De nederlaag van de Turkse president Erdogan, de overwinning van de democratische volkspartij HDP, de tienduizenden vrijwilligers die de verkiezingen in de gaten hielden en de onafhankelijke mediaverslaggeving: ze kennen allemaal hun oorsprong in Gezi Park.

Het belangrijkste resultaat van gisteren (zie ook op NRC.nl) is dat Erdogan niet nog meer macht naar zich toe kan trekken. Sinds dit weekend heeft de AKP geen absolute meerderheid meer en kan Erdogan geen grondwetswijzigingen doorvoeren. Dat is tegenvaller. Normaal gesproken zou hij nu al bulderend op het balkon staan, maar Erdogan houdt zich nog even verstopt. De president zou wat hem betreft een ambt moeten worden naar Amerikaans en Frans model. Met 367 zetels had hij de grondwetswijziging op eigen houtje door kunnen voeren. Met 330 zetels had hij een referendum kunnen uitschrijven. Het werden 255 zetels. Dat is niet genoeg om de grondwet aan te mogen passen.

De meeste Gezi’s hebben het nog nooit meegemaakt: een minderheid voor de zittende AKP. Twee jaar geleden demonstreerden massa’s twintigers op Gezi Park tegen de macht van Erdogan en tegen de corruptie van de politiek. De media negeerde de demonstraties en Erdogan wist ze in de hoek te zetten als geteisem. De protesten eindigden toen de politie het plein gewelddadig schoonveegde, met als gevolg 22 doden en meer dan 8000 gewonden.

De Gezi’s zijn nu vooral terug te vinden bij de grote winnaar van gisteren, de democratische volkspartij Halkların Demokratik Partisi (HDP). Zij wisten de kiesdrempel van 10% te halen (het werd 13%, goed voor 88 zetels) en daarmee snoepten ze een hoop stemmen weg bij Erdogan. De HDP heeft een bont electoraat van allerlei groepen die tegen de zittende regering zijn: er zitten veel Koerden, homo’s, lesbiennes, boze studenten, soennieten, Armeniërs en vrouwen. Het zou te ver gaan om dit de partij van Gezi Park te noemen, maar zoals hier beschreven staat doorbrak Gezi Park de muur van angst om tegen de regering te zijn, om te demonstreren en tegen Erdogan te stemmen. HDP is voor een radicaal duurzaamheidsbeleid, tegen discriminatie en tegen het neo-liberalisme en het neo-conservatisme van de AKP.

Maar de Gezi’s zijn misschien wel het meest terug te vinden in Oy ve Otesi en 140journos, twee initiatieven die de rechtmatigheid van de verkiezingen monitoren. Oy ve Otesi bracht tienduizenden mensen op de been om te zien of de verkiezingen eerlijk verliepen en 140journos groeide de laatste jaren uit tot een scherpe mediawaakhond. Zij zorgden ervoor dat Erdogan de verkiezingen niet bij voorbaat zou beslissen, maar dat er een eerlijke strijd kwam. Dat ook de HDP kans zou maken.

Vlak na de demonstraties op Gezi Park waren er gemeenteraadsverkiezingen. Erdogan won toen gemakkelijk, wat het beeld opriep dat de demonstraties dood en begraven waren. Maar nu blijkt ineens waar de Gezi’s gebleven zijn. Net als de Indignados, Occupy en de Griekse studenten is Gezi deels in de politiek terechtgekomen en deels verandert in grassroots bewegingen buiten de politiek. Nu is het wachten op wat Erdogan doet, want de balkonbulderaar zal zich niet zomaar gewonnen geven.