Reportage / Speculeren op de dood / Tweedehands levensverzekeringen
Oudere Amerikanen zijn in razend tempo bezig de banden met de volgende generatie door te snijden. Dat blijkt uit de exponentiële groei van het aantal vermogende Amerikaanse zeventigplussers dat de eigen levensverzekering aan speculanten verkoopt. Of beter, de overlijdensrisicoverzekering. Die hadden ze afgesloten om nabestaanden te helpen wanneer door overlijden de financiële steun van ouderlijke huize plotseling zou wegvallen.
Vaak ver van hun kinderen, ergens in Florida of Arizona, nemen de Amerikaanse ouderen een voorschot op de toekomst. Liever nu cash in de hand dan dat het na hun dood bij nabestaanden belandt. Want als de overlijdensrisicoverzekering na hun dood bijvoorbeeld tien miljoen uitkeert, dan zal een speculant er nu zo’n achthonderdduizend tot een miljoen voor willen betalen. Hij neemt de premiebetalingen over en wacht tot de oudere sterft. Dan incasseert hij de beloofde tien miljoen. Hij neemt het ‘sterfterisico’. In dit voorbeeld (tien versus één miljoen) is dat de verwachte ‘looptijd’ vijf jaar. Ofwel de levensverwachting. Leeft de oudere korter, dan stijgt het rendement van de belegging tot boven de tien procent. Leeft de oudere veel langer, dan doet die de belegger de das om.
Meestal is het totale bedrag dat na overlijden wordt uitgekeerd een veelvoud van het bedrag dat de ouderen er bij leven voor krijgen. Beleggers staan daarom in de rij om mee te spelen op deze tweedehands markt. Natuurlijk kan de oudere de levensverzekering ook afkopen bij de verzekeraar, maar die betaalt er doorgaans vijfentwintig tot dertig procent minder voor dan een speculant.
Het aantrekkelijke van speculeren op de dood van Amerikaanse bejaarden is het relatief hoge rendement. Bovendien is de belegging rente- en conjunctuurongevoelig. Juist nu de beurskoersen onder druk staan, is het een aantrekkelijke gedachte dat de dood onherroepelijk is. Het aanbod is er, de vraag is er. In toenemende mate. Bedroeg de markt in 2005 nog tien miljard dollar, afgelopen jaar is die al gegroeid tot dertig miljard dollar. Ter vergelijking: dat is meer dan de totale economie van landen als Slovakije of Syrië. En honderdvijftien andere landen. Ook Nederlanders laten zich gelden op deze markt. Sterker, afgelopen jaar zag de Nederlandse markt in beleggingsproducten een doorbraak van de handel in tweedehands Amerikaanse levensverzekeringen. Nederlandse investeringen daarin waren afgelopen jaar goed voor zo’n half miljard euro. Zelfs een keurig pensioenfonds voor werknemers in de metaal- en elektrobranche, PME, maakte twee procent van zijn vermogen vrij – zo’n driehonderd miljoen euro – om mee te speculeren op de dood van vermogende Amerikaanse ouderen.
In enkele jaren, zo berekende de Wharton School of Business van de University of Pennsylvania, kan de markt wereldwijd zelfs groeien tot honderdtien miljard dollar. Tenminste, als Amerikaanse ouderen blijven inzetten op het heden, niet op extra geld voor de volgende generatie.
Aidsremmers
De markt in ‘life settlements’ heeft al eerder bestaan. In de jaren tachtig verkochten aidspatiënten hun levensverzekering om medicijnen te kunnen betalen, of om nog enigszins comfortabel de laatste maanden door te komen van hun meestal kinderloze leven. Speculanten hapten gretig toe, omdat ze zeker waren van een spoedige dood van de polishouders. Tot de aidsremmers kwamen. De gevolgen voor beleggers waren dramatisch- zozeer, dat de onderhandse markt in levensverzekeringen bijna helemaal opdroogde. Pas aan het einde van de jaren negentig kwam de zaak voorzichtig weer op gang, dit keer met ouderen als belangrijkste leveranciers van de polissen.
Deze tweede keer leek de markt zich in stilte te ontwikkelen. Tot enkele maanden geleden, toen televisiepersoonlijkheid Larry King de financiële adviseurs van The Meltzer Group aanklaagde. De adviseurs hadden de vierenzeventigjarige CNN-presentator aangeraden zijn bestaande levensverzekering te verkopen én nog een andere af te sluiten om direct weer te verkopen. Voor de eerste verzekering kreeg King vijfhonderdvijftigduizend dollar, voor de tweede achthonderdvijftigduizend dollar. Maar King kreeg spijt en beweert inmiddels dat hem niet duidelijk genoeg is uitgelegd wat de verkoop van de levensverzekeringen voor hem betekende. Dat hij na twee keer verkopen, bijvoorbeeld, niet gemakkelijk meer een nieuwe levensverzekering zou kunnen afsluiten. Dat hij belasting moest betalen over de ontvangen bedragen, hoe hoog de commissie voor zijn adviseurs is, en dat de opkoper, Coventry One, een grote speler in de markt, niet wil vertellen aan wie een van Kings levensverzekeringen is doorverkocht. Vooral dat laatste leverde King enige sympathie op van journalisten en publiek. Hij weet niet wie er belang heeft bij zijn spoedige overlijden.
‘We weten niet of het een hedgefondsmanager is of een maffia-don,’ zei zijn advocaat Marshall Grossman.
Verzekeringsdeskundige Joseph M. Belth begrijpt de presentator. ‘Ik zou ook zenuwachting worden als iemand die ik niet ken een vordering van een paar miljoen dollar op mijn leven heeft. Zo iemand wil natuurlijk niet te lang wachten op zijn geld, en wil ook zeker niet te lang de premies blijven betalen.’
Ondanks de populariteit van doodsobligaties onder beleggers en vermogende ouderen, vertolkt Belth de ongemakkelijkheid van het grote publiek. Al voor de rechtszaak van King sprak zelfs het weekblad BusinessWeek, nou niet het lijfblad van de aandeelloze of marxistisch georiënteerde tegenbeweging, van ‘death bonds’ en ‘het macaberste beleggingsinstrument dat Wall Street ooit heeft uitgevonden’. Het artikel in BusinessWeek verhaalt uitgebreid van enkele uitwassen. Zo heeft de winkelketen Wal-Mart levensverzekeringen afgesloten op hun medewerkers, zonder hun medeweten. Na hun dood zou niet aan nabestaanden, maar aan het bedrijf worden uitgekeerd. Twee handelaren in Los Angeles overtuigden de volledige parochie van een zwarte kerk in Los Angeles hun levensverzekeringen aan hen te verkopen. Die probeerden de twee handelaren vervolgens door te verkopen met een statistisch juiste, maar toch lugubere verkooppitch: de lage gemiddelde levensverwachting van zwarte mannen is nauwelijks verdisconteerd in de premies. Op die grond beloofden ze potentiële beleggers een rendement van vijfentwintig procent.
Verzekeraarsverzet
Mag je speculeren op de kans dat iemand overlijdt, vraagt het Verbond van Verzekeraars in Nederland zich af. Het antwoord op die vraag is eigenlijk vrij simpel. Ja, dat mag. Het gebeurt immers al jaren, in een andere, volstrekt legitieme markt. Pensioenfondsen en lijfrenteverzekeraars hebben net zo goed een financieel belang bij het zo vroeg mogelijk overlijden van hun klanten. Op de immoraliteit daarvan heeft vooralsnog niemand gewezen. Het Verbond van Verzekeraars bevestigt dat de markt in life settlements legaal is, maar wil er kennelijk toch afstand van nemen. Enig inzicht in deze nieuwe markt maakt dat ook begrijpelijk, maar niet uit moreel oogpunt. De verzekeraars voeden het onbehagen met dit nieuwe fenomeen omdat ze de enige werkelijke verliezers zijn. Een groot deel van de winst die levensverzekeraars maken, komt immers van het niet-uitkeren. Polissen belandden op de vuilnisbelt omdat ouderen in hun laatste jaren of maanden vergaten de premies te betalen, daartoe niet meer in staat waren, of omdat ze niet wisten van de mogelijkheid de verzekering af te kopen toen ze die niet meer nodig vonden. Doug Head, van de Amerikaanse Life Insurance Settlement Association beweert zelfs dat nog niet lang geleden maar liefst vijfentachtig procent van de levensverzekeringen nooit werd uitbetaald. De tweedehands markt heeft daar een plotseling einde aan gemaakt. Want speculanten zorgen natuurlijk wel voor uitbetaling.
Niet verwonderlijk daarom dat Henri Drost, hoofdredacteur van bedrijfsblad voor verzekeraars AssurantieMagazine, de handel snoeihard afwijst. ‘AFM, doe iets!’ schreef hij in een hoofdredactioneel commentaar. Navraag leert dat hij niet inzet op de vermeende immoraliteit van het spel. ‘Hoe eerder de dood intreedt, hoe hoger de winst van de belegger. Ik geef toe: dat geldt ook voor lijfrenteverzekeraars.’ Drost waarschuwt daarentegen voor de beloofde gouden bergen. Hij vermoedt zelfs een piramidespel. ‘Nederlandse aanbieders als Easy Life Invest, Double Benefit en Sothysa beloven rendementen met dubbele cijfers. Als iets te mooi is om waar te zijn, is het ook niet waar.’ En hij wijst erop dat de aanbieders van ‘life settlements’ in Amerika al vaker zwendelaars bleken.
Ze hebben inderdaad de schijn tegen, ook in Nederland. Hier was in de jaren negentig het bedrijf Mutual Benefits Corporation actief. De president-directeur, Peter Lombardi, werd twee jaar geleden veroordeeld tot twintig jaar celstraf. Hij had de levensverwachtingen van voormalige polishouders via frauduleuze medische keuringen aantrekkelijk laag ingeschat en was vervolgens overgegaan op een piramideconstructie: nieuwe beleggers leverden het kapitaal om reeds beloofde rendementen te betalen. Zo vervloog meer dan negenhonderd miljoen dollar.
Ook pleit het niet voor de tweedehands markt in levensverzekeringen dat Gerard van Santen zich ermee bezighoudt, via de vanuit Nederland opererende European Viatical and Life Settlements Association. Van Santen was eerder directeur van levensverzekeraar Vie d’Or. Dat bedrijf ging failliet en de elfduizend benadeelden, vertegenwoordigd in een stichting, wachten nog altijd op een schadevergoeding.
Schenkingsrecht
Wellicht zijn dat uitwassen. In het vaktijdschrift De Actuaris bevestigen drie medewerkers van de Autoriteit Financiële Markten dat er ‘economisch niets mis’ is met ‘life settlements en viaticale regelingen’ (de life settlements van terminale patiënten, PvO). ‘Verzekerden willen een toekomstige uitkering liquide maken, terwijl beleggers kunnen profiteren van een sterftewinst.’ Dat Nederlanders hun levensverzekering niet verkopen, heeft met moraal niets te maken, maar komt door de aard van die verzekeringen. Zo zijn levenspolissen in Nederland vaak gekoppeld aan een huis om als vereiste extra zekerheid voor de bank te dienen. Daar kun je niet zomaar vanaf. Bovendien zou de fiscus de uitkeringen voor derden – in bezit van de tweedehands levensverzekering – kunnen belasten op basis van het schenkingsrecht, zo staat in De Actuaris te lezen. Nederlanders die verdienen met een Amerikaanse doodsobligatie doen dat belastingvrij.
Sterfterisico
Op zijn kantoor in het WTC-gebouw aan de Amsterdamse Zuidas legt de eerste Nederlandse aanbieder van Amerikaanse levensverzekeringen, ex-rechercheur Frank Laan, nog eens uit dat Nederlandse levensverzekeringen kapitaal opbouwen, tot zo’n twee à drie ton. De verzekeraar kan die uitkeren, ook bij leven. ‘Daar is geen handel in. In Amerika betaal je premie opdat nabestaanden bij overlijden financieel onafhankelijk zijn. Anders dan in Nederland gaat dat om grote bedragen, alleen uit te keren na sterfte.’
De werkwijze van Laans Quality Investments is opvallend transparant. Hij praat over de krachten waar hij vooralsnog succesvol tegenop bokst. In eerste instantie zijn dat natuurlijk de verzekeraars, die geen zin hebben in deze handel. Maar ook vermogensbeheerders strooien verkeerde geruchten rond, omdat zij zien hoe miljoenen worden onttrokken aan hun beleggingsportefeuilles. Laan, die slechts een inleg accepteert van boven de tweehonderdduizend euro: ‘Wij vissen in de vijver van professionele beleggers.’
Beleggers houden van samengestelde producten. Ook in deze markt is het aantrekkelijk te participeren in een fonds met levensverzekeringen van verscheidene vermogende Amerikanen. Daardoor wordt het ‘sterfterisico’ gespreid. Maar de prospectus die Laan meegeeft, laat zien dat het ook mogelijk is met een groepje beleggers te speculeren op de dood van één enkele Amerikaanse bejaarde, met een overlijdensrisicoverzekering van tien miljoen dollar. De inleg is 240.000 dollar en 400.000 dollar is het bedrag dat per deelnemer wordt uitgekeerd, uiterlijk op 1 oktober 2011.
Laan: ‘Soms hoef je niet vijf jaar te wachten. Wij garanderen een rendement van minimaal elf procent, maar vorig jaar was het vijfenzeventig procent, omdat er na vier maanden werd uitbetaald.’ Met andere woorden: na aankoop van zijn overlijdensrisicoverzekering hoefde de belegger nog maar vier maanden premie te betalen.
Medische keuring
Om verschillende redenen onderscheidt Laans bedrijf zich van zijn Nederlandse concurrenten. Zo is hij de enige die de beleggingen van zijn klanten herverzekert. Het risico dat de Amerikaan langer blijft leven dan de in zijn prospectus gestelde maximale ‘looptijd’, heeft hij ondergebracht bij een herverzekeraar. ‘Daarmee heb ik ook het ethische verhaal afgedekt.’ Laan bedoelt: de herverzekaar baalt als iemand langer dan verwacht blijft leven, niet hij of de Nederlandse belegger. Opvallender is nog wel dat Laan zonder aarzelen toegeeft dat de bomen niet tot in de hemel groeien. De hoge rendementen zullen op den duur verdwijnen. Laan: ‘De huidige aanbieders hebben het voordeel van de first mover.’ In andere woorden: de tussenhandel profiteert momenteel van een gat tussen vraag en aanbod. Ze zorgt ervoor dat er steeds vaker wordt uitgekeerd. Daarmee dwingt ze de verzekeraars niet alleen de premies te verhogen, maar ook de afkoopsom, waardoor de verzekeraar voorkomt al haar klanten te verliezen aan de tweedehands markt. Daar hebben de verzekeraars baat bij, want hoe hoger de kans dat polishouders tussentijds de polis beëindigen, hoe hoger de benodigde kasreserves. En geld in kas is vervelend: het rendeert niet tot nauwelijks. Als de verzekeraars de handel eenmaal in hun prijzen hebben verdisconteerd, zullen de extreme winsten van de derde partijen snel verdampen.
Herverzekerd of niet, de handel is niet zonder risico’s, ook niet in deze gouden dagen. Alle transacties gaan immers in dollars en die verliezen snel hun waarde ten opzichte van de euro. Een fundamenteler risico ligt in de levensverwachting, door een andere Nederlandse aanbieder wel ‘de achilleshiel’ van het product genoemd. Een Amerikaanse oudere die zijn levensverzekering in de verkoop doet, wat onder meer kan bij de zogenoemde Life Exchange, een speciaal daartoe in het leven geroepen beurs, is verplicht zich medisch te laten keuren. Zes grote instellingen hebben zich daarin gespecialiseerd en worden betaald door de tussenhandel. Deze zes instellingen bepalen de levensverwachting van de Larry Kings van de wereld. Beter: ze schatten ‘de geschatte looptijd’ van de verzekering. Het moge duidelijk zijn: de verzekerde heeft financieel belang bij een ‘slechte’ medische beoordeling. De handelaar idem dito. De belegger hoopt op een zo realistisch mogelijke keuring.
Dat is nog niet zo eenvoudig. De natte vinger biedt geen uitkomst, want wat voor jonge mensen geldt, gaat voor ouderen niet altijd op. Zo blijken rokers van tachtigplus een nagenoeg even hoge overlevingskans te hebben als nietrokers boven de tachtig. Een hoog cholesterolgehalte blijkt op hoge leeftijd zelfs een pre – statistisch gezien – voor een nog langer leven. Hetzelfde geldt voor zwaarlijvigheid.
En er is nog iets. Sociaal-economische omstandigheden zijn cruciaal voor het verlengen van de leeftijd: niet voor niets sterven mensen in rijke landen later dan in arme. Op het moment dat een oudere zijn levensverzekering verkoopt, stijgen zijn sociaal-economische omstandigheden significant. Dus groeit de kans dat hij het langer uithoudt, wat natuurlijk vervelend is voor de nieuwe bezitters van diens levensverzekering.
De solidariteit tussen de generaties staat intussen onder druk, alle retoriek in de politiek over familiewaarden ten spijt. Een veelzeggend bericht dat een internationaal persbureau onlangs verspreidde: gemeentelijke begraafplaatsen in Amerika klagen steeds vaker dat kinderen niet bereid zijn de begrafenis van hun ouders bij te wonen. Laat staan dat ze ervoor willen betalen. Door hun overlijdensrisicoverzekering al bij leven te toucheren, lijken de Amerikaanse ouders hun kinderen met gelijke munt terug te betalen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.