’, zoals Timmermans het bij zijn aantreden uitdrukte. Onder het eerste kabinet-Rutte liep de Nederlandse reputatie in de wereld flinke deuken op. De gedoogconstructie met Geert Wilders werd over de grenzen slecht begrepen, evenals de botte houding tegenover Europa. Nederlandse diplomaten klaagden steen en been over minister Uri Rosenthal die hun bezigheden als ‘rustiek tijdverdrijf’ wegzette. Op het ministerie werd de komst van Frans Timmermans, oud- diplomaat en leerling van Max van der Stoel, dan ook met gejuich begroet. Volgens een recente peiling hebben de Nederlanders meer vertrouwen in hem dan in alle andere ministers. Maar in Den Haag staat Timmermans ook bekend om zijn ijdelheid en zijn emotionele uitbarstingen. Bovendien wijst de oppositie graag op het contrast tussen de ferme standpunten die hij als Kamerlid nog uitdroeg en zijn behoedzame houding als minister.
Moest u veel puin ruimen, na het vorige kabinet?
‘We hebben de afgelopen jaren een negatiever imago gekregen dan we verdienen. Ik merk het nog steeds. Ik moet er een hoop in investeren om dat te verbeteren. Kleine dingen krijgen een grote symbolische betekenis in het buitenland. Dat geldt met name voor het Polenmeldpunt waar Wilders voor pleitte. Omdat hij deel uitmaakte van een constructie die het kabinet vormde, kwamen zijn uitspraken in het buitenland heel hard aan.’
Is de reputatie van Nederland inmiddels verbeterd?
‘Ik wil niet de pretentie hebben dat het in een jaar hersteld is. Maar ik merk dat buitenlandse collega’s mij steeds makkelijker weten te vinden, en ik hen. Ook de minister-president is een mooi voorbeeld. Hij heeft het afgelopen jaar al meer gereisd dan zijn hele ambtsperiode daarvoor: naar China, naar Texas, naar Indonesië. En hij doet het met enthousiasme en openheid, niet met de stuurse houding die het vorige kabinet had ten opzichte van het buitenland. Dat vind ik heel mooi.’
‘Politiek is ook kneden, politiek is ook de tijd nemen, politiek is ook iets leren’
Hoe doet u dat zelf, die reputatie herstellen?
‘Aandacht schenken. Luisteren. Ik ben ermee begonnen zo veel mogelijk landen te bezoeken. Het gaat om het persoonlijk contact. Voor mijn bezoek aan Beijing heb ik mijn Chinese collega voorgesteld samen naar de vriendschappelijke wedstrijd China-Nederland te gaan. Dat verdubbelde mijn airtime: ik sprak hem eerst anderhalf uur, en toen nog twee uur tijdens de wedstrijd. Voetbaldiplomatie spreekt me ontzettend aan, ik denk dat ik er nóg meer aan ga doen.’
Voetbal is het geheime wapen?
‘Er is geen betere ijsbreker dan voetbal. De minister van Defensie in Mali en de kroonprins van Brunei wisten allebei de kleuren van mijn club, Roda JC! Alleen mijn collega in de Emiraten, sjeik Abdullah bin Zayed al-Nahyan, was er niet zo in geïnteresseerd. “Mijn broer heeft meer met voetbal,” zei hij. “Die heeft net een club gekocht. Misschien heb je daar wel van gehoord: Manchester City.” Manchester City! De volgende keer dat ik in de Emiraten was, heeft hij me persoonlijk opgehaald in zijn auto, een mini, en zijn we samen naar een ,i.mall gereden. Je zag alle mensen kijken: het is toch een prins die daar binnen komt wandelen. Anderhalf uur hebben we zitten praten bij een kopje koffie. Die persoonlijke touch, daar gaat het om in dit vak.’
Het moeilijkst aan zijn ambt vindt Frans Timmermans de gijzelingen van Nederlanders in het buitenland, zoals Sjaak Rijke in Mali: ‘Ik kan er weinig over zeggen. Maar ik ben er voortdurend mee bezig, en soms lig ik er wakker van.’ Slapeloze nachten heeft de minister ook gekregen van de gespannen relatie met Rusland. De antihomowet tijdens de komende Winterspelen in Sotsji, het oppakken van de Greenpeace-bemanning in de Noordelijke IJszee, de ar- restatie van de Russische diplomaat in Den Haag die straalbezopen zijn kinderen molesteerde, de daaropvolgende mishandeling van een Nederlandse diplomaat in Moskou: de affaires buitelden over elkaar heen. En dat terwijl het een feestelijk Nederland-Ruslandjaar moest worden. ‘Ik heb inmiddels wel geleerd dat mijn werk voor een deel bestaat uit incidenten die totaal niet te voorzien zijn. Niemand had gepland dat de Greenpeace-bemanning zou worden gearresteerd. Niemand had bedacht dat meneer Borodin door de Haagse politie zou worden opgepakt, dat mevrouw Borodina vier auto’s aan diggelen zou rijden. Maar we moesten het wel oplossen. Aan de Nederlandse bevolking was het lastig uit te leggen dat ik mijn excuses aan Rusland moest aanbieden voor de arrestatie van meneer Borodin. Ik begrijp heel goed wat de politie gedaan heeft. Maar volgens het verdrag van Wenen is een diplomaat onschendbaar, dus: excuses. Dat was de enige manier om er met Rusland uit te komen.’
U hebt als diplomaat in Moskou gewerkt, u spreekt vloeiend Russisch. Hebben de Russen een aparte gebruiksaanwijzing?
‘Ze willen voortdurend herkend en erkend worden als grootmacht. Dat moet Nederland laten zien in alles wat we doen. Dat is voor Nederlanders moeilijker dan voor anderen, omdat Nederlanders meer dan anderen vooral gelijk willen hébben en iets minder bezig zijn met gelijk kríjgen.’
U moet dus buigend binnenkomen?
‘Nee! Nee! Daar hebben de Russen juist grote minachting voor. Je moet de machtsverhoudingen erkennen, maar juist ook heel ferm zijn. Alles wat ik in Nederland publiekelijk zeg, bijvoorbeeld over het homobeleid, moet ik ook rechtstreeks tegen hen zeggen. De Russen proberen je ook altijd meteen in hun denkkader te trekken. Als ik de homorechten in Rusland aan de orde stel, zegt mijn collega Sergei Lavrov: prima, dan heb ik nog een paar dingen over Nederland. Dan begint hij erover dat in Nederland kinderen van asielzoekers in detentie zitten, dat bij de SGP vrouwen niet eens op de kieslijst mogen. Dat weten de Russen precies. Als je daar defensief op reageert, ben je verloren. Dan kan je beter zeggen: laten we onze kritiek en die van jullie voorleggen aan het Europees Hof in Straatsburg. Als zij ons corrigeren, voeren we die correctie door. Jullie ook? Dan heb je een heel andere discussie. You need to stand firm.’
Hoe is dat gegaan met de arrestatie van de Greenpeace-bemanning?
‘Dat werkt op dezelfde manier. Als zij zeggen: “Het basisprobleem is dat Nederland, waar het Greenpeace-schip is geregistreerd, zijn verantwoordelijkheid als vlaggenstaat niet heeft genomen,” moet je je niet in die discussie laten trekken. Dan moet je zeggen: “Nee, het basisprobleem is dat Rusland zich niet aan het internationaal recht heeft gehouden door de be-
manning te arresteren.” Je moet je positie heel goed kennen en je er niet vanaf laten lullen, anders ben je weg. Maar uiteindelijk willen de Russen het ook oplossen. Dan zeg je tegen elkaar: als wij nou volgende keer zeggen dat we nadrukkelijker met elkaar, met Greenpeace en anderen zullen praten. En als jullie dan willen toegeven dat je die bemanning niet had moeten arresteren. Zo kom je steeds een stapje verder.’

Heeft u hier ook met Poetin over gesproken tijdens het diner in Moskou met koning Willem-Alexander?
‘Ons stappenplan moest culmineren in dat diner met Poetin en de koning. Daarin zat ook een cruciaal telefoontje van de premier met Poetin. Zij hadden gedacht: ze zeggen vast dat bezoek van de koning af, dan hebben wij gelijk gekregen: de Nederlanders lopen weg. Maar wij insisteerden juist op dat bezoek, ook omdat we wisten dat Poetin het persoonlijk belangrijk vond. Het is echt een schaakspel. Dan zeggen wij: die datum. Dan komen de Russen met een datum waarvan ze allang weten dat de koning dan niet kan. Dan wij weer met een voorstel. Zo kom je uiteindelijk tot een afspraak die iedereen convenieert. En aan zo’n diner kan worden uitgesproken: we gaan dit met elkaar oplossen. De geste van Poetin om met een fles madeira te komen uit het geboortejaar van Anna Paulowna, is een diplomatieke manier om te zeggen: ik wil jullie vriend zijn. Lavrov zit dan rechts van hem, ik rechts van de koning, en dan zegt Poetin tegen de koning: zullen we dit de ministers eens met elkaar laten bespreken in onze aanwezigheid? En dan zeg ik tegen Lavrov: Sergei, wij moeten hier toch samen uitkomen? Ja, zegt Lavrov, we gaan hier samen uitkomen. En dan zegt Poetin tegen de koning: ze gaan er samen uitkomen. Dan merk ik een dag later, als ik met anderen onderhandel: de president heeft gezegd dat we er samen uit moeten komen. Dát zijn de Russen. Zo werkt het.’
Ook met die andere traditionele grootmacht hebben we problemen. Was het een grote schok dat de Amerikanen op zo’n grote schaal bondgenoten afluisteren?
‘Nou kijk, ik wil waarschuwen voor al dan niet gespeelde naïviteit bij dit onderwerp. De felheid van sommige reacties kan ik niet rijmen met wat we al wisten. Maar ik ben wel verbaasd over de intensiteit en de breedte van het afluisteren. Zoals John Kerry zei: van need to know naar nice to know.’
Gebeurt het met instemming van Nederland?
‘Ik ga daar verder niet op in. Weet je, die aanslagen van 11 september zijn gepleegd door mensen die ons haten. Die mensen zijn niet op-
gehouden ons te haten. Die willen die haat nog steeds omzetten in daden die ons pijn doen. Dus heb je helaas diensten nodig die in de gaten houden wat die mensen allemaal zeggen, met wie ze bellen, met wie ze mailen. Onze moeilijkste opdracht is om een gezonde balans te vinden tussen de noodzaak onze privacy te beschermen en onze veiligheid. Als gevolg van 9/11 is die balans wel erg naar het tweede doorgeslagen. Zo heb ik er ook met John Kerry over gesproken. Hij vond ook dat er een nieuwe balans moet worden gevonden. Waar precies, is onderwerp van discussie. Het is net als met voetbal: als je je eigen teammaat niet meer kunt vertrouwen omdat je door hem onderuit geschoffeld wordt, kun je nooit meer een wedstrijd winnen. We zitten als Amerikanen en Europeanen wel in hetzelfde team. Dat mogen we niet vergeten.’
Nieuwe demonen
Als minister heeft Frans Timmermans ook dagelijks te maken met de groeiende euroscepsis in Nederland, die in het buitenland verbazing wekt. ‘Hillary Clinton vroeg me er ook naar. Waar zit dan de boosheid? Nederland is toch een rijk land? Ik zei: de boosheid zit in de vrees de welvaart te verliezen, en in het gevoel in de steek te worden gelaten door de verzorgingsstaat, door het systeem, door Europa. Dan komt de eeuwenoude Europese reflex weer boven om de ander de schuld te geven. Het probleem zit ook in het woordgebruik. Eurofielen zijn de nieuwe demonen, dat zijn de kwaaie lui. Maar waarom noemen we de tegenstanders eigenlijk eurosceptici? Waarom hebben we het niet over eurofoben? Ik heb nog nooit iemand over homosceptici gehoord. Ik bedoel: hoe eurofoob moet je zijn als PVV om één van de meest fundamentele zaken die de PVV altijd gedreven heeft, de strijd tegen het antisemitisme, opzij te zetten om samen te werken met het Front National, waar het antisemitisme nog steeds regelmatig als moerasgas komt opborrelen? Dat is pure eurofobie. Bovendien: het verhaal over de eurofielen klopt helemaal niet meer. Nagenoeg alle partijen zijn tegenwoordig kritisch over het Europese project.’
Waar moet het dan heen met Europa?
‘De grootste spanning zit in het feit dat we in de politiek nu al jaren zeggen: we willen minder Europa, terwijl de crisis ons op deelterreinen heeft gedwongen tot veel meer Europa. Europa is ook te groot geworden in klein bier. Dat irriteert. Daarom hebben wij als kabinet gezegd: Europa moet klein waar het kan, en groot waar het moet. Dat zegt Commissievoorzitter Barroso tegenwoordig gelukkig ook. Daar zal de discussie de komende tijd over gaan.’
Denkt u dat mensen op die manier weer van Europa gaan houden?
‘Als onze ambitie zou zijn om mensen van Brussel te laten houden, kunnen we beter ophouden. Ik denk dat je mensen moet laten houden van het Europa van de sociale zekerheid, van goed onderwijs voor iedereen, van Beethoven en van Stromae: niemand weet de stemming onder de Europese jongeren beter te verwoorden dan hij. Dát is het Europa waar je van kunt houden.’

Geert Wilders noemt u nog steeds een eurofiel.
‘Tijdens het debat over mijn begroting kreeg ik de indruk dat niet ik, maar Wilders in de verdediging was. Wat hij binnen zijn partij doet, wat hij met Alexander Pechtold doet in de Kamer, dat is pure intimidatie. Hij doet zijn best maar tegen mij. Kom maar op.’
Hoe is uw relatie met Wilders?
‘Ik mis hem als maatje. Dat meen ik echt. Toen hij nog voor de VVD in de Kamer zat, heb ik hem goed leren kennen. We komen allebei uit Limburg, hebben samen hele leuke reizen gemaakt. Geert is een man die oprecht in dingen geïnteresseerd is. Dat ik zijn ideeën verwerpelijk vind, laat onverlet dat ik hem persoonlijk een heel aardige vent vind. Zijn probleem is dat zijn grote missie, tegen de islam, een obsessie is geworden. Terwijl de Wilders die ik heb gekend, heel goed kon relativeren. Ik wéét dat het bij hem ook nu nog veel genuanceerder zit. Maar dat zal hij nooit in het openbaar zeggen.’
Als u hem spreekt, begint u dan ook over zijn obsessie voor de islam?
‘Ik zeg het wel tegen hem, en dan knikt hij, en dan gaan we het over andere dingen hebben. Hij gaat daar met mij geen ruzie over maken.’
Nederland begint binnenkort een gevaarlijke vredesmissie in Mali. Speelt daarbij mee dat de PvdA al heel lang eindelijk eens iets in Afrika wil doen?
‘Dat sentiment komt nog voort uit de traditionele, haast pronkiaanse houding, rond Afrika: “Daar wonen zielige mensen die geholpen moeten worden.” Dat is voorbij, Afrika is een ander continent geworden. Daar zal de wereld van ontwikkelingshulp, maar ook de traditionele PvdA, aan moeten wennen. Afrika als verloren continent is quatsch. Gisteren waren we in Mali. Dat is een uur langer vliegen dan Turkije. De missie naar Mali gaat om harde veiligheidspolitieke belangen van Europa. Als je ziet hoe de smokkelroutes lopen, de criminele routes, terrorisme; het is zo dichtbij. Al-Qaida vindt het heerlijk om zich in de holen van de Sahel te verstoppen en daarvandaan aanslagen op Europa te plegen. Je ziet dat van de bootvluchtelingen die Europa bereiken een schrikbarend hoog percentage van plan is kwaaie dingen uit te spoken, als crimineel of terrorist.’
Als argument voor de missie noemt het kabinet ook een economisch belang: grondstoffen. Dat zou vroeger nooit zijn gebeurd.
‘Nee. Mijn grootouders zou je ook nooit over seks hebben horen praten, maar ik kan je verzekeren dat ze het wel deden. Jan Pronk had het ook niet zo snel over de Nederlandse belangen, maar ik weet dat hij er wel over nadacht en dat het meespeelde. Alleen: je zei het niet, het was niet politiek correct om over die harde belangen te spreken, want je moest goed doen. Nu spreken we er wel over, en dat is een verrijking van de buitenlandse politiek.’
In de media is gesuggereerd dat Nederland ook naar Mali wil om een zetel in de Veiligheidsraad te krijgen.
‘Onzin. Ik heb nogal wat familie die in de krijgsmacht zit. Het gaat mij niet gebeuren dat ik tegen gezinnen van militairen die uitgezonden worden zeg: we willen zo graag in de Veiligheidsraad. Het is leuk als je in de Veiligheidsraad zit, het zou ons diplomatiek een steviger positie opleveren, maar het zal nooit belangrijk genoeg zijn om er mensenlevens voor in de waagschaal te stellen.’
Maar andersom werkt het wel. We horen dat diplomaten in New York de missie naar Mali nu al gebruiken in de lobby voor die zetel.
‘Dat is niet op instructie vanuit Den Haag, kan ik je verzekeren.’
In de Kamer klinkt de kritiek dat u de missie presenteert als voorbeeld van de ‘Dutch Approach’, waarbij veiligheid en ontwikkeling samengaan, maar dat het eigenlijk een harde militaire missie is.
‘Zowel met de militaire commandant van de VN-missie als met de president van Mali hebben we het erover gehad. De inlichtingen die de Nederlandse militairen gaan verzamelen, zijn nodig om precies te weten waar de kern van verzet zit. Als je dat weet, weet je ook waar je zonder al te veel risico wegen kunt aanleggen, waar je civiele politie heen kunt brengen, waar je de rechtspraak weer kunt invoeren, waar je kans op werk voor mensen kunt creëren. Het is een directe bijdrage aan de kans op ontwikkeling.’
In Kunduz trainden we politiemensen. Hoe kan de Frans Timmermans die destijds tegen die missie was, nu voor zo’n zware militaire missie in Mali pleiten?
‘Ik vond dat het kabinet toen geen eerlijk verhaal vertelde. Er werd gezegd dat de politieagenten alleen voor politiewerk zouden worden opgeleid, terwijl in de praktijk bleek dat ze – overigens om begrijpelijke redenen – tegen de taliban gingen vechten.’
‘Politiek is nog altijd het wenselijke met het maakbare verzoenen’
Nu vertelt u wel een eerlijk verhaal over Mali?
‘Ja. We zitten daar onder heel andere omstandigheden. Niet in een burgeroorlog zoals in Afghanistan, niet met een vijandige bevolking. We zitten er ook met veel minder mensen.’
Er wordt wel vaker gewezen op dingen die u in de Kamer heeft gezegd, waar u als minister opeens anders over denkt. Zoals de aanschaf van de JSF.
‘Ik daag iedereen uit ergens een citaat van mij te vinden waarin ik zei dat we de JSF nooit moesten aanschaffen.’
Als Kamerlid zei u: ‘Nederland heeft zich met huid en haar overgeleverd aan een project waar het geen invloed op heeft, waar het geen onderhandelingspositie in heeft, omdat wij door de hoge investering de JSF wel moeten kopen om uit de kosten te komen, en waar onze economie geen enkel voordeel aan ontleent.’ Klopte dat dan niet?
‘Op dat moment klopte dat volkomen.’
Wat is er dan veranderd?
‘Het verhaal dat we met de JSF veel zouden gaan verdienen, is de afgelopen jaren sterk gerelativeerd. De economische voordelen zijn voor het kabinet niet doorslaggevend. Daarnaast hebben de Amerikanen zelf veel meer aandacht voor de hoge kosten. Verder hebben we nu een nieuwe veiligheidsstrategie vastgesteld. De JSF is het enige toestel waarmee we de nieuwe dreigingen de komende veertig jaar het hoofd kunnen bieden. Dat wist ik toen niet. De kern van mijn betoog is altijd geweest dat het te vroeg was om een beslissing te nemen omdat we te weinig wisten.’
En dat weten we nu wel?
‘Voldoende. Al weet je het nooit honderd procent zeker.’
Als Kamerlid heeft u vurig gepleit voor een breed onderzoek naar de misdaden tijdens de dekolonisatie in Indonesië. Maar als minister stelt u er geen geld voor beschikbaar.
‘Toen ik minister werd, heb ik het idee besproken met Indonesië. Het antwoord was een keihard: nee, hier doen wij niet aan mee, en als jullie het wel doen, zal dat de relatie bepaald niet bevorderen. Terwijl ik in mijn naïviteit dacht dat Indonesië het juist zou verwelkomen als Nederland aan soul searching zou doen. Maar ze voelen er niks voor, mede omdat het onderzoek zich ook zou richten op Indonesische misdaden in die periode. Als ik nu zou doorzetten, brengt dat schade toe aan de relatie met Indonesië. En dat is niet in het Nederlands belang, mijn primaire verantwoordelijkheid.’
Verkwanseld
Afgelopen zomer bleek dat niet de hele PvdA achter de lijn van Timmermans staat. Buitenlandwoordvoerder en oud-ambassadeur Désirée Bonis stapte plotseling op uit de Tweede Kamer. Het buitenlands beleid was in haar ogen aan de VVD verkwanseld, schreef ze in een open brief die veel stof deed opwaaien. Nu werkt ze weer bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Ze vond uw beleid veel te pro-Israëlisch.
‘Deze week kreeg ik een brief van Een Ander Joods Geluid die begint met de vaststelling dat het Midden-Oostenbeleid veel gebalanceerder is geworden. Ik zal hem doorsturen aan Désirée Bonis. We hebben een opstelling die niet radicaal pro-Palestijns is en niet radicaal pro-Israëlisch. We hebben de relatie met landen als China en Indonesië echt flink verbeterd, we zitten veel meer in het hart van de Europese discussie, we hebben de ramen van het ministerie opengezet. Er is nog een hoop te doen, maar ik laat me niet aanleunen dat hier het VVD-beleid van de afgelopen jaren is voortgezet.’

Bonis zei dat het kabinet onder druk van de VVD veel te weinig doet voor de inmiddels twee miljoen Syrische vluchtelingen.
‘Syriërs die zich hier melden in de asielprocedure, worden bijna allemaal toegelaten. Dat zijn er inmiddels zo’n achttienhonderd. Dat gebeurt gewoon.’
Maar dat zijn de sterksten die op eigen kracht kunnen komen. Het kabinet wil er komend jaar maar tweehonderdvijftig uit de vluchtelingenkampen hierheen halen. Dat ís toch ook erg zuinig?
‘Dat loopt via de VN, die in de kampen actief is. Maar de UNHCR krijgt dat quotum niet eens gevuld.’
Duitsland laat vijfduizend vluchtelingen komen, via een voor de UNHCR minder zware selectieprocedure. Zo kan het ook.
‘Nederland heeft nu bijna vijftig miljoen euro uitgegeven aan de opvang van vluchtelingen in de regio. Relatief is dat meer dan welk land dan ook. Daarmee worden artsen aangetrokken in de kampen, en onderwijzers. In Jordanië zijn een soort semipermanente vluchtelingensteden ontstaan. Daar moeten wegen worden aangelegd, riolen, daar moet politie komen omdat criminelen er vrij spel hebben. Dan doe je echt iets voor de vluchtelingen.’
Bonis wees er ook op dat Nederland niet voor de verhoging van de status van de Palestijnse vertegenwoordiging bij de VN stemde, waar u in de Kamer nog vurig voorstander van was.
Geïrriteerd: ‘Moeten we het nu de hele tijd hebben over mevrouw Bonis, een ambtenaar van mij?’
U bent toch zo voor openheid van uw ambtenaren?
Een zuinig lachje: ‘Luister, die statusverhoging voor de Palestijnen zou door een meerderheid van de Kamer zijn weggestemd, ook door de VVD. Dan had ik niets bereikt. Ik moest proberen de VVD bij me te houden. Daarom heb ik geprobeerd Europa op één lijn te krijgen om ons te onthouden van stemming. Dat is op een haar na gelukt. Maar dat Nederland blanco heeft gestemd was zó’n verandering in de ogen van de Palestijnen, dat ik er persoonlijk voor ben bedankt door Abu Mazen (bijnaam van de Palestijnse president Abbas, JA/TB). Dat had hij van ons niet verwacht.’ Timmermans verheft zijn stem: ‘Dus als mevrouw Bonis naar de Tweede Kamer is gegaan met de gedachte: als er een
PvdA-minister van Buitenlandse Zaken aantreedt, dan komt er een honderd procent pro-Palestijns beleid, dan heeft ze niet in de gaten hoe de politieke verhoudingen in Nederland liggen.’ Nu roffelt de minister met zijn handen op tafel: ‘Politiek is nog altijd het wenselijke met het maakbare verzoenen. Ik kan wel van alles wensen, maar als ik er in de Tweede Kamer geen meerderheid voor krijg dan is het een vuurpijl, dan is het getuigenispolitiek. Ik ben een kind van Max van der Stoel. Net als hij heb ik een on-ge-lo-fe-lij-ke hekel aan getuigenispolitiek!’
Even laat hij een stilte vallen.
‘Politiek is ook kneden, politiek is ook de tijd nemen, politiek is ook iets leren. Als je voor het eerst in de Kamer gekozen bent, kun je niet verwachten dat je binnen een half jaar het hele beleid naar jouw hand hebt gezet. Daar moet je ook in investeren. Je moet de tijd durven nemen, het vak leren. Het is een vak, Kamerlid. Dat komt je niet zomaar aanwaaien.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.