Vrij Nederland-redacteuren Jaco Alberts en Harry Lensink bloggen over het geruchtmakende jihadproces. Vandaag: Ahmed S., de getuige die een deel van zijn woorden weer introk.

Hebbes. Dat moeten de hoofdagent en de inspecteur hebben gedacht toen ze op 14 januari 2014 op het Haagse hoofdbureau Ahmed S. aan de tand voelen. De 20-jarige jongen uit de Schilderswijk is die ochtend opgepakt omdat hij betrokken zou zijn geweest bij het plan van een 15-jarig meisje om naar Syrië te reizen. Hij heeft voor haar een tas met spullen en geld bewaard.

Maar Ahmed begint meteen over iets anders te ratelen. Dat hij ‘afstand’ wil nemen van ‘die jongens’. Als de agenten vragen wie hij bedoelt, zegt hij: ‘Die jongens die het goed vinden dat mensen naar Syrië vertrekken, die extremisten.’ Hij noemt hun namen: Azzedine C., Oussama C. De agenten spitsen hun oren, want juist naar die jongens doet de politie dan al bijna een jaar onderzoek. ‘Ze hebben me gehersenspoeld,’ zegt Ahmed.

Vanmiddag staat deze Ahmed voor de rechter in het jihadproces. Niet als verdachte, maar als getuige. Belangrijk voor het Openbaar Ministerie dat tien verdachten vervolgt voor ronseling, opruiïng en jihad in Syrië. Maar deze ‘kroongetuige’ is problematisch. Een half jaar na zijn verklaring trok hij een deel van zijn woorden weer in.

Uit de verklaringen in het strafdossier wordt in elk geval één ding duidelijk: Ahmed S. is een labiele en bange man. Hij is zich doodgeschrokken van zijn arrestatie en begint meteen anderen de schuld te geven. Maar zijn verhaal is wel zeer gedetailleerd. Dat hij de ultraorthodoxe broeders in de moskee ontmoette, maar ook bij de beruchte pleisterplaatsen Snackbar Frankie en Eethuis Fes. ‘Ze praten constant over de profeet en zeggen dat de jihad goed is.’ Het meeste contact heeft hij met Oussama C. Die heeft hem op zijn telefoon filmpjes laten zien van IS-strijders en ‘zegt dat het verplicht is om naar Syrië te gaan, dat martelaarschap goed is en dat je dan in het paradijs komt.’

Een half jaar later lijkt Ahmed nog steeds bang, maar nu vooral voor zijn vrienden. Hij was door een van hen aangesproken. ‘Je zag teleurstelling in zijn ogen.’ Een ander zei: ‘broeders hebben planningen met jou’. Nu zegt Ahmed ‘onwaarheden’ over zijn vrienden te hebben gesproken. ‘Ik ben er echt tegen dat hij vast zit’, zegt hij over Oussama. ‘Eerlijk gezegd ronselt hij niet. lk heb nog nooit gehoord van hem: ga naar Syrië.’ Ben je bang van hem, vraagt de politie: ‘Neeeee. Het was een goeie vriend van mij.’

De rechter zal vandaag proberen uit te vissen welke Ahmed de echte is.