Op 4 december stemmen de Italianen over een grondwetswijziging. Premier Renzi heeft zijn lot verbonden aan de uitslag en economen hebben de noodklok al geluid. Wat betekent dit referendum voor de toekomst van Europa en de euro?

Was het overmoed? Een slip of the tongue? Een inschattingsfout? Eén ding is zeker: Matteo Renzi zou 12 januari van dit jaar graag overdoen, de dag dat hij zijn politieke carrière aan het grondwetsreferendum verbond. Vol zelfvertrouwen beloofde hij op te stappen als premier en zelfs een streep te zetten onder zijn hele politieke carrière als er bij het referendum tégen de grondwetswijzigingen zal worden gestemd. Sindsdien heeft het referendum op 4 december weinig meer met de grondwet te maken; Italianen zullen met hun stem vooral beslissen of ze Matteo Renzi naar huis sturen.

Wat de kroon op het werk van Renzi als grote hervormer van Italië had moeten zijn, wordt waarschijnlijk zijn politieke ondergang. Het referendum lijkt af te stevenen op een duidelijk ‘no’ van de Italiaanse bevolking. De markten en regeringsleiders van andere landen sidderen al bij het idee. Want wat gebeurt er dan? Wie krijgen ze voor Renzi in de plaats? Italië was net een heel klein beetje zorgenkindje af, het land leek voorzichtig op de goede weg, zowel politiek als economisch.

Aan schandalen nooit gebrek

‘Weer die tegenstem’, ‘weer de gewone man die de politieke elite een loer wil draaien’, verzuchten analisten, met name buiten Italië, die het referendum in één adem noemen met Brexit en de onverwachte overwinning van Donald Trump. Toch blijft Italië een geval Italianen lachen liever om de grappen van Berlusconi dan dat ze moeten luisteren naar sombere verhalen over het begrotingstekort.apart. Populisme is hier al decennia in zwang; Silvio Berlusconi is er groot door geworden en die heeft bijna twintig jaar mogen regeren. Ook hij vertelde de Italianen graag wat ze wilden horen en had weinig op met de feiten. Geen probleem, voor veel Italianen. Zoals oud-premier Carlo Ciampi ooit zei: ‘Italianen lachen liever om de grappen van Berlusconi dan dat ze moeten luisteren naar sombere verhalen over het begrotingstekort.’ Het populisme in Italië (en het succes van Berlusconi) is het resultaat van de afkeer die Italianen hebben van de politieke klasse, die in hun ogen niets doet voor het volk, liegt en profiteert. En niet ten onrechte: aan schandalen, zowel op landelijk als op lokaal niveau, is er nooit gebrek.

Toch leek de jonge, ambitieuze Matteo Renzi echt iets voor elkaar te krijgen. Hij loodste meerdere hervormingen door het parlement, vooral op het gebied van de arbeidsmarkt, en wilde nu beginnen aan zijn meest ambitieuze project: de hervorming van de Italiaanse grondwet. Hiervoor is hij aangewezen op een referendum, omdat hij niet de benodigde tweederde meerderheid in het parlement heeft. De enige andere mogelijkheid om de grondwet te wijzigen, is een referendum.

Kans om Renzi te lozen

Het gaat om in totaal 47 grondwetswijzigingen. De belangrijkste: de drastische beperking van de macht van de Senaat. Italië heeft een tweekamerstelsel waarbij de Senaat (Eerste Kamer) in feite hetzelfde werk doet als de Tweede Kamer en een wet zodoende twee keer volledig wordt behandeld. Een wetsvoorstel dat door de Tweede Kamer is aangenomen, wordt tot in detail behandeld in de Senaat die het voorstel kan terugsturen naar de Tweede Kamer. Het resultaat: eindeloos gepingpong tussen de twee Kamers waardoor het een eeuwigheid duurt voordat in Italië een wet wordt aangenomen, als die al wordt aangenomen. Vaak worden wetsontwerpen ingehaald door verkiezingen, en dan begint het hele circus opnieuw. Wetten waarbij de Senaat in totaal duizenden amendementen heeft ingediend, zijn geen uitzondering. Al vijftig jaar wil de Italiaanse politiek af van haar hopeloos trage besluitvorming, een restant van de periode na het fascisme waarin de angst heerste dat één partij te veel macht zou krijgen.

De meeste Italianen zijn in principe vóór de hervorming van de grondwet en een efficiëntere besluitvorming. Maar inmiddels is het geen ‘ja’ of ‘nee’ tegen deze hervorming, maar tegen premier Renzi. Hoe hard hij ook probeerde zijn woorden terug te nemen en toe te geven dat hij een fout had gemaakt door dit referendum about him te maken; daar is het te laat voor. Niet alleen de oppositie ruikt nu bloed, ook een deel van zijn eigen Partito Democratico, het Italiaanse equivalent van de PvdA, ziet het als een uitgelezen kans om Renzi te lozen. Vooral oudere partijbonzen maken er al sinds zijn aantreden een sport van dwars tegen de lijn van hun huidige leider in te gaan. Ze vinden hem ‘te rechts’, maar de echte afgunst ligt waarschijnlijk dieper. Hij is te jong, te hyperactief, te ambitieus en ook een tikje megalomaan. Al jaren loopt Renzi met een grote boog om de kopstukken van zijn eigen partij heen. Niet onbegrijpelijk: een deel van de oude garde heeft er alles aan gedaan om hem buiten de deur te houden. Toen hij premier werd, bracht hij zijn eigen clubje vertrouwelingen mee uit Florence, de stad waar hij jarenlang burgemeester was. Zijn opstelling als outsider en zijn afkeer van de al decennia rondlopende partijgenoten hebben hem bij het volk aanvankelijk erg populair gemaakt, maar hem binnen zijn eigen partij voornamelijk vijanden opgeleverd. Nu het referendum dichterbij komt en Renzi’s populariteit daalt, staan deze te popelen om hun keuze voor een ‘no’ aan de man te brengen. En heus niet omdat ze Renzi graag zien falen, nee nee, dat wetsvoorstel, dát deugt zogenaamd niet.

Antipolitiek: Beppo Grillo (middelste rij, tweede van links) van de Movimento Cinque Stelle. Foto: Luigi Mistrulli/Sipa/HH
‘Gewone eerlijke mensen’

De wittebroodsweken van Renzi zijn definitief voorbij. Bij de verkiezingen van het Europese Parlement in 2014, een jaar na zijn aantreden, behaalde hij nog een klinkende De economische groei is minimaal, de werkloosheid is onverminderd hoog en menige Italiaanse bank ligt comateus aan het kapitaalinfuus.overwinning. Inmiddels is hij drieënhalf jaar premier en verwordt hij langzaam tot een niet ingeloste belofte. Veel Italianen zagen hem als de man die verandering zou brengen, degene die Italië eindelijk uit het slop zou trekken. Maar het schiet niet op. De economische groei is minimaal, de werkloosheid is onverminderd hoog en menige Italiaanse bank ligt comateus aan het kapitaalinfuus. Voor veel mensen die in hem de messias zagen, is Renzi nu ‘net als de rest van al die onbetrouwbare politici die veel beloven en weinig waarmaken’.

Lees ook het portret van ‘sloper’ Matteo Renzi uit augustus 2015, toen hij net begonnen was: Eindelijk een Italiaanse premier die jong, progressief en pro-Europa is

Een partij die nog wel het aureool van echte verandering met zich meedraagt, is de Vijfsterrenbeweging van komiek Beppe Grillo, de partij (pardon: beweging) die in 2013 bij de parlementaire verkiezingen vanuit het niets 25 procent van de zetels binnensleepte. Deze Movimento Cinque Stelle is antipolitiek. Alle politici, lokaal en nationaal, gaan er zelfs prat op geen enkele politieke ervaring te hebben, maar ‘gewone eerlijke mensen’ te zijn. De lijsten zijn samengesteld via internetverkiezingen op het blog van Grillo. Het is de plaats waar aanhangers kunnen meestemmen over het beleid, én waar politici die zich niet aan de interne regels houden, via een klik (‘Mag Paola blijven of niet? Stem hieronder’) eruit kunnen worden geknikkerd. De ambitie is om de klassieke partijen op links en rechts uit te schakelen en op een dag een Vijfsterren-regering te vormen. Om die reden weigerden de Vijfsterren-politici een coalitie te vomen met links na de parlementaire verkiezingen in 2013, wat op dat moment de meest logische stap zou zijn geweest.

De Vijfsterrenbeweging wordt vaak in één adem genoemd met het Spaanse Podemos en de Engelse UKIP, maar het grote verschil is dat ze links noch rechts is. Wat betreft milieu en sociale zekerheid: links. Wat betreft migratie en inmenging van Europa: duidelijk rechts. Het werkt kennelijk, want ze trekken kiezers vanuit beide kampen, uit alle lagen van de bevolking en van alle leeftijden. Ook belangrijk: ze krijgen Italianen die al jaren niet meer stemmen bereid om naar de stembus te gaan. Deze zomer behaalden ze een monsterzege bij de Romeinse burgermeesterverkiezingen en leverden de eerste vrouwelijke burgemeester uit de geschiedenis van de stad: Virginia Raggi. Rome is het embleem van zowel alles wat prachtig is als van alles wat misgaat in Italië. Je slaat steil achterover van haar schoonheid, maar de stad is tegelijkertijd vies, chaotisch en slecht onderhouden. De corruptie en het logge bestuursapparaat maken verandering nagenoeg onmogelijk. Vriend en vijand zijn het erover eens dat als het de partij lukt om in Rome iets te verbeteren, ze klaar zijn om te regeren.

Op schoot bij La Merkel

De Vijfsterrenbeweging heeft als grootste oppositiepartij de luidste stem in het nee-kamp en wijdt er zelfs een al weken durende campagnetour aan: de ‘io voto no’ (ik stem nee)-treintour. In de peilingen, voor zover we die nog mogen vertrouwen na het afgelopen jaar, staat het nee-kamp met een paar procent voor. Die peilingen laten ook zien dat de redenen om nee te stemmen talrijk zijn, en deels oneigenlijk: tegen Europa
en de euro, tegen een van de wetswijzigingen, maar toch vooral: tegen Renzi.
Inmiddels heeft die zijn hoofd gebogen en beloofd bij een ‘nee’ inderdaad op te stappen en vervroegde verkiezingen uit te schrijven. En dan? De kans is groot dat de Vijfsterrenbeweging de verkiezingen wint, maar omdat zij weigeren samen te werken met andere partijen, is het een raadsel hoe er ooit een regering kan worden gevormd. En de markten houden nu eenmaal niet van onzekerheden. Investeerders vrezen een lange periode van politieke instabiliteit en een impasse waarbij de nog altijd gigantische staatsschuld van het land verder zal oplopen en haar noodlijdende banken nog verder in de problemen zullen komen.

Maar het echte doemscenario is een referendum over het Europese lidmaatschap. Oprichter Beppe Grillo heeft (zij het enige tijd geleden) aangegeven dat hij ook een referendum over de euro wil, en ook al zijn Italianen aanzienlijk meer Europagezind dan de Britten, we weten inmiddels: referenda zijn onvoorspelbaar. Economen hebben de noodklok al geluid: 4 december kan de definitieve ondergang van de euro en Europa inluiden. De Financial Times, nooit vies van een beetje zwartkijkerij, schreef dat bij het uittreden van Italië, de derde economie van Europa, de totale eurozone zal instorten en Beppe Grillo noemt het ja-kamp een stel serial killers omdat er te weinig aan het milieu wordt gedaan.er een wereldwijde crisis volgt die groter is dan die van 1929 en Lehman Brothers samen.

Regeringsleiders kijken bezorgd toe. Ook al is het Italiaanse referendum anders dan Brexit en Donald Trump: het zou in korte tijd opnieuw een overwinning zijn voor het anti-establishment. De vraag die regeringsleiders zichzelf dan terecht mogen stellen: wie is de volgende? Daarnaast zagen andere regeringsleiders in Renzi een leider die én binnen Italië draagvlak had, én een persoon met wie je zaken kon doen; een combinatie die zich in Italië al een lange tijd niet had voorgedaan. Het is geen toeval dat er bij de magische twee-eenheid van Frankrijk en Duitsland steeds vaker plek aan tafel is voor de Italianen. Renzi is geliefd en kan op veel consensus rekenen buiten Italië; zelfs Barack Obama adviseerde de Italianen ‘ja’ te stemmen bij het referendum. Het is voor Renzi overigens te hopen dat Merkel haar stemadvies voor een ‘si’ voor zich houdt. Het zou alleen maar averechts werken en koren op de molen zijn van Renzi’s tegenstanders die nu al roepen dat hij te veel op schoot zit bij la Merkel. Net als in andere Europese landen is hartstochtelijk pro-Europa zijn niet meer in de mode.

Toeval of niet, Renzi gaat er steeds vaker met gestrekt been in bij de EU-tops. Zo dreigde hij begin november de Europese begroting te vetoën als er niet snel meer geld voor de opvang van vluchtelingen naar Italië zou gaan. Ook werd de afgelopen weken hevig gespeculeerd over de reden van de mysterieuze verdwijning van de Europese vlag bij de persconferenties van Renzi. Was dit onderdeel van zijn verkiezingsstrategie? Ging Renzi mee met de antieuropasentimenten? Vorige week maakte hij zelf een einde aan de geruchten (gezeten voor de blauwe vlag met gouden sterren): ‘Hij is er weer, en hij leeft, en hij strijdt samen met ons voor een ja op 4 december,’ sprak hij met een vermoeide glimlach.

Kan me niet schelen-isme

De echte versterking van de strijd is ingevlogen vanuit de VS. Jim Messina was de campagneleider die Obama in 2012 aan zijn verkiezingszege hielp en moet nu Renzi aan een ‘si’ helpen. Hij benadert verkiezingscampagnes op een mathematische manier en kijkt waar hoeveel mensen moeten worden overtuigd voor een overwinning. Vervolgens wordt er op die plekken een deur-tot-deurcampagne uitgerold om genoeg mensen over te halen voor het beoogde resultaat. Messina’s track record is echter niet onberispelijk: Cameron had hem ook ingeschakeld bij het Brexit-referendum.

De toon van de campagne verhardt nu de grote dag nadert. De jacht is vooral geopend op de dertig procent die zegt nog geen idee te hebben wat ze gaan stemmen. Beppe Grillo, berucht om zijn krachttermen, liet via zijn blog in een filmpje weten dat mensen moeten gaan stemmen om de verhulde dictatuur eindelijk een halt toe te roepen en noemt het ja-kamp een stel serial killers van kinderen en kleinkinderen omdat er te weinig aan het milieu zou worden gedaan. Renzi riep op zijn beurt dat het een grote wanordelijke hetze tegen hem is, waarna het nee-kamp weer over hém heen viel. Intussen laten dagelijks Italiaanse beroemdheden weten in welke kamp zij zitten en roepen via de media op om vooral hun voorbeeld te volgen. Ook een trend die we dit jaar vaker hebben gezien.

En de Italianen zelf? Die kijken toe en maken zich aanzienlijk minder zorgen. Het is een mix van gelatenheid en desillusie, maar vooral ‘menefreghismo’: ‘het kan me niet schelen’-isme.

Van het alarmisme van buiten Italië en op de internationale markten lijken zij in ieder geval minder last te hebben. Italianen zijn gewend aan politieke instabiliteit. De afgelopen zeventig jaar versleet Italië meer dan zestig regeringen. Willen de Italianen Renzi naar huis sturen, dan doen ze dat gewoon zonder bang te zijn dat het land in de afgrond stort. Dat ravijn zien ze al jaren, decennia, en ze weten dat ze er niet zo snel in vallen. Alles went, ook chaos.

In Italië verandert er nou eenmaal weinig, weten ze, maar dat betekent ook dat het met die Apocalyps die al die economen voorspellen niet zo’n vaart zal lopen. En als het op 4 december slecht weer wordt, dan zal een deel van de Italianen thuis bij de kachel blijven. Over een paar maanden kunnen ze waarschijnlijk toch opnieuw naar de stembus.