Het onderzoek naar jihadisme in de Schilderswijk won zojuist de Mr. Gonsalvesprijs voor innovatie in de rechtshandhaving. Maar hoe overtuigend de nieuwe manieren van bewijs verzamelen zijn moet nog maar blijken.

Hoe het strafproces tegen de groep Haagse jihadisten ook afloopt – de uitspraak is op 10 december – vanmiddag behaalde het politieteam dat onderzoek deed naar de moslimradicalen in de Schilderswijk alvast een tussentijdse overwinning: het mocht de Mr. Gonsalvesprijs in ontvangst nemen, een tweejaarlijkse eerbetoon voor ‘vernieuwing binnen de rechtshandhaving’.

Volgens de organisatoren van de prijs zat die vernieuwing in iets dat op zichzelf al helemaal niet meer zo nieuw klinkt: ‘een integrale aanpak’, een toverformule die ook door het kabinet bij het minste en geringste van stal wordt gehaald om de strijd tegen terrorisme te omschrijven.

In het Haagse ‘veiligheidshuis’ kwamen de afgelopen jaren deskundigen uit diverse disciplines samen in één team; kennis kwam niet alleen van politie of geheime dienst, maar ook van gemeenten, scholen en zorginstellingen. ‘Niet de telefoontap maar de wijkagent speelt een cruciale rol bij de informatievoorziening.’ Preventie en repressie gingen hand in hand, het strafrecht werd pas ingezet als uiterst middel. Jongeren op weg naar Syrië werden tegengehouden, paspoorten ingenomen, uitkeringen gestopt.

Wel blijft het de grote vraag of de gekozen methoden het openbaar ministerie hebben geholpen de rechter te overtuigen in de strafzaak tegen de jihadisten. Als prijswinnende vernieuwing noemt de organisatie van de Golsalvesprijs ook ‘het gebruik van sociale media, die een schat aan informatie opleveren’. Een van de genoemde laureaten is Youssef Ait Daoud. Onder verantwoordelijkheid van deze teamleider opereerde een internetsurveillant met het alias Aboe Noewas. Die was op Facebook ‘vrienden’ geworden met verschillende verdachten en deelde jihadistische berichten en filmpjes. De advocaten maakten er nogal een punt van dat deze posts van een agent net zo opruiend en dus net zo strafbaar of niet-strafbaar zijn als de uitlatingen van hun cliënten.

En inderdaad, ook wijkagenten spelen een prominente rol in het onderzoeksdossier, zo liet Vrij Nederland al eerder zien. Sommige wijkagenten herkenden voormalige Haagse straatjongens achter de maskers van strijders in filmpjes uit Syrië. Anderen spraken meelevend en kordaat met minderjarige meisjes die aantrekkelijke jihadisten naar Syrië wilden volgen en wisten een deel van hen op andere gedachten te brengen.

Het optreden van veel van die wijkagenten doet beslist sympathiek en deskundig aan. Ook vormen ze met hun kennis van de straat zeker een belangrijke bron van informatie over verdachten. Maar heel concreet zijn die gegevens vaak niet. In hun onderzoek naar ondubbelzinnig bewijs voor bijvoorbeeld rekrutering voor de jihad, zullen de teamleiders zelf vermoedelijk juist hebben zitten snakken naar keiharde telefoontaps.