In tegenstelling tot wat veel mensen denken, veroorzaakt het gebruik van internet vele tonnen CO2-uitstoot. Maar is een internetter daarmee ook een vervuiler?

Computers kosten energie, net als het internet. Iedere webpagina staat ergens als kopie op een server, waarvan soms weer rotten van meer dan honderd staan opgesteld in zogenaamde datahotels. Die opslagplaatsen van gegevens slurpen elektriciteit. De hoeveelheden megawatts zijn vergelijkbaar met het verbruik van een fabriek, eerder dan met een hoofdkantoor van een grote multinational. En hun aantal groeit. Momenteel bouwt het bedrijf Google een datahotel dat meer dan driehonderdduizend vierkante meter beslaat – zo’n vijftig voetbalvelden.

Daar komt nog eens de razendsnelle groei van het wereldwijde internetverbruik bij, in aantallen gebruikers – momenteel is al zestien procent van de wereldbevolking aangesloten – maar ook in verzonden bits en bytes. Dat zorgt voor steeds spectaculairdere berichten over het energieverbruik van het world wide web. ‘Alle datahotels ter wereld stoten jaarlijks al meer CO2 uit dan de landen Nederland en Argentinië afzonderlijk,’ aldus The Economist deze week. En het Vlaamse Knack beweert zonder veel omhaal van woorden dat ‘als het huidige groeiritme aanhoudt, het internet in 2010 alle elektriciteit ter wereld opslokt’.

Siberië
Ook de officiële rapporten zijn niet mals. McKinsey, het ministerie van Economische Zaken, de technische Universiteit van Dresden: recentelijk kwamen ze allemaal met onrustbarende onderzoeksverslagen over het groeiend elektriciteitsverbruik van de IT-sector. Het meest gezaghebbende rapport komt van het gespecialiseerde onderzoeksbureau Gartner. Dat stelt dat de internetsector binnen afzienbare tijd meer zal bijdragen aan het broeikaseffect dan het totale wereldwijde vliegverkeer. En dan is het sterk toenemende stroomverbruik door computers in huishoudens nog niet meegerekend.

Joost Olivier van het Planbureau voor de Leefomgeving kijkt niet op van de onderzoeksresultaten: ‘De inefficiëntie is enorm. Omdat internetbedrijfjes in de hype rond de eeuwwisseling zo snel mogelijk operationeel wilden zijn, hebben ze totaal niet op de energiekosten gelet. Die overstijgen bij enkele van hen inmiddels al de loonkosten. Iedereen die een laptop wel eens op zijn schoot heeft genomen, weet hoeveel energie er alleen al verdwijnt in verhitting. Meer dan een kwart van de benodigde energie gaat tegenwoordig in de noodzakelijke koeling zitten. Dat is voor die grote datahotels niet anders.’ Niet voor niets is Microsoft momenteel in onderhandeling met de Russische regering om in Siberië een groot gegevenscentrum te bouwen. Dat scheelt weer in koelingskosten.

Kost niks
Internetgebruik slurpt energie en veroorzaakt CO2-uitstoot. Dat is niet alleen interessant om de hoge krijg-nou-wat-factor, maar ook omdat het de gangbare gedachte ondermijnt dat de verschuiving van industrie naar diensten in hoogontwikkelde economieën leidt tot een meer efficiënte toepassing van natuurlijke hulpbronnen.
‘Maar nieuwe inzichten hebben tijd nodig door te dringen tot het collectief bewustzijn,’ zegt Wilbur Perlot, een energie-expert die bij debatcentrum De Balie programma’s organiseert over grondstoffen en geopolitiek. Hij wijst op een interview dat de belangrijkste managementgoeroe van het moment, C.K. Prahalad, deze week gaf aan NRC Handelsblad. ‘Aha’, gaf hij als antwoord op een vraag, ‘je neemt aan dat we steeds meer grondstoffen nodig zullen hebben. Maar is dat wel zo? Je gebruikt Google voortdurend. Wat kost het je? Niks.’ De interviewer sprak hem niet tegen. Ook milieuactivisten laten nog weinig van zich horen, terwijl die juist via het internet steun mobiliseren voor hun protest- en bewustwordingsacties. Perlot: ‘De goeden niet te na gesproken zijn veel van hen verblind door vastgeroeste ideeën. Een daarvan luidt: kernenergie is slecht, internet goed. Veel moeilijker moet je het niet maken.’

Meetproblemen
Maar voor de moraal er aan te pas komt, is de vraag of de onderzoeken deugen. De verrekening van stroomverbruik naar CO2 is niet controversieel, bevestigen kenners. Elke megawatt per uur met kolen opgewekte elektriciteit, produceert iets minder dan één ton CO2-uitstoot. Met gas ligt de uitstoot twee keer lager. Met kernenergie is die nul.

Maar er zijn wel andere meetproblemen waar de opgewonden artikelen over toegenomen IT-energieverbruik niet van reppen. Onderzoeker Niels Sijpheer van het Nederlandse Energy Research Centre heeft de gemeente Amsterdam onlangs geadviseerd over het terugdringen van de IT-energiekosten. In Amsterdam zitten relatief veel internetbedrijven, zo legt hij uit, omdat de trans-Atlantische kabel daar uit de grond komt. Sijpheer wil de bevindingen van Gartner niet in twijfel trekken, ‘dat is niet zomaar een partij’, maar hij benadrukt dat het moeilijk is een antwoord te geven op de vraag of het internetgebruik de totale CO2-uitstoot daadwerkelijk verhoogt. ‘ECN kreeg deze vraag voorgelegd, maar na lang en gedegen overleg met gespecialiseerde wetenschappers van de VU, kwamen wij tot de conclusie dat die vraag niet te beantwoorden is. Daarvoor zijn de effecten van het internetgebruik op andere sectoren te groot. Zo daalt de behoefte aan fysiek transport door thuiswerken, giraal bankieren, internetwinkelen, enzovoorts.’

Ton Koonen, hoogleraar elektrotechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven, spreekt zich nog sterker uit. ‘Wat reken je onder de internetindustrie? Het gebruik van een TomTom? Digitaal televisiekijken? Of de internetindustrie nu twee, vier of tien procent van wereldwijde energieverbruik voor haar rekening neemt; het blijft een slag in de lucht.’

The Economist, d.d. 22-05-2008: ‘Buy our stuff, save the planet‘