Een kleine greep uit het nieuws van deze zomerweken: zware overstromingen in Duitsland, Thailand en China, bosbranden door droogte in Frankrijk, Kroatië en Griekenland, watertekorten in Italië, noodweer in Turkije met hagelstenen als kippeneieren, dodelijke slachtoffers door een vloedgolf in Arizona, extreem watergebrek in de Sahel, zware tropische stormen in Vietnam en het Caraïbisch gebied, 400.000 mensen geëvacueerd in Japan na hevige regenval, en ook nog de lancering van Al Gore’s nieuwe klimaatfilm An Inconvenient Sequel. ‘Het heeft allemaal met water te maken,’ zegt Henk Ovink, ‘en dus met mijn werkterrein.’

Watervluchtelingen

Na de verwoestingen die de orkaan Sandy in 2012 in New York aanrichtte, was Ovink een van de adviseurs van Obama en stond hij in het Witte Huis bekend als Henk the waterguy. Nu reist hij als Watergezant van de Nederlandse overheid de wereld over om de Nederlandse kennis over water en klimaatverandering voor het voetlicht te brengen. Hoe bescherm je laaggelegen gebieden duurzaam tegen de stijgende zeespiegel? Hoe richt je steden zo in dat overstromingen minder schade veroorzaken? Hoe zorg je dat watervoorraden niet worden uitgeput? En ook niet onbelangrijk: hoe kan de expertise van Nederlandse bedrijven en kennisinstituten daarbij worden ingezet?

‘Water raakt aan alle grote kwesties van deze tijd: klimaatverandering, veiligheid, energievoorziening, armoede, bevolkingsgroei, landbouw, verstedelijking en migratie.’

‘Water raakt aan alle grote kwesties van deze tijd: klimaatverandering, veiligheid, energievoorziening, armoede, bevolkingsgroei, landbouw, verstedelijking, migratie,’ zegt Ovink. ‘Ook politieke conflicten hebben vaak met water te maken. De oorlog in Syrië brak bijvoorbeeld uit na een lange periode van droogte, waardoor de vlam in de pan sloeg. Zulke conflicten zullen er steeds meer komen. En de klimaatvluchtelingen waar nu over wordt gesproken, zijn eigenlijk watervluchtelingen. Volgens de Verenigde Naties zijn het er nu al 140 miljoen en worden het er 300 miljoen in 2050, als we er niets aan doen. Het World Economic Forum heeft de crises die met water samenhangen de grootste bedreiging genoemd in het komende decennium. Als je je kinderen naar bed brengt, zeg je niet graag: “Morgen is er meer ellende dan gisteren,” maar het is wel de realiteit. Gelukkig wordt de urgentie van de problemen door steeds meer landen onderkend.’

Henk Ovink. Foto: Kadir van Lohuizen/Noor
Onstuitbare woordenstroom

Dat is te zien in Ovinks bomvolle agenda. In deze zomerweken reist hij onder meer naar Singapore, Beijing, New York, Bangladesh, Peru, Israël, Myanmar en Canada voor lezingen en gesprekken met topambtenaren, ministers en presidenten over watermanagement, klimaatbeleid en internationale samenwerking om de dreiging het hoofd te bieden. Doordat zijn vliegtuig naar Singapore pas ’s middags vertrekt, heeft Ovink onverwacht een paar uur over voor een gesprek in zijn woonplaats Rotterdam, in het kantoor van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam waarvan hij in 2012 curator was. In de vroege morgen doet hij zelf de deur open: een tanige, beweeglijke gestalte, als die van een bergbeklimmer. Vergezocht blijkt die associatie niet te zijn, want Ovink is net terug van een korte vakantie met zijn vrouw Irené in de Alpen, ‘lekker zwemmen in ijskoude bergmeertjes’. Tijdens het gesprek zit hij geen seconde stil. Hij haalt boeken en rapporten tevoorschijn, projecteert omineuze grafieken over klimaatverandering op een groot scherm en spreekt in een bijna onstuitbare woordenstroom.

‘In Singapore geef ik lezingen en ga ik praten met de vicepremier en de minister van Water en Milieu over een aantal pilots. Singapore is een belangrijke handelspartner. Er zitten veel Nederlandse bedrijven, ook op het gebied van water. En het is in veel opzichten te vergelijken met Nederland. Klein, dichtbevolkt, met een grote haven aan zee. Singapore is zeer geïnteresseerd in de techniek, de innovatie, maar ook in het proces. Hoe organiseer je watermanagement, met alle betrokken partijen?

‘Nederland staat in de wereld bekend als waterland. Onze democratie is eigenlijk een waterdemocratie. Andere landen willen daar graag van leren, ook China.’

Nederland staat in de wereld bekend als waterland. Onze democratie is eigenlijk een waterdemocratie. In de twaalfde eeuw waren we nog geen land, maar werden wel de eerste waterschappen opgericht. Onze cultuur rond water is er een van samenwerken. Andere landen willen daar graag van leren, ook China. Na Singapore ga ik naar Beijing voor een workshop met de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB), die vorig jaar in China van start is gegaan als alternatief voor de Wereldbank. Ze hebben een kapitaal van 100 miljard en gaan een grote rol spelen in de wereld.

President Li Jinqun van de AIIB was afgelopen najaar in Nederland. Ik had een half uur om hem ervan te overtuigen dat zijn bank moet investeren in waterprojecten: goed voor de wereld en goed voor de business. Ik heb hem verteld hoe water en klimaatverandering samenhangen, hoeveel er ook in Azië op het spel staat, en hoe belangrijk het is om de tijd te nemen voor goed onderzoek en voor samenwerking om echt te kunnen innoveren. Dat kwam aan. Nu gaan we een nieuw project over klimaat en water opzetten in Zuidoost-Azië, de achtertuin van China, samen met de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam en het Global Center of Excellence on Climate Adaptation dat Nederland op verzoek van de Verenigde Naties gaat opstarten. Dat is natuurlijk fantastisch! Dan kunnen we als Nederland laten zien hoe het kan en hoe het moet, zonder onszelf op de borst te hoeven kloppen. En ook nog gefinancierd door een nieuwe Chinese ontwikkelingsbank.’

Bronnen: World Resources Institute, Aqueduct Water Risk Atlas, Munich Re, Geo Risks Research, Planbureau voor de Leefomgeving. (Klik op de afbeelding om ‘m groot te bekijken in een vers tabblad.)

Springen de Chinezen in het gat dat Donald Trump laat ontstaan? Toen hij als presidentskandidaat bekend maakte dat hij onder het Klimaatakkoord van Parijs uit wilde, verschenen de Chinezen ook al met een opvallend grote delegatie op de klimaatconferentie in Marrakesh.

‘Zo opportunistisch is het niet. China is al heel lang bezig met duurzaamheid. Xi Jin Ping en Obama konden het op dat terrein heel goed met elkaar vinden. John Podesta, Obama’s rechterhand, heeft al vóór het klimaatakkoord van Parijs de deal met de Chinezen voorbereid over de uitstoot van CO2. De Chinezen hebben Trump helemaal niet nodig om met duurzaamheid door te gaan. Het steekt nu alleen schril af bij wat er vanuit het Witte Huis wordt gezegd.’

Wat betekent het voor het klimaat dat Trump van het klimaatakkoord af wil? Is uw werk daar moeilijker door geworden?

‘Dat het Environmental Protection Agency nu wordt geleid door een klimaatscepticus die door Trump is benoemd, maakt het wel heel spannend. Verschillende milieumaatregelen van Obama, bijvoorbeeld over olieboringen in het Arctische gebied, worden nu al teruggedraaid. Maar er staan in Amerika ook mensen van gezag op die zeggen: ho, wacht even, zo zit de wereld niet in elkaar. Michael Bloomberg, oud-burgemeester van New York, heeft bij een persconferentie met Emmanuel Macron namens een aantal Amerikaanse burgemeesters en gouverneurs verklaard dat Amerikaanse staten en steden zich wél aan het klimaatakkoord zullen houden. Je vindt nu meer realisme in de steden en de staten dan in Washington. Dat ervaar ik zelf ook bij mijn bezoeken aan Amerika. Niet alles wordt bepaald door het Witte Huis. Gelukkig maar, in dit geval.’

Komt u veel klimaatsceptici tegen?

‘Ze bestaan. Maar de overgrote meerderheid van de mensen die ik tegenkom, is ervan overtuigd dat er iets moet gebeuren. Het Klimaatakkoord van Parijs is door 171 landen ondertekend. Xi Jin Ping heeft het klimaat tot kern van zijn beleid gemaakt, Merkel ook, en Macron. In Nederland zijn ook politici die klimaatverandering onzin vinden. Maar voor verreweg de meeste mensen is het evident: als we niks doen, verzuipen we.’

Henk Ovink. Foto: Kadir van Lohuizen/Noor
Aan tafel met Obama

Henk Ovink, zoon van een architect en een schooldirectrice, groeide op in het oosten van het land. Achteraf realiseert hij zich dat water nooit ver weg was: de Oude IJssel, vakanties in Zeeland, zeilen. Toen hij de kunstacademie had afgerond, was zijn eerste betaalde opdracht een kunstwerk voor een waterzuiveringsinstallatie. En tijdens zijn studie bouwkunde en landschapsarchitectuur ontdekte hij dat bouwen in Nederland altijd met water te maken heeft. Hij begon met vrienden een architectenbureau, stapte over naar Royal Haskoning, schreef de winnende offerte voor een van de eerste projecten van Ruimte voor de Rivier, het programma dat het wassende water in de rivierdelta in goede banen moet leiden, ging werken voor de provincie Zuid-Holland, werd topambtenaar op het ministerie van VROM, werkte bij de fusie met Verkeer en Waterstaat mee aan de totstandkoming van het directoraat-generaal Ruimte en Water en stortte zich in het nieuwe Deltaprogramma.

‘En toen kwam de orkaan Sandy, in oktober 2012. Ik zag op mijn iPadje wat voor ellende de storm teweegbracht in New Jersey en New York. Obama richtte meteen de Hurricane Sandy Rebuilding Task Force op. In januari kwam Shaun Donovan, de voorzitter van de Taskforce, naar Nederland. Ik heb hem de Maeslantkering laten zien, de Zandmotor bij Kijkduin, de gigantische sluisdeuren in de Noord-Zuidlijn, en hem verteld over de Nederlandse watercultuur. Het klikte meteen. Daarna stuurde ik hem een mailtje dat ik met hem wilde werken, als hij zou kiezen voor werkelijke verandering. Hij schreef meteen terug: “When can you start?”’

Ovink vertrok met zijn vrouw naar Washington en New York en ging aan de slag in de Taskforce. Hij bedacht onder meer een ontwerpwedstrijd om innovatieve oplossingen te ontwikkelen en uit te voeren, Rebuild by Design. Bij de tien teams die uiteindelijk werden uitgekozen, waren 23 Nederlandse bedrijven en organisaties betrokken. ‘Mijn idee was: als we écht iets willen veranderen, moeten we met alles en iedereen samenwerken, van de gouverneur en de experts tot lokale ondernemers en de mensen in de getroffen wijken. Als je over alles moet onderhandelen, verlies je altijd. Maar als je samenwerkt, kun je alleen maar winnen omdat er oplossingen uit komen die nog niemand had bedacht. Voor de Nederlanders zit dat in de cultuur, maar voor de Amerikanen was het een flinke omslag. Het bestuur is daar totaal versnipperd, Shaun Donovan noemde het zelfs “gebalkaniseerd”. Maar het is gelukt.’

Het mooiste moment kwam in augustus 2013, toen Ovink een mailtje kreeg van Donovan die net met Obama in Airforce One had gezeten: ‘The president is very excited about Rebuild by Design.’ Ovink hing het printje boven zijn bureau. Zo belandde Henk the waterguy met Obama aan tafel in de East Wing. In 2014 besloot de president dat de aanpak die Ovink had bedacht een landelijk vervolg moest krijgen, van New York tot New Mexico. ‘En later hoorde ik van Donovan dat Obama tegen hem heeft gezegd over onze nieuwe manier van werken: “This is why I entered office.”

Nog tijdens zijn verblijf in Amerika werd Ovink gevraagd Watergezant van de Nederlandse regering te worden; hij werd benoemd in het voorjaar van 2015. In die hoedanigheid heeft hij nu de kans zijn ideeën over een integrale, innovatieve aanpak van alles dat met water te maken heeft over de hele wereld uit te dragen.

Henk Ovink. Foto: Kadir van Lohuizen/Noor

Officieel bestond de functie van Watergezant nog niet, maar eigenlijk vervulde Willem-Alexander die rol als kroonprins.

‘Het was een gouden greep dat de kroonprins zich op water heeft gericht. Hij heeft wereldwijd fantastisch werk verricht. Nog steeds refereren bestuurders en deskundigen die ik andere landen tegenkom aan het inzicht dat daardoor is ontstaan. Daar bouwen we nu op voort, bijvoorbeeld in de door Nederland geïnitieerde Delta Coalitie. En in het High Level Panel on Water, waar ik “sherpa” van ben. Daar zitten onder anderen de secretaris-generaal van de VN en de president van de Wereldbank in, en de premiers van tien landen die veel met water te maken hebben, onder wie Mark Rutte. Dat helpt enorm voor het vergroten van het bewustzijn van water, de gevolgen van klimaatverandering en de noodzaak om samen te werken.’

‘De instinctieve reactie van mensen op rampen is: ik ben mijn dochter kwijt, mijn huis en mijn werk, ik wil het terug.’

Volgens Herman Wijffels, die zich al decennia hard maakt voor duurzaamheid, zijn er rampen voor nodig om echt iets in beweging te krijgen.

‘Ik ken Herman goed, maar in dit opzicht ben ik het niet met hem eens. De waterschappen zeiden ook altijd: “Geef ons heden ons dagelijks brood en af en toe een watersnood.” Maar ik ga echt niet verkondigen dat rampen nodig zijn om het bewustzijn te vergroten. De instinctieve reactie van mensen op rampen is: ik ben mijn dochter kwijt, mijn huis en mijn werk, ik wil het terug. Stel je voor dat op zo’n moment een Nederlander met een kale kop en blauwe ogen langskomt die roept: “Dit is een kans!” Negentig procent van de ellende in de wereld heeft met water te maken, en het is nog steeds niet op orde. Dan zijn al die rampen kennelijk geen kansen geweest. De enige manier is de ellende serieus nemen, álle betrokkenen aan tafel krijgen en samen werken aan nieuwe oplossingen. Technologie alleen gaat ons ook niet redden. In Nederland worden prachtige uitvindingen gedaan op het gebied van water, zoals de Zandmotor bij Kijkduin die de kust helpt versterken, de drijvende eilanden die nu door kennisinstituut Marin worden ontwikkeld en een stokje met sensoren en een app van een jonge innovator waarmee je in de landbouw tot tachtig procent aan water kan besparen. Dat is wínst, jongen! Maar zulke vondsten vallen alleen op hun plaats als je een integrale aanpak van de waterproblemen weet te ontwikkelen.’

Het probleem is alleen dat klimaatverandering zo langzaam gaat dat mensen zich er nauwelijks een voorstelling van kunnen maken.

‘Je moet ook niet blijven steken in ideeën over de lange termijn. Dan kom je nergens. We moeten nu handelen. Vijf jaar is een mooie periode: dat is ongeveer een regeerperiode van een politicus, een businessplan voor een bedrijf, de aanstelling van een directeur of een academicus. Als je die laat samenwerken, kun je in vijf jaar de wereld veranderen. Als je nu een paar miljoen investeert in samenwerking en innovatieve projecten, kan dat de inspiratie zijn voor miljardeninvesteringen in de toekomst. Obama zei: “We zijn de eerste generatie die het effect van klimaatverandering voelt en de laatste die er iets aan kan doen.” Daarin kan Nederland een voortrekkersrol spelen door onze ervaring met het water. Nederland is klein, maar we kunnen een grote impact hebben.’

Mooi dat de Nederlandse aanpak internationaal zoveel belangstelling krijgt, maar intussen loopt ons klimaatbeleid achter in Europa. Grote partijen als de VVD en het CDA steken er hun nek niet voor uit, bang voor electorale gevolgen.

‘In stilte is er in Nederland wel wat gebeurd. Minister Kamp heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat de prijzen voor windenergie competitief zijn geworden. Dat is enorm behulpzaam bij de overgang naar duurzame energie. En Nederland heeft op de achtergrond een belangrijke rol gespeeld in het Klimaatakkoord van Parijs. Maar de politiek moet ook in de openbaarheid laten zien dat de beweging die we in gang zetten essentieel is. Ook het bedrijfsleven vraagt daarom. Zonder toekomstagenda wordt het niks. Het nieuwe kabinet zal grote stappen moeten zetten. Ik ben heel benieuwd wat ze gaan opschrijven in het regeerakkoord.’