Oké, mannen zijn sterker. Maar wat heb je nou nog aan brute kracht in onze moderne samenleving? Inderdaad: juist vrouwen zijn in opmars en nemen overal de macht over. Is de strijd der seksen werkelijk beslecht? 

Als een eenzame ijsbeer, steeds verder in het nauw gedreven op een krimpend territorium. Zo beschrijft journalist Max Pam midden februari dit jaar de positie van de westerse man in een column in de Volkskrant. ‘Tegenwoordig zijn in West-Europa zo’n beetje alle defensieministers vrouwen, in de parlementen rukken vrouwen op en zelfs in het bedrijfsleven kun je als bedrijf niet meer voor de dag komen als je geen vrouw hebt benoemd in een bestuursraad,’ aldus Pam, die zich troost met nostalgische mannenfilms waarin brute kracht hoger aangeschreven staat dan het bezit van een Givenchy-jurk.

Twee weken daarvoor schreef een vergelijkbare auteur een vergelijkbaar stuk in dezelfde krant. Journalist Dirk-Jan van Baar, eveneens man, eveneens van een zekere leeftijd, stelt in zijn opiniestuk dat het slecht gesteld is de met het lot van zijn seksegenoten. Overal grijpen vrouwen de macht. ‘Niks gendergelijkheid,’ vindt Van Baar dan ook. ‘De gewone man is in stilte afgeschreven. Alleen als teddybeer en brave kindervriend heeft hij nog toekomst.’

De man op de kraan

Ik heb medelijden met mannen als Max Pam en Dirk-Jan van Baar. Ik bedoel dat niet laatdunkend, maar ik heb altijd het vermoeden gehad dat mannen minder goed opgewassen zijn tegen verandering. ‘It will not be any different, it will be exactly the same,’ zong David Byrne in het Talking Heads-nummer over de utopische plek ‘Heaven’. Ik heb het vermoeden dat wel meer mannen willen dat alles precies hetzelfde blijft.

Dat idee sloop erin toen ik een klein meisje was en mijn vader mij voorlas uit het Duitse kinderboek De man op de kraan. Het verhaal: een man is zo verliefd op zijn hijskraan, dat hij er op gaat wonen. Hij overleeft een watersnood en een oorlog door hoog op de kraan te blijven. Maar als er vrede is en de kraan behoorlijk in de weg begint te staan, weigert de hoofdpersoon naar beneden te komen. Als hij dan uiteindelijk onder dwang de kraan afklautert, nemen de heren aan de grond hun hoed af voor deze oude, gebroken man. ‘Ga maar lekker slapen,’ zei mijn vader daarna, maar ik lag in het duister van mijn meisjeskamer nog lang na te denken over die zielige man zonder kraan.

Misschien deed hij mij denken aan mijn eigen vader, ook al geen man die soepel meebewoog met de tijdgeest. Mijn vader schilderde grote, indrukwekkende landschappen lang nadat elke vraag daarnaar was opgedroogd en subsidieregelingen waren afgeschaft. Tentoonstellingen waren vaak lessen in nederigheid. Geen cola voor mij, en geen gele of oranje stickers voor mijn vader: hij verkocht zelden een schilderij. Mijn moeder, ook geschoold tot kunstenaar, paste zich wel aan. Toen ze doorhad dat ze met kunst haar kinderen niet kon onderhouden, liet ze zich omscholen tot lerares en verdiende sindsdien het geld voor het hele gezin.

Mannen kunnen niet tegen verandering, leerde ik ook van onze buurman. In alle vroegte nam hij zijn positie in achter de kassa van zijn sigarenwinkel. Als ik na schooltijd zijn winkel voorbijfietste, stond hij nog in precies dezelfde geduldige houding te wachten op klanten die nooit zouden komen. Op een of andere manier werd er niet meer gerookt in de buurt waar ik opgroeide. Of niet genoeg. Maar mijn buurman wilde zich niet gewonnen geven, ooit hadden de zaken wél goed gelopen. En zo opende hij elke ochtend met dezelfde koppigheid de deur van zijn noodlijdende winkel.

Ook op de middelbare school zag ik overal bewijs voor mijn hypothese: de jongens in mijn klas konden veel minder goed omgaan met hormoonveranderingen, of roosterwijzigingen. Ze groeiden niet snel genoeg mee met ons meisjes, waardoor ze door grotere jongens aan de kapstok werden gehangen. Natuurlijk hadden meisjes het ook zwaar, ze kregen zelden de liefde waar ze over fantaseerden. Maar meisjes kwamen mij op een of andere manier vitaler voor, alsof ze beter toegerust waren om pijnlijke levenslessen te ondergaan. En les één was: alles verandert. Maar misschien was mijn blik gekleurd door mijn eigen gezinssituatie: een moeder die nu elke dag om 7:15 uur de tram nam naar een regionaal opleidingsinstituut met detectorpoortjes. En een vader die stug doorschilderde op zijn atelier, omdat hij wilde vasthouden aan zijn jeugddroom. Zo heeft iedereen wel een koker waardoorheen hij of zij de strijd der seksen beziet.

Niet langer meer watjes

Ik weet niet of Max Pam en Dirk-Jan van Baar willen dat alles precies hetzelfde blijft. Maar beiden mannen uiten wel een angst om vervangen te worden, in alle stilte afgeschreven. Van Baar en Pam passen, waarschijnlijk geheel zonder dat ze dit willen, in een lange traditie van mannen die een matriarchale samenleving als dystopie beschouwen. Een van de eerste stukken die ik als journalist in opleiding schreef, ging over een Mexicaanse mannenbeweging met de naam El Circulo Masculino (‘de mannencirkel’). Deze groep kwam in opstand tegen de doorgeschoten emancipatie. Aanhangers marcheerden door de staten van Mexico Stad en scandeerden: ‘Wij zullen niet langer meer watjes zijn / We lopen de mars van de macho’s / De wijfjes zullen ons niet langer te slim af zijn.’ De mannen eisten een nationale mannendag, 2010 moest worden uitgeroepen tot ‘het jaar van de man.’

Die mannendag is nooit gerealiseerd en 2010 ging geruisloos aan de man voorbij. Wel schreef de publiciste Hanna Rosin in dat jaar een artikel dat een krater sloeg in het denken over sekseverhoudingen. Het stuk, getiteld ‘The End of Men’, ging over de teloorgang van de Amerikaanse man. Twee jaar later kwam Rosins gelijknamige boek uit, in een geel omslag met de voorspellende titel in knalroze letters. Ik kocht het boek op een zwoele namiddag in een boekwinkel in Amsterdam-Zuid en las het in een Vondelpark vol overvliegende frisbees en zonnende lijven in één ruk uit. Ik was gefascineerd door de centrale vraag: wat als seksegelijkheid helemaal niet het eindstation is? Wat als vrouwen gewoon de macht overnemen? Rosins data zijn zeer overtuigend: zo zijn er in de Verenigde Staten voor het eerst in de geschiedenis meer vrouwen dan mannen actief op de arbeidsmarkt. De Amerikaanse universiteiten puilen uit met leergierige, ijverige jonge vrouwen. Tel daar ook nog eens het groeiende aantal managers en CEO’s bij op, en de hegemonie van vrouwelijke macht is een voldongen feit.

Voor mannen die zich zorgen maken over vrouwelijke dominantie is het boek Women After All van de Amerikaanse professor in de antropologie en neurowetenschappen Melvin Konner zo mogelijk nog verontrustender leesvoer. Konners boek kwam een paar weken geleden in Nederland uit onder de titel Toch de vrouw bij uitgeverij Atlas Contact. Het kreeg een matige recensie in Trouw, en kritiek in de Volkskrant. Toegeven: de 69-jarige professor doet er lang om over tot zijn punt te komen, we leren eerst alles over het paargedrag van schaatsrijdertjes en bidsprinkhanen voordat we bij de mens aankomen. Maar Konner is een wetenschapper die de tijd neemt: hij heeft ook twee jaar van zijn leven bij de inheemse !Kung San stam in Botswana gewoond om hun dagelijkse rituelen te onderzoeken.

Dit is geen mannenwereld

Konner is kritiek en haatmails inmiddels gewend. Hij was op een skivakantie in Montana, toen The Wall Street Journal een hoofdstuk van zijn boek publiceerde. ‘Ik wilde net met mijn dochters de piste af skiën, toen mijn vrouw mij in paniek belde: Melvin, je krijgt heel veel boze reacties op je stuk. Ze was zo aangeslagen door de toon van de reacties, dat ze vreesde voor mijn leven,’ vertelt Konner vanuit de studeerkamer, waar hij via een Skype-verbinding met mij praat over de opkomst van de vrouw. Konner draagt een wollen trui met een col, hij oogt als een progressieve versie van de Kerstman. En hij heeft een boodschap: vrouwen zijn superieur aan mannen. Get over it. ‘De meeste mailtjes waren simpelweg: fuck you Melvin Konner, met je feministische gezeik. Mannen vinden het heel erg moeilijk om aan deze waarheid te wennen, en ook van feministen krijg ik kritiek, omdat ik zeg dat vrouwen biologisch anders – beter – in elkaar zitten dan mannen.’

Stoornis: mannelijkheid. Kortere levensverwachting, hyperactiviteit, probleemgedrag, hyperseksualiteit, agressie.

Konners voorspelling van vrouwelijke suprematie steunt op een aantal argumenten. Eén: dit is geen mannenwereld. ‘Alle leven is oorspronkelijk vrouwelijk. Dat geldt ook voor mensen: pas na toevoeging van het Y-chromosoom en embryonale blootstelling aan androgenen wordt het mannelijke geslacht bepaald.’ Twee: mannelijke dominantie is geen natuurlijk gegeven. ‘Neem nou de Jacana: deze tropische watervogel heeft een volstrekt andere sekseverdeling. Terwijl het agressieve vrouwtje de hele dag op zoek is naar seks, broeden verschillende mannetjes gewillig haar eitjes uit.’ Er zijn onnoembaar veel diersoorten die de taken eerlijk of anders verdelen, zoals de pinguïns en de zeepaardjes. En dan zijn er de voorbeelden van vrouwelijke diersoorten die zichzelf kunnen voortplanten. Konner ziet de mens ook zo: ‘Het is een kwestie van tijd voordat we die zeer bescheiden bijdrage van de man aan de voortplanting, zijn sperma, kunnen reproduceren.’

Bij diersoorten waar het vrouwtje het meest moet investeren in het nageslacht – denk aan zwangerschap en melkvoeding – worden ze kieskeurig en moeten mannetjes met elkaar strijden om hun voortplanting zeker te stellen. Dit resulteert in een fysiek verschil: mannelijke zoogdieren zijn vaak groter en sterker dan de vrouwen. Ook bij primaten is dit zo.

Toch leidt dit gegeven niet tot de uitkomst van mannelijke dominantie: chimpansees, waar wij 98,7 procent aan verwant zijn, moorden, onderdrukken en verkrachten hun vrouwtjes. Maar bij de bonobo’s – waar we eveneens een 98,7 procent DNA-match mee hebben – is het juist vrede op aarde. Geweld en verkrachting blijven uit, omdat bonobo-vrouwtjes voortdurend allianties smeden tegen agressieve mannetjes die de status quo dreigen te verstoren.

Ook bij onze voorouders zag je geen vanzelfsprekende mannelijke dominantie. Konner: ‘In de periode dat wij mensen nog jagers en verzamelaars waren, was er veel meer seksegelijkheid. Dat geldt ook voor de !Kung stam waar ik bij woonde. Pas toen de landbouw zijn intrede deed, raakte de positie van de vrouw ondergesneeuwd: er kwam een verdeling van arbeid die een zeer ongunstig effect had voor vrouwen.’ Met het bezit van grond moest er meer worden verdedigd. Kracht werd belangrijk en de mannen die bovenaan de pikorde eindigden, kregen meer echtgenotes en plantten zich het meest voort. Vrouwen werden systematisch uitgesloten uit het publieke domein, uit het centrum van de macht. En zo was de mannelijke dominantie duizenden en duizenden jaren na het ontstaan van de homo sapiens dan eindelijk een feit.

Dezelfde boodschap als Mein Kampf

Niet alleen de maatschappelijke positie van de man is anders, ook zijn biologische opmaak. Konner: ‘Mannen zijn biologisch anders dan vrouwen. Ze zijn agressiever en seksueler. Ze kennen minder zelfbeheersing, omdat hun frontaalkwabben zijn beperkt. En hun amygdala is groter, en vatbaarder voor testosteron.’ Dit alles brengt Konner ertoe om niet de vrouw, maar de man aan te wijzen als het zwakke geslacht. ‘Er is een aangeboren stoornis die verrassend algemeen voorkomt,’ stelt Konner. ‘De belangrijkste kenmerken van het syndroom: een kortere levensverwachting, hogere sterfte in alle leeftijdsgroepen, onvermogen tot voortplanting, voortijdig haarverlies en hersendefecten die kunnen leiden tot aandachtsstoornis, hyperactiviteit, probleemgedrag, hyperseksualiteit en een enorme dosis naar buiten gerichte agressie.’ De stoornis: mannelijkheid. Het zal dan ook niet lang meer duren eer de gehandicapte wordt voorbijgestreefd door de vrouw.

Nadat ons interview is geëindigd en Melvin Konner mij op het hart drukt om het boek te lezen van zijn overleden echtgenote over de Bosjesmannen (die !Kung stam) van Botswana, denk ik nog lang na over zijn stelling dat vrouwen biologisch gezien de sterkere soort zijn. Konner geeft zelf toe dat biologie een hellend vlak kan zijn in de verklaring van man/vrouwverhoudingen. Het komt hem in elk geval op vergelijkingen met een nazi te staan: verander man in jood, en zijn boek heeft dezelfde boodschap als Mein Kampf, zeggen zijn critici. Biologie als verklaring voor ongelijkheid heeft iets griezeligs. Bovendien: zijn de uitspraken van Konner gebaseerd op gegronde feiten? Zijn vrouwen superieur?

Illustratie: Zeloot
Mijn hoofd was een pornobioscoop

Statistisch en sociologisch onderzoek wijst overtuigend in de richting van Konners gelijk. Zo blijkt uit verschillende metastudies, waaronder een studie verricht door de University of Lancaster, dat mannen inderdaad agressiever zijn. Dat begint al als ze jongetje zijn. Mannen moorden 97 keer zo vaak, en als jonge mannen oververtegenwoordigd zijn in een samenleving is de kans op oorlog 1,5 keer zo groot. Henrik Urdall van de Harvard Kennedy School, die tot deze conclusie komt, voegt er in een mail naar mij aan toe: ‘Ik wil graag onderstrepen dat de meeste jongens niet gewelddadig zijn. Het vergrote risico op geweld zie je vooral in samenlevingen waar jongeren weinig onderwijskansen krijgen.’

Maar de maatschappelijke context is niet de enige factor. In verscheidene studies doemt een andere, meer natuurlijke oorzaak van geweld op: testosteron. Uit een onderzoek gepubliceerd in Biology Psychiatry blijkt dat mannen met hogere testosteronwaarden veel heftiger reageerden op een plaatje van een schreeuwende man: de amygdala, de hypothalamus en het periaqueductale grijs – gebieden die allemaal zijn betrokken bij stressreacties en agressie – vertonen meer activiteit, terwijl de mannen met een testosteron-placebo kalm bleven.

Ook het mannelijk libido ligt soms hinderlijk hoog door testosteron, wijzen onderzoeken naar seksueel overschrijdend gedrag uit. De feministen die in de nasleep van de gebeurtenissen in Keulen stelden dat niet alleen migranten, maar alle mannen testosteronbommen zijn, hadden een punt. In een uitzending van het Amerikaanse radioprogramma This American Life getiteld ‘Testosterone’, vertelt Alex, een vrouw die zich liet ombouwen tot man, dat hij na testosteroninjecties compleet geobsedeerd raakte door seks. Zodra Alex iemand van het andere geslacht zag, begon de ellende. ‘Mijn hoofd was een pornobioscoop, en ik kon het niet meer uitzetten.’ Er was ook een andere verandering: Alex kreeg opeens interesse in wetenschap.

Sterker immuunsysteem

Als testosteron zo bepalend is, hoe veranderen mannen dan door een afname van dit hormoon? Worden ze dan een beter mens? Ik besluit mijn vraag voor te leggen aan een transseksuele programmeur uit het zuiden van het land die liever anoniem blijft. Laura (zo noem ik haar) begon in 1997 aan een hormoonkuur, waarbij het testosteron werd onderdrukt. Wat volgde, was een soort nirwana. Laura: ‘Ik was opeens verlost van die seksuele drang, maar ook van een soort algehele gejaagdheid, het haantjesgedrag dat ook in mij zat. Het was heel rustig.’ Nog een ding valt Laura op sinds ze de transitie heeft gemaakt: ‘Ik heb een kilometerteller op mijn fiets, ik houd altijd bij hoe hard ik ga. Sinds ik vrouw ben, ga ik veel minder snel.’

Mannen hebben 60 procent meer spierkracht en zijn 7 procent groter. Maar brute kracht is een tanende machtsfactor in een postindustriële, beschaafde samenleving. Belangrijker is de vraag of mannenlijven medisch gezien ook sterker zijn. Ook hierin lijkt Konner zijn gelijk te krijgen: overal op de wereld is de levensverwachting van vrouwen hoger dan die van mannen. De oorzaak ligt niet alleen in leefgewoontes, maar ook in ons DNA, legt de Australische wetenschapper Damian Dowling mij uit over de telefoon: ‘Naast onze genen hebben wij in elke cel mitochondriën, een soort energiecentrales voor onze cellen. Mitochondriën worden alleen door de moeder overgegeven. Nu blijkt dat bepaalde mutaties in deze mitochondriën wel effect hebben op de levensduur van mannen, maar niet op die van vrouwen.’

Er zijn andere onderzoeken die het zwakke gestel van mannen blootleggen, zoals een baanbrekende publicatie van onderzoeker Claude Libert in het vakblad Bio Essays waaruit blijkt dat vrouwen een sterker immuunsysteem hebben dan mannen. Als het gaat om het menselijk brein lijkt de situatie echter een stuk complexer dan het verhaal dat Konner vertelt. In november 2015 kwam onderzoek van de Universiteit van Tel Aviv uit, waaruit blijkt dat een ‘mannenbrein’ of een ‘vrouwenbrein’ feitelijk niet bestaat. Hoofdonderzoeker Daphna Joel legt met een vet Israëlisch accent uit: ‘Op groepsniveau zijn er weliswaar verschillen tussen mannen en vrouwen, maar elk brein is een uniek mozaïek. Een individuele man kan dus net zo verschillen van een andere man als van een vrouw.’ En dus hebben lang niet alle mannen een vergrote amygdala of een ander functionerende hersenvoorkwab.

Gelijkheid over 118 jaar

Dan die opmars van vrouwen, waar zowel Hanna Rosin als Melvin Konner over schrijven en waar mannelijke columnisten in Nederland voor vrezen. Wat is daar van waar?

Brute kracht is een tanende machtsfactor in een postindustriële, beschaafde samenleving.

Econoom Henk Volberda is hoogleraar strategisch management en ondernemingsbeleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Samen met een team levert hij elk jaar de cijfers aan voor de International Gender Gap Index, een initiatief van het World Economic Forum. Rosins en Konners optimistische beelden over supervrouwen verbleken bij deze index. In geen van de 145 landen is er sprake van seksegelijkheid. IJsland is het meest gelijk, Nederland staat op de dertiende plaats. Volberda: ‘Vrouwen nemen de macht niet over, althans: niet vandaag. Wij hebben berekenend dat als de ontwikkelingen in dit tempo doorgaan, er in 2133 gelijkheid is tussen mannen en vrouwen. Dat is dus over 118 jaar.’

De Gender Gap Index geeft bovendien een wat vertekend beeld van Nederland. Ja, vrouwen participeren op de arbeidsmarkt. Maar Nederlandse vrouwen werken niet fulltime en verdienen dus ook veel minder geld. ‘Nederlandse vrouwen zitten veel te weinig in raden van bestuur, ze hebben weinig invloedrijke posities. Ik lever de cijfers voor deze monitor sinds 2006 en sinds die tijd staat de opmars van vrouwen in Nederland feitelijk stil.’

Volberda verwacht in de nabije toekomst bovendien een verslechtering van de positie van vrouwen in het midden van en onderaan de arbeidsmarkt. ‘Vrouwen zijn relatief veel kwetsbaarder voor de zogenoemde vierde industriële revolutie dan mannen Door de automatisering en robotisering verdwijnt veel werk dat vooral door vrouwen wordt verricht: parttime administratieve en data-entry banen.’

A special place in hell

’s Avonds kijk ik naar het boek van Rosin, dat al jaren op mijn nachtkastje ligt. De roze letters komen opeens bedrieglijk over: nergens op de wereld is er gelijkheid tussen mannen en vrouwen, ook in Amerika niet. Bovendien is er een andere reden waarom het ‘einde van de man’ (Rosin) of de ‘opkomst van de vrouw’ (Konner) nog lang niet in zicht is: vrouwen lijken in hun gedrag te weinig op de samenspannende bonobo-aapjes. In de voorverkiezingen van de Verenigde Staten heeft Hillary Clinton de grootst mogelijke moeite om een vrouwelijk electoraat aan zich te binden, ook al is het de eerste keer in de geschiedenis dat een vrouw kans maakt op het presidentschap. Vrouwen voelen zich meer aangetrokken tot de zachtaardige, misschien wel vrouwelijker Bernie Sanders dan tot powervrouw Clinton.

De geschiedenis zit vol voorbeelden waarin vrouwen niet met, maar tegen elkaar streden. Wat te denken van de Britse Women’s National Anti-Suffrage League, een club van vrouwen, die zich hard maakte tegen de invoering van het vrouwelijk kiesrecht? In de jaren zeventig was het Phyllis Schlafly – een vrouw – die succesvol campagne voerde tegen de Equal Rights Amendment, de verbetering van de positie van vrouwen in de grondwet. In hedendaags Amerika voeren conservatieve vrouwen een verwoede strijd tegen wetten die genderongelijkheid moeten opheffen. Deze vrouwen zeggen dat de ‘gendergap’ in werkelijkheid een uitvinding is van doorgedraaide feministen. En ook in Nederland zijn er ontzettend veel vrouwen die zich verzetten tegen beleid dat bedoeld is om ongelijkheid op te heffen . Op Twitter en Facebook krijg ik regelmatig te horen dat ik een ‘feminazi’ ben als ik genderissues agendeer. Ik zou lijden aan een ‘oestrogeenhandicap’ en een ‘spaghettibrein’ waardoor ik niet kan nadenken. Het geslacht van dit soort Twitteraars en Facebookers: vrouw. ‘There’s a special place in hell for women who don’t help other women,’ zegt de Amerikaanse politicus Madeline Allbright over vrouwen die niet op Clinton gaan stemmen. Ik denk dat die ‘place’ niet zo ‘special’ is, maar een groot gedeelte van het inferno bestrijkt en wordt bevolkt door vrouwen die de bonobo in zichzelf hebben afgeschreven.

Misschien is de vrouw wel superieur aan de man. Ze leeft langer, kan kinderen baren, is minder agressief. En ja, vrouwen maken een inhaalslag. Toch denk ik dat Max Pam en Dirk-Jan van Baar voorlopig niet hoeven te vrezen voor hun inkrimpende territorium, dat blijft de komende generatie een groot stuk maagdelijk wit ijs. Natuurlijk, alles verandert, levensles nummer één. Maar mannen krijgen genoeg tijd om te wennen. En een podium om te klagen, ook al is de bevreesde dominantie van vrouwen nergens een feit.