Het zou de volken verbroederen, reizigers samenbrengen met bewoners, locals met toeristen, in een liefdevolle omhelzing met alleen maar winnaars. Maar op dit moment drijft Airbnb vooral mensen uit elkaar.

Kijk naar de reacties op het nieuws dat Berlijn het aantal Airbnb-woningen flink terugdringt en de regels voor het verhuren van woningen drastisch aangescherpt. Vreselijk, reageert de een. Ben ik net mijn fijne adresje kwijt! En waar bemoeit die Berlijnse overheid zich eigenlijk mee? Geweldig, roept de ander. Precies de maatregel die we in Amsterdam ook zouden moeten nemen.

En dat is dan alleen nog in Nederland. Kun je nagaan hoe het de komende tijd in Berlijn gaat worden. De stad heeft 30 mensen aangesteld om de nieuwe regels te gaan handhaven, maar met flyers roept de lokale afdeling van de SPD bewoners op om anoniem illegaal verhuurde woningen in de buurt te melden. Dat wordt gezellig, inderdaad.

Of kijk naar New Orleans. Daar hingen bewoners tijdens het Jazz and Heritage Festival vorige week een briefje op lantaarnpalen, gericht aan toeristen. ‘Jullie zijn verantwoordelijk voor het uitdrijven van de laatst overgebleven bewoners, die ooit de grootste natuurramp van Amerika overleefden.’ En nog een fijn verblijf.

Twitter

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

En zo zijn er tal van voorbeelden waaruit blijkt dat Airbnb zich tot een universele splijtzwam ontwikkelt, als slagveld in een nieuwe cultuuroorlog, een kloof die door huwelijken en families gaat. Begin op een feestje eens over de voor- of nadelen van Airbnb, kijken hoe snel je elkaar naar het leven staat.

Het probleem daarvan is natuurlijk dat iedereen gelijk heeft. De enthousiaste vakantieganger die net een geweldige leuke tijd heeft gehad op de zolder van een bejaard echtpaar in het centrum van Boedapest. Of de Amsterdammer die een deel van zijn vliegticket kan betalen van het verhuren van zijn studentenkamer tijdens zijn vakantie. Maar ook de bezorgde buur die zo’n last heeft van de lallende Britten die het appartement onder hem elk weekend overnemen. Of de huurder die niet mee mag doen, omdat je alleen als je bezit hebt er nog meer geld mee kunt verdienen.

Ze hebben allemaal gelijk, omdat het individuele Airbnb geweldig maakt, maar het collectief is uitgegroeid tot een tumor. Niet voor niets dateert het laatste nieuwsbericht uit de kranten dat ze trots vermelden in hun mediasectie uit 2013. Toen was het nog leuk. Airbnb is een van de snelstgroeiende bedrijven van Silicon Valley, het wordt op 24 miljard gewaardeerd. Afgelopen jaar werd een winst van 1 miljard geboekt, en volgens Bloomberg is het een van de zekerste bedrijven als het gaat om groei. Dit jaar worden er 79 miljoen nachten geboekt, binnen 5 jaar zal dat 500 miljoen zijn en in 2025 één miljard.

Dan wordt het pas écht gezellig.

Die groei stimuleert Airbnb overigens volop, met reusachtige billboards die mensen ervan bewust moeten maken op hoeveel geld ze eigenlijk zitten. U bent een dief van uw eigen portemonnee, vertellen de telefonisten aan Amsterdammers. Huizenkopers berekenen de verwachte opbrengsten van Airbnb vast mee in de hoogte van de hypotheek die ze opnemen, en zo worden de prijzen in toeristisch gebied opgedreven. Je moet wel meedoen. Ondertussen stak Airbnb alleen al afgelopen week nog eens een extra 200 duizend dollar in een lobby tegen regulering in San Francisco, na daar eerder al miljoenen aan besteed te hebben. Eerder werd ook al de oprichting van 100 zogenaamde ‘home-sharing clubs’ gefinancierd, waarin enthousiaste gebruikers plaats moeten nemen die invloed uit kunnen oefenen op de lokale overheden.

Het schrijnendste daarvan? Dat we vooral onderling ruzie maken. Terwijl Airbnb haar omzet ziet stijgen, veranderen buren in verklikkers en vrienden in geldwolven. Feitelijk heeft het bedrijf er belang bij om ons tegen elkaar uit te blijven spelen, want zolang er voor elke radicale tegenstander ook een evangelisch voorstander is, is hun toekomst verzekerd.

‘Vertrouwen zorgt ervoor dat het werkt’, voert het bedrijf nog altijd als slogan. Dat hebben ze toch knap voor elkaar.