Interview Mei Li Vos
Het een heeft weinig met het ander te maken, maar de manier waarop ze de babykamer showt, doet onwillekeurig denken aan de trots die doorklinkt in de beschrijving van haar kantoor in het parlementsgebouw: ‘Koloniën, derde verdieping, kamer vijf.’ En als ze haar plekje in de keuken – tegen de verwarming, uitzicht op het Vondelpark – inneemt, stel ik me voor hoe ze zich een klein jaar terug nog nestelde in haar blauwe Haagse zetel. Grote ogen, rap van tong. Ik denk zelfs dat ze hier en nu geen andere woorden gebruikt dan toen en daar. Je zou zeggen: een volksvertegenwoordiger bij uitstek. Toch begint haar boek Politiek voor de leek met de opmerking dat ze, ondanks haar studie politicologie, nooit had overwogen om politicus te worden.
‘Het kwam gewoon niet bij me op,’ zegt ze. ‘Ik dacht er aan om ontwikkelingswerker te worden, of journalist. Later droomde ik over de functie van bedrijfsleider in een compleet groene supermarkt, maar politicus? Nee. Tot het moment waarop Wouter Bos vroeg of ik mij kandidaat wilde stellen voor de verkiezingen van 2007 was het geen optie geweest, maar ik had in 2005 met een aantal mensen het Alternatief voor Vakbond opgericht en de idealist in mij raakte ervan overtuigd dat ik in de Tweede Kamer meer voor de outsiders op de arbeidsmarkt zou kunnen betekenen.’
Dat u al regelmatig in het nieuws was geweest, bleek geen fijne entree bij de PvdA-fractie.
‘Nee, met name de Kamerleden die zelden aandacht krijgen, waren erg jaloers. Dat is altijd zo gebleven. Laatst sprak ik Myrthe Hilkens, die Nebahat Albayrak vier maanden vervangt omdat zij met zwangerschapsverlof is, en zij vertelde me dat ze al was gewaarschuwd voor het “Mei Li-effect”: meer aandacht voor het poppetje dan voor de boodschap.’
Had u er last van?
‘Ja, dat is voor mij één grote frustratie geweest. Ben je verdorie gepromoveerd, je kent de hele pensioenwereld op je duimpje, je zit bomvol idealen en waar gaat het over? Jurkjes. Ik kreeg het advies me anders te kleden, maar ik ga mezelf toch niet verloochenen? Achteraf denk ik: als ik meer macht had willen hebben, als ik meer had willen bereiken, had ik dat offer misschien toch moeten brengen.’
Was het een vrouwending? Elkaar op het uiterlijk beoordelen?
‘Ik heb evenveel jaloezie van mannen ondervonden, misschien wel meer. Ik ken een man – en ik zeg niet wie het is – die, anoniem, heeft beweerd dat ik mij tijdens mijn Kamerlidmaatschap vooral in spelletjesprogramma’s op televisie heb laten zien. Toen Mariëtte Hamer voorzitter van de PvdA-fractie wilde worden, kreeg ze een enorme berg ellende over zich uitgestort. Ze zag er niet goed uit, ze zei de verkeerde dingen, ga zo maar door. Zodra een vrouw iets wil bereiken, begint het gedonder. Mabel Wisse Smit: een zeer intelligente vrouw die van alles voor elkaar krijgt. Hoe kent Nederland haar? Als het meisje dat het liefje van de crimineel Klaas Bruinsma zou zijn geweest. Myrthe Hilkens schreef een prachtige analyse over de pornoficatie van de samenleving. Wat kopt het weekblad Elsevier? “Pornoschrijfster wordt Kamerlid!”
Door mensen te framen, door over hen te roddelen, wordt een poging gedaan ze onschadelijk te maken. Het is een machtsmiddel dat vaker op vrouwen dan op mannen wordt toegepast.’
U doet zelf soms ook wel een beetje krengerig. Zo schrijft u dat uw baretje tijdens Prinsjesdag nauwelijks opviel tussen de grote, vreemde hoeden van de andere vrouwen die ‘diep in hun hartje allemaal het stralende middelpunt willen zijn’.
‘Nou goed, ik ben ook geen heilige, maar ik kijk om me heen en ik beschrijf wat ik zie: ijdelheid, alleen maar ijdelheid. Ik benijd de mannen niet. Die lopen allemaal in van die donkere pakken rond. Het enige waar ze mee kunnen variëren is met hun das. Of met de sokken.’
Laten we er één zo’n heer uitpikken: voormalig vakbondsleider Lodewijk de Waal. Toen er in de commissie over uw eerste kandidaatsstelling werd gediscussieerd, zou hij geroepen hebben: ‘Zij eruit of ik eruit!’
‘De commissie heeft gelukkig gezegd: “Nou, dan ga je toch?” Die man heeft niet echt geprobeerd te begrijpen wat mijn idealen waren. De modernisering van het ontslagrecht, meer kansen voor zelfstandigen zonder personeel. Ik vond dat mijn ideeën thuishoorden bij de sociaal-democraten van de eenentwintigste eeuw, maar nee, volgens meneer De Waal was ik véél te liberaal en ik had niets te zoeken bij de PvdA. Die man, die mij niet links genoeg vond, verdedigt nu als voorzitter van de Raad van Toezicht van ontwikkelingsorganisatie SNV het topsalaris van directeur Dirk Elsen en heeft, als overheidscommissaris, ook geen moeite met de superbonus van ING-topman Jan Hommen. Leg dat maar eens uit.’
Trekt u nu een lange neus naar hem?
‘Eigenlijk wel, ja. Die man is zó kinderachtig. Ik hoorde dat hij letterlijk met zijn voetjes stampt als hij geen gelijk krijgt. Hij wil niet eens verder denken. Als ik hem nu zie schutteren en blunderen, denk ik: eigen schuld. Dat krijg je ervan als je continu anderen de maat neemt; dat krijg je uiteindelijk een keer terug.’
U schrijft dat u – ‘als ik het even heel erg had gehad met de PvdA’ – regelmatig bij Femke Halsema en Ineke van Gent van GroenLinks binnenstapte. En dat u dan ‘na een heerlijk vilein’ grapje van Femke weer terugkeerde naar ‘de rode familie’.
‘Als ik tijdens een standpuntenbepaling het debat had verloren, of als het optreden van de fractievoorzitter me had gefrustreerd – kleine dingetjes waarover je met je directe collega’s lastig kunt praten – was het makkelijker om mijn hart te luchten bij mensen buiten de partij. Abstract, zakelijk, zijn we de concurrent van andere partijen, maar op een menselijke schaal ben je vooral de concurrent van je fractiegenoten. Zeker als het gaat om de portefeuilles. Die worden heel kinderachtig bewaakt. Laatst kreeg Jeanine Hennis van haar partijgenoten van de VVD nog te horen dat ze niets had mogen zeggen over de hoofddoekjes omdat het niet haar portefeuille was.’
En toen u de portefeuille Arbeidsmarkt, met als deelonderwerpen flexwet en de zzp’ers kreeg, was uw collega Pauline Smeets not amused. Ik citeer: ‘Woedend kwam ze na afloop van een fractievergadering naar me toe met het verwijt dat ik het onderwerp zzp’ers van haar had afgepikt en dat ik dat op z’n minst met haar had moeten bespreken.’
‘Ja, het is niet anders. Die dingen gebeuren aan de lopende band. Ik had ook graag aan de debatten over de financiële crisis meegedaan, maar ik begreep wel dat mijn collega Paul Tang dat veel beter kon. You win some, you lose some.’
Hebt u uiteindelijk voldoende bereikt voor de outsiders op de arbeidsmarkt, de groep voor wie u het ging opnemen in de Kamer?
‘Ik heb minder bereikt dan ik wilde, maar dat komt natuurlijk ook doordat ik er al vrij snel weer mee moest ophouden. Toch staat het verhaal van al die mensen met tijdelijke contractjes, van de flexwerkers en de zzp’ers nu goed op de agenda. Ze zijn vertegenwoordigd in de Sociaal Economische Raad, er is een Zelfstandig en Zwanger-regeling, er zijn allerlei administratieve dingetjes in gang gezet en…’
Maar de verbeteringen voor de flexwet zijn er niet gekomen. Terwijl dat toch uw core business was.
‘Dat is waar. Ik beschrijf ook hoe frustrerend dat voor mij is geweest; dat er uiteindelijk vanwege electorale belangen niets gebeurt.’
U werkte samen met de SP aan een initiatiefnota. Mariëtte Hamer vroeg zich af hoe het CDA, de coalitiepartner, over die samenwerking zou denken en stelde uitstel voor. Toen dacht u: oké, laat dan maar. Vind ik toch een beetje raar.
‘Dat snap ik, maar we waren echt met honderd dingen tegelijk bezig en ik kreeg mijn fractiegenoten niet mee. Hoe lang wil je blijven trekken aan een dood paard? Inmiddels was de DSB-affaire en de woekerpolisaffaire losgebarsten en de coalitie stond niet lang daarna op barsten. Ook achteraf denk ik dat ik het toen niet voor elkaar had kunnen krijgen om die verbeteringen door te voeren. Niet met die verhoudingen, niet onder dat gesternte.’
Mag ik u nog een citaat voorleggen? ‘Het cynische is dat de dramatische gebeurtenissen in kinderopvangcentrum Het Hofnarretje in Amsterdam deels een gevolg zijn van moties in de Kamer over het uitbreiden, beter toegankelijk, goedkoper of zelfs gratis maken van kinderopvang.’
‘Ja, er waren mensen ongerust dat ik misschien lelijke dingen over personen zou schrijven, maar dat valt wel mee, toch? Ik ben veel kritischer op wat de Kamer doet; hoe de Kamer zichzelf ophitst met nóg meer spoeddebatten, nóg meer moties… tja, dan krijg je dit soort toestanden.’
U ziet een lineair verband tussen het drama van de Amsterdamse zedenzaak en het gedrag van de Tweede Kamer?
‘Als je het zo formuleert, is het misschien iets te veel van dik hout zaagt men planken, maar wat ik ermee wil zeggen, is dat er nu eenmaal dingen gebeuren in de samenleving en dat je die niet met nóg meer regels kunt voorkomen. En zeker niet met moties die vervolgens het werk van die mensen in de kinderopvang – voor 99,9 procent van goede wil – onmogelijk maakt. Er lopen altijd gekken rond. Kijk maar naar wat er in het winkelcentrum in Alpen aan den Rijn is gebeurd. Wat mij zo stoort, is dat die mensen nog niet dood zijn neergevallen of de Kamer begint al te roepen: “We gaan dit verbieden! We gaan dat aanscherpen!” Het is de pretentie van de maakbaarheid, die zowel bij linkse als bij rechtse politici hoogtij viert. De cafébrand in Volendam, de vuurwerkramp in Enschede: ga al die gebeurtenissen maar na. Soms wordt de wereld, dankzij het ingrijpen van de Kamer, ietsje veiliger, maar ongelukken voorkom je niet. Wat ik zo wrang vond in die zaak van Savanna (de driejarige peuter die in 2004 werd vermoord door haar moeder; de vrouw was een bekende bij Bureau Jeugdzorg. CDA-staatssecretaris van Volksgezondheid Clémence Ross vond dat het bureau eerder had moeten ingrijpen, AV) is dat men enerzijds de mond vol heeft over de menselijke maat, kleinschaligheid, en vervolgens op zo’n incident onmiddellijk reageert met maatregelen die het leven van die professionals in de zorg nóg zwaarder maken. Dat noem ik collectieve hypocrisie.’
Hoe zou het volgens u beter kunnen?
‘Ik vind dat de Kamer rustiger moet reageren. Kamerleden moeten zich niet laten meesleuren door de waan van de dag. Je mag als volksvertegenwoordiger ook leidend zijn en zeggen: ik trek me nu even niets aan van deze hype, van de polls, of van wat dan ook. Dan kom ik maar een keer niet met mijn kop op RTL Nieuws om “Schande!” te roepen.’
Ik las dat u zelf, toen u zich een keer stond te vervelen, voor de camera van RTL wat ‘schande’-quotes hebt opgenomen die op elk gewenst moment ergens in gemonteerd konden worden.
‘Dat was voor de gein! Er is ook veel meligheid in de Kamer, hoor, want die debatten duren soms zo verschrikkelijk lang. Dan ga je een beetje klieren en een beetje drinken, grappen maken over Kamerleden die zich vreselijk druk maken over prutprobleempjes.’
Een beetje drinken?
‘Ja, er wordt behoorlijk gedronken in de Kamer. Het is echt niet zo dat er pas na afloop van het debat een flesje wijn wordt opengetrokken. Dat gold tenminste voor de mensen die alleen maar moesten wachten tot ze hun stem konden uitbrengen, niet voor de mensen die het debat voerden… alhoewel ik dat over Johan Remkes (voormalig VVD-Kamerlid, nu commissaris van de Koningin in Noord-Holland, AV) niet met zekerheid kan zeggen. Die man was inmiddels zo gehard, je kon aan hem echt niet merken of hij nou een kop koffie of een glas jenever had gedronken.’
Na een van die lange debatten, waarin Wilders zijn plannen voor de ‘kopvoddentaks’ ontvouwde, trok u een vestje over uw hoofd. Er werd een foto van gemaakt die op aanraden van collega’s nooit werd afgedrukt. Inmiddels staat hij op uw website.
‘Nu is dat geen probleem meer, maar toen, in de hitte van het debat, was het beter om me even gedeisd te houden. Die foto herinnert mij aan een emotioneel moment; ik was zo boos en zo verdrietig om de vreselijke beledigingen van die man.’
Een man die u later vrolijk op de schouders slaat.
‘Nou, toen eventjes niet.’
Toen eventjes niet. Later weer wel.
‘Ja, later weer wel. Uiteindelijk wordt zo’n gevoel gedempt. Net zoals dat gaat met pijn en rouw: het slijt. En je moet het persoonlijke en het zakelijke blijven scheiden. Ik kwam laatst Hero Brinkman tegen. Wij konden goed met elkaar praten, ik vond het ook wel leuk om hem af en toe te pesten, maar ik was het volstrekt oneens met zijn politieke opvattingen. Dat viel me, eerlijk gezegd, een beetje tegen van Femke Halsema: in haar afscheidsspeech nam ze het op voor de vrijheid van meningsuiting van parlementariërs – en die van Wilders in het bijzonder. Ik dacht: had je voor deze gelegenheid nou echt niet een ander onderwerp kunnen kiezen? Nu ging het wéér over Wilders. De man die in debatten zó’n vreselijke klootzak kan zijn, een rabiate, geobsedeerde moslimvrouwenhater! Dan heb ik het over zijn opvattingen, hè? Hoe hij als persoon is, weet ik nauwelijks. Het is niet mogelijk om gewoon een keer een biertje met zo iemand te drinken.’
Over een ding waren jullie het waarschijnlijk wel eens: Balkenende was een zwakke leider. U schrijft dat zijn leiderschap het grootste probleem van de coalitie was. Zou Job Cohen een sterkere leider zijn?
‘Sterker dan Balkenende.’
Toch mist Cohen volgens u de machtsdrang die nodig is om een goed politiek leider te worden.
‘Dat is waar, maar Cohen is wel altijd een goed bestuurder geweest. Juist in zijn omgang met verschillende meningen, juist door daar iets uit te kunnen destilleren en door niet altijd haantje de voorste te willen zijn, toont hij leiderschap. Machtsdrang is vooral handig als je op die hoge post uit moet zien te komen, maar het was de bedoeling dat Cohen geparachuteerd zou worden tot premier van Nederland. Zonder de vuile gevechten die Wouter Bos in zijn tijd heeft moeten voeren.’
Op 20 februari 2010 viel het kabinet-Balkenende IV. Het einde van een slecht huwelijk. Na de gemeenteraadsverkiezingen, op 11 maart, verscheen Bos in zijn nette pak op een brainstorm.
‘Iedereen was in vrijetijdskleding, behalve Wouter. Hij vroeg het woord, barstte in snikken uit en zei dat hij zich niet meer verkiesbaar stelde.’
Jetta Klijnsma, die naast u zat, fluisterde: ‘Wouter toch, Woutertje toch.’
‘Ik hield het zelf ook niet droog. Ik kan er niet tegen als mannen gaan huilen. En ik heb de neiging om nogal dramatisch op dat soort grote gebeurtenissen te reageren. Wouter was toch degene die mij naar de Kamer had gehaald. Hij begreep waar ik mee bezig was. Wouter was de laatste sociaal-democraat met een verhaal en ik realiseerde me hoe vreselijk jammer het was dat zo iemand wegging. We missen nog steeds een man als Wouter in de fractie; iemand die weet waar we heen moeten, iemand die goed kan spreken, iemand die goed kan luisteren, iemand die gevoelens bij je los weet te maken, iemand die…’
Eh… waar is Job gebleven?
‘Job Cohen is van een heel ander kaliber. Job heeft nog niet die grote visie over de sociaal-democratie in de eenentwintigste eeuw neergelegd – dat gaat hij hopelijk nog doen – en hij is ook minder retorisch begaafd. Hij maakt minder emoties los. Job spreekt de rustige, kalme Nederlanders aan, maar hij is, in tegenstelling tot Wouter, niet in staat om een hele zaal in vervoering te brengen. De PvdA is nu aan het kwakkelen. Als Wouter weer oppositieleider was geworden, hadden we anders oppositie gevoerd.’
Zou de PvdA er onder zijn leiding beter hebben voor gestaan?
‘Dat weet ik niet, maar het zou er in elk geval een stuk spannender aan toe zijn gegaan.’
Op 16 juni 2010, toen de Kiesraad de definitieve uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen bekend maakte, werd duidelijk dat u, als nummer achtendertig, niet in de fractie zou blijven.
‘Ik wist dat ik het zelfs met al die voorkeursstemmen niet zou halen. Ik vond het heel erg jammer. Ik heb geleerd dat ik misschien niet altijd even strategisch ben en dat ik, zoals Mariëtte Hamer tijdens het functioneringsgesprek zei, de politiek te veel als een columnist bezag, maar ik hoef ook geen groot leider van de PvdA te worden. Ik zou op mijn manier, als backbencher, ook verder hebben willen werken aan de verwezenlijking van mijn idealen. Het leven van een volksvertegenwoordiger is verdomde mooi.’
Was u, als u op de vijftiende plaats van de kandidatenlijst had gestaan, nu ook zwanger geweest?
‘Ik denk het wel… of nee, misschien toch niet. Ik was die zomer na een paar weken aan het idee gewend dat ik geen Kamerlid meer was. Prima, dacht ik. We waren in Dubrovnik toen ik hoorde dat de onderhandelingen voor een Paars kabinet waren geklapt en daar werd ik zó verdrietig van… ik had gehoopt dat de stress van dat slechte huwelijk met het CDA daardoor vergeten kon worden en dat ik op een dag zou teruggaan om mijn werk af te maken. Die droom was pats, boem, weg. Een rechts kabinet! Ik kreeg meteen ruzie met mijn vriend en ben, totaal van slag, in mijn eentje door de stad gaan zwerven. Kennelijk was dat het laatste beetje verdriet dat ik nog moest voelen. Daarna was het klaar: oké, dan ga ik me nu richten op andere zaken. Terug in Nederland heb ik me ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en ben ik kleine zelfstandige geworden. Leuk, zzp’er! Boek schrijven, dingen doen, alles wordt nieuw en anders. Er kwam een grote rust over me. Een rust die ik in de Kamer niet had gehad. Een maand later, in september, was ik zwanger.’
Het is een meisje, las ik. Zal zij, als ze achttien is, tijdens de Tweede Kamerverkiezingen op haar moeder kunnen stemmen?
‘Ja, misschien wel. Hoewel ze, als ze een beetje op mij lijkt, waarschijnlijk een andere keuze dan haar moeder zal maken.’
Mei Li Vos (Eindhoven 1970)
1998Begint studie politicologie
2001 Promoveert aan de Universiteit van Amsterdam
2005 Richt uit ergernis over de FNV, die vooral het belang van 55-plussers zou behartigen, het Alternatief voor Vakbond (AVV) op
2007 Komt, als een aantal Kamerleden plaatsneemt in het kabinet-Balkenende IV, op 1 maart voor de PvdA in de Tweede Kamer
2010 Wordt, als nummer achtendertig op de lijst, niet herkozen als volksvertegenwoordiger
2011 Begint, parttime, als directeur Publieke Zaken bij groengasbedrijf OrangeGas. Publiceert haar boek Politiek voor de leek
Mei Li Vos, ‘Politiek voor de leek. Een insideverslag van een outsider’, Prometheus, 240 p., € 16,95
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.