‘Hee MinFin! Heb je het door? Ik ben nu jouw brandje aan het blussen, hè,’ roept minister Hennis door het open raam van de brandweerauto naar collega Dijsselbloem in eenzelfde wagen naast haar. De bewindslieden zijn op bezoek bij kamp Castor in Mali en aanwezige militairen hebben een vuurtje gestookt dat de twee politici vanuit hun bijrijdersstoel moeten doven.
Het is een paar dagen voor Kerstmis. Een uitgelezen moment voor de minister van Defensie om de Nederlandse troepen in West-Afrika een hart onder de riem te steken en tevens poolshoogte te nemen in het kamp dat halverwege 2014 werd opgebouwd. Er waren nogal wat opstartproblemen. Zo liep de temperatuur in de eetzaal op tot zestig graden. De airco functioneert inmiddels overal uitstekend, concludeert ze tijdens dit tweedaagse bezoek dat ze, zoals altijd, aflegt met Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp, adjudant Erwin Veltman en woordvoerster Sascha Louwhoff. Dit keer wordt het team vergezeld door de minister van Financiën, die benieuwd is naar het reilen en zeilen van zo’n missie, maar zich in de ruige omgeving wat minder makkelijk beweegt dan de voorvrouw van Defensie. ‘Hup MinFin,’ zegt Hennis als hij schoorvoetend een quad bestijgt. Hennis heeft zichtbaar plezier in de activiteiten die door de militairen zijn bedacht. In de Gulfstream van de Luchtmacht richting Nederland somt Hennis op wat voor ‘gaafs’ ze als minister zoal heeft gedaan. In een Apache en een F16 gevlogen, parachute gesprongen, overnacht in een sneeuwhol. ‘En kijk!’ Op haar iPhone verschijnt de foto van een JSF die de Gulfstream passeert. Bij haar bezoek aan het personeel dat in Amerika de productie van de door Defensie bestelde JSF’s voorbereidt, werd ze door deze glimmende straaljager verwelkomd in het Californische luchtruim. ‘Hoe bijzonder is dat?!’
LuPaLiBoZa
Ongetwijfeld is Jeanine Hennis Plasschaert de meest enthousiaste minister van Defensie ooit, en ze is zo benaderbaar dat een militair in Mali prompt vergeet om haar ‘excellentie’ te noemen en ‘jij’ zegt – een flater in haar hiërarchisch ingestelde omgeving, maar iets waarover de minister zelf haar schouders ophaalt. ‘Ze was vast wat nerveus.’ Zelf voelt Hennis zich – in witte broek, loshangende blouse met slangenprint en bijbehorende flatjes – zichtbaar senang tussen de militairen. Ze gaat veelvuldig op troepenbezoek. Drie weken na haar trip naar Mali inspecteert ze de Nederlandse soldaten in Erbil en Bagdad. ‘Tussen de mensen staan is het mooiste van deze baan.’
Ze was een buitenstaander. Buitenstaanders worden binnen defensie gewantrouwd.
Maar deze bezoekjes vormen slechts een fractie van haar werk. Als minister van Defensie heeft ze een bedrijf te runnen met 55.000 werknemers, vele vestigingen in binnen- en buitenland, een grote hoeveelheid hoofdpijndossiers en talloze akkefietjes. Die taak leek haar anderhalf jaar geleden op te breken, na een cumulatie van problemen: giftige chroomverf, een ondeugdelijke ICT-afdeling, de zoveelste kostenstijging van de JSF, roestende helikopters en een langslepend CAO-conflict. Om maar wat te noemen. Hennis leek overbelast en kreeg kritiek. Vakbonden stelden dat het gros van de militairen geen vertrouwen in haar had. Defensiewoordvoerders in de Tweede Kamer eisten slagkracht, gezag en transparantie. ‘Het onderzoek is nog niet afgerond’ werd een verboden zin. Ex-minister van Defensie Hans Hillen, ex-staatssecretaris van Defensie Jack de Vries en ex-Defensiechef Dick Berlijn concludeerden in EenVandaag dat de minister een staatssecretaris nodig had.
Tegelijkertijd rees de vraag of ze überhaupt wel de juiste persoon was op die post. Iedereen was destijds al verrast over haar benoeming. Hennis was van de privacywetgeving, van Europa en van emancipatie. Hoe kon een buitenstaander, een vrouw nog wel, toewijding voelen voor dat ondoorgrondelijke mannenbolwerk met zijn ijzeren pikorde en onnavolgbaar jargon als LuPaLiBoZa (juist: lunchpakket in linker bovenzak)? Een plek ook waar weinig eer te behalen viel omdat de toko financieel was uitgekleed. Het was, kortom, ‘een ondankbare rotklus’, om met defensiespecialist Ko Colijn te spreken. Maar Hennis liet zich niet van de wijs brengen. Zij had die klus aanvaard en die ging ze klaren. Zonder staatssecretaris. Premier Rutte wilde een klein kabinet. Punt.

Opzij
Doorzetten, ook als het tegenzit, is de boodschap die ze meekreeg van haar vader, een fiscaal jurist, en haar moeder, een juf die het tot schooldirecteur schopte. En inmiddels heeft ze een aantal successen geboekt. De Nederlandse krijgsmacht staat weer op de internationale kaart. De missie in Mali is vorige zomer verlengd, zoals zij wilde. Half februari is besloten dat F16’s niet alleen in Irak maar ook in Syrië gaan bombarderen, zoals ze wenste, en de marine gaat tot haar tevredenheid in de Egeïsche zee jacht maken op mensensmokkelaars. En omdat minister Hennis de bezuinigingen op Defensie wist te keren, werd ze door het feministische maandblad Opzij eind vorig jaar in de Amsterdamse Schouwburg uitgeroepen tot invloedrijkste vrouw van 2015.
Dat roept de vraag op of men in Den Haag intussen ook enthousiast is over het functioneren van de eerste vrouwelijke Defensieminister. Heeft zij critici de mond gesnoerd?
Hennis is zelf de eerste om te zeggen dat de pluim van Opzij haar hele team toekomt, maar dat neemt volgens haar belangrijkste adviseur, Tom Middendorp, niet weg dat de minister terecht in het zonnetje is gezet. ‘Jeanine kent de dossiers snel en goed, heeft een groot analytisch vermogen en ze heeft in korte tijd een uitgebreid netwerk opgebouwd.’
Ook Jeroen Dijsselbloem is blij met Hennis: ‘Als PvdA en Financiën zijnde, hadden we lang het gevoel dat we enorm werden gepiepeld door Defensie. De JSF, dat marineschip Karel Doorman, alles werd altijd duurder. Jeanine heeft haar best gedaan om de relatie tussen de ambtenaren op onze departementen te verbeteren. Dat is gelukt. En ze is gewoon een leuk mens.’
Enthousiast, energiek, dynamisch, aangenaam in de omgang. Zelfs de oppositie prijst haar persoonlijkheid en inzet. ‘Met al die stoere acties is ze een mooi uithangbord voor de krijgsmacht,’ zegt Gert-Jan Segers, die voor zijn recente fractievoorzitterschap van de ChristenUnie Defensiewoordvoerder was. Hij wenst haar nog steeds een staatssecretaris toe, omdat Defensie zo’n groot ministerie is. Niet omdat hij haar een slechte minister vindt. ‘Ze verschuilt zich niet langer achter processen en onderzoeken,’ constateert CDA-Kamerlid Raymond Knops. ‘Ze laat zien waar de problemen zitten.’ Dat onderstreept Angelien Eijsink, Defensiewoordvoerder van de PvdA, die voorheen hamerde op meer openheid van Hennis. ‘Daarin heeft ze een groei doorgemaakt. Het Chroom-6 dossier, bijvoorbeeld, heeft ze zo transparant mogelijk gehouden. Onder het mom: ‘Ik weet het ook allemaal niet’ heeft ze alles op de website gezet. Dat is dapper.’ Hennis wordt ook geroemd vanwege de goede relaties met haar buitenlandse collega’s. ‘Dat is handig nu er in Europa steeds meer wordt samengewerkt,’ aldus Eijsink.
Een ‘kort lijntje’ heeft de minister ook met defensiespecialist Ko Colijn. ‘Als ik haar bel of sms, reageert ze binnen het kwartier en ze kwam meteen toen ik haar vroeg om het Militair Dictee op Clingendael voor te lezen.’ De ‘hartelijke’ Hennis functioneert zijn inziens ‘onder omstandigheden goed’ – na een moeizame start, want het is haar in de eerste helft van haar ministerschap niet gemakkelijk gemaakt, weet hij. ‘Ze was een buitenstaander,’ zegt Colijn. ‘Buitenstaanders worden binnen Defensie gewantrouwd. Militairen zijn loyaal, maar ook eigengereid. Ze weten zelf alles het beste. Een nieuwe minister moet een dossier veroveren. Er vallen lijken uit de kast. Jeanine was er op een gegeven moment klaar mee. Toen in juli 2014 bleek dat er grote problemen waren op de ICT-afdeling, ontsloeg ze een paar topambtenarenaren en dat hielp. Toen sprong iedereen in het gelid. Zo werkt het dan wel weer in een hiërarchisch bedrijf.’
Kushandje
Toch is er nog steeds kritiek op het functioneren van de minister. Kamerleden missen de ‘spontane Jeanine’ die ze kennen van de gang en die altijd in is voor een praatje. ‘Als minister legt Hennis haar woorden op een goudschaaltje,’ zegt SP’er Jasper van Dijk. ‘Ze hanteert het verhullende taalgebruik dat op Defensie wordt gebezigd. Ze spreekt over het “militaire theater” als ze het “slagveld” bedoelt, en we vallen IS niet aan, maar “we gaan IS aangrijpen”.’ Het zijn voorgekauwde ambtenarenzinnen, zegt Gert-Jan Segers. ‘In beginsel dacht ik ook: joh, kan het wat minder, maar het wordt niet minder want het is haar strategie om zo lang mogelijk overeind te blijven.’
Ze is een flapuit, zegt ze zelf. Een onhandige eigenschap voor een minister. Zeker op Defensie. Dat blijkt in oktober 2014, als ze in een debat vertelt dat de F16’s die in Irak tegen IS worden gebruikt, zijn gestationeerd in Jordanië. ‘Dat land moeten we in de media niet noemen,’ benadrukt ze vervolgens. ‘Dat kan grote risico’s voor het gastland opleveren.’ Als er wordt gegrinnikt, kijkt ze korzelig op. Kennelijk heeft Hennis niet door dat ze de risicovolle informatie meedeelt voor draaiende televisiecamera’s. En het is maar goed dat niet alles de media haalt. Tijdens een Politiek Café in het zaaltje Van Miltenburg in Bilthoven waar Vrij Nederland het enige aanwezige medium is, laat de minister zich op een septemberavond in 2015 tegenover partijgenoten ontvallen dat Rusland – dat aanpapt met Assad – ‘een schurkenstaat’ is. Bij het zien van het plotse gefluister op de eerste rij loopt ze naar voren. ‘Wil je het delen?’ Als de VVD’er met de microfoon voor zijn mond zegt niet te weten dat het kabinet Rusland als schurkenstaat duidt, zegt ze met rode konen streng: ‘Hoe wilt u het land anders noemen?’ Maar na afloop werpt ze de alerte liberaal lachend een kushandje toe, waarop hij besluit de gevoelige uitspraak, waarover collega Koenders op zijn minst geïrriteerd zou zijn geweest, niet te twitteren.

Giftige wapenolie
Een grote uitglijder heeft ze niet gemaakt. Ze is op haar hoede. Op alle vlakken. Defensiewoordvoerders missen haar toekomstvisie. Hennis’ beleidsnota ‘In het belang van Nederland’ noemen ze weinig concreet. Coalitiegenoot Eijsink zou ‘heel graag, heel snel’ een uiteenzetting van haar willen zien waar Defensie zich de komende vijftien jaar op wil focussen. Opposant Van Dijk zou graag discussiëren over de toekomst van Defensie. Bijvoorbeeld over het voorstel enkele maanden geleden in NRC van VVD-prominent Frits Bolkestein en hoogleraar politicologie Meindert Fennema om van Nederland een zeevaartnatie te maken. Toch een interessant idee, vindt Van Dijk, om je als klein land niet langer te richten op de landmacht, de marine, de luchtmacht en de marechaussee, maar op één pijler. Een dispuut dat Hennis vermijdt omdat er, zoals ze zegt, ‘binnen de NAVO en de EU geen draagvlak is voor het afstoten van hele krijgsmachtdelen’. Of is haar terughoudendheid in deze, zoals Van Dijk stelt, toe te schrijven aan het feit dat Hennis afhankelijk is van generaals die hun baan niet willen verliezen?
Voorzichtigheid is haar kenmerk, zegt Gert-Jan Segers. Meer moed mag de minister zeker tonen, klinkt het eensgezind uit Den Haag. Lef heeft Hennis namelijk wel. Anders had ze zich twee maanden voor de kabinetsformatie niet ongegeneerd door NRC in militair tenue voor een tank laten fotograferen terwijl het eigenlijk not done is om je zelf als minister te melden. In 2009 stond ze al eens demonstratief met een boerka op de cover van HP/De Tijd om duidelijk te maken dat het religieuze gewaad ‘gewoon een gevangenis is’. Zij was het die in 2010 een staande ovatie in ontvangst mocht nemen van het Europees parlement omdat dankzij haar inzet het privacygevoelige SWIFT-akkoord werd verworpen. En het was ook Hennis die bij Pauw & Witteman de president van motorbende Satudarah de les las. ‘Ik hoop van harte dat u in uw clubhuis kan blijven zitten, maar zorg er dan voor dat er geen handgranaten, coke en bommenwerpers worden gevonden,’ beet het kleine Kamerlid de grote baas toe.
Anne-Marie Snels van de vakbond voor militairen AFMP mist de minister die eerder zo adequaat optrad in de doofpotzaak van een 21-jarige militair die overleed aan hersenletsel nadat hij bij een oefening op zijn hoofd was geslagen. ‘De zaak werd afgedaan als een ongeluk door eigen schuld,’ zegt Snels, ‘want de reactie van Defensie is altijd ontkennen, bagatelliseren en wegpoetsen. Ik werd zelfs geïntimideerd toen ik het verdoezelde onderzoeksrapport in handen kreeg en daarover sprak in EenVandaag. Maar Jeanine, die ik sprak, dook onmiddellijk in de zaak, zocht contact met de ouders en rehabiliteerde hun zoon.’ Op dezelfde kordate wijze reageerde Hennis toen ze van Snels hoorde over de piloot die al een hele tijd op non-actief staat omdat hij de noodklok heeft geluid over onveilige vluchten.
Maar nu gaf ze niet thuis. Drie Afghanistan-veteranen met PTSS-klachten die al een half jaar op een toegezegd gesprek met Hennis wachtten, moesten RTL Nieuws inschakelen voordat het gesprek 2 maart eindelijk plaatsvond. Eind januari voelde de AFMP en de marechausseevereniging Marver zich genoodzaakt om een klacht tegen Hennis in te dienen omdat ze weigerde het PX-10 onderzoek te heropenen. ‘Talloze militairen hebben met die giftige wapenolie gewerkt en velen zijn er ziek van geworden,’ beweert Snels. ‘De minister ontkent op basis van een RIVM-onderzoek dat er een relatie bestaat tussen het ziektebeeld en het werk bij Defensie, terwijl EenVandaag ontdekte dat het betreffende RIVM-rapport niet deugt. Wat in die uitzending werd bevestigd door meerdere deskundigen, onder wie een gerenommeerde Belgische toxicoloog.’
Niet voor haar mensen
Hennis lijkt voornemens haar vingers niet te branden aan personele zaken, zo blijkt ook uit haar reactie in Mali. Daar stond de minister met een koffietje in een plastic beker tegenover een groep militairen vrolijk te vertellen dat ze die nacht haar hotelkamer overhoop had gehaald omdat ze een ontraceerbaar geknaag hoorde. Maar toen iemand in het gegrinnik de term PTSS liet vallen, veranderde de jolige Jeanine eventjes in de pinnige politica omdat ze heel helder wilde hebben dat er ‘absoluut geen vanzelfsprekend verband is tussen PTSS en militairen die worden uitgezonden’, zoals de beeldvorming soms doet vermoeden. Geprikkeld reageert ze ook als later, in het vliegtuig terug naar Nederland, het gesprek op PX-10 komt. ‘Wat is ermee?’ Op de verwijzing naar EenVandaag volgt een zucht. ‘Ik reageer niet op wat in die tv-uitzending is gezegd. Ik kan niet goed tegen al die zelfbenoemde experts. Ik kom ze op alle niveaus en afdelingen tegen. Ik ken het PX-10 dossier. In het RIVM-onderzoek is voldoende contraexpertise ingebouwd. En het RIVM heeft vastgesteld dat er op dit moment geen nieuwe feiten zijn.’
De vakbond AFMP en de SP vragen zich af waarom de minister niet voor haar mensen gaat staan. Juist Defensie vraagt veel van haar personeel, zeggen ze, en uitgerekend dit ministerie laat haar mensen in de steek door problemen te negeren en te ontkennen. SP’er Harry van Bommel, lid van de Defensiecommissie: ‘Hennis zou haar mensen tegemoet kunnen komen door bijvoorbeeld de bewijslast inzake PX-10 om te draaien.’ Op die manier, zegt hij, kan de minister die zich voorstaat op het nastreven van transparantie een cultuuromslag bewerkstellingen op dit ministerie. Maar het langst zittende Kamerlid weet ook dat de bestaande cultuur bij Defensie moeilijk open te breken is. ‘Defensie en transparantie is een contradictio in terminis.’
Doofpotministerie
Dat lijkt te worden bevestigd door recente ontwikkelingen op dit departement. De Rekenkamer klaagde in januari over het gebrek aan openheid over de stijgende kosten van de JSF.
En de aanschaf van vier onderzeeërs van 2,5 miljard – die volgens experts zeker 4 miljard kunnen gaan kosten – leek in de achterkamertjes zo goed als beklonken voordat op 23 maart het eerste debat werd gevoerd; de PvdA had zich al voorstander getoond en ‘Kamerleden kunnen weinig invloed uitoefenen’ op die beslissing ‘gezien de dominante rol van de marine in de informatievoorziening,’ aldus defensie-expert Margriet Drent van Clingendael onlangs in de Volkskrant.
De cultuur is moeilijk open te breken. Defensie en transparantie is een contradictio in terminis.
Ook over de bombardementen in Syrië en Irak geeft Defensie weinig tot geen informatie prijs. Waar bommen zijn gevallen en of er slachtoffers zijn gemaakt, blijft onvermeld. Dit om de militairen aldaar en Nederland te beschermen tegen wraakacties, is het verweer van Defensie. Maar andere landen zoals Canada en Amerika doen dat wel, stelt Van Bommel. En de minster zelf is in het debat evenmin duidelijk over eventuele risico’s, zegt hij. ‘Hennis beweerde in eerste instantie dat er geen burgerslachtoffers waren gevallen, maar toen ik vroeg hoe ze dat kon hardmaken, kwam ze terug op die bewering.’
Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma van D66 diende begin februari een motie in waarin hij de minister opriep tot meer transparantie en het afleggen van meer verantwoording. De motie, mede ingediend door Van Bommel en Joël Voordewind (CU), werd aangenomen, maar ‘we wachten nog op een voortgangsbrief van Hennis,’ zegt Sjoerdsma. ‘Ze heeft beloofd dat Tom Middendorp de kwestie zal aankaarten bij het overleg met de commandanten der strijdkrachten van de anti IS-coalitie. ‘Ik vind het onwenselijk dat coalitieleider Amerika transparanter is dan Nederland.’

Één vrouwelijke generaal
Helder is Hennis in haar pleidooien voor uitbreiding van de Europese samenwerking. Want ‘de crises spelen zich in onze eigen achtertuin af’, en ‘we kunnen er niet op blijven vertrouwen dat anderen onze problemen wel oplossen’. Het was Hennis die tijdens een NAVO-top in Brussel begin vorig jaar meteen haar hand opstak toen er deelnemers werden gezocht voor een pilot van een internationale flitsmacht, een parate militaire luchtvloot waarmee de NAVO binnen enkele dagen kan reageren op dreiging van buitenaf. Op 4 februari tekende de minister aan boord van de Karel Doorman een akkoord met haar Duitse collega Ursula von der Leyen voor het gezamenlijk gebruik van dit marineschip in ruil voor een Duits zeebataljon. Eveneens zullen Nederlandse militairen gebruik gaan maken van Duitse tanks. Hoewel dit initiatief niet uit de koker van Hennis kwam, heeft de minister ‘de voorzet’, volgens Angelien Eijsink, ‘wel goed ingekopt’.
Dat moment werd vastgelegd in de media. Op een krantenfoto tonen de twee kleine asblonde dames op dat grote grijze schip een gezamenlijke vuist. Je kan het een mooi staaltje girlpower noemen, maar op dat front had Eijsink juist meer verwacht van de vrouw die zich voorheen actief inzette voor gelijke rechten, en die het stemmen vóór het behoud van een weigerambtenaar (wegens coalitiebelang) ‘het pijnlijkste moment in haar carrière’ noemt. De eerste vrouwelijke Defensieminister heeft op emancipatievlak niet veel meer gedaan dan meevaren met de Gay Pride, concludeert Eijsink.
Ze heeft zich wel uitgesproken voor de aanwezigheid van vrouwen in onderzeeërs, maar die mogelijkheid krijgen vrouwen pas bij de komst van nieuwe boten over tien jaar, terwijl Zweden al jaren vrouwen aan boord heeft. En de recent aangenomen wet over dienstplicht voor vrouwen kwam van D66 en de PvdA, van Eijsink dus, en zij heeft met (de plots verdwenen) Wassila Hachchi jarenlang bij Hennis gelobbyd om die wet erdoorheen te krijgen. ‘Hennis vond het onnodig, maar het gaat om het gelijkheidsbeginsel.’ Eijsink zou graag zien dat de minister zich hardmaakt voor de groei van het aantal vrouwen in het leger en hun doorstroom naar topposities. ‘Het aandeel vrouwen is maar 13,5 procent en Defensie heeft welgeteld één vrouwelijke generaal.’
In haar nek gelikt
Aan de ovale vergadertafel op het ministerie van Defensie waar het ochtendoverleg plaatsvindt, vertelt Hennis bij een glaasje Rivella dat ze bijna volschoot toen Liz, een vrouwelijke militair, bij Pauw verkondigde dat zij, Jeanine, een voorbeeld voor haar was. De minister benadrukt vervolgens dat vrouwen in het leger onmisbaar zijn, ‘alleen al om tijdens missies contact te kunnen maken met de vrouwen in een gemeenschap’. Maar een vrouwenquotum doet haar aan visvangst denken. Het moet ‘van de meisjes zelf komen’, vindt ze. Hennis wil er geen punt van maken, van dat mannetje, vrouwtje en van dat eerste vrouwelijke ministerschap. Natuurlijk, er waren lompe opmerkingen bij haar aantreden (‘Een vrouw, blond, op die positie – doe normaal!’), maar die kwamen van buitenaf. Hennis heeft niet het gevoel dat ze zich als vrouw moest of moet bewijzen. ‘Niemand van de commandanten of directeuren van diensten heeft mij de indruk gegeven dat ik een slag harder moet lopen omdat ik een vrouw ben. Het gaat bij Defensie om rangen en standen en dus niet om mannetje of vrouwtje.’ En een macho-omgeving was ze gewend. Lachend: ‘Als Europarlementair werd ik in Brussel ooit bij een koffiezetapparaat onverwacht door een Italiaanse collega in mijn nek gelikt. Ik heb hem een harde klap in zijn gezicht verkocht.’ Haar adjudant, die moest het meest wennen aan een vrouwelijke minister, grapt ze. ‘Hij kreeg ineens mijn handtas van koeienvacht in zijn handen gedrukt.’
Jeanine heeft haar spontaniteit achter slot en grendel gezet. Eén slip of the tongue en ze is alles kwijt.
Hennis deelt louter vrolijke ervaringen. Dat ze in Mali een lief briefje in haar tas vond van twee militairen. ‘De tekst was geschreven op een kotszakje uit een Chinook. Ha!’ En dat mariniers tijdens een bivak in Noorwegen een sneeuwhol voor haar hadden gegraven en er een thermoskan zoete thee en chocolade in hadden gelegd. ‘Ik denk niet dat ze dat voor een man hadden gedaan.’ Ze vertelt ook dat ze in dit mannenbolwerk leuke, slimme vrouwen ontmoet. Maar op de vraag aan de ovale vergadertafel op het ministerie of ze een rolmodel voor die dames wil zijn, antwoordt ze ontwijkend. ‘Mij interesseert het zelf geen biet of mijn baas een man of een vrouw is. Wel vind ik het belangrijk dat vrouwen hun ambities uitspreken.’ Dat is ook haar advies aan de vrouwen in de Amsterdamse Schouwburg tijdens haar Opzij-bekroning. ‘Schroom niet. Maak van je ambitieuze hart geen moordkuil.’
Afterparty’s van de Toppers
Er wordt gefluisterd dat Hennis de eerste vrouwelijke MP van Nederland zou willen worden. Wie weet. Van Hennis horen we het niet. Ze geeft sowieso weinig prijs. De flapuit noemt zichzelf eveneens ‘een controlfreak’. ‘Geef nooit een beetje privé prijs om een reactie nader te duiden,’ twitterde ze eens als Kamerlid. ‘Dat wordt keihard misbruikt,’ is haar ervaring.
Hennis meldt tegenwoordig dat er niets te melden valt. Haar privéleven is saai. Feestjes en borrels slaat ze over. Anders houdt ze haar drukke bestaan niet vol. ‘Het is rust, reinheid, regelmaat.’
In Brussel hanteerde Hennis destijds een ander motto. Daar gold: working hard, party hard, zo vertelt haar ex-EU-collega Sophie in ’t Veld. ‘Samen met Kathalijne Buitenweg zaten we altijd aan de crèmant d’Alsace. Bubbels zijn namelijk de oplossing voor alles. Je kunt er iets mee vieren, en je kunt er je verdriet in verdrinken.’
Vandaag de dag blijft het bij hard werken. Soms neemt ze een glas en, vooruit, nog een drupje van die heerlijke Sancerre die wordt geserveerd in de Gulfstreamer. Geen tweede glas. In 2011 heeft ze zich door PowNed laten verleiden om in het programma House Ibiza – een persiflage op Villa Felderhof – vrolijk met René Froger mee te slempen, met als gevolg dat er op internet een filmpje circuleert waarin Hennis de volgende dag een publiek toilet binnenloopt en braakgeluiden te horen zijn. Laura Huisman, haar voormalige woordvoerder in de Tweede Kamer, die ook aanwezig was: ‘Dat geluid was eronder gemonteerd.’ En: ‘Jeanine was misselijk omdat we in een klein autootje in de hitte in allerijl een bochtige weg aflegden. Alleen gelooft niemand dat.’ Dan: ‘Wel leuk trouwens. Sinds House Ibiza worden we door René Froger altijd uitgenodigd voor de optredens en afterparty’s van de Toppers. Dat zijn de betere feestjes.’

Veel meer laat Huisman, die als ex-woordvoerder van Rutte altijd goede anekdotes over Mark voorhanden heeft, niet los over vriendin Jeanine. Behalve dat ze héél attent is, Wordfeud speelt en onlangs van haar man een racefiets heeft gekregen. Soms, zoals in Mali, is Hennis minder gesloten. Dan bekent ze dat ze houdt van de droge humor van Henk Kamp, die haar in de ministerraad met een uitgestreken gezicht en Achterhoeks accent begroet met (ze imiteert): ‘hi babe’. En op zondag stapt ze inderdaad met echtgenoot Erik-Jan Hennis op de fiets. Lachend: ‘Ja, in zo’n broekje en met zo’n helm op, en dan hoop ik maar dat ik niemand tegenkom.’ Dan, als ze scrollend door de foto’s van de meereizende ANP-fotograaf Evert-Jan Daniels gaat, roept ze ineens: ‘O, nee. Die kan echt niet,’ en dan klikt ze op deleteknop van zijn laptop. Daniels, die steevast meegaat op Hennis’ tripjes, krijgt een glimlach toegeworpen. Vrij Nederland wordt vrolijk gewaarschuwd: ‘Als je dit opschrijft, hak ik je hoofd eraf.’
Politiek dier
Hennis heeft de neiging om erg vanuit haar hart te reageren, weet Sophie in ’t Veld. ‘Dat is mooi, maar daarmee maakt ze zichzelf heel kwetsbaar. Het is goed dat Jeanine als minister een professionelere afstand in acht heeft genomen.’ Haar andere ex-collega uit Brussel, partijgenoot Hans van Baalen: ‘Jeanine heeft haar spontaniteit als minister achter slot en grendel gezet. Dat vindt ze niet leuk, maar het moet, want één slip of the tongue en ze is alles kwijt.’
Het ‘Politieke Talent van 2012’ wil en kan nog zoveel, weet Van Baalen. ‘Defensie is een beginstation voor haar.’ En dit departement is een lakmoesproef om uit te zoeken of iemand ministerieel materiaal is, weet Harry van Bommel. ‘Het is een groot departement, maar er worden weinig besluiten genomen. MinDef is in wezen de uitzendkracht van MinBuza.’ Ko Colijn vergelijkt Defensie met een gereedschapskist. ‘Je bent als minister een Zwitsers zakmes. Een instrument van Buitenlandse Zaken.’ Hoe dan ook, om verder te komen is het belangrijk dat ze dit ministerschap zonder kleerscheuren doorkomt, stellen de mannen. Dus opereert ze voorzichtig, vervalt ze in ambtelijke termen en toont de uitgesproken Hennis zich een geduldig en volgzaam minister.
Die behoedzaamheid heeft haar ver gebracht, constateren Kamerleden. Kijk naar de JSF. Daar waar Jack de Vries poogde de JSF door de Tweede Kamer te loodsen door het parlement er via een steekkar vol dossiers van te overtuigen dat alles over het onderwerp al was gezegd, bleef Hennis achter de schermen voorzichtig mensen masseren. ‘Ze is niet op tenen gaan staan en heeft de PvdA de tijd gegeven om tot de beslissing te komen,’ zegt Gert-Jan Segers. ‘Dat geldt ook voor het bombarderen van IS in Syrië. Het duurde lang voordat we daar over konden besluiten, maar het is haar gelukt om een meerderheid te overtuigen.’ En ‘uit lijfsbehoud’ is het volgens hem ‘heel verstandig dat ze zich niet te veel uitspreekt over bedrijfsproblemen zoals PX-10, want bij zo’n grote werkgever als Defensie duiken voortdurend bedrijfsakkefietjes op.’
Ze is een politiek dier, zeggen collega’s. Ze weet hoe ze moet schaken en dat betekent ook: geen stennis door Hennis. Dan denkt de goegemeente dat ze de boel niet onder controle heeft – dat hoorde ze toen ze in 2014 de problemen op Defensie publiek maakte. Dus is de minister positief over haar ervaringen op het ministerie en klaagt ze niet over haar Defensiebudget. Toen vorige zomer bekend werd dat militairen bij schietoefeningen zelf ‘pang pang’ moesten roepen omdat er geen munitie was, greep Hennis dit niet aan om publiekelijk te hameren op meer budget, maar richtte ze haar pijlen op Pechtold, die via Twitter de spot dreef met dat bericht.
En onlangs, op 11 maart, riep ze tijdens een pleidooi voor een Europese defensiestrategie op tot extra investeringen in de strijdkrachten van de diverse lidstaten. Iets wat vakbondsvrouw Anne-Marie Snels hoogst verbaasde. ‘Zullen we in NL snel beginnen,’ twitterde ze.
Pas nadat de NAVO onlangs eveneens kritiek had geuit op het zorgelijk lage bedrag dat Nederland aan Defensie besteedt, hield Hennis vorige week de Kamer voorzichtigjes voor dat er 2 miljard bij moet. Op termijn, zei ze erbij, want Nederland kan die investering nu niet doen, en Hennis benadrukte dat er de laatste jaren natuurlijk al extra geld naar het ministerie was gegaan.

De positieve boodschap
Hennis wil de vrouw zijn die de bezuinigingen heeft gekeerd, zoals Opzij boekstaafde. Niemand weet nog dat er tijdens de eerste twee jaar van haar ministerschap volop is bezuinigd, of dat Nederland financieel nog steeds achterloopt op andere Europese landen, zoals Ko Colijn vaststelt. ‘Het gemiddelde bedrag in Europa dat naar Defensie gaat is 1,6 procent van het BNP. In Nederland is dat maar 1,08 procent, terwijl we ons geconformeerd hebben aan de NAVO-afspraak van 2 procent. Feitelijk moet Hennis er 5 miljard bij krijgen.’ Daar mag ze harder voor vechten, vindt hij, ‘want de huidige toegezegde 220 tot 345 miljoen zijn peanuts.’ Raymond Knops stelt het sterker: ‘Dat bedrag verdampt door de prijsstijgingen van materieel en de ongunstige dollarkoers waarvoor Defensie niet gecompenseerd wordt. Het Defensiebudget is lager dan ooit, en daar is Jeanine verantwoordelijk voor.’
Dat Hennis benadrukt dat zij Defensie van de ondergang heeft gered, vindt Knops logisch. ‘Blijft ze zeuren over tekorten, dan schetst ze haar eigen verliesscenario. Waarschijnlijk heeft Financiën gezegd: “Met dit bedrag moet je het doen. Je kunt erover klagen en dan heb je gefaald als minister, of je staat je erop voor dat jij ervoor hebt gezorgd dat er op Defensie geld bij is gekomen.” Voor die laatste strategie heeft ze gekozen en ze is uiterst bedreven in het verkondigen van de positieve boodschap.’
‘Ik ben blij met de ingeslagen weg omhoog,’ is een zin die Hennis veelvuldig hanteert. Soms voorafgegaan door: ‘We zijn er nog niet.’ Tegen de Defensiekrant zei ze na Prinsjesdag: ‘We zijn er nog niet, maar de realiteit is dat we voorwaarts gaan en dus perspectief kunnen bieden. Dat is goed nieuws voor de Nederlandse krijgsmacht.’
Die mooie mededeling doet Hennis ook in Mali. ‘Het goede nieuws is,’ zegt ze op een terras tegen een groep militairen, ‘dat we weg zijn uit het zwarte gat.’ Maar ze heeft buiten collega Dijsselbloem gerekend, die plots opduikt en aanvult: ‘Het erge van zwarte gaten is dat je ze nooit helemaal kwijtraakt.’ Zijn collega lachend op de knie slaand: ‘En wij zijn in Den Haag niet voor verspilling. Toch?’ Hennis glimlacht flauwtjes. Het zal immers niet zonder reden zijn dat de kabinetsboekhouder is meegevraagd naar Mali. En ze riep vast niet zomaar dat zij zijn brandje had geblust. ‘Haha!’ Dijsselbloem schatert en toont de versleten elleboog van zijn colbert. ‘Ik draag dit niet voor niks. Dan kan iedereen zien dat ik geen koffer met geld heb weg te geven.’
Daar kan Hennis dan wel weer hard om lachen.
Hennis over de aanslagen in Brussel:
‘Schokkend en diep triest. Onmenselijke daden. De minister-president zei het al: onze manier van leven ligt onder vuur. En dus moeten we pal staan voor onze waarden en vrijheden. We moeten, met andere woorden, op alles zijn voorbereid. IS moet worden verslagen. De krijgsmacht is een onmisbare speler in dezen. Onze missies in bijvoorbeeld Irak, Mali en Afghanistan zijn deels ingegeven om terrorisme bij de bron aan te pakken en leveren dus een bijdrage aan de veiligheid in Nederland. Maar ook in eigen land ondersteunt Defensie de civiele autoriteiten waar nodig.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.