Reportage / Doe-het-zelf DNA-testen

Het begon met een grap. Zo’n grap die in elke familie circuleert, over wie in de familie eigenlijk geen bloedverwant is, maar het kind van de melkboer, of de nazaat van een buurman wiens naam niemand zich meer herinnert. In mijn schoonfamilie ging de grap over Djengis Khan. De Mongoolse heerser zou een verre voorvader zijn. Als Jood rijmde mijn schoonvader zijn vermeende afstamming van de Aziatische veroveraar met de grap: ‘Wij zijn de Djengis Cohens.’ Toegegeven, geen dijenkletser. Maar in de familie leidde het tot veel gegniffel, want waar was die boude bewering op gebaseerd? Het feit dat de familie lang geleden uit Boedapest naar Amerika was geëmigreerd en Hongarije eens deel uitmaakte van het Mongoolse Rijk, was natuurlijk geen bewijs. Wel was er een foto die prominent boven de televisie hing, een uitvergrote zwart-witfoto van mijn schoonvader als kleuter. Het jongetje in z’n sneeuwpakje oogt Aziatisch. Het levende bewijs van het bestaan...